Samenvatting Fysiologische Regulatiesystemen
Les 1: algemene introductie
Leerdoelen Kennis & Begrip Na het uitvoeren van de studietaken moet je in staat zijn om:
• De anatomische oriëntatietermen en oriëntatievlakken te kennen
• De lichaamsvliezen en lichaamsholten te benoemen
• Homeostase en de relatie met het goed functioneren van een organisme toe te lichten
• Het begrip negatieve feedback aan de hand van een voorbeeld uit te leggen, alsook het begrip
antagonistische werking
• Het begrip positieve feedback aan de hand van een voorbeeld uit te leggen
• Uit te leggen waarom positieve feedback niet bijdraagt aan homeostase
• Uit te leggen dat homeostase behouden kan worden door lokale en lange afstand regulatie
• De onderdelen te kunnen beschrijven van een lokale en reflexcontrole - route
• De bescherming van de hersenen op microscopisch niveau kunnen beschrijven.
• Afhankelijk van de locatie in het weefsel/lichaam, het type intercellulaire
verbindingen/ionkanalen/ionpompen kunnen beschrijven
• Verschillende manieren van transport over epitheel te benoemen en uit te leggen De polaire
organisatie van een epitheelcel te herkennen
• Kunnen uitleggen wat de ziekte meningitis is, en hoe de diagnostiek hiervan wordt gedaan.
• De term hersenventrikel uit te leggen, de verschillende ventrikels te benoemen en de ligging van de
ventrikels in de hersenen aan te geven
Le milieu intérieur:
- Het constant houden van het interne milieu is de voorwaarde voor een vrij en
onafhankelijk leven.
- Interne milieu: extracellulaire vloeistof bv. Bloed
- Extern milieu: dat wat je omgeeft (de omgeving)
- Handhaving door homeostase
Belang van homeostase:
- Het handhaven van het interne milieu
van een organisme op een steady en
gebalanceerd niveau.
- Doel: creëren van optimale condities
voor het organisme en de cellen.
,Homeostase ≠ evenwicht!
- Een evenwicht kost geen energie
- Handhaven bv temperatuur kost energie door acties van het lichaam
- Homeostatische reflexen gecontroleerd door negatieve feedback
Positieve vs. Negatieve feedback:
Positieve feedback draagt niet bij aan homeostase,
omdat het geen evenwicht geeft. Het geeft extra
veel van een bepaalde response/stofje.
2
,Homeostase – korte vs. lange termijn:
Voorbeelden:
1. Kniepeesreflex
2. Secretie oxytocine door zuigen aan tepel
3. Secretie insuline door signaal uit hersenen
4. Secretie GHRH / groeihormoon
5. Secretie CRH / ACTH / cortisol
6. Secretie insuline door toename glucose concentratie in bloed
Fysiologische regulatiesystemen:
- Doel: handhaven homeostasis
I. Korte termijn regulatie (neuronaal)
II. Lange termijn regulatie (hormonaal)
Anatomische positie:
- Anatomische positie: rechtop, handpalm naar voren, duim naar buiten
- Axiale deel: delen van lichaam rond lichaams-as gelegen (hoofd, hals, romp)
- Appendiculaire deel: de ‘aanhangsels’ van het lichaam (armen, benen)
3
, Oriëntatie termen:
- Mediaal: aan de binnenzijde, naar de middellijn toe
- Lateraal: aan de buitenzijde, van de middellijn af
- Ventraal: aan de buikzijde
- Dorsaal: aan de rugzijde
- Craniaal: aan de schedelzijde
- Caudaal: aan de ‘’staartzijde’’
Oriëntatie brein:
4
Les 1: algemene introductie
Leerdoelen Kennis & Begrip Na het uitvoeren van de studietaken moet je in staat zijn om:
• De anatomische oriëntatietermen en oriëntatievlakken te kennen
• De lichaamsvliezen en lichaamsholten te benoemen
• Homeostase en de relatie met het goed functioneren van een organisme toe te lichten
• Het begrip negatieve feedback aan de hand van een voorbeeld uit te leggen, alsook het begrip
antagonistische werking
• Het begrip positieve feedback aan de hand van een voorbeeld uit te leggen
• Uit te leggen waarom positieve feedback niet bijdraagt aan homeostase
• Uit te leggen dat homeostase behouden kan worden door lokale en lange afstand regulatie
• De onderdelen te kunnen beschrijven van een lokale en reflexcontrole - route
• De bescherming van de hersenen op microscopisch niveau kunnen beschrijven.
• Afhankelijk van de locatie in het weefsel/lichaam, het type intercellulaire
verbindingen/ionkanalen/ionpompen kunnen beschrijven
• Verschillende manieren van transport over epitheel te benoemen en uit te leggen De polaire
organisatie van een epitheelcel te herkennen
• Kunnen uitleggen wat de ziekte meningitis is, en hoe de diagnostiek hiervan wordt gedaan.
• De term hersenventrikel uit te leggen, de verschillende ventrikels te benoemen en de ligging van de
ventrikels in de hersenen aan te geven
Le milieu intérieur:
- Het constant houden van het interne milieu is de voorwaarde voor een vrij en
onafhankelijk leven.
- Interne milieu: extracellulaire vloeistof bv. Bloed
- Extern milieu: dat wat je omgeeft (de omgeving)
- Handhaving door homeostase
Belang van homeostase:
- Het handhaven van het interne milieu
van een organisme op een steady en
gebalanceerd niveau.
- Doel: creëren van optimale condities
voor het organisme en de cellen.
,Homeostase ≠ evenwicht!
- Een evenwicht kost geen energie
- Handhaven bv temperatuur kost energie door acties van het lichaam
- Homeostatische reflexen gecontroleerd door negatieve feedback
Positieve vs. Negatieve feedback:
Positieve feedback draagt niet bij aan homeostase,
omdat het geen evenwicht geeft. Het geeft extra
veel van een bepaalde response/stofje.
2
,Homeostase – korte vs. lange termijn:
Voorbeelden:
1. Kniepeesreflex
2. Secretie oxytocine door zuigen aan tepel
3. Secretie insuline door signaal uit hersenen
4. Secretie GHRH / groeihormoon
5. Secretie CRH / ACTH / cortisol
6. Secretie insuline door toename glucose concentratie in bloed
Fysiologische regulatiesystemen:
- Doel: handhaven homeostasis
I. Korte termijn regulatie (neuronaal)
II. Lange termijn regulatie (hormonaal)
Anatomische positie:
- Anatomische positie: rechtop, handpalm naar voren, duim naar buiten
- Axiale deel: delen van lichaam rond lichaams-as gelegen (hoofd, hals, romp)
- Appendiculaire deel: de ‘aanhangsels’ van het lichaam (armen, benen)
3
, Oriëntatie termen:
- Mediaal: aan de binnenzijde, naar de middellijn toe
- Lateraal: aan de buitenzijde, van de middellijn af
- Ventraal: aan de buikzijde
- Dorsaal: aan de rugzijde
- Craniaal: aan de schedelzijde
- Caudaal: aan de ‘’staartzijde’’
Oriëntatie brein:
4