1.inleiding
Bedrijf = organisatie die inputs (productiefactoren) omzet in outputs (productie)
deze omzettingsprocedure = productieproces
productiefunctie
= hoe een onderneming een gegeven productie tot stand brengt door het inzetten van
inputs, rekening houdend met de technische mogelijkheid
in dit hoofdstuk: neo-klassieke benadering → Mensen (consumenten en
bedrijven) nemen beslissingen op een rationele manier: ze streven naar
maximale tevredenheid (nut) of maximale winst.
hierdoor laten we problemen onbehandeld
toch leidt dit tot nuttige inzichten over het ondernemingsgedrag, bv. optimale inzet middelen,
onderscheid LT-KT,... => belangrijk voor alle bedrijfstypes
maar: theorie zegt weinig over motivatie, juridische structuur,...
onderneming moet beslissen welke producten hij wil aanbieden en hoeveel van elke product
met welke inzet productiefactoren?
los van de marktsituatie (zie hoofdstuk 5)
keuze tussen kapitaal en arbeid (bepaald door relatieve prijs)
arbeidsintensief of kapitaalintensief
→ productiekosten kunnen hard verschillen
kostenoverwegingen
doelstelling: gegeven productieniveau tegen de laagst mogelijke kosten
noodzakelijke maar geen voldoenden voorwaarde om grootst mogelijke winst te realiseren
korte vs. lange termijn: niet te meten in tijdseenheden → conceptueel verschil
LT: stelt producent in staat om alle productiefactoren optimaal aan te passen
KT: kapitaalvoorraad is constant
vaste vs. variabele inputs:
vaste input: Kan in de korte termijn niet aangepast worden, bv. fabrieksgebouw, machines,..
variabele input: Kan in de korte termijn wel aangepast worden, bv. arbeid, grondstroffen,...
Kernvraag: Waarom zijn er bedrijven?
2. Bedrijven en de organisatie van de productie
2.1 voordelen vd organisatie van productie in bedrijven
Economische theorie van de onderneming als organisatievorm
,Organisatievorm die inputs zoals kapitaal en arbeid intern coördineert om output te
realiseren noemen we een “bedrijf”
vb: Engie heeft eigen elektriciteitscentrales en verkoopt ook zelf elektriciteit aan klanten
Alternatieve organisatievorm is de “markt”: inputs uit de markt aankopen en gecombineerd
een output realiseren
alle nodige activiteiten die binnen een bedrijf gebeuren kan je ook laten uitvoeren via de
markt
vb: filmregisseur huurt acteurs en cameramensen
Hybride organisatievormen maken gebruik van “bedrijf” en “markt”
vb: VRT heeft “in-huis” producties en aangekochte producties bij externe productiehuizen
factoren die zorgen dat productie via organisatie in bedrijven efficiënter verloopt dan
wanneer de coördinatie en organisatie via de markt verloopt:
“make or buy?”
- Transactiekosten: organisatie via de markt kan leiden tot hogere transactiekosten
bv. zoekkosten, contractuele kosten, monitorkosten,…
- Schaalvoordelen: het produceren op grotere schaal heeft voordelen en leidt in veel
gevallen tot lagere kosten
bv. gedeelde vaste kosten bij productieproces
- Diversificatie- of “gamma”-voordelen: het is goedkoper het aanbod van meerdere
producten of diensten binnen 1 bedrijf te organiseren
bv. one-stop shopping (warenhuizen)
- Specialisatie en teamwerk: vooral bij grote bedrijven, elke werknemer heeft een
specialisatie, maar er ontstaat toch synergie (= de gezamenlijke uitkomst van
samenwerking groter is dan de optelsom van wat afzonderlijke partijen of onderdelen
alleen kunnen bereiken)
bv. complementaire activiteiten
2.2 Doelstellingen en beperkingen van bedrijven
Economische winst: productieopbrengsten - opportuniteitskosten van ingezette
productiefactoren
Beperkingen:
- technologische mogelijkheden: de beschikbare technologie bepaalt de maximale
productie die met gegeven inputs kan worden gerealiseerd
- informatiekosten: om juiste beslissingen te nemen moet men over de nodige
informatie beschikken
bijkomende info verkrijgen is duur
- marktomstandigheden: ze bepalen de prijzen en marketinginspanningen,
determineren omzet, econ. winst en marktaandeel van bedrijf
Technische efficiëntie: maximale output met beschikbare middelen realiseren
Economische efficiëntie: gegeven productie realiseren tegen laagst mogelijke kost
, 2.3 Bedrijfsvormen
in principe: top van bedrijf kan acties opleggen aan ondergeschikten
→ werkt soms (bv. leger)
→ meestal weinig gunstige resultaten
reden: imperfecte informatie: iemand die hoger staat in bedrijfshiërarchie kan opdrachten
geven aan medewerkers, maar wat is de garantie dat ze de opdrachten op de meest
efficiënte manier uitvoeren
Soms is de omschrijving, inschatting van de kost van een activiteit
- makkelijk meetbaar, bv; werken aan lopende band
- moeilijk meetbaar of verifieerbaar, bv; verzekeringsmaatschappij → niet
perfect in te schatten welke inspanning een vertegenwoordiger moet
leveren om nieuwe polissen aan te brengen
“Principaal-Agent” probleem:
opdrachtgever (de principaal) laat opdracht uitvoeren, maar heeft geen garantie dat de
uitvoerder (de agent) dit (efficiënt) zal doen
opdrachtgever heeft informatieprobleem
bv.: “working or shirking”
→ Working = de agent werkt hard, zet zich volledig in en levert kwaliteit.
→ Shirking = de agent doet alsof hij werkt, maar zet minder inspanning in, werkt
traag, ontwijkt verantwoordelijkheid of levert minder kwaliteit aan omdat hij
denkt dat niemand het merkt.
Juiste, congruente, gealigneerde “incentives”/ motivatiesystemen kunnen oplossing bieden:
3 soorten systemen
- aandeelhouderschap: bedrijf maakt managers mede-eigenaars → zodat ze
voordeel hebben bij doelstellingen van bedrijf na te streven
- beloningssysteem (“bonus/malus”): men maakt vergoedingen voor de prestaties van
managers of werknemers afhankelijk van de prestaties in meetbare objectieven, bv.
de winst
- lange-termijn contracten: verbinden lot van managers met het succes van het bedrijf
=> deze verschillende manieren leiden tot verschillende types van bedrijven
“Instituties” spelen een belangrijke rol:
- markten vs. bedrijven (Coase, Williamson, …)
- publiek vs. privaat (Ostrom)
- monopolie vs. concurrentie (Stigler)
3. Productie en kosten: enkele inleidende begrippen
3.1 De productiefunctie en technologische vooruitgang
de productiefunctie = maximaal realiseerbare output per tijdseenheid voor verschillende
combinaties van tal van inputs
beschrijft technische mogelijkheden voor de producent om “output” te realiseren:
- “veiligheid” door politie en infrastructuur
- “ambiance” via discotheek, drank en DJ
- …