Hoofdstuk 1: Aandoeningen mond - slokdarm
Klinische tekenen van spijsverteringsproblemen zijn anorexie, regurgiteren, dysfagie, koliek,
klotsgeluiden, pinggeluiden, abdominale distentie, verminderde pensgeluiden/contracties,
gestegen buikspanning, opgetrokken buik, positieve pijnproeven, diarree, mestbijmengingen,
melena, ….
Mond- en keel aandoeningen komen niet vaak voor. Stomatitis en glossitis/tongulceratie zijn
hier de belangrijkste. In de slokdarm is slokdarmobstructie de belangrijkste aandoening.
1.1.1 Stomatitis
① Etiologie: primair door cautische (etsende) middelen zoals zuren en basen, planten
(boterbloem). Maar ook door trauma zoals stengels en stekels, het bit bij paarden,
tandafwijkingen die mondletsels veroorzaken, ingrepen, …. Vaak diagnose stellen via RX.
Ook infectieuze oorzaken zijn primair (viraal, bacteieel, mycose, tumoraal). Secundaire
oorzaken zijn diabetes of uremie.
② Symptomen: anorexie (eten doet pijn), eten laten vallen, ptyalisme, koorts, zwelling
lippen, gewichtsverlies (chronisch), eten met scheve kop bij unilaterale letsels, fetor ex oris
(stinkende adem).
③ Diagnose: mondinspectie type letsel richtinggevend voor diagnose swab nemen en
testen voor infecties of onderliggende aandoeningen.
④ Prognose: hangt af van de etiologie = goed bij traumatisch en cautisch, variabel bij
infecties (slecht bij boosaardige Catarraalkoorts, fair voor Blauwtong).
⑤ Behandeling: etiologie wegnemen, zacht voedsel geven, antiseptisch mondwater,
pijnmedicatie.
Hyperemie van de mucocutane overgangen wijst op een systemische
infectie (bv. Blauwtong) of een cautisch letsel.
Erosie dringt niet door de basale membraan. Deze aandoening komt
niet vaak voor, maar mag absoluut niet gemist worden (kans op missen
BVD of MKZ). De oorzaken zijn dus infectieus, maar bij een rund zijn
veel letsels niet van virale oorsprong.
Ulcers komen vooral voor aan de onderkant van de tong (vaak
dikbilkalveren) of aan de kaak, mechanisch door bv. een verkeerde
zuigmethode. Wordt veroorzaakt door trauma waar een secundaire
infectie bovenop komt, of door een erosie die uitbreidt (ook door
secundaire infectie).
1
,De diagnose wordt gesteld door mondinspectie. Het heeft een goede prognose. Behandeling
met mondwater, AB, NSAID’s, drinkpositie aanpassen (emmers op juiste hoogte).
Een vesikel komt niet vaak voor, maar is ook weer iets dat niet gemist
mag worden (verdacht van MKZ bij rund of vesiculeuze stomatitis bij
paard)!
Papuleuze stomatitis wordt veroorzaakt door het
Boviene Papulaire stomatitis virus. Het vormt ovale letsels. Het
komt voor bij kalveren < 1 jaar en vaak nog melkdrinkend. Het
spreidt via (in)direct contact en is een zoönose. De moederdieren
hebben letsels op spenen/uier.
De diagnose wordt dus gesteld door het herkennen van de pathognomonische letsels op
lippen, muilspiegel, neusvleugels, mondmucosa en soms slokdarm. De prognose is goed. Een
behandeling is niet nodig (zelflimiterend in 1-3 weken), eventueel symptomatisch met
mondwater en procaïne spray om drinken te verbeteren. Een secundaire bacteriële infectie is
wel mogelijk.
Ecthyma (‘zere bekjes’) wordt veroorzaakt door het parapox virus en
komt vooral voor bij kleine herkauwers. Het is een zoönose en
overleeft maandenlang is korsten. De letsels bevinden zich vaak
mucocutaan (lippen, neusvleugels, mondspiegel) maar het kan
uitbreiden tot de mond en tong. Letsels op spenen/uier moederdier
zijn mogelijk.
De prognose is goed. Een behandeling is niet nodig (zelflimiterend in 3-6 weken), eventueel
symptomatisch met zachte voeding of verdovende mondspray. Autovaccins zijn mogelijk ter
preventie.
Orale necrobacillose wordt veroorzaakt door F. necrophorum die een
wonde in de wang of tong infecteert of een virale infectie compliceert.
Symptomen zijn kaakzwelling, zwelling lippen - tong - mondslijmvlies,
grijsgeel beleg, dysfagie, anorexie, fetor ex oris. De prognose is goed.
Behandeling met AB systemisch (penicilline), reinigen en desinfecteren,
NSAID’s, ondersteuning met zacht voedsel en mondwater.
Houten tong wordt veroorzaakt door Actinobacillus lignieresii infectie
na trauma. Symptomen zijn zwelling van de keelgang, tong pijnlijk
gezwollen en hard, nodules/ulcers op tong mogelijk, spreiding mogelijk
naar huid, voormagen, long of operatiewonden. Diagnose door
cytologie/histologie op biopt/aspiraat of door cultuur.
De prognose is goed mits vroegtijdige behandeling, ongunstig bij chronische gevallen.
Behandeling met AB voor 7-10 dagen (sulfa’s – aminoglycosiden – tetracyclines – penicilline)
en loodpreparaten ofwel IV met natriumiodide ofwel oraal met kaliumiodide.
2
,1.2 Aandoeningen van de farynx
1.2.1 Faryngitis
① Etiologie: komt heel vaak voor, maar frequent niet als entiteit erkend (bv. wel als
onderdeel luchtweginfectie). Het wordt veroorzaakt door infecties (onderdeel
luchtweginfectie zoals S. equi bij paard, uitbreiding van een mondinfectie, migrerende
larven), trauma (sondage, bolussen, scherpe voorwerpen, secundaire infecties mogelijk),
irritatie (cautische stoffen, reflux bij paard), pharyngeale lymfoïde hyperplasie (jonge dieren,
luchtweginfecties).
② Symptomen: koorts, anorexie, speekselen, voedselverlies uit de mond, pijnlijk slikken
(dysfagie) met alimentaire neusvloei en hoesten, bij erge zwelling inspiratoire dyspnee, soms
uitwendige zwelling.
③ Prognose: meestal gunstig (want slechts onderdeel luchtweginfectie) met een vlot herstel
bij oppervlakkige letsels. Ongunstig voor penetrerende farynxletsels. Gereserveerd bij
complicaties zoals aspiratiepneumonie of ernstige farynxcollaps.
④ Diagnose: op basis van de symptomen, inspectie en palpatie, endoscopie (boroscopie),
RX (bij perforerende letsel of vreemd voorwerp vaststellen), echografie.
⑤ Behandeling: onderliggende etiologie wegnemen, symptomatisch (pijnstilling en zacht
voedsel).
Farynxperforatie door bolus.
1.2.2 Farynxparalyse
① Etiologie: zelden als alleenstaande afwijking, vaak in combinatie met centrale
zenuwstoornissen (bv. Listeria) of neuromusculaire stoornissen (bv. botulisme met
regurgitatie) of een perifeer letsel (bv. luchtzakmycose of fracturen).
② Symptomen: dysfagie, stridor (snurken), bijkomende symptomen naargelang de
etiologie.
③ Diagnose: symptomen, endoscopie (slikbewegingen uitlokken met endoscoop negatief
resultaat), dier laten drinken en kijken of er regurgitatie is, palpatie, specifieke testen voor bv.
botulisme.
④ Prognose en behandeling: meestal goed (afhv oorzaak), ongunstig bij botulisme of
uitgebreide luchtzakmycose (paard), aspiratiepneumonie is een ernstige complicatie.
Behandeling door etiologie weg te nemen.
3
, 1.3 Aandoeningen van de slokdarm
Op endoscopisch onderzoek mag je geen inhoud vinden in de slokdarm. Slokdarm moet
sluiten rond de probe (anders sprake van een slokdarmdilatatie). Mucosa moet roze zien.
1.3.1 Oesophagitis
① Etiologie: trauma (sonde, bolus, langdurige obstructies), infectie, chemische irritatie.
② Symptomen: soms vage symptomen, gedaalde eetlust/anorexie, bij erge ontsteking ook
spasmen en pijn, op endoscopie roodheid, zwelling en oedeem, antiperistaltiek, moeilijke en
pijnlijke sondage. Recidiverende obstructies zijn mogelijk. Lichte letsels helen goed. Bij diepe
letsels risico op strictuurvorming.
③ Diagnose en prognose: symptomen, sondage, endoscopie. DDx grass disease bij paarden.
De prognose is gunstig, tenzij bij BVDV – letsels na obstructie.
④ Behandeling: vooral symptomatisch (pijnstilling, AB, anti-tetanus serum want in letsels
kunnen anaeroben kruipen, zacht voedsel).
1.3.2 Slokdarmparese/paralyse
① Etiologie: na langdurige obstructie maagledigingsproblemen – oesophagitis, aantasting
verlengde merg door listeriose (rund) en EHV1 (paard), toxisch door botulisme en lood, grass
disease, tijdelijk door alfa-agonisten, myopathie (bv. door Blauwtong dwarsgestreepte
spier slokdarm aangetast), mega-oesophagus Friezen, congenitale hypo- of amotiliteit,
achalasie.
② Symptomen: regurgitatie, bij sondage leeg gevoel (geen weerstand, te makkelijk),
eventueel tijdelijke opzetting van cervicale deel slokdarm.
③ Diagnose en prognose: sondage zonder weerstand, endoscopie (met contrast RX).
Prognose goed voor congenitale vormen en lokale dilatatie na kortdurende obstructie, slecht
voor langdurig aanwezige letsels (bv. grass disease, botulisme).
④ Behandeling: sondevoeding/drenchen, TPN (totale parenterale nutritie), etiologisch,
vochttherapie, verslikkingspneumonie behandelen.
1.3.3 Slokdarmdivertikel
① Etiologie: een divertikel is een lokale verwijding van de slokdarm door een defect in of
uitrekking van de spierlaag met een gave mucosa. Aangeboren bij veulen en kalf. Verworven
na bv. obstructie. Kan door tractie (omliggende weefsels trekken eraan) of pulsie (vloeistof
komt erin waardoor divertikel groter wordt).
② Symptomen: weinig symptomen zolang melkopname. Na opname vast voedsel obstructie
en pijn, regurgitatie vast voedsel, uitwendige zwelling soms bij cervicale divertikels, bij
sondage eventueel weerstand en soms wel en soms niet passeren met sonde, acute of
recidiverende symptomen.
4