Hoofdstuk 1: wat is beleidswetenschap?
1 Geschiedenis van het woord ‘beleid’
Etymologie van het woord ‘beleid’:
- Middeleeuwen: ‘Beleid’ = beleiden = aanvoeren, doen gaan maar
ook bedachtzaam doen zeer brede betekenis
- 19de eeuw: woord wel alleen maar gebruikt voor bedachtzaamheid,
prudentie
- 20-21ste eeuw: heropleving van het woord, we hebben het woord
nodig als contrast met het woord politiek politiek betekent
hetzelfde als beleid maar ook de handelswijze van een staatsman.
Het is minder neutraal dan beleid want bij politiek kan de staatsman
zelf meesturen zodat de politiek volgens eigen voordelen.
‘Bestuur’ is nog neutraler dan ‘beleid’
Waarom is het woord een succes? twee evoluties
Evolutie 1: evolutie van nomocratie naar teleocratie
- Nomocratie = nachtwakerstaat; overheid moet niet veel doen,
alleen kaders bepalen en grenzen stellen waarbinnen wij vrij zijn.
Centrum van de macht ligt bij wetgevende macht.
- Teleocratie = nu wordt er meer dan een kader gecreëerd maar er is
ook een doel waarnaar de samenleving streeft (sociale
verzorgingsstaat). Het doel wordt eigenlijk beschermd door de
regering waardoor macht ligt bij regering.
Evolutie 2: paradox van de moderne samenleving
- Sociale atomisering (Putman): we voelen ons minder en minder
deel van een groter geheel. Bowling Alone: het aantal mensen dat
bowlt stijgt, maar de competitie en clubs storten in elkaar. Vroeger
bowlde mensen in groepsverband, nu bowlen ze alleen. In België
heeft dit betrekking op verzuiling (bv. als je naar katholieke school
ging moet je je ook aansluiten bij katholieke voetbalclub)
- Gegeneraliseerde verafhankelijking: de samenleving is
complexer en ingewikkelder geworden waardoor we meer regels
nodig hebben om dit te sturen. Vroeger volgde je regels omdat dat
behoorde tot je groep en iedereen deed dat. Nu is dat minder
1
, volgens je groep, daarom dat overheid dat gat op heeft gevuld en
meer en meer beleid maakt.
2 Nood aan overheidsbeleid
Sturing door overheid: twee functies
- Maatschappelijke verkeer op vreedzame en voorspelbare manier
laten verlopen = chaos vermijden (bv. je wil weten dat je betaald
wordt na dat je werkt)
- Maatschappelijke veranderingen teweegbrengen: ‘de overheid moet
iets doen’. Verdergaan dan nachtwakerstaat, ergens naartoe gaan
gelijkheid man en vrouw, klimaatbeleid, …
Er is dus sturing nodig in samenleving, maar moet niet altijd door
overheid. Er zijn drie alternatieve sturingsvormen.
1) Maatschappelijke zelfsturing:
Er is een probleem in maatschappij dat zelf opgelost dient te worden
door burgers en organisaties in maatschappij zelf.
Organisaties kunnen maatschappelijke ontwikkelingen beïnvloeden
Vrijwillig en op basis van rationele argumenten
Geen wettelijke taak, wél cruciale hulpbronnen Ze hebben soms
wel veel geld (bedrijven) of cruciale hulpbronnen (door
middenveldorganisaties informatie en kennis). Maar ze hebben niet
de kracht om wetten te maken
Voorbeeld ontstaan ziekenhuizen: eerst waren er gasthuizen
georganiseerd door mensen zelf omdat overheid dat niet deed en ze
toch vonden dat mensen verzorgd dienen te worden
Voorbeeld ontstaan vakbonden
Voorbeeld ontstaan burgerwacht: door veel inbraken en er kan
weinig gedaan worden door politie. Ze richten zelf burgerwacht op
met de buurt. Er is niets in wet veranderd maar wel zelfsturing.
2
, Drie voorwaarden voor maatschappelijke zelfsturing
Iedereen streeft naar vier zaken: zekerheid, veiligheid, efficiëntie en
rechtvaardige gelijkheid. Er zijn drie voorwaarden die voldaan moeten
worden zodat de zelfsturing een succes zou zijn. Samenleving streeft
naar zekerheid, veiligheid, efficiëntie en gelijkheid
Profijt door deelname: zelfsturing draagt per saldo bij aan de
zekerheid, veiligheid, efficiëntie en/of gelijkheid. Bv. Veiligheid
verhoogt door burgerwacht
Gemeenschap is in staat om free-riders uit te sluiten: je
kan mensen uitsluiten die meegenieten van zelfsturing maar zelf
niets bijdragen. Is soms wel moeilijk te zien. Bv. mensen gaan
protesteren voor beter loon maar jij niet maar uiteindelijk geniet jij
wel van beter loon, uiteindelijk wordt de veiligheid wel verhoogt door
burgerwacht zonder jij meehelpt
Handelingen die voortvloeien uit de maatschappelijke
zelfsturing vallen binnen de wettelijke kaders: geen sprake
van externe effecten die het duurzame karakter van het verband
bedreigen door overheidsinterventie
Bv. burgerwacht: wat ga je doen als je potentiële inbreker betrapt? Je
hebt eigenlijk geen enkele bevoegdheid om iets te doen.
is eigenlijk heel moeilijk om aan die drie voorwaarden te kunnen
voldoen, weinig toepasbaar
2) Sturing in wisselwerking tussen overheid en middenveld
Middenveld mensen die zich organiseren om invloed te hebben maar
geen bedrijven en geen overheid. Soms lopen de belangen van
middenveld en overheid gelijk en die hebben complementaire middelen
- Overheid: regels uitvaardigen en belastinggeld ter beschikking stellen
3
,- Middenveld: soms geld maar vooral steun van leden, achterban en
uitgebreid netwerk om iets uit te voeren = implementatiecapaciteit
Als dat complementair is en belangen gelijklopen kunnen ze elkaar
helpen. Overheid zet grote lijnen uit en voorziet middelen, particuliere
organisaties doen de concrete invulling en uitvoering
3) Sturing door markt (Twee vorige manieren werken maar zijn
weinig toepasbaar)
- Maatschappelijke problemen oplossen door marktprikkels en
concurrentie
- Voorwaarde: markt werkt optimaal als er voldoende aanbieders zijn
- Consumenten kiezen vrij in welke mate ze goederen of diensten tegen
een bepaald prijs- en kwaliteitsniveau willen consumeren
- Als er een goed evenwicht is tussen vragers en aanbieders is dit veel
betere methoden. Markt kan supersnel en efficiënt werken.
⇒ Markt stuurt niet doelbewust, maar schept situatie waarbij burgers
en bedrijven hun activiteiten ‘spontaan’ op elkaar afstemmen
⇒ Overheid bewaakt de marktwerking
Voorbeeld introductie internet: overheid heeft staatsbedrijf opgericht
wanneer telefoon begon te werken. Maar met internet heeft de markt dat
zelf gedaan zonder overheid.
Voorbeeld pensioenen: we betalen niet voor ons eigen pensioen, we
betalen voor pensioenen van andere mensen. Is heel moeilijk door
vergrijzing. De markt heeft toen aanvullend pensioenfonds opgericht en
overheid heeft daarvoor wel wettelijk kader opgericht. Je kan dus nu
pensioensparen.
Waarom is er dan nog overheidssturing nodig als je al die andere opties
hebt?
Reden: ongecontroleerde machtsuitoefening door maatschappelijke
deelbelangen en bedrijven Overheid moet marktimperfecties opvangen
4
,Welvaartstheorie onderscheidt 5 marktimperfecties die taak van
overheid zijn maar ook risico’s!
5
,Imperfectie 1: preventie van monopolie en kartels
- Belangrijke voorwaarde voor goede marktwerking = voeldoende
aanbieders
- Monopolies of marktkartels tasten consumentensovereiniteit aan
Dit leidt naar hoge prijzen en slechte service
- Hierdoor moet de overheid antimonopolie en anti-kartel wetten
voorzien (bij ons: vooral Europese commissie en Europees hof van
justitie (bv. Ryanair die nog ander laag budget maatschappij wou
overkopen))
Problemen van overheidssturing
- Dubbelhartigheid van overheden:
willen ze wel echt vrije markt? Vrije mededingen versus
tewerkstelling
Bv. nationale luchtvaartmaatschappijen: tijdens covid werd er
heel veel geld gepompt in luchtvaartmaatschappijen
- Machteloosheid van overheid tegen multinationals
Bv. Belgische regering vs. Electrabel (suez-groep): Electrabel
bezit bijna al onze kerncentrales en ook van andere landen. Als
regering wil dat we kerncentrales gaan sluiten staan Electrabel
veel sterker in de onderhandelingspositie.
6
,Imperfectie 2: productie van collectieve goederen
Collectieve goederen = eens het goed geproduceerd is kan iedereen
het gebruiken en lastig om mensen hiervan uit te sluiten.
MAAR: economisch niet aantrekkelijk
Tragedy of the commons / free-riding: in VK waren er feodale
heren met heel veel land die ze dan verkochten aan boeren. Maar er
was een stukje dat ze als collectief goed beschouwden waar alle
boeren hun vee op konden ze zetten. Het voordeel is individueel: de
enige die voordeel heeft van die koe ben ik. Het nadeel is collectief.
Daarom wil je zo veel mogelijk uw koeien daarop laten grazen maar
waardoor dat direct kapot gaat gaan. = tragedy of the commons
=> Overheid legt kosten dwingend op aan alle burgers om de
productie en onderhoud van collectieve goederen te financieren
Voorbeeld defensie: niemand wil daar iets aan geven totdat er een
dreiging is. infrastructuur; iedereen gebruikt wegen maar niemand
bereid om veel voor te betalen
Problemen van overheidssturing
- Er zijn weinig zuiver collectieve goederen: wat met tolwegen of
openbaar vervoer tickets? Er zijn dus ook semicollectieve goederen
- Semicollectieve goederen is een politieke keuze hoeveel wordt
er gespendeerd door regering
- Overheid zelf monopolies gecreëerd: nmbs, bpost, …
o Ondoelmatig
o Klantonvriendelijk
- Privatiseren van semi-collectieve goederen = heel complex! Lijkt een
goede oplossing maar sommige dingen zijn super aantrekkelijk om
te kopen maar sommige zijn totaal niet rendabel (Antwerpen Brussel
versus Antwerpen essen)
onrendabele deelactiviteiten
7
,Imperfectie 3: regulering van externe effecten
- Vrije markt heeft wel externe effecten milieueffecten en uitbuiting
of kinderarbeid
- Overheid moet dan de negatieve effecten gaan bestrijden
Problemen van overheidssturing:
- Verhoging van de kosten productiekosten gaan enorm stijgen als
je de omstandigheden beter maakt (bv. mestactieplan)
- Verzwakking van de concurrentiepositie (bv. Kyoto en Kopenhagen)
- Bureaucratisering en gebrek aan coördinatie (bv. minister van
administratieve vereenvoudiging) veel moeilijker om iets te doen
zoals restaurant openen door arbeidswetgeving, brandveiligheid,
voedselveiligheid, …
Imperfectie 4: beheersing van bemoeigoederen
- Merit goods = markt produceert deze goederen (prijs is hoog en
aanbod geconcentreerde in steden) overheid wil ze voor breder
publiek toegankelijk maken (bv. overheid heeft in elke gemeente
cultuurcentra opgericht)
bv. cultuur, zeldzame medicijnen
- Demerit goods = markt produceert deze goederen redelijke lage
prijs maar overheid wil deze toch duurder maken door accijnzen door
negatieve effecten (bv. tabak of alchohol) overheid vindt
consumptie maatschappelijk schadelijk of onwenselijk
Problemen van overheidssturing:
- Overheidssturing op bemoeigoederen = politieke keuze (bv. wapens
is bij ons demerit good maar in verenigde staten niet)
Onvoorspelbaar door politieke verschuivingen en impact lobby’s
8
, - Burgers reageren op beleid (bv. niet iedereen gaat elke week naar
die cultuurcentra of bv. drooglegging verenigde staten in
onmiddellijke aanleiding van maffia) Contraproductief door
grootscheepse regelontduiking
Imperfectie 5: compenseren van verdelingseffecten
Markt produceert maatschappelijke ongelijkheden
- beperkte kansen en middelen
- niet de benodigde capaciteiten
=> Overheid compenseert de scheve verdelingseffecten
Middelen: progressief belastingstelsel, kwalitatief hoogstaand
openbaar onderwijsstelsel, sociale zekerheid,…
Problemen van overheidssturing
Verzet vanuit midden- en hoge inkomensklasse
Minimaliseren van belasting, belastingontduiking, zwart circuit
Ingewikkelde regelgeving en uitvoering
=> Discretionaire bevoegheid bij uitvoerders van beleid
=> Risico op creëren van nieuwe ongelijkheden Cfr. Mattheüseffect
Mattheuseffect: allerbehoeftigsten zijn vaak niet diegene die profiteren
van maatregelen. vaak profiteren mensen van hogere sociale klasse
ervan. Bv. subsidies voor dak moet je al huis kunnen kopen en dan nog
eens allerlei dossiers en offertes invullen
Conclusie: maatschappelijke normatieve afweging
- Wanneer moet overheid tussenkomen?
- Dynamische verhouding tussen overheid, middenveld en markt in
hybride bestuursvormen
9
, 2 Wat is beleid?
heel veel betekenissen en nuances
(Je moet alle definities niet allemaal vanbuiten leren, maar het kan dat hij
definitie geeft en dat wij zeggen welke kernelementen erin voorkomen en
welke niet)
Gemeenschappelijke elementen:
1. Actoren: Veelheid aan actoren middenveld, overheid, …
Overheid
2. Beleidsinhoud: Realiseren van een doel (bewuste keuze)
Kiezen van middelen (inclusief beperkingen)
Kiezen van een tijdsperspectief
3. Context: Beperkte capaciteit van de overheid
Voorwerp van politieke argumentatie
overheid kan wel dingen beslissen maar context moet er ook bij
passen
4. Beleidsproces: Reeks van verbonden beslissingen
Handelen én plan Handelen én niet-handelen
Voorziene én niet-voorziene uitkomsten
beleid is niet alleen het moment dat parlementsleden stemmen,
er liggen nog heel veel zaken die ervoor en erna gebeuren die ook
mee beleid zijn, het is een heel beleidsproces dat de uitkomst
bepaalt
10