SPORTSTRUCTUREN EN SPORTBELEID
INLEIDING
Hoeveel ministers van sport zijn er in België? 3
ð Gemeenschapsniveau: Vlaamse gemeenschap, Waalse gemeenschap, Duitstalige gemeenschap
ð Afhankelijk van de gemeenschap heeft een sport meer of minder kans in een deel van het land
Wie is de grote baas van sport Vlaanderen? Philippe Paquay
Wie organiseert de Gentse Zesdaagse en de 10 miles in Antwerpen? Golazo
ð Grote evenementenorganisatie, ook internationaal, grote capaciteit, monopolist op markt
Hoe noemt de Waalse tegenhanger van Sport Vlaanderen? ADEPS
Wie is de grote baas van het IOC? Thomas Bach
1
, VSF Vlaamse sportfederatie
BOIC Belgisch olympisch en interfederaal comité
KBVB Koninklijke belgische voetbalbond
VTS Vlaamse trainerschool
VZW Vereniging zonder winstoogmerk
SPORTBELEID
1 WAT IS SPORT?
Gevolgen van definitie van sport
ð Erkend als sport, sportfederatie, sportclub -> subsidies krijgen, goedkoper toegang tot voorzieningen
- Hoe meer organisatie, hoe minder per organisaties
- Subsidies op basis van het aantal leden
- Soms duidelijk dat het sport is, over andere is er twijfel (volkssporten, e-sporten, nieuwe sporten)
Criteria -> moeilijk te definiëren, verschillende definities uit verschillende definities
ð Fysieke inspanning, ethisch verantwoord, beoefenen in de vrije tijd, (niet) professioneel, sociaal
element, gezondheidsbevorderend, competitief, mentale inspanning, motorisch leereffect,
regelgeving
ð Keuze van criteria is belangrijk voor erkenning, subsidies, sponsoring…
Criteria verschillen
- Tijdsperiode (vb. sport moet gereglementeerd zijn)
- Cultuur (vb. sport mag niet uitdagend zijn)
- Persoonlijke waarden (vb. sport moet gezond zijn)
- Morele normen (vb. sport moet ethisch zijn, sport mag geen financieel voordeel opleveren)
ð Deze verschillen leiden tot verschillende indelingen
Indelingen in classificaties: verschillende criteria -> veel mogelijke classificaties
- Op basis van ontstaansgronden
- Op basis van beoefenwijze
- Op basis van piramidaal bouwsteenmodel
- Op basis van motieven
ð Elke classificatie leidt tot discussies en andere opdelingen van sport
Ontstaansgronden
ð Vanuit spel en plezier, competitie met
anderen
ð Vanuit verplaatsen en bewegen
ð Vanuit manier om te overleven
(vechten, hengelen)
2
,Beoefenwijze
ð Vanaf sportieve recreatie
bij echte sport, eronder
vooral beweging en spel
ð Piramide: basis nodig voor
alles erboven, om te
rekruteren
ð Uitgangspunt: samenhang en wederzijdse beïnvloeding tussen top en basis -> topsport gaat
inspireren om te bewegen op lagere niveau’s
- Punt van discussie
- Topsport zorgt voor meer inschrijving, investeren in evenementen werkt inspirerend in alle lagen
van de sport en beweging
- Merkbaar effect, maar eerder voor welke sport populair is (niet per se meer sporten)
- Boost aan maatschappij bij succes in sport
- Minder toegankelijke sporten (vb. sneeuwsport) -> minder interessant om in te investeren
ð Aangepaste voorstelling van piramidaal sportmodel
- Brede basis kan de top wel beïnvloeden
Motieven voor sport
- Topsport: presteren, status, inkomen
- Wedstrijdsport: competitie, subjectief presteren, sociaal contact
- Recreatiesport: sportieve recreatie, ontspanning
- Fitnesssport: fysieke fitness, gezondheid
- Avontuursport: avontuur, spanning
- Lust, pret en pleziersport: exclusief plezier
- Cosmetische sport: uiterlijk
ð + glijsport, mediasport, pretsport, showsport, vakantiesport, vermaaksport
Managementperspectief op wat is sport: criteria
- Arbeidsmarkt: atleten, topsporters -> geld verdienen met sport
- Financiering: sponsoring (interesse om sport te financieren)
- Klanten: kijkers, fans (interesse om te kijken naar de sport)
- Product: mogelijkheid tot organiseren competitie, spelregels
- Marktstructuur: toetreders, structuur van de sector (clubs, leagues, federaties) -> traditionele
sportstructuur
ð Criteria die door e-sports gebruikt worden om aan te tonen dat ze een sport zijn
ð Kijksport met veel fans en sponsoring -> kan sport zijn, maar zonder fysieke activiteit
3
, Beleidsvisie: een definitie van sport (van de vlaamse sportraad)
= fysieke activiteit met een gereglementeerde organisatie en met cardiovasculair trainingseffect die een
pesoon in gezonde, milieuvriendelijke, ethisch en medisch verantwoorde omstandigheden verricht
! Er hoeft geen competitie bij te zijn
ð Keuze van bepaalde criteria bepaalt subsidies voor bepaalde sporten
ð Sporttakkenlijst van sport Vlaanderen
2 HET BELANG VAN SPORT?
ð Individuele motieven
ð Maatschappelijke motieven: gezondheid, sociale betekenis/binding, economische waarde
Individuele motieven
ð 3 grootste aspecten waarom mensen sporten: plezier, gezondheid/conditie (ook mentaal) en sociaal
- Andere: kick, mooier, compensatie, gewichtsverlies, netwerken, competitie, op aanraden, geld
ð Participatiesurvey: data verzamelen in gemeenschap (grafieken in ppt)
ð Bezorgdheid: sociale ongelijkheid bij sportparticipatie (migratieachtergrond, lagere status)
ð Sport for all: iedereen moet kans hebben om te sporten, aangepast aanbod voor maatschappij
- Inspelen op redenen waarom iemand zou willen sporten
ð Sportpromotie op maat en sportaanbod op maat
ð Universele motieven: motieven variëren per geslacht, leeftijd…
- Kleine verschillen naargelang geslacht: mannen meer competitie, vrouwen meer lichaam
- Kleine verschillen naargelang leeftijd: competitie als motief neemt af met leeftijd
- Kleine verschillen naargelang opleiding: hoog opgeleid relatief meer ontspanning als motief
- Senioren vinden vooral ontspanning en gezondheid belangrijk, sociale minder
Maatschappelijke motieven
ð Sport is belangrijk voor de maatschappij
- Beleid vanuit overheden, maar ook vanuit sportfederaties (eigen sport promoten)
- Argumenteren waarom er in sport geïnvesteerd wordt (belastingsgeld)
ð 3 basismotieven
1. Gezondheid:
- Primaire preventie, voorkomen en sneller herstel, bevolking veilig en gezond -> hart- en
vaatziekten, osteoporose, beroerte, type 2 diabetes, lage rugklachten, verschillende vormen van
kanker
- Secundaire preventie bij chronische ziekten (hart- en vaatziekte, type 2 diabetes, artrose)
o Kleuters: bewegingsnorm = 120min/dag -> slechts 7% haalt norm
o Kinderen en jongeren: bewegingsnorm = 60min/dag -> slechts 19% haalt norm
o Volwassenen: bewegingsnorm = 30min/dag -> slechts 40% haalt norm
- Psychosociaal: zelfbeeld, zelfvertrouwen, zelfbewustzijn, angst, depressie, spanning
- Negatieve aspecten van sport: kwetsuren, verliezen leidt tot negatief zelfbeeld, chronische
letsels, opzoeken van gevaarlijke situaties (grenzen verleggen), agressie, pesten, gokken
o Gevolgen: ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid, medische kosten
o Winst medische kosten door sporten groter dan verlies door kwetsuren -> positieve balans
- Taak overheid: promoten van sporten + reduceren van risico’s die met sporten gepaard gaan
4
INLEIDING
Hoeveel ministers van sport zijn er in België? 3
ð Gemeenschapsniveau: Vlaamse gemeenschap, Waalse gemeenschap, Duitstalige gemeenschap
ð Afhankelijk van de gemeenschap heeft een sport meer of minder kans in een deel van het land
Wie is de grote baas van sport Vlaanderen? Philippe Paquay
Wie organiseert de Gentse Zesdaagse en de 10 miles in Antwerpen? Golazo
ð Grote evenementenorganisatie, ook internationaal, grote capaciteit, monopolist op markt
Hoe noemt de Waalse tegenhanger van Sport Vlaanderen? ADEPS
Wie is de grote baas van het IOC? Thomas Bach
1
, VSF Vlaamse sportfederatie
BOIC Belgisch olympisch en interfederaal comité
KBVB Koninklijke belgische voetbalbond
VTS Vlaamse trainerschool
VZW Vereniging zonder winstoogmerk
SPORTBELEID
1 WAT IS SPORT?
Gevolgen van definitie van sport
ð Erkend als sport, sportfederatie, sportclub -> subsidies krijgen, goedkoper toegang tot voorzieningen
- Hoe meer organisatie, hoe minder per organisaties
- Subsidies op basis van het aantal leden
- Soms duidelijk dat het sport is, over andere is er twijfel (volkssporten, e-sporten, nieuwe sporten)
Criteria -> moeilijk te definiëren, verschillende definities uit verschillende definities
ð Fysieke inspanning, ethisch verantwoord, beoefenen in de vrije tijd, (niet) professioneel, sociaal
element, gezondheidsbevorderend, competitief, mentale inspanning, motorisch leereffect,
regelgeving
ð Keuze van criteria is belangrijk voor erkenning, subsidies, sponsoring…
Criteria verschillen
- Tijdsperiode (vb. sport moet gereglementeerd zijn)
- Cultuur (vb. sport mag niet uitdagend zijn)
- Persoonlijke waarden (vb. sport moet gezond zijn)
- Morele normen (vb. sport moet ethisch zijn, sport mag geen financieel voordeel opleveren)
ð Deze verschillen leiden tot verschillende indelingen
Indelingen in classificaties: verschillende criteria -> veel mogelijke classificaties
- Op basis van ontstaansgronden
- Op basis van beoefenwijze
- Op basis van piramidaal bouwsteenmodel
- Op basis van motieven
ð Elke classificatie leidt tot discussies en andere opdelingen van sport
Ontstaansgronden
ð Vanuit spel en plezier, competitie met
anderen
ð Vanuit verplaatsen en bewegen
ð Vanuit manier om te overleven
(vechten, hengelen)
2
,Beoefenwijze
ð Vanaf sportieve recreatie
bij echte sport, eronder
vooral beweging en spel
ð Piramide: basis nodig voor
alles erboven, om te
rekruteren
ð Uitgangspunt: samenhang en wederzijdse beïnvloeding tussen top en basis -> topsport gaat
inspireren om te bewegen op lagere niveau’s
- Punt van discussie
- Topsport zorgt voor meer inschrijving, investeren in evenementen werkt inspirerend in alle lagen
van de sport en beweging
- Merkbaar effect, maar eerder voor welke sport populair is (niet per se meer sporten)
- Boost aan maatschappij bij succes in sport
- Minder toegankelijke sporten (vb. sneeuwsport) -> minder interessant om in te investeren
ð Aangepaste voorstelling van piramidaal sportmodel
- Brede basis kan de top wel beïnvloeden
Motieven voor sport
- Topsport: presteren, status, inkomen
- Wedstrijdsport: competitie, subjectief presteren, sociaal contact
- Recreatiesport: sportieve recreatie, ontspanning
- Fitnesssport: fysieke fitness, gezondheid
- Avontuursport: avontuur, spanning
- Lust, pret en pleziersport: exclusief plezier
- Cosmetische sport: uiterlijk
ð + glijsport, mediasport, pretsport, showsport, vakantiesport, vermaaksport
Managementperspectief op wat is sport: criteria
- Arbeidsmarkt: atleten, topsporters -> geld verdienen met sport
- Financiering: sponsoring (interesse om sport te financieren)
- Klanten: kijkers, fans (interesse om te kijken naar de sport)
- Product: mogelijkheid tot organiseren competitie, spelregels
- Marktstructuur: toetreders, structuur van de sector (clubs, leagues, federaties) -> traditionele
sportstructuur
ð Criteria die door e-sports gebruikt worden om aan te tonen dat ze een sport zijn
ð Kijksport met veel fans en sponsoring -> kan sport zijn, maar zonder fysieke activiteit
3
, Beleidsvisie: een definitie van sport (van de vlaamse sportraad)
= fysieke activiteit met een gereglementeerde organisatie en met cardiovasculair trainingseffect die een
pesoon in gezonde, milieuvriendelijke, ethisch en medisch verantwoorde omstandigheden verricht
! Er hoeft geen competitie bij te zijn
ð Keuze van bepaalde criteria bepaalt subsidies voor bepaalde sporten
ð Sporttakkenlijst van sport Vlaanderen
2 HET BELANG VAN SPORT?
ð Individuele motieven
ð Maatschappelijke motieven: gezondheid, sociale betekenis/binding, economische waarde
Individuele motieven
ð 3 grootste aspecten waarom mensen sporten: plezier, gezondheid/conditie (ook mentaal) en sociaal
- Andere: kick, mooier, compensatie, gewichtsverlies, netwerken, competitie, op aanraden, geld
ð Participatiesurvey: data verzamelen in gemeenschap (grafieken in ppt)
ð Bezorgdheid: sociale ongelijkheid bij sportparticipatie (migratieachtergrond, lagere status)
ð Sport for all: iedereen moet kans hebben om te sporten, aangepast aanbod voor maatschappij
- Inspelen op redenen waarom iemand zou willen sporten
ð Sportpromotie op maat en sportaanbod op maat
ð Universele motieven: motieven variëren per geslacht, leeftijd…
- Kleine verschillen naargelang geslacht: mannen meer competitie, vrouwen meer lichaam
- Kleine verschillen naargelang leeftijd: competitie als motief neemt af met leeftijd
- Kleine verschillen naargelang opleiding: hoog opgeleid relatief meer ontspanning als motief
- Senioren vinden vooral ontspanning en gezondheid belangrijk, sociale minder
Maatschappelijke motieven
ð Sport is belangrijk voor de maatschappij
- Beleid vanuit overheden, maar ook vanuit sportfederaties (eigen sport promoten)
- Argumenteren waarom er in sport geïnvesteerd wordt (belastingsgeld)
ð 3 basismotieven
1. Gezondheid:
- Primaire preventie, voorkomen en sneller herstel, bevolking veilig en gezond -> hart- en
vaatziekten, osteoporose, beroerte, type 2 diabetes, lage rugklachten, verschillende vormen van
kanker
- Secundaire preventie bij chronische ziekten (hart- en vaatziekte, type 2 diabetes, artrose)
o Kleuters: bewegingsnorm = 120min/dag -> slechts 7% haalt norm
o Kinderen en jongeren: bewegingsnorm = 60min/dag -> slechts 19% haalt norm
o Volwassenen: bewegingsnorm = 30min/dag -> slechts 40% haalt norm
- Psychosociaal: zelfbeeld, zelfvertrouwen, zelfbewustzijn, angst, depressie, spanning
- Negatieve aspecten van sport: kwetsuren, verliezen leidt tot negatief zelfbeeld, chronische
letsels, opzoeken van gevaarlijke situaties (grenzen verleggen), agressie, pesten, gokken
o Gevolgen: ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid, medische kosten
o Winst medische kosten door sporten groter dan verlies door kwetsuren -> positieve balans
- Taak overheid: promoten van sporten + reduceren van risico’s die met sporten gepaard gaan
4