Inhoudsopgave
6.1 Inleiding..................................................................................................................... 1
6.2 Verschillende omstandigheden.................................................................................1
Opmerkingen simultane tweetaligheid............................................................................6
Opmerkingen successieve tweetaligheid.........................................................................7
Het sociaal-opvoedkundig model van Gardner.............................................................8
De sociaal-psychologische theorie van Lambert (Baker, 1993, p.94) p. 118-119.........8
Het monitor model van Krashen...................................................................................9
DAT – CAT........................................................................................................................ 9
Belangrijke aspecten..................................................................................................... 10
Goede tweetalige ontwikkeling......................................................................................11
Voorwaarden tot succes (Blumenthal, 2011).................................................................11
6.4.2 Tips voor taalaanbod en interactie....................................................................12
H6: twee-en meertaligheid
6.1 INLEIDING
Meertaligheid maakt deel uit van onze samenleving.
Basisdefinities
o Kinderen die in het dagelijkse leven afwisselend meer dan één taal
gebruiken, zijn meertalig.
o Tweetalig is wie zich regelmatig en met gemak van twee talen kan
bedienen in alle regelmatig voorkomende communicatieve situaties.
‘Kinderen met twee talen: een kennismaking’
6.2 VERSCHILLENDE OMSTANDIGHEDEN
Filmpje
o De een is simultaan.
Men begint op hetzelfde moment met het leren van de twee
(of meer) talen, vanaf de geboorte worden de twee talen
aangeboden.
Bv. mama spreekt vanaf de geboorte Frans tegen het kind en
de papa Nederlands.
1
, o De ander is successief.
Het kind start pas met het verwerven van een tweede taal
wanneer het al een aantal fasen binnen zijn eerste
taalverwerving achter de rug heeft.
Kind wordt thuis in een taal opgevoed, en gaat naar school in
een andere taal en leert daar dus die taal.
Bv. kind spreekt thuis Frans en gaat vanaf zijn derde
verjaardag naar een Nederlandstalige school; dit kind heeft al
de voortalige en vroegtalige periode achter de rug als het
start met het verwerven van de tweede taal.
o Waar mogelijk moeten de twee talen voldoende gescheiden zijn van
elkaar. Het kind moet weten dat de taal gebonden is aan een
persoon, plaats of situatie.
Bv. bij mama in het Engels en bij papa is het Nederlands.
Of bijvoorbeeld aan tafel Engels spreken en anders
Nederlands.
De twee talen moeten even veel aan bod komen. Het kind
moet een kwalitatief en kwantitatief aanbod krijgen van elke
taal. Het kind moet de taal horen, maar ook zelf gebruiken.
Kinderen verwerven meerdere talen in zeer verschillende omstandigheden en op
uiteenlopende manieren. We geven hieronder twee voorbeelden.
Thomas (12 jaar)
o Amerikaanse papa (Engels)
o Vlaamse mama (Nederlands)
o Woont sinds geboorte in Vlaanderen en gaat naar Nederlandstalige
school.
o Leest Nederlandstalige en Engelstalige boeken, kijkt naar
Nederlandstalige en Engelstalige Tv-programma's. Gaat regelmatig
op vakantie naar Amerika.
Thomas krijgt een behoorlijk evenwichtige tweetalige
opvoeding en beheerst beide talen goed.
Said (10 jaar)
o Spreekt voornamelijk Arabisch met papa, soms ook Frans.
o Spreekt voornamelijk Arabisch met mama, soms ook Berber.
2