Onderzoek motorisch gedeelte N. trigeminus
• Onderzoek kracht kauwspieren
• let op atrofie M. masseter &M. temporalis.
• kauwen
ook openen mond
Ondertongbeenspieren+ Fz =onderkaak omlaag trekken
niet tot kauwspieren gerekend.
, Onderzoek motorisch gedeelte N. trigeminus
• Bij samenkomen boven- &ondertanden =kauwspieren niet maximaal verkort
kracht die men kan uitvoeren met 4 spieren
4 spieren =elk hun eigen functie:
1) M. masseter (kauwspier) sluit mond.
2) M. temporalis (slaapspier) =sterkste van kauwspieren.
Bij globale samentrekking sluit ze mond
achterste horizontaal lopende vezels trekken naar voren geplaatste onderkaak naar achteren.
3) M. pterygoideus medialis (inwendige vleugelspier)
ondersteunt werking 2 vorige. Bij
eenzijdige werking draait ze onderkaak naar tegenovergestelde zijde (maalbeweging eten).
4) M. pterygoideus lateralis (laterale vleugelspier)
schuift bij dubbelzijdige werking onderkaak recht naar voren.
antagonistische werking achterste horizontaal lopende vezels M. temporalis. Bij
eenzijdige werking komt onderkaak naar voren &draait ze naar tegenovergestelde zijde.
• M. digastricus (tweebuikige onderkaakspier) trekt
bij gefixeerd tongbeen onderkaak omlaag tongbeen
oplichten. Door opheffen
tong =doorstoten mondinhoud naar keel.
• M. mylohyoideus (mondvloerspier) =identieke werking als M. digastricus.
• M. tensor tympani (hamerspier) trekt
hamersteel &meteen trommelvlies naar binnen druk van
perilymfe in binnenoor = hierdoor verhoogd
• Onderzoek kracht kauwspieren
• let op atrofie M. masseter &M. temporalis.
• kauwen
ook openen mond
Ondertongbeenspieren+ Fz =onderkaak omlaag trekken
niet tot kauwspieren gerekend.
, Onderzoek motorisch gedeelte N. trigeminus
• Bij samenkomen boven- &ondertanden =kauwspieren niet maximaal verkort
kracht die men kan uitvoeren met 4 spieren
4 spieren =elk hun eigen functie:
1) M. masseter (kauwspier) sluit mond.
2) M. temporalis (slaapspier) =sterkste van kauwspieren.
Bij globale samentrekking sluit ze mond
achterste horizontaal lopende vezels trekken naar voren geplaatste onderkaak naar achteren.
3) M. pterygoideus medialis (inwendige vleugelspier)
ondersteunt werking 2 vorige. Bij
eenzijdige werking draait ze onderkaak naar tegenovergestelde zijde (maalbeweging eten).
4) M. pterygoideus lateralis (laterale vleugelspier)
schuift bij dubbelzijdige werking onderkaak recht naar voren.
antagonistische werking achterste horizontaal lopende vezels M. temporalis. Bij
eenzijdige werking komt onderkaak naar voren &draait ze naar tegenovergestelde zijde.
• M. digastricus (tweebuikige onderkaakspier) trekt
bij gefixeerd tongbeen onderkaak omlaag tongbeen
oplichten. Door opheffen
tong =doorstoten mondinhoud naar keel.
• M. mylohyoideus (mondvloerspier) =identieke werking als M. digastricus.
• M. tensor tympani (hamerspier) trekt
hamersteel &meteen trommelvlies naar binnen druk van
perilymfe in binnenoor = hierdoor verhoogd