jeugd(beschermings)recht
INLEIDING
NIEUWS
In de media komt er vaak berichtgeving over jongeren die een ernstig feit
hebben gepleegd.
DOEL
Stilstaan bij de juridische vraagstukken:
• Wie naar het “jeugdrecht” / “klassieke strafrecht”?
o Discussie van leeftijd: “jeugd”,”jongeren”, “kinderen”…
• Waarom een apart recht voor “kinderen” en “jongeren”?
• Hoe ziet dat “jeugdrecht” er dan uit?
o Materieel jeugdrecht formeel jeugdrecht (gerechtelijk juegdrecht of
jeugdprocesrecht)
o Wat is er zo bijzonder/specifiek aan het jeugdrecht in vergelijking met het
“strafrecht”?
• Wie is er bevoegd in België voor het jeugdrecht?
• Wat is de invloed van de Europese en en internationale rechtsnormen
(“kinderrechten”)?
LINK JEUGDRECHT EN-CRIMINOLOGIE
Het feit dat we hier de meer juridische vragen stellen wilt niet zeggen dat we dit
luik puur technisch/juridisch gaan behandelen. Jeugdrecht en jeugdcriminologie
Inleiding
,wordt samen gegeven omdat er heel wat breuken zijn tussen deze twee
domeinen.
• Jeugdrecht is ontstaan … dankzij (eerste) criminologen + aanleiding van
sociaal verweer.
• Belang van juridisch (law in books) en criminologisch inzicht (law in
action)
Law in action: wat geeft dat dan in de praktijk.
“Niets is wat het lijkt in de jeugdbescherming”. Je hebt een enorm verschil in
de woorden die gebruikt worden in de jeugdbescherming en de praktijken die
daarachter schuil gaan. Daardoor krijg je soms de indruk dat zaken
fundamenteel aan het veranderen zijn (als je naar de woorden luisteren) terwijl
als je naar praktijken gaat kijken, zie je niet veel veranderen. Of omgekeerd:
zijn praktijken fundamenteel aan het wijzigen maar zie je dat nog niet in de
wetgevende teksen en komen de wetgevende teksten maar helemaal op het
einde datgene wat in de praktijk veranderd is bevestigen.
LEERDOELEN LUIK ‘JEUGDRECHT’
• Juridisch & criminologisch (empirisch) inzicht in en kennis verwerven in
het Belgisch/Vlaamse/BXL jeugd(beschermings)recht en deze kennis
kunnen toepassen op een casus
o Fundamentele beginselen (“sui generis”-karakter = uniek recht,
eigensoortige recht)
o Bevoegdheidsverdeling
o Europese/Internationale normen (kinderrechten)
o “Jeugddelict” (MOF) = jeugddelinquentierecht of misdrijf
omschreven feiten
o “Verontrustende situaties” (VOS) = jeugdhulprecht
o Gerechtelijk recht (of jeugdprocesrecht)
o Interventies t.a.v. ouders
Inleiding
,• Gebruik van rechtsbronnen van het Belgische/Vlaams/BXL jeugdrecht (zie
Wetboek Jeugdrecht/bundel wetteksten)
EEN DEFINITIE VAN “JEUGD(BESCHERMINGS)RECHT”
Wanneer we het hebben over het juridische luik van het jeugdrecht. Waarover
hebben we het dan?
Jeugdrecht in de brede zin van het woord, daar valt heel veel onder: regels inzake
kinder arbeid, adoptie, burgerlijk statuut, …. → gaan we het niet over hebben.
Wij gaan het hebben over het jeugdbeschermingsrecht stricto sensu (in de
enge zin van het woord):
“Het jeugdbeschermingsrecht regelt de (overheids)interventies ten aanzien van
kinderen en jongeren die zich in bijzondere probleemsituaties bevinden of die
delicten hebben gepleegd. De interventies betreffen zowel vrijwillige als
gerechtelijke maatregelen, veelal uitgevoerd in specifieke voorzieningen. De
bevoegdheid om die interventies te regelen komt grotendeels toe aan de
gemeenschappen, maar ook de federale staat heeft een aantal bevoegdheden
behouden.”
(J. Put, woord vooraf, p.V, handboek)
- Intervenieren door de overheid
- Ten aanzien van 2 bijzondere groepen kinderen/jongeren
- Jongeren of kinderen die zich in verontrustende situaties bevinden of
kinderen en jongeren die delicten hebben gepleegd
- Interventies kunnen vrijwillig als gedwongen
- Interventies worden uitgevoerd in voorzieningen specifiek voor kinderen
bedoeld
- Bevoegdheid: in principe komt de bevoegdheid jeugdbescherming
grotendeeld bij de gemeenschappen. Omdat het hier gaan over
bescherming, bijstand, hulpverlening aan personen. Dat is een
persoonsgebonden aangelegenheid dus gemeenschappen.
Inleiding
, -
2 DOELGROEPEN
VOS = children in need of care.
MOF = jeugddelict, jeugddelinquent (sinds 2019)
Er is een derde doelgroep: geesteszieken minderjarigen en gedwongen
observaties en opnames van geesteszieken (wordt niet behandeld in deze
cursus)
2 SOORTEN HULPVERLENDENDE INTERVENTIES
onderscheid kennen tussen sociale, vrijwillige
en gerechtelijke, gedwongen interventies.
2 soorten interventies:
• Vrijwillige interventies: wanneer je zelf naar de jeugdhulpvelening stapt. Je
hebt een probleem of je hebt een probleem met uw kinderen en je wilt hulp.
Dan gaat het over vrijwillige of sociale hulpverlening.
• Gerechtelijke of gedwongen interventies: deze hulpverlening wordt gegeven
door de jeugdrechtbank
VOS’ers komen niet altijd bij de vrijwillige en MOF’ers bij gedwongen. Zo is het
niet.
Inleiding