Centraal zenuwstelsel
hersenen, hersenzenuwen, ruggenmerg
Perifeer zenuwstelsel
zenuwen naar dermatoom
Zenuwen uitlopers van zenuwcellen (axonen)
Meerdere axonen vormen samen een zenuw.
Hersenen embryonaal:
Tel-encephalon
cerebrum + subcorticale kernen
di-encephalon
(hypo-)thalamus
Mes-encephalon
middenhersenen
Met-encephalon
cerebellum (=kleine hersenen) & pons (brug)
Myel-encephalon
medulla oblongata
Hersenstam middenhersenen, pons & medulla oblongata
Hersenen 1,5 kilo
Gerimpelde hersenen bij mens.
Cortex hele grote oppervlakte meer neuronen
Windingen gyri (ev. Gyrus)
Groeven sulci (ev. Sulcus)
Bij hersenen heb je rostrale kant voorkant. Bovenkant heet nog steeds dorsaal.
Hersengebieden:
1. Frontalis denken
2. Parietalis sensorisch
3. Occipitalis visuele vermogen
4. Temporalis gedrag / concentratie
5. Cerebellum motoriek
Grote hersenen zijn twee losse kwabben die zijn verbonden door de corpus callosum.
Gyrus precentralis aansturing van een aantal spieren
Gyrus postcentralis ontvangen van informatie
Broca’s area (taal produceren), wernicke’s area (taal begrijpen) taalgebieden
Fusiforme gyrus gezichten herkennen
Ruggenmerg
-somatisch
Sensibele input motorische output
Sensorisch systeem
Input thalamus primaire schors (secundaire schors )
Motorisch system
primaire motorische schors ruggenmerg skeletspieren
Cognitieve systeem denkend, planning, selectie
Limbische systeem emoties, pijn
HC Neuronen & Glia
Zenuwcellen (neuronen)
Grijze stof in hersenen, (eiwitten rond) axonen vormen de witte stof.
Kunnen elektrische prikkels afgeven, tussen zenuwcellen chemisch (of elektrisch)
,Neuronen
- Dendrieten
- Soma
- Axon heuvel
- Axon
- Myelineschede
- Pre-synaptisch einde
(transmitter in vesiculi)
- Synaps
Classificatie neuronen op basis van:
- Projectie
(lokaal / op lange afstand)
- Dendritische structuur
(pyramidevorm / stervorm)
- Aantal uitsteeksels
(1 (unipolair) of 2 (bipolair) of
veel (multipolair))
- Verbindingen (divergent 1
op veel), convergent (meer op 1)
Verbindingen via synapsen
- Pre-synaptische cel
- Neurotransmitter
- Receptor
- Post-synaptische cel
Veel geneesmiddelen en drugs werken op basis van neurotransmitters / synapsen.
Neuronale modaliteit:
Richting:
- Afferent naar neuron toe
- Efferent van neuron af
Anatomische verdeling:
- Visceraal gebieden afkomstig van embryonale kiewboog
- Somatisch de rest, o.a. huid & spieren
Glia
- Nog weinig over bekend
Gliacellen kunnen delen, hersentumoren ontstaan dus ook uit dit weefsel.
Controle interne milieu, diverse types & functies
Centraal:
- Oligodendrocyten ( myelineschede)
- Astrocyten (o.a. bloed-hersenbarrière)
- Microglia (o.a. fagocytose, litteken vorming)
- Ependymcellen (o.a. liquor productie)
Perifeer:
- Satelliet cellen
- Schwann cellen ( myelineschede)
HC Membraanpotentiaal
Communicatie tussen neuronen
Informatie komt vooral binnen op de dendrieten. Actiepotentiaal reist naar het einde van de axonen
& geeft het neurotransmitters af.
Ionen kunnen niet door een membraan.
Hier zijn transporters voor nodig, of ionkanalen
, Belangrijk: Na-K pomp
3 Na+ eruit, 2 K+ erin
K kanalen staan in rust vaak open, hierbij gaat K+ naar buiten toe.
Diffusie verspreiding, gaat van plek waar veel is naar plek waar weinig is
Rustmembraanpotentiaal verschil in lading tussen binnenkant & buitenkant cel in rust.
K+ eruit? Membraanpotentiaal wordt negatief.
In onze cellen is de membraanpotentiaal hierdoor negatief.
Depolarisatie de membraanpotentiaal wordt positiever
Hyperpolarisatie de membraanpotentiaal wordt negatiever
Na+-kanalen open? Depolarisatie
Actiepotentiaal kortdurend alles of niets principe.
Eerst Na+ kanalen open depolarisatie
Vervolgens K+ kanalen open repolarisatie
Twee soorten krachten:
1. Chemische diffusie van hoge naar lage concentratie
2. Elektrische + wordt aangetrokken door –
Kathionen positief geladen ionen
Anionen negatief geladen ionen
Als kalium van links naar rechts gaat wordt het linkercompartiment negatief geladen t.o.v. rechts,
waardoor Kalium al snel zal stoppen met naar rechts gaan.
Chemische kracht vs. Elektrische kracht
Bij welk potentiaal is de netto stroom 0?
Evenwichtspotentiaal:
RT [ X ]o
Ex= ln
zF [ X}i
R gas constante
T temperatuur
Z lading
F faraday constante
[X] concentratie (i inside, o outside)
Anders schrijven:
61,5 mV [X]o
Ex= log
z [ X]i
Ek is de evenwichtspotentiaal voor K+. Bij deze potentiaal is de netto K+ stroom 0.
(rond de -90mV), vaak negatiever dan rustpotentiaal.
Evenwichtpotentiaal Na+ rond de +60mV
Goldman vergelijking
P permeabiliteit
Membraanpotentiaal ligt altijd tussen Ek & Ena
Prikkelbare cellen vuren actiepotentialen
Eigenschappen Na & K-kanalen:
Na & K-kanalen zijn spanningsafhankelijk, ze activeren (openen) bij depolarisatie, deactiveren
(sluiten) bij repolarisatie
Na-kanalen kunnen sneller openen dan K-kanalen
Als Na-kanalen een tijdje open hebben gestaan, dan sluiten ze vanzelf: Na kanalen worden snel
na het openen geïnactiveerd.
Actiepotentiaal door openen en sluiten van Na & K kanalen.