DEEL 3: Deel III: Criminologische theorieën (colleges 10-13)
Inleiding in de criminologie 22/11/21
Ontwikkeling van criminologie in Europa: klassieke paradigma & positivisme
Inleiding: paradigmatische verhaallijn
Auguste Comte: je kan geen wetenschap begrijpen als je de geschiedenis ervan niet kent
Ontwikkeling van criminologie begint bij twee Italianen (geen chauvinisme…) (verschillend)
Cesare Beccaria (verlichte filosoof)
- Dei Delitti e delle Pene (1764): vestigde hoofdprincipes van moderne strafrecht
Publiceerde annoniem uit schrik voor reacties
Toen redelijk revolutionair (veel aristocratische families), nu algemeen aanvaard
- Samen met Bentham de fundamenten van het “klassieke paradigma” in criminologie
Paradigma ’80 20ste eeuw neo-klassieke paradigma
Cesare Lombroso (psychiater, arts, onderzoek in gevangenis)
- L’uomo delinquente (1876): grondlegger criminologische “positivistische paradigma”
(“Lombrosiaanse project”) en Italiaanse of antropologische (mens/biologisch) school
- Echte grondlegger van criminologie als zelfstandige wetenschappelijke discipline
Positivisme in de criminologie
Sinds Lombroso is zoektocht oorzaken criminaliteit centraal thema geworden (“positivisme”)
- Lombroso’s/biologische verklaring vervangen: psychologische/sociologische factoren
Door ontwikkeling van genetica kreeg deze verklaring weer aandacht.
- Toepassing NW-methodes, focus op dader, determinisme/probabilisme (vrije wil)
Determinisme later vervangen door probabilisme, soms verhoogde kans op plegen.
Etiologische vraag (oorzakenleer) Waarom plegen bepaalde mensen criminaliteit?
- Aandacht gewone misdrijven bv. moord, massamisdrijven (kwantitatief onderzoek)
Erkennen niet dat criminaliteit het resultaat is van maatschappelijke constructie.
Willen afhankelijke variabele zo gelijk mogelijk aan variabele van de NW.
- Vooruitstrevende beleidsintenties, willen bijdragen leveren aan criminaliteitsbeleid
- Positivisten tegen normatieve theorieën (niet wetenschappelijk)
Vandaag zijn er nog steeds neo- (of post-)positivistische criminologen: Hypothetisch-deductieve
benadering, experimentele methode in evaluaties, kwantitatieve benadering
Naast Lombrosiaanse steeds ook gouvernementele project (pragmatischer)
Positivisten doen eerder fundamenteel onderzoek.
Drie uitdagingen sinds jaren ’60 (volgende lessen)
Kritische paradigmata
- Labelingtheorie
- Conflict, radicale of kritische criminologie ’70
- Feministische criminologie
Neoklassieke paradigma
- Opportuniteitstheorieën (meerdere varianten)
- CTPED, omgevingscriminologie
- Just deserts
- Deterrence
Ook herontdekking normatieve theorie: Wat zou moeten zijn
1
, Types van criminologische theorieën
Classificatie kunnen hanteren en toepassen:
Etiologische theorieën (Henry and Milovanovic, 1996):
Kijken of de theorieën de vrije wil van de individuen erkennen: ja = actief nee = passief
Individueel/psychologisch/biologisch Sociaal gedrag
Passief-subject individueel georiënteerde Passief-subject social
Passieve subjecten
theorieën georiënteerde theorieën
Determinisme/probabilisme
(PS-IO-T) (PS-SO-T)
Actief-subject individueel georiënteerde
Active-subject social
Actieve subjecten theorieën
georiënteerde theorieën
Vrij kunnen beslissen (AS-IO-T)
(AS-SO-T)
Criminologie van politiek activisme (Politically Activist, PA)
Wereld willen begrijpen/verklaren/verbeteren kritische criminologie ’70 (militant)
Sommige aanhangers van kritische criminologie paste zich aan aan het politiek activisme (-)
Niet-etiologische theorieën
Algemeen sociale theorieën (General Social Theory, GST)
Grootschalige maatschappelijke ontwikkelingen bv. impact van moderniteit op criminologie
Postmodernistische theorieën
Vanuit constructivistische perspectief, denken dat er geen algemene waarheden bestaan
Normatieve theorieën (NT)
Criminaliteit is noodzakelijk (wat verkeerd is) en normatief concept
Klassieke paradigma: Beccaria
Cesare Beccaria en zijn Dei Delitti e delle Pene (1764)
Grondslag van klassieke denken + fundament van strafrecht
‘Recht tot straffen’ gerechtvaardigd door verdragstheorie (sociaal contract)
In 18de eeuw ontwikkeld door verlichte filosofen bv. Thomas Hobbs
Mensen geven vrijwillig deel van vrijheden af aan soeverein in ruil voor bescherming.
Achterliggende assumpties
- Utilitarisme: geluk willen maximaliseren
- Rationalisme: mensen als rationeel handelend wezen (vrije wil)
- Hedonisme: op zoek naar geluk
Principes
1. Legaliteitsbeginsel: nullum crimen, nulla poena sine lege
Daad moet gekoppeld worden aan straf.
Niet spreken van misdaad als het niet in strafwet verwoord is of er geen straf is.
Wetten toegankelijk voor het volk publiceren + begrijpelijk
Geen interpretatievrijheid, zelfde straf toepassen
2. Proportionaliteitsbeginsel: straf proportioneel aan ernst misdrijf
Beccaria is tegen doodstraf, te zware straffen = contraproductief
Zwaarte straf is niet het belangrijkste, straffen moeten snel/zeker na misdaad.
2
, Ideale straf is vrijheidsstraf (hoogste goed, snel en gemakkelijk in verhouding)
3. Gelijkheidsbeginsel: zelfde straffen voor iedereen
Vroeger was dit revolutionair, aristocraten en priesters ++
4. Publiciteitsbeginsel: openbare terechtzitting en bewijsvoering
Afschaffing geheime procedures
5. Personaliteitsbeginsel: straf enkel gevolgen voor dader
Enkel de dader is verantwoordelijk, familie van dader niet benadelen.
6. Subsidiariteitsbeginsel: voorkeur voor minimale straffen met toch effect
Preventieve redenen om straffen te rechtvaardigen
Preventie als hoofddoel door afschrikking
Voorkomen (preventie) is beter dan genezen (straffen)
- Zorg voor duidelijke wetten
- Zorg ervoor dat wetgeving geen (sociale) klassen bevoordeelt/democratische wet
- Zorg ervoor dat burgers wet vrezen (en geen angst meer hebben voor elkaar)
- Ga onwetendheid tegen: meer kennis betekent minder slachtofferschap
- Zorg voor bekwame en eerlijke magistraten (voldoende in aantal)
- Beloon goed gedrag (goede salaris niet laten omkopen)
- Zorg voor vorming/opleiding van burgers
Evaluatie
Zijn ideeën waren toen echt revolutionair
Vele principes nog steeds terug te vinden in ons strafwetboek
- Legaliteitsbeginsel
- Persoonlijke verantwoordelijkheid en vrije wil
- Daadgerichtheid: band tussen ernst van delict en zwaarte van straf
- Nadruk op afschrikking en vergelding
- Nadruk op rechten van verdachten
Maar ook invloed van “nieuwe richting” (Lombroso via Ferri, von Liszt, en Prins)
- Naast daad- ook daderkenmerken: verzachtende en verzwarende omstandigheden
- Extra strafdoelen: naast afschrikking ook rehabilitatie, re-integratie en uitschakeling
Beccaria deed geen empirisch onderzoek, meer bezig met normatieve theorieën.
- Daarom: Niet echte grondlegger van moderne criminologie
Klassieke paradigma: Jeremy Bentham
Leerling van Beccaria, gelijkaardige ideeën
Vertegenwoordiger utilitarisme
Nadruk op gevangenis voor afschrikkingseffect
Vond ‘panopticonmodel’ uit voor o.a. gevangenissen (ronde gevangenis bewaker heeft beter zicht
gevangenen waren gedwongen zich goede te gedragen)
Verandering strafrecht: lichamelijke straffen moderne strafrecht met gevangenisstraf
Het ontstaan van het positivisme in de criminologie: Italiaanse school
Cesare Lombroso
Grondlegger van criminologische (biologische) positivisme maar ook van zog. (bio)-antropologische of
Italiaanse school (samen met Ferri en Garofalo)
- Meer specifiek theorie van ‘geboren misdadiger’ (atavismen/primitieve mensen)
3
Inleiding in de criminologie 22/11/21
Ontwikkeling van criminologie in Europa: klassieke paradigma & positivisme
Inleiding: paradigmatische verhaallijn
Auguste Comte: je kan geen wetenschap begrijpen als je de geschiedenis ervan niet kent
Ontwikkeling van criminologie begint bij twee Italianen (geen chauvinisme…) (verschillend)
Cesare Beccaria (verlichte filosoof)
- Dei Delitti e delle Pene (1764): vestigde hoofdprincipes van moderne strafrecht
Publiceerde annoniem uit schrik voor reacties
Toen redelijk revolutionair (veel aristocratische families), nu algemeen aanvaard
- Samen met Bentham de fundamenten van het “klassieke paradigma” in criminologie
Paradigma ’80 20ste eeuw neo-klassieke paradigma
Cesare Lombroso (psychiater, arts, onderzoek in gevangenis)
- L’uomo delinquente (1876): grondlegger criminologische “positivistische paradigma”
(“Lombrosiaanse project”) en Italiaanse of antropologische (mens/biologisch) school
- Echte grondlegger van criminologie als zelfstandige wetenschappelijke discipline
Positivisme in de criminologie
Sinds Lombroso is zoektocht oorzaken criminaliteit centraal thema geworden (“positivisme”)
- Lombroso’s/biologische verklaring vervangen: psychologische/sociologische factoren
Door ontwikkeling van genetica kreeg deze verklaring weer aandacht.
- Toepassing NW-methodes, focus op dader, determinisme/probabilisme (vrije wil)
Determinisme later vervangen door probabilisme, soms verhoogde kans op plegen.
Etiologische vraag (oorzakenleer) Waarom plegen bepaalde mensen criminaliteit?
- Aandacht gewone misdrijven bv. moord, massamisdrijven (kwantitatief onderzoek)
Erkennen niet dat criminaliteit het resultaat is van maatschappelijke constructie.
Willen afhankelijke variabele zo gelijk mogelijk aan variabele van de NW.
- Vooruitstrevende beleidsintenties, willen bijdragen leveren aan criminaliteitsbeleid
- Positivisten tegen normatieve theorieën (niet wetenschappelijk)
Vandaag zijn er nog steeds neo- (of post-)positivistische criminologen: Hypothetisch-deductieve
benadering, experimentele methode in evaluaties, kwantitatieve benadering
Naast Lombrosiaanse steeds ook gouvernementele project (pragmatischer)
Positivisten doen eerder fundamenteel onderzoek.
Drie uitdagingen sinds jaren ’60 (volgende lessen)
Kritische paradigmata
- Labelingtheorie
- Conflict, radicale of kritische criminologie ’70
- Feministische criminologie
Neoklassieke paradigma
- Opportuniteitstheorieën (meerdere varianten)
- CTPED, omgevingscriminologie
- Just deserts
- Deterrence
Ook herontdekking normatieve theorie: Wat zou moeten zijn
1
, Types van criminologische theorieën
Classificatie kunnen hanteren en toepassen:
Etiologische theorieën (Henry and Milovanovic, 1996):
Kijken of de theorieën de vrije wil van de individuen erkennen: ja = actief nee = passief
Individueel/psychologisch/biologisch Sociaal gedrag
Passief-subject individueel georiënteerde Passief-subject social
Passieve subjecten
theorieën georiënteerde theorieën
Determinisme/probabilisme
(PS-IO-T) (PS-SO-T)
Actief-subject individueel georiënteerde
Active-subject social
Actieve subjecten theorieën
georiënteerde theorieën
Vrij kunnen beslissen (AS-IO-T)
(AS-SO-T)
Criminologie van politiek activisme (Politically Activist, PA)
Wereld willen begrijpen/verklaren/verbeteren kritische criminologie ’70 (militant)
Sommige aanhangers van kritische criminologie paste zich aan aan het politiek activisme (-)
Niet-etiologische theorieën
Algemeen sociale theorieën (General Social Theory, GST)
Grootschalige maatschappelijke ontwikkelingen bv. impact van moderniteit op criminologie
Postmodernistische theorieën
Vanuit constructivistische perspectief, denken dat er geen algemene waarheden bestaan
Normatieve theorieën (NT)
Criminaliteit is noodzakelijk (wat verkeerd is) en normatief concept
Klassieke paradigma: Beccaria
Cesare Beccaria en zijn Dei Delitti e delle Pene (1764)
Grondslag van klassieke denken + fundament van strafrecht
‘Recht tot straffen’ gerechtvaardigd door verdragstheorie (sociaal contract)
In 18de eeuw ontwikkeld door verlichte filosofen bv. Thomas Hobbs
Mensen geven vrijwillig deel van vrijheden af aan soeverein in ruil voor bescherming.
Achterliggende assumpties
- Utilitarisme: geluk willen maximaliseren
- Rationalisme: mensen als rationeel handelend wezen (vrije wil)
- Hedonisme: op zoek naar geluk
Principes
1. Legaliteitsbeginsel: nullum crimen, nulla poena sine lege
Daad moet gekoppeld worden aan straf.
Niet spreken van misdaad als het niet in strafwet verwoord is of er geen straf is.
Wetten toegankelijk voor het volk publiceren + begrijpelijk
Geen interpretatievrijheid, zelfde straf toepassen
2. Proportionaliteitsbeginsel: straf proportioneel aan ernst misdrijf
Beccaria is tegen doodstraf, te zware straffen = contraproductief
Zwaarte straf is niet het belangrijkste, straffen moeten snel/zeker na misdaad.
2
, Ideale straf is vrijheidsstraf (hoogste goed, snel en gemakkelijk in verhouding)
3. Gelijkheidsbeginsel: zelfde straffen voor iedereen
Vroeger was dit revolutionair, aristocraten en priesters ++
4. Publiciteitsbeginsel: openbare terechtzitting en bewijsvoering
Afschaffing geheime procedures
5. Personaliteitsbeginsel: straf enkel gevolgen voor dader
Enkel de dader is verantwoordelijk, familie van dader niet benadelen.
6. Subsidiariteitsbeginsel: voorkeur voor minimale straffen met toch effect
Preventieve redenen om straffen te rechtvaardigen
Preventie als hoofddoel door afschrikking
Voorkomen (preventie) is beter dan genezen (straffen)
- Zorg voor duidelijke wetten
- Zorg ervoor dat wetgeving geen (sociale) klassen bevoordeelt/democratische wet
- Zorg ervoor dat burgers wet vrezen (en geen angst meer hebben voor elkaar)
- Ga onwetendheid tegen: meer kennis betekent minder slachtofferschap
- Zorg voor bekwame en eerlijke magistraten (voldoende in aantal)
- Beloon goed gedrag (goede salaris niet laten omkopen)
- Zorg voor vorming/opleiding van burgers
Evaluatie
Zijn ideeën waren toen echt revolutionair
Vele principes nog steeds terug te vinden in ons strafwetboek
- Legaliteitsbeginsel
- Persoonlijke verantwoordelijkheid en vrije wil
- Daadgerichtheid: band tussen ernst van delict en zwaarte van straf
- Nadruk op afschrikking en vergelding
- Nadruk op rechten van verdachten
Maar ook invloed van “nieuwe richting” (Lombroso via Ferri, von Liszt, en Prins)
- Naast daad- ook daderkenmerken: verzachtende en verzwarende omstandigheden
- Extra strafdoelen: naast afschrikking ook rehabilitatie, re-integratie en uitschakeling
Beccaria deed geen empirisch onderzoek, meer bezig met normatieve theorieën.
- Daarom: Niet echte grondlegger van moderne criminologie
Klassieke paradigma: Jeremy Bentham
Leerling van Beccaria, gelijkaardige ideeën
Vertegenwoordiger utilitarisme
Nadruk op gevangenis voor afschrikkingseffect
Vond ‘panopticonmodel’ uit voor o.a. gevangenissen (ronde gevangenis bewaker heeft beter zicht
gevangenen waren gedwongen zich goede te gedragen)
Verandering strafrecht: lichamelijke straffen moderne strafrecht met gevangenisstraf
Het ontstaan van het positivisme in de criminologie: Italiaanse school
Cesare Lombroso
Grondlegger van criminologische (biologische) positivisme maar ook van zog. (bio)-antropologische of
Italiaanse school (samen met Ferri en Garofalo)
- Meer specifiek theorie van ‘geboren misdadiger’ (atavismen/primitieve mensen)
3