73
HOOFDSTUK 3: RUND
HERKOMST EN GEBRUIK VAN HET RUND
▪ Gematigde gebieden (Bos taurus) en tropische gebieden (Bos indicus)
o Economisch de belangrijkste huisdieren
o Orde: Artiodactyla (eenhoevige) Suborde: Ruminantia (herkauwers)
o Stammen af van Bos primigenius: het wild oerrund (de oeros)
▪ Domesticatie in Indië, Klein-Azië en Egypte
▪ Vanuit Indië verspreiden → Bos primigenius (langhoornig) een aanzienlijke diversificatie door de
klimaten en beschikbare voedingsmiddelen
▪ Belangrijkste spreidingsbewegingen van runderen in het verleden
o Indië: uit langhoornige runderen de korthoornige runderen: Zebu’s (Bos indicus)
▪ Voorzien van thoraco-cervicale bulten
▪ Verspreiding via klein-Azië → Oostkust in Afrika
▪ Nu ook geïmporteerde Zebu’s in Zuid-Amerika en Golf van Mexico
o Egypte > Centraal-Afrika: Sanga’s (Langhoornige Hamilitische runderen, voorlopers van Ankole runderen (kalf
nog nodig om melk te laten schieten)
o Bos taurus brachyceros (korthoornige): over Noord-Afrika verplaatsen naar
▪ Enerzijds: W-Europa
▪ Anderzijds: Golf van Guinea langs West-Afrikaanse kust
o Zuidoost-Europa: Podolisch steppenvee, verspreid rondom Middellandse zeebekken door Romeinen
o Centraal-Europa: turf- en paalrunderen leefden rond Alpenmeren
▪ Uitbereiding rundveehouderij afhankelijk van verschillende factoren:
o Gebruiksdoel: trekkoe, heilige koe, vechtkoe (Zwitserland bekend om vechtende koeien, geen stieren)
o Vleesvee arbeidsextensief: je moet er bijna geen energie in stoppen
▪ In België is dit intensief: Belgische witblauw staat binnen en wordt bijgevoederd
o Melkveehouderij arbeidsintensief
o Dubbeldoelvee: melk- en vleesproductie: iets mis met melkkoe, kan nog geslacht worden
▪ Vlees-melk type → nadruk op vleesproductie
▪ Melk-vlees type → nadruk op melkproductie
▪ Productiecapaciteit per dier
o Verschilt tussen hoger en lager ontwikkelde landen
o Bepaalt het aantal aanwezige runderen: hoe hoger het door selectie opgedreven productiepeil, hoe relatief
minder dieren moet aangehouden worden om in de gebruiksbehoeften te voorzien (en omgekeerd)
o Hoger ontwikkelde landen: duidelijker polarisatie naar gespecialiseerde rassen met zeer hoge producties
▪ Gespecialiseerd melkvee met lage gespierdheid
▪ Gespecialiseerd vleesvee met extreme dikbillen + lage melkproductie
, 74
HET EXTERIEUR VAN HET RUND
▪ Identificatiesystemen
o Oormerken: nummer en andere praktische gegevens in centraal computerbestand: SANITEL systeem
(identificatiesysteem van België)
o Volledig signalement zelden opgesteld voor runderen
HET SIGNALEMENT (VOLGENS GRHOKAD)
GESLACHT
▪ Os groter dan stier (zeker bij vroege castratie zoals 2 jaar), redenen:
o Groeiplaten zullen minder snel toe gaan door afwezigheid testosteron
o Nadeel: bij castratie gaan sterkte van gewrichten afnemen
▪ Pink: eenjarig rund
▪ Vaars: geslachtsrijp rund (14-15 maanden) dat nog geen of 1 kalf heeft gehad
▪ Shot of munt: jong dier dat 1x gekalfd heeft en niet meer drachtig komt
▪ Koe: meerdere malen gekalfd (drachtduur ongeveer 285 dagen)
Voorbeeld Geslacht
Os
Stier
, 75
Pink
Vaars
Koe
RAS
▪ Meestal zuiver van ras
▪ Kan ook gekruist of rasloos zijn
HOOGTE
▪ Kleine maat → schofthoogte < 115 cm
▪ Grote maat → schofthoogte > 135 cm
OUDERDOM
▪ Gerlachse zoom: tandvleesrand verkleurt van blauw-paars naar roze
o Geboorte (bloedige bloedvatenzoom), na 7 dagen verdwenen
o Dag 1: blauw-paars
o Dag 2: donkerrood
o Dag 3: Rood
o Dag 4: donkerroze
o Dag 5: roze
, 76
▪ Terugtrekking van het tandvlees: tandvlees trekt gedurende 1e
maand terug
o Geboorte: gezwollen tandvlees bedekt snijtanden bijna
volledig
o Dag 9: terugtrekking begint bij Id1 en Id2
o Dag 12: Gedeeltelijk Id3 en volledig bij Id1
o Dag 15: Gedeeltelijk Id4
o Dag 17: Volledig Id2
o Dag 21: Volledig Id3
o Dag 36: Volledig Id4
o 1e maand: zoom van Schwartz (donkerrode band), zal Figuur 103: het stompje v/d navelstreng
later verdwijnen
▪ Stompje navelstreng: snel drogen na geboorte (navelontsteking voorkomen)
o Nat: tot dag 4
o Drogen: dag 4 – 3 weken
o Valt af, litteken geneest en vormt korst: 3 – 5 weken
▪ Klauwen en klauwringen
o Geboorte: foetaal zoolkussen (geen schade aan baarmoeder) weg
na 4dagen
o Klauwringen ontstaan door hoornweefsel dat naar onder opschuift
(groeit intensiever bij vleeskoeien omdat zij intensiever gevoed
worden)
o Leeftijd bepalen adhv afstand 2e klauwring (op 4-5wkn) en
kroonrand Figuur 104: 2de klauwring (zie oranje kader)
▪ Ringen op de hoornen bij vrouwelijke dieren: als ze niet onthoornd zijn!
o Ringen voelen aan onderste binnenzijde van de horens
▪ Leeftijd = aantal ringen + 1 voor melk, +2 voor laatrijpe vleesrassen
o Maar: bij voedseltekort: minder hoorn afgescheiden
o Maar: 1 jaar niet drachtig geweest: afstand tussen ringen verdubbelt (+ 1j)
AANLEG + GROEI VAN HOORNEN
▪ Enkel van toepassing op gehoornde rassen
▪ Leeftijdsbepaling
o Geboorte → haarwervel op plaats waar toekomstige hoorns zullen komen
o 15 dagen → haaruitval op de verdikte opperhuid
o 1 maand → hard beenmassa is voelbaar + is wat verschuifbaar
o 2 maanden → hoornuitsteeksels zijn 1 cm lang + dikwijls nog beweegbaar
o 5-6 maanden → horentjes zijn 4-6 cm lang
TANDEN
▪ Geen boventanden
▪ Geen haaktanden
▪ Snijtanden volledig bedekt met glazuur: geen kroonholte
o Wel witte kroon (licht gewelf), gele hals een wortel met ronde doorsnede
▪ Tanden zitten zeer diep: tot tegen de jukbeenderen
▪ Diastema: plaats om tong naar buiten te trekken
▪ Tandformules
o Melkgebit (totaal: 20 tanden)
▪ Enkel 3 premolaren in de bovenste kaakhelft
▪ Enkel 4 snijtanden in de onderste kaakhelft + 3 premolaren
o Volwassen gebit (totaal: 32 tanden)
▪ 3 premolaren + 3 molaren in de bovenste kaakhelft
▪ 4 snijtanden + 3 premolaren + 3 molaren in de onderste kaakhelft
HOOFDSTUK 3: RUND
HERKOMST EN GEBRUIK VAN HET RUND
▪ Gematigde gebieden (Bos taurus) en tropische gebieden (Bos indicus)
o Economisch de belangrijkste huisdieren
o Orde: Artiodactyla (eenhoevige) Suborde: Ruminantia (herkauwers)
o Stammen af van Bos primigenius: het wild oerrund (de oeros)
▪ Domesticatie in Indië, Klein-Azië en Egypte
▪ Vanuit Indië verspreiden → Bos primigenius (langhoornig) een aanzienlijke diversificatie door de
klimaten en beschikbare voedingsmiddelen
▪ Belangrijkste spreidingsbewegingen van runderen in het verleden
o Indië: uit langhoornige runderen de korthoornige runderen: Zebu’s (Bos indicus)
▪ Voorzien van thoraco-cervicale bulten
▪ Verspreiding via klein-Azië → Oostkust in Afrika
▪ Nu ook geïmporteerde Zebu’s in Zuid-Amerika en Golf van Mexico
o Egypte > Centraal-Afrika: Sanga’s (Langhoornige Hamilitische runderen, voorlopers van Ankole runderen (kalf
nog nodig om melk te laten schieten)
o Bos taurus brachyceros (korthoornige): over Noord-Afrika verplaatsen naar
▪ Enerzijds: W-Europa
▪ Anderzijds: Golf van Guinea langs West-Afrikaanse kust
o Zuidoost-Europa: Podolisch steppenvee, verspreid rondom Middellandse zeebekken door Romeinen
o Centraal-Europa: turf- en paalrunderen leefden rond Alpenmeren
▪ Uitbereiding rundveehouderij afhankelijk van verschillende factoren:
o Gebruiksdoel: trekkoe, heilige koe, vechtkoe (Zwitserland bekend om vechtende koeien, geen stieren)
o Vleesvee arbeidsextensief: je moet er bijna geen energie in stoppen
▪ In België is dit intensief: Belgische witblauw staat binnen en wordt bijgevoederd
o Melkveehouderij arbeidsintensief
o Dubbeldoelvee: melk- en vleesproductie: iets mis met melkkoe, kan nog geslacht worden
▪ Vlees-melk type → nadruk op vleesproductie
▪ Melk-vlees type → nadruk op melkproductie
▪ Productiecapaciteit per dier
o Verschilt tussen hoger en lager ontwikkelde landen
o Bepaalt het aantal aanwezige runderen: hoe hoger het door selectie opgedreven productiepeil, hoe relatief
minder dieren moet aangehouden worden om in de gebruiksbehoeften te voorzien (en omgekeerd)
o Hoger ontwikkelde landen: duidelijker polarisatie naar gespecialiseerde rassen met zeer hoge producties
▪ Gespecialiseerd melkvee met lage gespierdheid
▪ Gespecialiseerd vleesvee met extreme dikbillen + lage melkproductie
, 74
HET EXTERIEUR VAN HET RUND
▪ Identificatiesystemen
o Oormerken: nummer en andere praktische gegevens in centraal computerbestand: SANITEL systeem
(identificatiesysteem van België)
o Volledig signalement zelden opgesteld voor runderen
HET SIGNALEMENT (VOLGENS GRHOKAD)
GESLACHT
▪ Os groter dan stier (zeker bij vroege castratie zoals 2 jaar), redenen:
o Groeiplaten zullen minder snel toe gaan door afwezigheid testosteron
o Nadeel: bij castratie gaan sterkte van gewrichten afnemen
▪ Pink: eenjarig rund
▪ Vaars: geslachtsrijp rund (14-15 maanden) dat nog geen of 1 kalf heeft gehad
▪ Shot of munt: jong dier dat 1x gekalfd heeft en niet meer drachtig komt
▪ Koe: meerdere malen gekalfd (drachtduur ongeveer 285 dagen)
Voorbeeld Geslacht
Os
Stier
, 75
Pink
Vaars
Koe
RAS
▪ Meestal zuiver van ras
▪ Kan ook gekruist of rasloos zijn
HOOGTE
▪ Kleine maat → schofthoogte < 115 cm
▪ Grote maat → schofthoogte > 135 cm
OUDERDOM
▪ Gerlachse zoom: tandvleesrand verkleurt van blauw-paars naar roze
o Geboorte (bloedige bloedvatenzoom), na 7 dagen verdwenen
o Dag 1: blauw-paars
o Dag 2: donkerrood
o Dag 3: Rood
o Dag 4: donkerroze
o Dag 5: roze
, 76
▪ Terugtrekking van het tandvlees: tandvlees trekt gedurende 1e
maand terug
o Geboorte: gezwollen tandvlees bedekt snijtanden bijna
volledig
o Dag 9: terugtrekking begint bij Id1 en Id2
o Dag 12: Gedeeltelijk Id3 en volledig bij Id1
o Dag 15: Gedeeltelijk Id4
o Dag 17: Volledig Id2
o Dag 21: Volledig Id3
o Dag 36: Volledig Id4
o 1e maand: zoom van Schwartz (donkerrode band), zal Figuur 103: het stompje v/d navelstreng
later verdwijnen
▪ Stompje navelstreng: snel drogen na geboorte (navelontsteking voorkomen)
o Nat: tot dag 4
o Drogen: dag 4 – 3 weken
o Valt af, litteken geneest en vormt korst: 3 – 5 weken
▪ Klauwen en klauwringen
o Geboorte: foetaal zoolkussen (geen schade aan baarmoeder) weg
na 4dagen
o Klauwringen ontstaan door hoornweefsel dat naar onder opschuift
(groeit intensiever bij vleeskoeien omdat zij intensiever gevoed
worden)
o Leeftijd bepalen adhv afstand 2e klauwring (op 4-5wkn) en
kroonrand Figuur 104: 2de klauwring (zie oranje kader)
▪ Ringen op de hoornen bij vrouwelijke dieren: als ze niet onthoornd zijn!
o Ringen voelen aan onderste binnenzijde van de horens
▪ Leeftijd = aantal ringen + 1 voor melk, +2 voor laatrijpe vleesrassen
o Maar: bij voedseltekort: minder hoorn afgescheiden
o Maar: 1 jaar niet drachtig geweest: afstand tussen ringen verdubbelt (+ 1j)
AANLEG + GROEI VAN HOORNEN
▪ Enkel van toepassing op gehoornde rassen
▪ Leeftijdsbepaling
o Geboorte → haarwervel op plaats waar toekomstige hoorns zullen komen
o 15 dagen → haaruitval op de verdikte opperhuid
o 1 maand → hard beenmassa is voelbaar + is wat verschuifbaar
o 2 maanden → hoornuitsteeksels zijn 1 cm lang + dikwijls nog beweegbaar
o 5-6 maanden → horentjes zijn 4-6 cm lang
TANDEN
▪ Geen boventanden
▪ Geen haaktanden
▪ Snijtanden volledig bedekt met glazuur: geen kroonholte
o Wel witte kroon (licht gewelf), gele hals een wortel met ronde doorsnede
▪ Tanden zitten zeer diep: tot tegen de jukbeenderen
▪ Diastema: plaats om tong naar buiten te trekken
▪ Tandformules
o Melkgebit (totaal: 20 tanden)
▪ Enkel 3 premolaren in de bovenste kaakhelft
▪ Enkel 4 snijtanden in de onderste kaakhelft + 3 premolaren
o Volwassen gebit (totaal: 32 tanden)
▪ 3 premolaren + 3 molaren in de bovenste kaakhelft
▪ 4 snijtanden + 3 premolaren + 3 molaren in de onderste kaakhelft