• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 45 pages
Summary

Samenvatting Virologie (Prof Van Ranst)

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 45 pages

Samenvatting deel Marc Van Ranst

Content preview

Ann-Sophie
Vanwijnsberghe 1
Virologie 2025 ~ M. Van Ranst




Cursus virologie ~ Mark Van Ranst
Hoofdstuk I: Inleiding
- Virologie is een moderne wetenschap.
- Pionier in deze nieuwe discipline was Adolf Eduard Mayer.
- Deze ontdekte dat het sap van zieke tabaksplanten de gezonde
ging besmetten
- Conclusie was dat tabaksmozaïek overdraagbaar was.
- Martinus Willem Beijerinck ging nog een stapje verder.
- Hij filterde het sap van een ziek vermalen blad
- En bracht dit filtraat aan op een gezond blad
- Dit nieuwe blad werd ook ziek.
- Conclusie was dat de ziekteverwekker nog steeds door de filter ging.
- Dit kon dus geen bacterie zijn.
- Was de eerste die de term virus gebruikte in 1898.


- Belangrijke virusziekte doorheen de geschiedenis zijn

* pokken.
- Kwam al voor bij Ramses V in het oude Egypte: 1157 VC
- In EU: 6e eeux
- Ih Westen ernstige infectieziekte: 8e eeuw
- Laatste case was in 1977 in Somalië.

* Poliomyelitis
- Dit kwam ook al voor in het oude Egypte: 1500VC
- Hygiene, riolering: epidemien ontwikkelende landen: 20e eeuw
- 3 types polio-virus geisoleerd en geidentificeerd: 1951
- Vaccinatie: 1954
- Komt nog steeds voor, maar uitroeiing wordt geschat in 2013 – 2015.

* HIV/AIDS
- Eerste geval: Belgisch Congo: 1959
- Eerst term “AIDS” link bloedproducten: 1982
- HIV geidentificeerd: 1983
- Eerste anti-HIV drug: 1987
- Tussen 1993 en 1995 was dit zelfs de grootste doodsoorzaak.

Virale structuur
- Zijn van de grootteorde van 100 nm (herpesvirus) (is dus zeer klein).
- De grote virussen gaan tot 300 nm (pokken).

, - De kleine tot 25 nm (picornavirus). 1,5 µm(1500nm: E Coli)
- Electronenmicroscoop en ultrafiltreerbaar

- Verder beschikken virussen over een enveloppe, capside en een genoom.
- Sommige virussen zijn naakt, en hebben dus geen enveloppe.


- De enveloppe bestaat uit een lipiden dubbellaag.
- Bestaat uit de wand van de moedercel.
- Hierdoor kunnen ze makkelijk cellen invaderen.
- Maar dit is geen extra bescherming!
- Is soms zelfs eerder nadelig...
- Want ze is snel kapot te maken met detergenten.
- Bij verlies van de enveloppe, is ook het virus ook niet meer infectieus.
- Want in lipidenlaag zitten de celliganden.


-We kunnden de capsiden opdelen in 3 soorten

* helicoïdaal
- Rond het DNA/RNA zit spiraalsgewijs een zelfde molecule.
- Dit is een economische manier van bescherming.
- slechts 1 EW nodig.
- Vb is het tabaksmozaïekvirus, dat een zeer rigide kapsel heeft.
- Vb is ook het ebolavirus, dat dan weer zeer soepel is.

 Icosahedraal
* Dit is een typische vorm voor virussen.
* Deze structuur is ook de meest stabiele structuur in de natuur.
* Hoe groter, hoe stabieler!
* Gemaakt door een opeenvolging van 5- en 6-hoeken. Spontane vorming.
* Is capside uit capsomeren met in midden nucleinezuur

- Typisch voor adenovirussen, herpes-virussen
en papillomavirussen.
- Adenovirussen hebben antennetjes.
- Herpesvirussen hebben een enveloppe. Cirkel rondom:
Membraan is stuk, vandaar het spiegelei
- Papillomavirus: allemaal bloemetjes

* Complex
- Typisch voor bacteriofagen.
- Zijn virussen van bacteriën.
- Alle levende entiteiten hebben hun eigen virussen.
- Typisch voor bacteriofagen is het landingsgestel.
- Eens geland gaat de faag zijn genetisch materiaal inspuiten.
- Virussen moeten dus niet in de cel zitten.
- Ook pokkenvirus heeft een zeer karakteristieke vorm.

, - Nucleinezuren, laterale body, soluble protein antigens, outer enveloppe
- 200nm- 300nm



* Genoom
- Virussen hebben ofwel DNA ofwel RNA.
- Dit is dan ofwel ds ofwel ss.
- En dan ofwel lineair ofwel circulair.
- En dan ofwel uit 1 stuk ofwel segmentair.
- Meestal zijn virussen linair ssRNA.


- DNA-virussen
- De meesten zijn dsDNA, behalve Parvovirus B19: Dit is ssDNA.
- Parvovirussen zorgen voor stoppen van de foetale
circulatie als de zwangere vrouw hier voor eerst in contact
mee komt.
- Nood aan een intra-uteriene bloedtransfusie.
- Stabiele, weinig mutatie: DNA polymerase gebruikt
- RNA-virussen
- Meesten zijn ssRNA, maar ook de meest gekende virussen zijn ssRNA.
- Bekendste zijn het dsRNA Rotavirus en het ssRNA mazelenvirus.
- Onstabiele virussen, maken eigen RNA polymerase
- circulair genoomvirussen: papilloma en plant viroid

- ssRNA plantviroïden.
- Normaal wordt ssRNA snel afgebroken,
- maar deze zijn enorm stabiel door complementatiteit.
- Ze hebben ook geen eiwitmantel nodig.
- Ze zijn niet menspathogeen.

- dsDNA papillomavirussen.
- Hepatitis B
- Dit is 2/3 dubbelstrengig.
- segmentaire virussen

- Hebben meerdere virale chromosoompjes
- Staan in voor de genetische variabiliteit. Segmentaire genoomstructuur
- Als één cel door meerdere virussen wordt geïnfecteerd spreekt men van

reassortement.
- Nieuwe partikels kunnen dan een andere samenstelling hebben.
- Maar dit is uiterst zeldzaam.

, - Dit komt voor als er slechte versmelting is door veel opp-EW.

- De meeste partikels verdwijnen wegens een fout aantal
- Soms echter nieuwe varianten uitgeselecteerd

-reassortment heeft een groot potentieel.
- Zeer snel genetische varaibiliteit.
- Maar dus meestal een verslechtering.
- Enkele voorbeelden zijn rotavirussen en griepvirussen




Taxonomie:

Orde -virales mononega
virales

Familie -viridae Herpesviridae Rhabdovir
idae

Subfamilie - Virinae Alphaherpesvirin
ae

Genus - virus Simplex virus Lyssaviru
s

Naam Humaan herpes Rabies
virus 1 (HSV1) virus


Replicatie
- Virussen zijn obligaat cellulaire parasieten.
- ze kidnappen de cel.

-Dit om genetisch materiaal te vermenigvuldigen.
- Ze hebben dus dezelfde oerbetrachting
- en dus per definitie levende wezens.


- Virale replicatie gebeurt via een aantal stappen:
* Binden aan cellulaire receptoren
* Binnendringen en ontmanteling in doelwitcel

Table of contents

  1. 01 pokken. 1
  2. 02 Poliomyelitis 1
  3. 03 HIV/AIDS 1
  4. 04 helicoïdaal 2
  5. 05 Icosahedraal 2
  6. 06 Typisch voor adenovirussen, herpes-virussen en papillomavirussen. 2
  7. 07 Complex 2
  8. 08 Genoom 3
  9. 09 ssRNA plantviroïden. 3
  10. 10 dsDNA papillomavirussen. 3
  11. 11 Hebben meerdere virale chromosoompjes 3
  12. 12 reassortement. 3
  13. 13 reassortment heeft een groot potentieel. 4
  14. 14 Dit om genetisch materiaal te vermenigvuldigen. 4
  15. 15 Door energetisch zeer gunstige conformatie. 6
  16. 16 Budding 6
  17. 17 cytolyse 6
  18. 18 EM 6
  19. 19 Virale kweek op celcultuur 7
  20. 20 1) Hemadsorptie 8
  21. 21 2) Immunofluorescentie 8
  22. 22 Antigeendetectie 9
  23. 23 Genoomdetectie 9
  24. 24 Fluorogenic 5’ nuclease assay: met een reporterkleurstof 9
  25. 25 Nu gemakkelijke machinale sequencing. 9
  26. 26 Immunofluorescentie 10
  27. 27 Hemaglutinatie-inhibitie 10
  28. 28 Complementfixatie 10
  29. 29 RBC + virussen(ag) + complementfactoren 10
  30. 30 ELISA 10
  31. 31 membraanversmelting 13
  32. 32 Vergroting van de lymfeklier. 14
  33. 33 En dus geen opportunistische infecties. 14
  34. 34 Pas na 5-10-15 jaar eindstadium AIDS. 15
  35. 35 cominatietherapie met 3 farmaca 16
  36. 36 En zijn vrijwel onzichtbaar voor immuunsysteem. 17
  37. 37 Dagelijks werk van immuunsysteem. 17
  38. 38 Geeft epidermodysplasia verruciformis. (EV) 17
  39. 39 ¼ van de SOA-raadplegingen bij vrouwen. 18
  40. 40 Zijn dé oorzaak van baarmoederhalskanker. 18
  41. 41 Zijn 3e meest voorkomende kanker. 18
  42. 42 Deze gaan op verschillende plaatsen zitten op verschillende leeftijden. 19
  43. 43 minder kans op normalisatie. 19
  44. 44 Geen verimische fase. 20
  45. 45 VLP’s 20
  46. 46 Is veel minder geaccepteerd. 21
  47. 47 Infectieuze hepatitis (A) 22
  48. 48 Sereuze hepatitis (B) 22
  49. 49 NANB hepatitis (CDE) 22
  50. 50 2/3 dsDNA, 1/3 ssDNA 24
  51. 51 Dit e-antigeen is belangrijk. 25
  52. 52 Door lenen van materiaal. 26
  53. 53 3: ZO-Azië, IV-druggebruikers 27
  54. 54 Wel in Mexico, Azië, Arabië, NO-Afrika. 28
  55. 55 ssRNA 28
  56. 56 ssDNA 28
  57. 57 Is bijzonder pijnlijk. 30
  58. 58 En zeker NOOIT talkpoeder op doen. 31
  59. 59 1- tot 4-jarigen 31
  60. 60 Door post-infctieuze moeheid.. 32
  61. 61 van banale uitslag tot geelzucht, vergroting lever en milt naar microcephalie. 33
  62. 62 Vnl in Zuid-Azië, Taiwan, Koeweit, Eskimo’s, Afrika. 35
  63. 63 Geeft abnormale lymfoïde proliferaties 36
  64. 64 En ouderen er aan sterven. 39
  65. 65 H1N1 39
  66. 66 Dus 8 nieuwe fragmenten die mens nog nooit had gezien. 39
  67. 67 Met levend, afgezwakt, temperatuurgevoelig virus. 45

Document information

Study
Uploaded on
November 12, 2025
Number of pages
45
Written in
2024/2025
Type
Summary
$18.65

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
3
Followers
0
Items
9
Last sold
2 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions