Wetsverwijzing: art. 3 (boek) : 48 BW (artikel).
1. Recht: een systeem van regels, aan de hand waarvan we de samenleving
met elkaar leefbaar maken en houden.
Recht is geen doel op zichzelf, maar een middel om iets te bereiken:
onderlinge verhoudingen vastleggen, nieuwe ontwikkelingen in goede
banen leiden, et cetera
Handhaving van recht is een taak van de overheid
Eigenrichting mag niet!
Vermogensrecht: onderdeel van privaatrecht. Alles wat op geld waardeerbaar
is. Onderscheid in: goederenrecht, waaronder eigendom en
verbintenissenrecht = intellectueel eigendom, zoals,
auteursrecht/patent/octrooi etc.
Privaatrecht: tussen burgers of rechtspersonen. Zij zijn bevoegd om deel te
nemen aan het rechtsverkeer. Ze zijn dus rechtsbevoegd.
Rechtspersonen (privaat): dragen ook de rechten en plichten net als personen
maar zijn bedrijven: BV, VOF, NV.
Rechtspersonen (publiek): dragen ook de rechten en plichten net als personen
maar zijn gemeenten, overheid etc.
Rechtsregels: juridisch relevant en afdwingbaar.
Overige regels: van moraal & fatsoen. Maken het leven van veel mensen op
een klein gebied leefbaar.
Publieksrecht: tussen de overheid en (rechts)personen
Rechtsregels, komen voort uit: rechtsbronnen:
- De wet
- Internationale regelingen/verdragen (EU)
- Jurisprudentie
- Gewoonte recht (ongeschreven recht)
- Rechtswetenschap
,Gewoonte recht = ongeschreven recht. BV vastgoedveiling,
handgebaren/gezichtsgebaren, net als in het casino.
Rechtswetenschap = slimme manier van het schrijven over een probleem, dit
kan worden toegepast door rechters/juristen. Komt niet vaak voor.
Dwingend recht: mag niemand vanaf wijken, ook niet wanneer er onderling
andere afspraken zijn gemaakt.
Aanvullend/regelend recht: dit geldt wanneer er geen afspraken zijn gemaakt,
dan heeft de wet een aanvullende werking, tenzij onderling wél andere
afspraken zijn gemaakt.
Voorbeeld: wettelijk gezien heeft ieder een uitwerk tijd van 30 dagen, mits er
onderling is afgesproken dat de werknemer maar 7 dagen hoeft uit te werken.
Wanneer er een van de partijen het oneens is geldt ook het aanvullend recht.
Materieel recht: inhoud alle geldende rechtsregels.
Formeel recht: gaat over de handhaving van het materieel recht.
Handboek hoe je moet procederen tegen het materiele recht. De regels die je
nodig hebt om het materiele recht te handhaven = formeel recht.
Wetten in formele zin: is tot stand gebracht door de staten generaal en de
regering (hoogste rang) wetgeving te herkennen als het woord ‘wet’ wordt
gebruikt.
Rechtssubject: alle (rechts)personen die deelnemen aan het rechtsverkeer zijn
rechtssubjecten, en een drager van rechten en plichten.
Rechtsobject: alle goederen (zaken en vermogensrechten). Zijn zelf geen drager
van rechten en plichten.
Rechtsfeit: feit dat relevant is binnen het recht.
Bloot rechtsfeit: een gebeurtenis, een toestand of een tijdsverloop. Er ontstaan
rechtsgevolgen zonder dat daar invloed op is uitgeoefend, zoals meerderjarig
worden, trouwen, etc).
Rechtshandeling: handelingen van personen met beoogd rechtsgevolg, ofwel,
handeling die gevolgen heeft binnen het recht.
Feitelijke handeling: tandenpoetsen
,Verbintenis: juridische relatie tussen twee en/of meer rechtspersonen.
Er ontstaan – vaak over en weer – verplichtingen tot het leveren van een
prestatie (beide kanten). Verbintenissen ontstaan rechtstreeks uit de wet of uit
een overeenkomst (afgeleid uit de wet).
Overeenkomst = rechtshandeling, die voor ten minste 2
(rechts)personen/rechtssubjecten verbintenissen oplevert. Vaak ontstaat er
een verplichting tot het leveren van prestaties.
Vorderingsrechten: ontstaat uit een verbintenis, het recht op een bepaalde
prestatie. Ook wel persoonlijk/relatief recht, het recht kan alleen door de
schuldeiser afgedwongen worden ten opzichte van een specifieke tegenpartij).
Rechtsvordering: een vordering (eis) die aan de rechter is voorgelegd. Het doel
hiervan is het handhaven van een recht of een recht verwezenlijken.
Objectief recht: geheel van alle geldende rechten.
Subjectief recht: een persoonlijk recht dat voortvloeit uit het objectief recht.
Jurisprudentie: alle uitspraken die door rechters zijn gedaan.
Sanctie = nietigheid
Nietig: overbodig. Nietig verklaard houdt in dat het niet wordt gebruikt of
wordt meegenomen in het rechtelijk oordeel.
Rechtsbevoegdheid: elk persoon (natuurlijk/rechtspersonen) is bevoegd om
aan het rechtsverkeer deel te nemen, sommige personen hebben daarbij de
hulp van een ander nodig (handelingsonbekwaamheid/minderjarig).
Rangorde rechten binnen wettelijke regelingen:
- Hogere regeling gaat voor een lagere regeling. Wet gaat voor.
- Jongere regeling gaat voor een oudere regeling.
- Regelingen voor een bijzonder geval gaan altijd voor algemene
regelingen.
, 2. Rechtshandelingen: hebben consequenties binnen het recht en er gaat
een handeling aan vooraf door (rechts)personen/rechtssubject. ZO NIET:
FEITELIJKE HANDELING (tandenpoetsen).
Rechtshandeling heeft een beoogd rechtsgevolg, je hebt een doel
(huurovereenkomst bijvoorbeeld).