SAMENVATTING
Voor andere samenvattingen (bachelor Sociaal Werk), mail naar
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
-------------------------
1. KRACHTWERK
Wat is de essentie v/d methode? + Wat is het
verschil met de probleemgerichte benadering?
Krachten en mogelijkheden (i.t.t. tekorten bij de probleemgerichte benadering).
o ⇒ Tekorten worden niet genegeerd, maar krijgen niet de hoofdrol.
⇒ Nadruk:
Ontdekken en versterken van krachten en talenten;
Ondersteunen van cliënten om hun eigen doelen te formuleren én
realiseren;
Bevorderen van hoop, zelfvertrouwen en zingeving.
(Her)verbinden van mensen met hun omgeving én samenleving.
6 krachtprincipes van krachtwerk (+voorbeelden)
1. Erin geloven dat cliënten, ondanks problemen, het vermogen hebben te
herstellen en opnieuw een betekenisvol leven te leiden (bv. iemand met een
depressie hervindt beetje bij beetje energie via vrijwilligerswerk).
2. Focus op krachten, talenten en mogelijkheden (niet op tekortkomingen)
(bv. een vrouw in armoede heeft vele vrienden waar ze steun uit haalt).
3. De cliënt heeft de regie, en de doelen komen bijgevolg vanuit hem (bv. een
jongere beslist dat hij eerst zijn financiën wil leren regelen).
4. Een respectvolle en gelijkwaardige werkrelatie als basis van herstel (bv.
een cliënt die kan zeggen: “Ik durf dit te proberen omdat jij in mij vertrouwt.”).
5. Begeleiding gebeurt in de natuurlijke omgeving v/d cliënt (bv. samen met de
cliënt boodschappen doen en leren budgetteren in de supermarkt).
6. De samenleving (bv. buurt, school, werk, verenigingen) als hulpbron,
waarvan kansen en steun ook kunnen komen (bv. een man met een
verslavingsproblematiek vindt nieuwe structuur door zichzelf aan te sluiten bij een
sportclub en actief te gaan).
Belang v/d werkrelatie tussen hulpverlener en
cliënt (+voorbeeld)
Werkrelatie gebaseerd op vertrouwen, gelijkwaardigheid, respect, en
wederkerigheid = Essentieel voor herstel én het succes van krachtwerk (⇒bv. een
cliënt die kan zeggen: “Ik durf dit te proberen omdat jij in mij vertrouwt.”).
Vanuit de werkrelatie kan met de cliënt geëxploreerd worden (bv. huidige situatie,
gewenste situatie, betrokken sociale en professionele relaties).
1 Door: Robbe Veraghtert
,Wat wordt bedoeld met ‘de samenleving als
hulpbron’? + Hoe toepassen in de praktijk als
sociaal werker?
Ecologisch perspectief binnen krachtwerk: De mens maakt deel uit van en
interageert met zijn omgeving. ⇒ Hulpverlening moet focussen op de cliënt
enerzijds, maar ook op de omgeving die krachten kan bieden of blokkeren
anderzijds.
o ⇒ Doel: Omgeving zoeken of creëren waarin iemands talenten en
vaardigheden tot hun recht komen.
Herstel: Hangt af van wat een individu zelf kan enerzijds, en van steun, kansen en
verbinding binnen de samenleving anderzijds (bv. sociale netwerken,
buurtinitiatieven, vrijwilligerswerk, onderwijs, werkgelegenheid, en andere
maatschappelijke structuren).
o ⇒ Samenleving = Bron van kracht én actieve partner in herstel en
empowerment.
Een sociaal werker kan:
o Het sociale netwerk verkennen en versterken (bv. via EKC).
o Hulpbronnen in de omgeving te activeren (bv. buurtorganisaties,
vrijwilligerswerk, opleidingen of werkgevers die kansen bieden).
o Samenwerking te organiseren tussen de cliënt en zijn omgeving.
o Alert zijn voor en aanpakken van structurele belemmeringen (bv. armoede,
discriminatie, uitsluiting) die deelname aan de samenleving verhinderen.
o Sociale inclusie stimuleren, zodat cliënten weer kunnen meedoen “als
volwaardige burgers” in werk, onderwijs, vrije tijd en relaties
3 fasen, 7 basistaken van krachtwerk
Cyclisch proces. (Cyclus kan herhaald worden indien nodig.)
Werkvormen: individuele gesprekken, gezamenlijke activiteiten, systeem- en
netwerkgesprekken, eigenkrachtconferentie (EKC).
Flexibiliteit is vereist: Intensiteit en duur zijn aangepast aan de doelgroep en situatie.
Fase 1: Focusbepaling (± 6 weken)
Basistaak 1: Ontmoeten en aansluiten
Kern: opbouwen v/e werkrelatie:
o Begeleider verstrekt informatie over krachtwerktraject ⇒ Cliënt weet wat
te verwachten en kent de werkwijze.
2 Door: Robbe Veraghtert
, oDe cliënt vertelt eigen verhaal over huidige situatie én gewenste
situatie.
⇒ Begeleider sluit aan bij de leefwereld v/d cliënt.
⇒ Betrokken sociale en professionele relaties worden
geïnventariseerd.
⇒ O.b.v. al deze informatie wordt het tempo v/h traject
afgestemd.
o Indien de cliënt niet voorzien is in basale behoeften en/of veiligheid,
voorziet de begeleider hierin (bv. veiligheid, rust, onderdak, leefgeld, ...).
o Er worden vragen gesteld rond samenwerking en veiligheid in de
begeleiding.
Bv. “Wat houd je op dit moment vooral bezig?” (=huidige situatie
verkennen)
Bv. “Waar wil je naartoe?” (=gewenste situatie verkennen)
Bv. “Wat vind je belangrijk in onze samenwerking?” (=vertrouwen en
veiligheid verkennen)
Bv. “Wat vind je dat ik als hulpverlener moet weten om je echt te
kunnen ondersteunen?” (=verwachtingen en emancipatie verkennen)
Bv. “Zijn er mensen die belangrijk voor je zijn of steun geven?”
(=sociale en professionele relaties verkennen)
⇒ De werkrelatie is gebaseerd op vertrouwen, gelijkwaardigheid, respect, en
wederkerigheid. (⇒Cruciale start voor het bereiken van herstel!)
Basistaak 2: Inventariseren krachten
Inventariseren van krachten op 10 levensdomeinen:
o 1. Wonen.
o 2. Geld en inkomen.
o 3. Werk en leren.
o 4. Vrije tijd.
o 5. Familie.
o 6. Vrienden en bekenden.
o 7. Partner.
o 8. Kinderen en opvoeding.
o 9. Zingeving.
o 10. Gezondheid en zelfzorg, inclusief veiligheid.
! Hoe kan het inventariseren van krachten bijdragen aan herstel?
o Samen met de cliënt krachten en hulpbronnen op elk levensgebied
zichtbaar maken.
o Hart v/d inventarisatie: “Wat wens jij in je leven?”.
o Uitkomst: 3 à 4 prioriteiten die vertaald worden in lange termijn
doelen (gerelateerd aan één of meer levensdomeinen)!
Gebruik van werkblad (levensdomeinen in heden, verleden en toekomst) (zie foto)
en gesprekken of gezamenlijke activiteiten.
3 Door: Robbe Veraghtert
, Basistaak 3: Inschatten zelfregulering (+voorbeeldvragen)
=Essentieel om te bepalen hoe zelfstandig een cliënt is en waar extra steun
nodig is, door na te gaan hoe iemand omgaat met tegenslagen, stress en
emoties.
Kernvragen:
o Hoe kijkt de cliënt naar zijn eigen functioneren, zowel in het verleden
als het heden?
o Hoe ervaart de cliënt zijn vermogen om met uitdagingen en
gevoelens om te gaan?
= Zelfregulatie.
Hulpmiddel: Vragen stellen:
o Hoe reguleert hij zijn gevoelens?
Bv. “Wat doe je meestal als er iets misloopt in je leven?”
Bv. “Kun je een voorbeeld geven v/e moeilijke situatie die je hebt
meegemaakt? Hoe ben je daarmee omgegaan?”
Bv. “Wat helpt jou om kalm te blijven of door te zetten als het lastig
wordt?”
o Welke steunbronnen zijn aanwezig?
Bv. “Op wie kun je terugvallen als het moeilijk gaat?”
Bv. “Zijn er mensen die je praktische of emotionele steun geven?”
Bv. “Zijn er organisaties of professionals die je nu helpen?
o Welke risico’s spelen (bv. huiselijk geweld)?
Bv. “Zijn er situaties waarin je je onveilig voelt, thuis of elders?”
Bv. “Zijn er dingen waar we nu samen een plan voor moeten maken,
zodat jij veilig blijft?”
Bv. “Heb je eerder meegemaakt dat problemen uit de hand liepen? Hoe
kunnen we dat nu voorkomen?”
o Hoe kan eigen kracht en regie versterkt worden?
Bv. “Wat lukt je al goed om zelf te regelen?”
Bv. “Zijn er dingen die je graag zelf zou willen proberen?”
Bv. “Waar zou je nu steun bij nodig hebben?”
4 Door: Robbe Veraghtert