• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 89 pages
Summary

Samenvatting kwalitatief criminologisch onderzoek criminologie

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 89 pages

Deze samenvatting geeft een duidelijk en overzichtelijk beeld van kwalitatief criminologisch onderzoek binnen de studie Criminologie. De belangrijkste begrippen, theorieën en onderzoeksmethoden worden op een begrijpelijke manier uitgelegd. Ideaal om te gebruiken bij het leren voor tentamens of om de stof van colleges beter te begrijpen. De samenvatting is compact, maar bevat alles wat je moet weten voor dit onderdeel van de opleiding.

Content preview

Kwalitatief criminologisch onderzoek

HOC 1: GEEN IETS DINGEN OF ZAKEN
 Wat is een methode
o Manier v. onderzoeken  ≠ gn techniek
o Een systematische manier v. werken eigen aan vakgebied, verwijst nr
systematiek  bestaande uit versch. technieken  gebeurt stapsgewijs
o Techniek: manier van waarnemingen doen in realiteit
 Probleemstellen: formulering waarin je
o Expliciet stellen wrm iets wetensch. is & maatsch. relevant is.
o Onderzoek doen: waarnemingen in de realiteit (niet in talige betekenis mr
abstracte manier.) die criminologisch relevant is in ons vakgebied
o Cyclus: probleemstelling  doelstelling (wat wil je doen, doel?) 
Vraagstelling (beschrijvend, verklarend, evaluerend, …)  Literatuurstudie
(zoeken nr wetensch. argumentatie adhv bronnen  dataverzameling
voorbereiden  Data-analyse  Conclusies trekken (eindpunt wrin je
antwoorden formuleert op vraag, en reflecties maakt over zwaktes en
sterktes van onderzoek)
 Verschil tss kwantitatief & kwalitatief onderzoek
o Kwantitatief: waarnemingen in soc. realiteit uitgedrukt in cijfers
o Kwalitatief: waarnemingen uitgedrukt in taal en woorden (transcripten,
etc.), ook de verzameling gebeurt in taal.  ook wel interpretatief
onderzoek genoemd)
 Wat is !!?: ontstaan in soc. wetenschap omdat we met mensen omgaan
wrdr dit invloed heeft op manier wrop we met elkaar omgaan die het
onmog. maakt om met kwantitatief onderzoek te gaan meten.  kijk op
de wereld
 Stromingen, denkwijzen in criminologie (paradigma’s) die zeggen
dat we beter en meer kunnen waarnemen vanuit andere
standpunten
 Positivisme heeft mr 1 standpunt, kan enkel vr fysieke dingen
 Interpreteren: ruimte vr leefwereld bij mensen mr ook bij
onderzoeker
 Wat wordt bedoeld met kwalitatief onderzoek is interpretatief?
EXAMENVRAAG
 Is kwantitatief of kwalitatief beter?
o Geen eenduidig antwoord. Soms combo v. beide technieken om
(kwantitatief) globale meting te hebben & (kwal.) aanvullen om
verdiepend te werken of omgekeerd. Heel spec. werken en aanvullen met
algemene data.

H. 2: HET KWALITATIEF ONDERZOEKSDESIGN
Dimitri Mortelmans
1 De kwalitatieve probleemstelling
 Stellen v. wetensch. vragen die we willen beantwoorden adhv onderzoek

1.1 Soorten onderzoeksvragen
 Kwalitatieve & kwantitatieve vragen: wat vragen  tweeledig:

, o Verkennend vr o.a. exploratief onderzoek  is hypothesevormend & dient
vr onderzoek wr wetensch. nog niet uitgebreid is.
 Bv. enquête, exploratieve casestudy’s
o Hoeveel/Hoe groot-vragen:
 Bv. dr enquête of archiefonderzoek
 Hoe/wrm-vragen = Verklarend:  verbanden over de tijd heen zoeken
 Kwalitatief onderzoek, historisch onderzoek of experimenten
 Historisch onderzoek
o Niet manipuleerbaarheid v. gedrag v. respondenten = is al gebeurd dus
onveranderbaar + niet-historisch karakter v. fenomenen die bestudeerd
worden
o Vaak geen respondenten meer want onderzoek in voltooid verleden tijd
 Primaire, secundaire bronnen & culturele fysieke artefacten hanteren
o Dus: kwalitatief = niet manipuleerbaar want in reële wereld, experimenten
wel manipuleerbaar (bv. storende factoren uitschakelen) mr
zorgvuldigheid =!!

1.2 Het bepalen van het onderzoeksdoel
 ≠ probleemstelling
o Onderzoeksdoel beschrijft algemeen de meerwaarde v. studie & wrm
noodzaak om het probleem te onderzoeken om het volledig te kunnen
begrijpen 2 vragen
 Wrm doe ik dit onderzoek?
 Wrm is dit onderzoek!!?

1.2.1 Waarom doe je dit onderzoek?
 4 groepen met redenen
o Intellectuele: begrijpen als doel Bv. paradigmata & theorieën of wetensch.
interesse
o Praktische redenen: vaak iets bereiken als doel
o Evaluatieonderzoek: analyse v. praktische gevolgen (wat werkt +
effecten) & analyse v conceptuele planning (hoe ideeën over aanpak tot
stand zijn gekomen)
 Versch. dataverzamelingsmethode (drm gezien als casestudy
onderzoek)
 Actieonderzoek: onderzoek nr samenwerking met degene over wie
onderzoek gaat
o Persoonlijke redenen: thema raakt onderzoeker, intrinsieke motivatie
 !: opletten vr invloed die dit kan hebben op onderzoek
 Best onderzoeklogboek bijhouden met gedachtegang in.

1.2.2 Waarom is dit onderzoek belangrijk?
= Doel wetensch. onderzoek: mog. vertekeningen in resultaten uitschakelen dus:
Bewust zijn v. keuze vr onderwerp + motiveren.  4 doelen v. criminologisch
onderzoek:
 Exploratief onderzoek (verkennen)
o Inzichten krijgen in thema dat nog onvoldoende onderzocht is

,  Bied optie om in te gaan op nieuwe dingen die tijdens onderzoek
opkomen
 Essentie: nieuwe domeinen ontdekken, !! is dat er wel noodzaak is om
dit te onderzoeken en er nog hiaten zijn in al bestaande literatuur.
 Verklarend onderzoek (!: meestal kwantitatief onderzoek)
o Oorzaken vinden in betekenisgeving v. personen
 Bv. onderzoek in geschiedenis & persoonlijke leefwereld v.
respondenten
 Beschrijvend onderzoek
o Tot in detail spec. case beschrijven (diepgaand onderzoeken adhv
beschrijving v. case)
 Emancipatorisch onderzoek
o Samenwerking tss onderzoeker & respondenten met doel om soc.
probleem op te lossen of aanzet hiertoe geven door oplossingen aan te
rijken
o Doel: “bijdrage te leveren in soc. actie & staving v. belang v. onderzoek”

1.2.3 Voor wie is onderzoek bedoeld? Publieke belang: wie heeft belang
bij resultaten?
 Wetenschappelijke gemeenschap
o Kennis over bep. onderwerp uitbreiden met nieuwe info (‘significante
bijdrage’)
 Onderzoek is nog niet eerder gebeurd.
 Beleidsmakers
o Om antwoorden te geven op vragen uit de praktijk: 2 vormen
 Explorerend: Nieuwe data onderzoeken in opdracht v. overheid
 Bv. maatsch. gebeurtenis die lijdt tot vraag
 Evaluerend: Bestaande beleidsvormen bestuderen
 Bv. worden de gestelde doelstellingen in realiteit nageleefd?
 Praktische relevantie bv. praktijkonderzoek, vaak evaluerend om verbetering
te krijgen
o Probleem oplossen v. problemen of vragen in praktijk

1.3 De onderzoeksvraag
Vereisten: helder, begrijpbaar & niet dubbelzinnig, gefocust mr niet te specifiek,
basis in bestaande literatuur wr nog hiaten zijn. Onderzoeksvraag veranderd
beetje drheen onderzoek mr staat bij start al wel op papier

1.3.1 De eerste aanzet
 Onderzoekbaarheid
o “mate wrin onderzoeksvraag effectief kan & mag leiden tot onderzoek”
 Moet wetensch. onderzoekbaar zijn a.d.h.v. soc. wetensch. methoden.
o Ethische toelaatbaarheid: onderzoek mogen doen  geen schade
berokkenen.
 Mag geen gevaren meebrengen vr je doelgroep & respondenten
 Haalbaarheid: uitvoerbaarheid  3 criteria
o Tijd: hoeveel tijd heb je nodig vr het onderzoek?

Table of contents

  1. 01 1 De kwalitatieve probleemstelling 1
    1. 1.1 Soorten onderzoeksvragen 1
    2. 1.2 Het bepalen van het onderzoeksdoel 2
    3. 1.3 De onderzoeksvraag 3
    4. 1.4 Algemene structuur en inhoud v. probleemstelling 4
  2. 02 2 Kiezen voor een kwalitatieve grondvorm 4
  3. 03 3 De kwalitatieve steekproef 5
    1. 3.1 De onderzoekspopulatie en het steekproefkader 6
    2. 3.2 Verschillende kwalitatieve steekproefmethoden (p. 112) 6
    3. 3.3 De theoretische steekproef 6
    4. 3.4 De omvang van de steekproef 7
    5. 3.5 Steekproefmethoden bij andere grondvormen: altijd aandacht vr specificiteit nodig!! 8
    6. 3.6 De steekproefmatrix (p. 126) 8
  4. 04 HOOFDSTUK 3. METHODOLOGISCHE KWALITEIT IN HET KWALITATIEF ONDERZOEK 8
  5. 05 1 Inleiding (p. 132) 8
  6. 06 2 Verschillende visies op kwaliteit in kwalitatief onderzoek 9
    1. 2.1 De visies gesitueerd op een continuüm 9
    2. 2.2 Een neiging tot radicalisering 9
  7. 07 3 Kwaliteitscriteria 10
    1. 3.1 Interne validiteit (geloofwaardigheid) 10
    2. 3.2 Externe validiteit: mate wrin bevindingen veralgemeend kunnen worden nr situaties buiten onderzoek 10
    3. 3.3 Interne betrouwbaarheid: stabiliteit/consistentie v. metingen over tijd/versch. onderzoekers 11
    4. 3.4 Externe betrouwbaarheid: zelfde conclusies o.b.v. nieuwe data uit nieuw onderzoek v. zelfde fenomeen 11
    5. 3.5 Authenticiteit en relevantie 11
  8. 08 4 Strategieën om de kwaliteit van kwalitatief onderzoek te verbeteren 12
    1. 4.1 Triangulatie: 1 v/d !! strategieën om interne validiteit te versterken 12
    2. 4.2 Validering door de onderzoekssubjecten 12
    3. 4.3 Zoeken naar falsificatie 12
    4. 4.4 Een 'auditspoor' nalaten en peer debriefing om betrouwbaarheid te verhogen. 13
  9. 09 Hoofdstuk 4. De gevalstudie: onderzoeksdesign of techniek 13
  10. 10 1 Inleiding 13
  11. 11 2 Een algemene typering 14
  12. 12 3 De gevalstudie in de criminologie 15
  13. 13 4 Onderzoekseenheden afbakenen en selecteren: wat is een goed geval vr onderzoek? 15
  14. 14 5 Mogelijke problemen bij de gevalstudie 16
  15. 15 6 Verzamelen en analyseren van gegevens 17
  16. 16 7 Rapporteren van de gevalstudie 17
  17. 17 1 Verschillende visies op kwalitatief interviewen 18
  18. 18 2 Wanneer of waarom kiezen voor een kwalitatieve bevragingsmethode? 19
  19. 19 3 Soorten interviews: afh. v. wetenschapsopvatting 19
  20. 20 4 Vragen stellen: open vragen, uitdiepende vragen 20
    1. 4.1 Concreet of algemeen? 20
    2. 4.2 Wanneer vraag je door? 20
    3. 4.3 Suggestieve vragen: !! zo weinig mog. sturen & suggestieve vragen vermijden. 20
    4. 4.4 De logica van het vragen stellen: zo veel mog. aansluiten bij nrm gesprek 20
  21. 21 5 Interviewer en respondent in interactie 20
  22. 22 6 Moeilijke situaties 21
    1. 6.1 Factoren met betrekking tot de respondent 21
    2. 6.2 Factoren die het interview kunnen verstoren 22
  23. 23 7 Waarom meewerken aan een interview? 22
  24. 24 8 To tape or not to tape? 23
  25. 25 9 Interpretatie van het interviewmateriaal: 'waar' of 'niet waar'? = overbodig 23
  26. 26 1 Omschrijving en achtergrond 23
    1. 1.1 Wat is een focusgroep? 23
    2. 1.2 Ontstaan en evolutie 24
  27. 27 2 Wanneer kiezen voor focusgroepen? 24
    1. 2.1 De meerwaarde van focusgroepen 24
    2. 2.2 De toepassing van focusgroepen 25
  28. 28 3 Voor- en nadelen van focusgroepen 25
    1. 3.1 Voordelen 25
    2. 3.2 Nadelen 25
  29. 29 4 De samenstelling van de focusgroepen 26
    1. 4.1 Selectie van de steekproef 26
    2. 4.2 Het aantal deelnemers 26
    3. 4.3 Het aantal focusgroepen 27
  30. 30 5 Soorten vragen 27
    1. 5.1 De openingsvragen 27
    2. 5.2 De vragen tijdens het groepsgesprek 27
  31. 31 6 Een focusgroep voorbereiden 27
    1. 6.1 De concrete selectie en het contacteren van de deelnemers 28
    2. 6.2 De locatie en de opstelling van de zitplaatsen 28
    3. 6.3 De ontvangst van de deelnemers 28
    4. 6.4 De focusgroep zelf 28
  32. 32 7 De rol van de moderator 29
    1. 7.1 De moderator en de observator 29
    2. 7.2 Het gedrag van de deelnemers 29
    3. 7.3 De kwaliteiten van een moderator 29
  33. 33 1 Inleiding 30
  34. 34 2 Etnografie 30
    1. 2.1 Kenmerken 30
    2. 2.2 Soorten: ontw. v. types & subcategorieën dr fundamentele epistemologische onenigheden binnen etnografie, versch. aard v. veld, versch. vormen v. etnografische schrijfstijl 30
  35. 35 3 Auto-etnografie en testimonio 32
    1. 3.1 Auto-etnografie: terminologie en omschrijving 32
    2. 3.2 Kritieken op de auto-etnografische methoden en hun antwoorden 33
    3. 3.3 Testimonio 33
  36. 36 4 Participerende observatie 34
    1. 4.1 Veldonderzoek: definities en omschrijving (p. 271) 34
    2. 4.2 Korte geschiedenis van de participerende observatie 35
    3. 4.3 Voor- en nadelen 37
    4. 4.4 Steekproeftrekking: keuzes van settings, locaties en groepen 37
    5. 4.5 Rollen tijdens participerende observatie 38
    6. 4.6 Toegang tot de setting: gatekeepers en vertrouwen 39
    7. 4.7 Het verblijf in de setting 40
    8. 4.8 Het verlaten van het veld 42
  37. 37 5 Niet participerende observatie 43
    1. 5.1 Beschrijvend observeren 43
    2. 5.2 Gefocust observeren 44
    3. 5.3 Selectief observeren 44
  38. 38 6 Veldnota’s 44
  39. 39 1 Inleiding 45
  40. 40 2 Discouranalyse: een veelheid aan perspectieven 45
  41. 41 3 Naar een linguïstisch perspectief vr criminologen 46
  42. 42 4 Van taal naar discours 47
  43. 43 5 Vijf principes 48
    1. 5.1 Discours is meer dan taal alleen 48
    2. 5.2 Discours is constitutief 48
    3. 5.3 Discours en het belang van een emic perspectief 48
    4. 5.4 Discours & macht 48
    5. 5.5 Discours & context 49
  44. 44 6 Wat is context (situering v. menselijk handelen)? 49
    1. 6.1 Interpretatie & contextualisering (alle activiteiten) 49
    2. 6.2 Contextualisering is dialogisch 50
    3. 6.3 Context is (trans)lokaal 50
    4. 6.4 Context is historisch: geslaagde simultaniteit 50
  45. 45 1 Inleiding 50
  46. 46 2 Soorten hoofdpersonen 50
  47. 47 3 Autobiografie 51
  48. 48 4 Geautoriseerde biografie 51
  49. 49 5 Ongeautoriseerde biografie 51
  50. 50 6 Wiens verhaal? 51
  51. 51 7 Biografie & biografische data 51
  52. 52 8 Perspectieven 52
  53. 53 9 Bron & product 52
  54. 54 10 Werkwijze & soorten data 52
  55. 55 11 Samenwerken met de hoofdpersonen 53
  56. 56 12 Het verhaal en het moment 53
  57. 57 13 Een begin en een einde? 53
  58. 58 14 De complexiteit van N=1 54
  59. 59 15 Datakwaliteit 54
  60. 60 16 Een crimineel van dichtbij 54
  61. 61 1 Inleiding 54
  62. 62 2 Achtergrond: het beeld in de criminologie 55
    1. 2.1 Beelden in de opsporing en het strafrechtelijk systeem 55
    2. 2.2 Beelden van criminaliteit zijn populair 55
    3. 2.3 Andere disciplines 55
  63. 63 3 Visuele data 56
    1. 3.1 Welk materiaal, welke vragen? 56
    2. 3.2 Hoe analyseren? 56
  64. 64 4 Beeld in het onderzoeksdesign: visuele methoden 57
    1. 4.1 Welke vragen, welke info? 58
    2. 4.2 Geschikte participanten 58
    3. 4.3 Hoe analyseren? 58
    4. 4.4 Beperkingen? 58
  65. 65 5 Ethische aspecten 59
  66. 66 1 Inleiding 59
  67. 67 2 De onlineonderzoekscyclus 59
  68. 68 3 Vaardigheden en aandachtspunten die helpen bij onlineonderzoek 60
    1. 3.1 Vaardigheden met betrekking tot info- & communicatietechnologie 60
    2. 3.2 Vaardigheden eigen aan virtual communicaties/virtuele omgeving 60
    3. 3.3 Vaardigheden door verplaatsing in de ruimte 61
    4. 3.4 Ethische overwegingen 61
  69. 69 4 Online onderzoeksmethoden 61
    1. 4.1 E-interviewen 61
    2. 4.2 E-focusgroepen 62
    3. 4.3 (participerende) e-observatie 63
  70. 70 5 Internetdocumenten analyseren 64
  71. 71 6 Participerend digitaal & visueel onderzoek 65
  72. 72 7 De toekomst van kwalitatief onlineonderzoek 65
  73. 73 1 Inleiding 65
  74. 74 2 Basisprincipes van de kwalitatieve data-analyse 65
    1. 2.1 Fasen & strategieën 65
    2. 2.2 Basisprincipes 65
    3. 2.3 De analytische spiraal 66
  75. 75 3 Deductieve & inductieve analysestrategieën 66
  76. 76 4 Analyse in de Gefundeerde Theorie-Benadering: kernelementen 67
  77. 77 5 Fase 1: Kwalitatief databeheer: het ordenen van de gegevens 68
    1. 5.1 Databeheer 68
    2. 5.2 Data Management: ook een ethische kwestie 68
    3. 5.3 Onderzoeksdatasets: bewaren of vernietigen? 69
  78. 78 6 Fase 2: de gegevens leren kennen 69
  79. 79 7 Fase 3: Het coderen 69
    1. 7.1 Open coderen 69
    2. 7.2 Axiaal coderen of patroon coderen 71
    3. 7.3 Selectief coderen en structureren (dr. Schema’s, verhalend werken,…) 71
  80. 80 8 De rol van memo’s bij het coderen 72
  81. 81 9 Het controleren van de resultaten van de analyse 72
  82. 82 10 Software voor kwalitatieve data-analyse 72
    1. 10.1 Wat software wel en niet kan? 72
    2. 10.2 De meerwaarde van software voor kwalitatieve data-analyse: 4 !! elementen 73
    3. 10.3 Types en functies van software 73
    4. 10.4 Het kiezen van de juiste software: enkele tips  6 vragen die je moet stellen 74
  83. 83 1 Voorafgaande analyses: doelpubliek inschatten & publicatievorm bepalen 75
    1. 1.1 Stap 1: Publiekanalyse 75
    2. 1.2 Stap 2: Vormanalyse (vorm wrin je resultaten gaat presenteren) 77
  84. 84 2 Onderdelen van een publicatie in rapportvorm 78
    1. 2.1 De titel en de abstract 78
    2. 2.2 De inleiding en de probleemstelling 78
    3. 2.3 Het literatuuroverzicht 78
    4. 2.4 De methodenparagraaf 79
    5. 2.5 Het presenteren van de resultaten 79
    6. 2.6 De ‘discussie’-sectie 79
    7. 2.7 Het besluit 79
    8. 2.8 Het gebruik van citaten in teksten 80
  85. 85 3 Mondelinge presentaties: 3 centrale elementen 80
    1. 3.1 Publiekanalyse 80
    2. 3.2 Structuur 80
    3. 3.3 Stijl 81
  86. 86 4 Het schrijfproces 82
  87. 87 5 Kwalitatief onderzoek en peer review 82
  88. 88 6 Kwalitatieve rapporten beoordelen 83
    1. 6.1 De probleemstelling 83
    2. 6.2 De onderzoeksopzet en de gebruikte methoden 83
    3. 6.3 De resultaten(analyse) 83
    4. 6.4 Het besluit 84
    5. 6.5 Algemene elementen 84
  89. 89 1 De ontwikkeling van ethiek in soc.-wetensch. onderzoek 85
    1. 1.1 Achtergrond 85
    2. 1.2 Ethische codes 85
    3. 1.3 Beoordeling van onderzoek dr een ethische commissie 85
  90. 90 2 Een ethisch raamwerk voor kwalitatief criminologisch onderzoek 86
  91. 91 3 Goed ethisch verantwoorde toepassing in het onderzoeksdesign 86
  92. 92 4 Informed consent 86
  93. 93 5 Open en heimelijk onderzoek 87
  94. 94 6 Vertrouwelijkheid & anonimiteit 87
  95. 95 7 Vrijwillige deelname 87
    1. 7.1 Betalen van respondenten 87
    2. 7.2 Het recht zich terug te trekken 87
  96. 96 8 Voorkomen van schade 88
    1. 8.1 Schade veroorzaken 88
    2. 8.2 Fysieke en psychologische schade oplopen tijdens het veldwerk 88
  97. 97 9 Wetenschappelijke integriteit 88
    1. 9.1 Publicatie, verspreiding en onafhankelijkheid behouden 88
    2. 9.2 Verantwoordelijkheid van onderzoekers naar collega’s en naar onderzoek 89

Connected book
 image
Publisher: augustus 2016 ISBN: 9789462927407 Edition: 3

Document information

Study
Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
December 17, 2025
Number of pages
89
Written in
2025/2026
Type
Summary
$19.90

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
8
Followers
0
Items
13
Last sold
9 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions