Caput 4: Ludus
CAPUT 4: ONDERWIJS – HET LESGEVEN
1. ONDERWIJS : NIET VOOR IEDEREEN
Waarom is 85 % van de Romeinen zijn analfabeet ?
• Er is noch school- noch leerplicht
• Niet alle ouders kunnen een leraar betalen
➔ NIET alle kinderen gaan naar school
2. SCHOOLLOOPBAAN
• Ludi magister (onderwijzer)
o Vanaf 7 jaar, Romeinse meisjes en jongens
o Ze leren lezen, schrijven en rekenen
o Echter de rijkste kinderen krijgen thuis les en leren zelfs Grieks
• Grammaticus (leraar)
o Vanaf 11 à 12 jaar, de rijkere jongens
o Ze lezen en leren moeilijke Latijnse en Griekse teksten uit het hoofd
o Ze leren aardrijkskunde, natuurkunde, sterrenkunde en geschiedenis
• Rhetor (redenaar)
o Enkel de jongens uit de hoogste klasse kunnen verder studeren
o Ze worden getraind om voor een publiek te spreken, sommigen gaan zelfs
naar Griekenland om zich te vervolmaken
o Beogen een carrière in de rechtbank of de politiek
Page 1 sur 6
, Caput 4: Ludus
3. IN DE KLAS
• Leerlingen
o De kinderen hebben niet dezelfde leeftijd
o Ongeveer een 15-tal kinderen
• Klasruimte
o Geen schoolgebouw
o Soms huurt de leraar een kamer
o Meestal buiten: op straat of in de beschutting van een zuilengalerij
• Schrijven in de klas
o Tabula (wastafeltje) = een houten plankje met was bestreken
o Stilus = schrijfstift
➔ Met de stilus krassen ze letters in de was van de tabula die ze dan met de
platte achterkant van de stilus weer konden gladstrijken
o Codex = tabulae (wastafeltjes) konden aan elkaar vastgemaakt worden tot een
soort boekje (codex)
• Boekrol
o Langere teksten worden met inkt op papyrus genoteerd en de aaneengelijmde
bladen konden opgerold worden tot een boekrol
o Perkament (gemaakt van dierenhuiden) is steviger en duurzamer dan
papyrus
• Rekenen in de klas
o Abacus (Romeins telraam)
Page 2 sur 6
CAPUT 4: ONDERWIJS – HET LESGEVEN
1. ONDERWIJS : NIET VOOR IEDEREEN
Waarom is 85 % van de Romeinen zijn analfabeet ?
• Er is noch school- noch leerplicht
• Niet alle ouders kunnen een leraar betalen
➔ NIET alle kinderen gaan naar school
2. SCHOOLLOOPBAAN
• Ludi magister (onderwijzer)
o Vanaf 7 jaar, Romeinse meisjes en jongens
o Ze leren lezen, schrijven en rekenen
o Echter de rijkste kinderen krijgen thuis les en leren zelfs Grieks
• Grammaticus (leraar)
o Vanaf 11 à 12 jaar, de rijkere jongens
o Ze lezen en leren moeilijke Latijnse en Griekse teksten uit het hoofd
o Ze leren aardrijkskunde, natuurkunde, sterrenkunde en geschiedenis
• Rhetor (redenaar)
o Enkel de jongens uit de hoogste klasse kunnen verder studeren
o Ze worden getraind om voor een publiek te spreken, sommigen gaan zelfs
naar Griekenland om zich te vervolmaken
o Beogen een carrière in de rechtbank of de politiek
Page 1 sur 6
, Caput 4: Ludus
3. IN DE KLAS
• Leerlingen
o De kinderen hebben niet dezelfde leeftijd
o Ongeveer een 15-tal kinderen
• Klasruimte
o Geen schoolgebouw
o Soms huurt de leraar een kamer
o Meestal buiten: op straat of in de beschutting van een zuilengalerij
• Schrijven in de klas
o Tabula (wastafeltje) = een houten plankje met was bestreken
o Stilus = schrijfstift
➔ Met de stilus krassen ze letters in de was van de tabula die ze dan met de
platte achterkant van de stilus weer konden gladstrijken
o Codex = tabulae (wastafeltjes) konden aan elkaar vastgemaakt worden tot een
soort boekje (codex)
• Boekrol
o Langere teksten worden met inkt op papyrus genoteerd en de aaneengelijmde
bladen konden opgerold worden tot een boekrol
o Perkament (gemaakt van dierenhuiden) is steviger en duurzamer dan
papyrus
• Rekenen in de klas
o Abacus (Romeins telraam)
Page 2 sur 6