Sociologie
UA Ba 1 2025-2026 Marie-Jo De Baecker
Inhoudsopgave - Sociologie
Speelveld 1 & 2..............................................................................................2
I. Op ontdekkingstocht door een bekend gebied?...........................................................2
2. Het dagelijkse leven door de sociologische lens......................................................4
2.1. Selectieve waarnemening........................................................................................5
2.2. Referentiekaders/ sociale bril...................................................................................6
2.3. Toepassing van de sociale verbeelding....................................................................7
2.4. Over voetbal............................................................................................................ 8
3. Een stap verder........................................................................................................ 8
4. Een 1ste definitie van sociologie..............................................................................10
II. De samenleving is een veld van… tegengestelde krachten (p33-50)........................11
Speelveld 3 – waarmee zijn sociologen bezig? (p53 – 65)................................27
Speelveld 4: Blokken uit de sociologische doos – MICRONIVEAU......................38
Speelveld 5 – een netwerk is geen groep (p93-115) – MESONIVEAU.................51
Speelveld 6 – Moderne samenlevingen zijn altijd multicultureel (P.119-149) -
MACRONIVEAU............................................................................................. 61
1
, Sociologie
UA Ba 1 2025-2026 Marie-Jo De Baecker
Ba 1: Sociologie
Speelveld 1 & 2
I. Op ontdekkingstocht door een bekend gebied?
Inleiding
- Socio-logie?
Hybride combinatie Latijn en Grieks
Socius (metgezel); societas (samenleving); logos (kennis, leer, kunde)
= studie van de samenleving (mensen onder elkaar), samenlevingskunde
- E.J. Sieyès (1748-1785), manuscript rond 1780-1785
o werk werd niet uitgegeven
o Werk: Qu’est-ce que le tiers état? (wat is de 3de stand)
o Doel: inrichting van nieuwe samenleving ten tijde van Franse Revolutie
o 3 standen: adel, clerus en volk
o Vaststelling: 3de stand niets te zeggen, want adel en clerus spannen samen diegene
die het meeste bijbrengen aan de samenleving, hebben het minste te zeggen
o “Kan niet, is niet oke” in zijn werk: eerste keer begrip “sociologie”
Normatieve wetenschap = hoe zou het nu moeten zijn: hoe kan de samenleving het beste
worden ingericht? Hoe ziet ‘het goede leven’ eruit in zo’n nieuwe samenleving?
o 3de stand meer inspraak
o Normatief oordeel = waardeoordeel
o NIET GRONDLEGGER: sociologie nu = objectieve wetenschap (hoe het nu is) en dus NIET
hoe het zou moeten zijn = normatieve wetenschap
o Sociologie kwam met nieuw concept: volkssoeverniteit
- Auguste Comte (1830) = GRONDLEGGER SOCIOLOGIE
Sociologie 2X uitgevonden
Cours de philosophie positive: sociologie als hoogste en meest complexe wetenschap
Definieert sociologie als beschrijvende, empirische wetenschap (gebaseerd op waarneming)
Bekeek samenleving vanuit politiek gekleurd standpunt: sociologie = leer die rechtvaardige &
revolutionaire inrichting van samenleving voorschreef
Verwaarloosde 3de stand: moet rechten krijgen
Sociologie: normatieve benadering, gedreven door ideële voorstelling van hoe
samenleving behoorde te zijn
In navolging van natuurwetenschappen: beschrijvend, objectief en empirisch
Op zoek naar wetmatigheden in de samenleving aan de hand van empirisch onderzoek
Sociologen: samenleving op objectieve + empirische wijze te doorgronden
1. Een beeld van een titel
2
,Sociologie
UA Ba 1 2025-2026 Marie-Jo De Baecker
- Speelveld, spelregels, spelers het samenlevingsspel
o Speelveld = samenleving
o Spelers = mensen binnen of buiten (gevangenis) samenleving + communiceren met elkaar
o Spelregels = samenlevingsregels gedragsregels & rechtsregels
Niet allemaal even dwingend
Maatschappelijk leven ook geboden & verboden
Samenleving geen formele & procedurele vereisten om van geldige regel te spreken
o Zones: waar gelden die regels = op het speelveld
Private (in uw huis) en publieke (openbare weg)
In het openbaar bv. Niet naakt rondlopen en thuis wel
o Posities: student, docent, echtgenoot, kind..
Niet onveranderlijk: kan veranderen in de tijd
Niet immuun voor de tijd
Vroeger: veel arbeiders (handwerk) en nu kennisjobs
Samenleving ook posities, bv. beroepspositie met takenverdeling: arbeidsdeling
o !! Bij posities horen verwachtingen en waarderingen
Rollen = verwachtingen verwachten van docent dat ppt online staat ;)
Status = waardering advocaat vs. Poetshulp
o Interageren & communiceren: iedereen constant mee bezig
o Taakenverdeling + hiërarchie
o Formele leiders: via officiële kanalen op opsitie terechtgekomen
Beste leden van groep + gezag
o Informele leiders
o Doel: winnen in SL: nuttige bijdrage leveren, soms opzijgezet wnr ze niet werken,
werkloosheid…
In SL: eigen maatschappelijke doel verbeteren
o Tribune: de trainer én DE socioloog wordt geacht een neutrale waarnemer te zijn
Illustratie van: sociale posities, rollen en hiërarchie + regels zijn meer dan alleen het
recht
- Positionaliteit/positionality: bewust zijn van eigen identiteit
positiegebonden rollen, voorkeuren, ervaringen + eigenschappen die mogelijke invloed
kunnen hebben op neutraliteit
Socioloog = persoon met kenmerken
Nemen bepaalde sociale positie in → moeten bewust zijn van hun positie
Uw identiteit en sociale positie, zijn opgebouwd door een aantal factoren/elementen
o Bewust zijn dat die factoren (geslacht, gender, nationaliteit) → een rol speelt/invloed
heeft op uw onderzoek en hoe je de wereld waarneemt
Positionaliteitsverklaring: wie ben jij als onderzoeker?
Ik ben ervan bewust dat ik een blanke, hetero vrouw ben en onderzoek ga
doen bij mensen die behoren tot LGBTQ+, ik ben bewust van enkele
vooroordelen of blinde vlekken
- Intersectionaliteit
Hangt samen met positionaliteit (= neutraler)
3
, Sociologie
UA Ba 1 2025-2026 Marie-Jo De Baecker
Stap verder: verschillende elementen van uw identiteit gaan elkaar beïnvloeden, specifiek
op vlak van gelijkheid en discriminatie
Voorbeeld:
o In AME een rechtszaak: bedrijf voornamelijk donkere vrouwen ontslagen
o Wel werken: blanke mannen, donkere mannen en blanke vrouwen
o Probleem: geen discriminatie op vlak van huidskleur of geslacht
o Huidige wet: enkel discriminatie voor 1 aspect, niet voorzien voor combinatie
o Juridisch gezien geen sprake van discriminatie
Aanleiding gegeven tot wetswijzingen: introductie van het begrip intersectionaliteit
2. Het dagelijkse leven door de sociologische lens
- Sociologische lens: onze socioloog zit in de tribune
Kenmerkend voor een socioloog: kijkt door sociologische lens naar SL
Eerste waarnemingen = eerste blik: stellen dingen die we zien in de maatschappij vast
Vorm geven aan surveys, observaties, diepte-interviews…
Via lens: achter deze waarnemingen kijken doel: meer zien, achterliggende
werkelijkheid en sociale structuren via bepaalde manier kijken: onderzoek, observaties
Vergelijking MRI-scanner: (gynaecoloog)
Eerste blik: het zien van armen en benen
Lens: ervaring/kennis nodig om die informatie te verwerken
Lens = werkinstrument: achter werkelijkheid bekijken en datgene wat je vaststelt
interpreteren door kennis en ervaring = sociologische verbeelding van Mills
Lens moet betekenis geven, sociologen verstaan het + geven betekenis
Structurele + dispositionele drempels die toegang tot rechtelijke bemoeilijken voor
bepaald groep weergeven
- Sociale verbeelding = vermogen van een sociologische wetenschapper om de waarnemingen te
interpreteren, dat hij weet dat het samenhangt met 3 componenten van sociologische verbeelding
“the vivid awareness of the relationship between experience and the wider society” (Mills)
Vermogen om te begrijpen dat iemands individueme ervaring in verband staan met
maatschappelijke krachten + ruimere historishe context
3 componenten sociologische verbeelding:
1. Geschiedenis/historisch proces: hoe is de SL tot stand gekomen?
2. Biografie: wie zijn de mensen in de SL?
3. Sociale structuur: hoe werkt de SL via instituties + achterliggende structuren
- Definitie:
Vermogen om te begrijpen dat iemands persoonlijke situatie in verband staat met
maatschappelijke krachten en de ruimere historische context
Jouw eigen verhaal (biografie) is op ontelbare wijzen beïnvloed door sociale structuren
en mensen die vòòr jou kwamen (historisch proces)
- Bv.: jongeren
Biografie = verhaal dat je ziet: veel jongeren volgen universitair onderwijs
Sociale structuur: slim + steeds meer kennisjobs zijn meer vraag
Geschiedenis: heeft te maken met het industrialisatieproces
- Bv.: armoede
Biografie: heel wat mensen leven in armoede
4
UA Ba 1 2025-2026 Marie-Jo De Baecker
Inhoudsopgave - Sociologie
Speelveld 1 & 2..............................................................................................2
I. Op ontdekkingstocht door een bekend gebied?...........................................................2
2. Het dagelijkse leven door de sociologische lens......................................................4
2.1. Selectieve waarnemening........................................................................................5
2.2. Referentiekaders/ sociale bril...................................................................................6
2.3. Toepassing van de sociale verbeelding....................................................................7
2.4. Over voetbal............................................................................................................ 8
3. Een stap verder........................................................................................................ 8
4. Een 1ste definitie van sociologie..............................................................................10
II. De samenleving is een veld van… tegengestelde krachten (p33-50)........................11
Speelveld 3 – waarmee zijn sociologen bezig? (p53 – 65)................................27
Speelveld 4: Blokken uit de sociologische doos – MICRONIVEAU......................38
Speelveld 5 – een netwerk is geen groep (p93-115) – MESONIVEAU.................51
Speelveld 6 – Moderne samenlevingen zijn altijd multicultureel (P.119-149) -
MACRONIVEAU............................................................................................. 61
1
, Sociologie
UA Ba 1 2025-2026 Marie-Jo De Baecker
Ba 1: Sociologie
Speelveld 1 & 2
I. Op ontdekkingstocht door een bekend gebied?
Inleiding
- Socio-logie?
Hybride combinatie Latijn en Grieks
Socius (metgezel); societas (samenleving); logos (kennis, leer, kunde)
= studie van de samenleving (mensen onder elkaar), samenlevingskunde
- E.J. Sieyès (1748-1785), manuscript rond 1780-1785
o werk werd niet uitgegeven
o Werk: Qu’est-ce que le tiers état? (wat is de 3de stand)
o Doel: inrichting van nieuwe samenleving ten tijde van Franse Revolutie
o 3 standen: adel, clerus en volk
o Vaststelling: 3de stand niets te zeggen, want adel en clerus spannen samen diegene
die het meeste bijbrengen aan de samenleving, hebben het minste te zeggen
o “Kan niet, is niet oke” in zijn werk: eerste keer begrip “sociologie”
Normatieve wetenschap = hoe zou het nu moeten zijn: hoe kan de samenleving het beste
worden ingericht? Hoe ziet ‘het goede leven’ eruit in zo’n nieuwe samenleving?
o 3de stand meer inspraak
o Normatief oordeel = waardeoordeel
o NIET GRONDLEGGER: sociologie nu = objectieve wetenschap (hoe het nu is) en dus NIET
hoe het zou moeten zijn = normatieve wetenschap
o Sociologie kwam met nieuw concept: volkssoeverniteit
- Auguste Comte (1830) = GRONDLEGGER SOCIOLOGIE
Sociologie 2X uitgevonden
Cours de philosophie positive: sociologie als hoogste en meest complexe wetenschap
Definieert sociologie als beschrijvende, empirische wetenschap (gebaseerd op waarneming)
Bekeek samenleving vanuit politiek gekleurd standpunt: sociologie = leer die rechtvaardige &
revolutionaire inrichting van samenleving voorschreef
Verwaarloosde 3de stand: moet rechten krijgen
Sociologie: normatieve benadering, gedreven door ideële voorstelling van hoe
samenleving behoorde te zijn
In navolging van natuurwetenschappen: beschrijvend, objectief en empirisch
Op zoek naar wetmatigheden in de samenleving aan de hand van empirisch onderzoek
Sociologen: samenleving op objectieve + empirische wijze te doorgronden
1. Een beeld van een titel
2
,Sociologie
UA Ba 1 2025-2026 Marie-Jo De Baecker
- Speelveld, spelregels, spelers het samenlevingsspel
o Speelveld = samenleving
o Spelers = mensen binnen of buiten (gevangenis) samenleving + communiceren met elkaar
o Spelregels = samenlevingsregels gedragsregels & rechtsregels
Niet allemaal even dwingend
Maatschappelijk leven ook geboden & verboden
Samenleving geen formele & procedurele vereisten om van geldige regel te spreken
o Zones: waar gelden die regels = op het speelveld
Private (in uw huis) en publieke (openbare weg)
In het openbaar bv. Niet naakt rondlopen en thuis wel
o Posities: student, docent, echtgenoot, kind..
Niet onveranderlijk: kan veranderen in de tijd
Niet immuun voor de tijd
Vroeger: veel arbeiders (handwerk) en nu kennisjobs
Samenleving ook posities, bv. beroepspositie met takenverdeling: arbeidsdeling
o !! Bij posities horen verwachtingen en waarderingen
Rollen = verwachtingen verwachten van docent dat ppt online staat ;)
Status = waardering advocaat vs. Poetshulp
o Interageren & communiceren: iedereen constant mee bezig
o Taakenverdeling + hiërarchie
o Formele leiders: via officiële kanalen op opsitie terechtgekomen
Beste leden van groep + gezag
o Informele leiders
o Doel: winnen in SL: nuttige bijdrage leveren, soms opzijgezet wnr ze niet werken,
werkloosheid…
In SL: eigen maatschappelijke doel verbeteren
o Tribune: de trainer én DE socioloog wordt geacht een neutrale waarnemer te zijn
Illustratie van: sociale posities, rollen en hiërarchie + regels zijn meer dan alleen het
recht
- Positionaliteit/positionality: bewust zijn van eigen identiteit
positiegebonden rollen, voorkeuren, ervaringen + eigenschappen die mogelijke invloed
kunnen hebben op neutraliteit
Socioloog = persoon met kenmerken
Nemen bepaalde sociale positie in → moeten bewust zijn van hun positie
Uw identiteit en sociale positie, zijn opgebouwd door een aantal factoren/elementen
o Bewust zijn dat die factoren (geslacht, gender, nationaliteit) → een rol speelt/invloed
heeft op uw onderzoek en hoe je de wereld waarneemt
Positionaliteitsverklaring: wie ben jij als onderzoeker?
Ik ben ervan bewust dat ik een blanke, hetero vrouw ben en onderzoek ga
doen bij mensen die behoren tot LGBTQ+, ik ben bewust van enkele
vooroordelen of blinde vlekken
- Intersectionaliteit
Hangt samen met positionaliteit (= neutraler)
3
, Sociologie
UA Ba 1 2025-2026 Marie-Jo De Baecker
Stap verder: verschillende elementen van uw identiteit gaan elkaar beïnvloeden, specifiek
op vlak van gelijkheid en discriminatie
Voorbeeld:
o In AME een rechtszaak: bedrijf voornamelijk donkere vrouwen ontslagen
o Wel werken: blanke mannen, donkere mannen en blanke vrouwen
o Probleem: geen discriminatie op vlak van huidskleur of geslacht
o Huidige wet: enkel discriminatie voor 1 aspect, niet voorzien voor combinatie
o Juridisch gezien geen sprake van discriminatie
Aanleiding gegeven tot wetswijzingen: introductie van het begrip intersectionaliteit
2. Het dagelijkse leven door de sociologische lens
- Sociologische lens: onze socioloog zit in de tribune
Kenmerkend voor een socioloog: kijkt door sociologische lens naar SL
Eerste waarnemingen = eerste blik: stellen dingen die we zien in de maatschappij vast
Vorm geven aan surveys, observaties, diepte-interviews…
Via lens: achter deze waarnemingen kijken doel: meer zien, achterliggende
werkelijkheid en sociale structuren via bepaalde manier kijken: onderzoek, observaties
Vergelijking MRI-scanner: (gynaecoloog)
Eerste blik: het zien van armen en benen
Lens: ervaring/kennis nodig om die informatie te verwerken
Lens = werkinstrument: achter werkelijkheid bekijken en datgene wat je vaststelt
interpreteren door kennis en ervaring = sociologische verbeelding van Mills
Lens moet betekenis geven, sociologen verstaan het + geven betekenis
Structurele + dispositionele drempels die toegang tot rechtelijke bemoeilijken voor
bepaald groep weergeven
- Sociale verbeelding = vermogen van een sociologische wetenschapper om de waarnemingen te
interpreteren, dat hij weet dat het samenhangt met 3 componenten van sociologische verbeelding
“the vivid awareness of the relationship between experience and the wider society” (Mills)
Vermogen om te begrijpen dat iemands individueme ervaring in verband staan met
maatschappelijke krachten + ruimere historishe context
3 componenten sociologische verbeelding:
1. Geschiedenis/historisch proces: hoe is de SL tot stand gekomen?
2. Biografie: wie zijn de mensen in de SL?
3. Sociale structuur: hoe werkt de SL via instituties + achterliggende structuren
- Definitie:
Vermogen om te begrijpen dat iemands persoonlijke situatie in verband staat met
maatschappelijke krachten en de ruimere historische context
Jouw eigen verhaal (biografie) is op ontelbare wijzen beïnvloed door sociale structuren
en mensen die vòòr jou kwamen (historisch proces)
- Bv.: jongeren
Biografie = verhaal dat je ziet: veel jongeren volgen universitair onderwijs
Sociale structuur: slim + steeds meer kennisjobs zijn meer vraag
Geschiedenis: heeft te maken met het industrialisatieproces
- Bv.: armoede
Biografie: heel wat mensen leven in armoede
4