18.1. Cyberpesten
Cyberpesten is pesten waarbij een groep of individu via internet zich
expres agressief en voor langere tijd gedraagt naar een persoon.
Cyberpesten is anders dan ‘gewoon’ pesten. Het pesten gebeurt vaak
anoniem. Cyberpesters zijn moeilijk te achterhalen. Kans op straf voor de
dader is daardoor erg klein. Ongeveer de helft van de mensen die gepest
zijn via internet, weet niet wie de dader is. Slachtoffers van cyberpesten
zijn vaak de jongeren die ook in het echte leven gepest worden. Vaak door
dezelfde pesters. Vier tot vijfentwintig procent van kinderen tussen de
negen en negentien jaar is wel eens gepest op internet. Drie tot zestien
procent van de jongeren heeft zelf wel eens iemand gepest op internet.
Cyberpesten gebeurt vaker bij jongeren dan bij kinderen, omdat jongeren
meer en vaker toegang hebben tot internet.
Manieren van pesten
Het slachtoffer van blijft lang last houden van het cyberpesten. Jongeren
sturen berichten steeds naar elkaar door. Zo verspreiden berichten zich
snel. Een aantal bekende voorbeelden van cyberpesten:
bezemen
bangalijsten maken
fotomisbruik
identiteitshack
bedreigen
rondsturen van negatieve berichten.
Bezemen
Bezemen is foto’s van iemand gebruiken in zelfgemaakte filmpjes met
grove teksten en achtergrondmuziek. De dader haalt de foto’s van social
media. Meisjes zijn meestal het slachtoffer. De dader maakt het slachtoffer
vaak uit voor prostituee in de het filmpje. Bezemen komt van het woord
‘bezem’. Dat is straattaal voor ‘hoer’ of ‘sukkel’.
Bangalijsten
Bangalijsten zijn lijsten met namen of foto’s van meisjes die een slet
zouden zijn. Meestal wordt de lijst op een school gemaakt. De tien grootste
‘sletten’ van de school staan dan op de lijst. De gevolgen voor een meisje
dat op zo’n lijst staat zijn groot. Iedereen die de naam van het meisje op
internet zoekt, ziet de lijst. De makers van een bangalijst zijn vaak
anoniem. Als de makers van een bangalijst bekend zijn, kan er ruzie
ontstaan tussen de meisjes op de lijst en de makers. Scholen moeten
, weten wat er gebeurt. Ze moeten dus ook weten of er bangalijsten
bestaan.
Fotomisbruik
Fotomisbruik is het misbruiken van een foto, vaak terwijl het slachtoffer
dat niet weet. Iedereen kan fotograferen met zijn smartphone. Je kunt dus
heel snel een foto van iemand maken. Die foto’s kunnen privé zijn of de
ander bespotten. Daders kunnen foto’s ook bewerken of er vervelende
teksten op zetten. Zij zetten die foto’s op internet om iemand belachelijk
te maken.
Identiteitshack
Bij een identiteitshack misbruiken daders de foto en de naam van het
slachtoffer. Daders maken bijvoorbeeld een nepaccount op social media
met de foto en de naam. Ze zeggen nare dingen over anderen op dat
account. Het lijkt dan of het slachtoffer die nare dingen zegt. Het
slachtoffer kan in de problemen komen, maar weet niet hoe dat komt.
Daders gebruiken een identiteitshack om iemand terug te pakken. Maar
soms ook ‘gewoon’ om te pesten.
Bedreigen
Bedreigen betekent dat je iemand bang maakt door iets te zeggen of te
doen. Daders kunnen hun slachtoffer bedreigen via social media. Ze
kunnen bijvoorbeeld dreigen met fysiek geweld: 'Ik sla je in elkaar!' Of
zeggen dat ze iets weten over het slachtoffer en dat ze dat online gaan
zetten. Bedreigen is beangstigend voor het slachtoffer.
Negatieve berichten
Het plaatsen van negatieve berichten op internet is ook een vorm van
cyberpesten. Dit lijkt op gewoon pesten. Daders kiezen een slachtoffer uit
en zetten dan kwetsende berichten op internet. Het slachtoffer kan zich
niet verdedigen. De daders zijn vaak anoniem.
Sexting
Sexting is via internet versturen en ontvangen van seksueel getinte
foto’s, filmpjes en berichten. Sexting is een samenvoeging van de woorden
sex (seks) en texting (sms). Het maken van de foto’s en filmpjes gebeurt
vaak vrijwillig. Jongeren vinden het spannend om te doen. Het hoort bij
experimenteren. Als de beelden of de berichten niet verder worden
verspreid, is er meestal niet veel aan de hand. Maar vaak worden deze
berichten toch met anderen gedeeld en op het internet verspreid. De
gevolgen daarvan zijn groot. Een ander probleem is grooming.
Volwassenen leggen via internet contact met jongeren voor seks. De
Cyberpesten is pesten waarbij een groep of individu via internet zich
expres agressief en voor langere tijd gedraagt naar een persoon.
Cyberpesten is anders dan ‘gewoon’ pesten. Het pesten gebeurt vaak
anoniem. Cyberpesters zijn moeilijk te achterhalen. Kans op straf voor de
dader is daardoor erg klein. Ongeveer de helft van de mensen die gepest
zijn via internet, weet niet wie de dader is. Slachtoffers van cyberpesten
zijn vaak de jongeren die ook in het echte leven gepest worden. Vaak door
dezelfde pesters. Vier tot vijfentwintig procent van kinderen tussen de
negen en negentien jaar is wel eens gepest op internet. Drie tot zestien
procent van de jongeren heeft zelf wel eens iemand gepest op internet.
Cyberpesten gebeurt vaker bij jongeren dan bij kinderen, omdat jongeren
meer en vaker toegang hebben tot internet.
Manieren van pesten
Het slachtoffer van blijft lang last houden van het cyberpesten. Jongeren
sturen berichten steeds naar elkaar door. Zo verspreiden berichten zich
snel. Een aantal bekende voorbeelden van cyberpesten:
bezemen
bangalijsten maken
fotomisbruik
identiteitshack
bedreigen
rondsturen van negatieve berichten.
Bezemen
Bezemen is foto’s van iemand gebruiken in zelfgemaakte filmpjes met
grove teksten en achtergrondmuziek. De dader haalt de foto’s van social
media. Meisjes zijn meestal het slachtoffer. De dader maakt het slachtoffer
vaak uit voor prostituee in de het filmpje. Bezemen komt van het woord
‘bezem’. Dat is straattaal voor ‘hoer’ of ‘sukkel’.
Bangalijsten
Bangalijsten zijn lijsten met namen of foto’s van meisjes die een slet
zouden zijn. Meestal wordt de lijst op een school gemaakt. De tien grootste
‘sletten’ van de school staan dan op de lijst. De gevolgen voor een meisje
dat op zo’n lijst staat zijn groot. Iedereen die de naam van het meisje op
internet zoekt, ziet de lijst. De makers van een bangalijst zijn vaak
anoniem. Als de makers van een bangalijst bekend zijn, kan er ruzie
ontstaan tussen de meisjes op de lijst en de makers. Scholen moeten
, weten wat er gebeurt. Ze moeten dus ook weten of er bangalijsten
bestaan.
Fotomisbruik
Fotomisbruik is het misbruiken van een foto, vaak terwijl het slachtoffer
dat niet weet. Iedereen kan fotograferen met zijn smartphone. Je kunt dus
heel snel een foto van iemand maken. Die foto’s kunnen privé zijn of de
ander bespotten. Daders kunnen foto’s ook bewerken of er vervelende
teksten op zetten. Zij zetten die foto’s op internet om iemand belachelijk
te maken.
Identiteitshack
Bij een identiteitshack misbruiken daders de foto en de naam van het
slachtoffer. Daders maken bijvoorbeeld een nepaccount op social media
met de foto en de naam. Ze zeggen nare dingen over anderen op dat
account. Het lijkt dan of het slachtoffer die nare dingen zegt. Het
slachtoffer kan in de problemen komen, maar weet niet hoe dat komt.
Daders gebruiken een identiteitshack om iemand terug te pakken. Maar
soms ook ‘gewoon’ om te pesten.
Bedreigen
Bedreigen betekent dat je iemand bang maakt door iets te zeggen of te
doen. Daders kunnen hun slachtoffer bedreigen via social media. Ze
kunnen bijvoorbeeld dreigen met fysiek geweld: 'Ik sla je in elkaar!' Of
zeggen dat ze iets weten over het slachtoffer en dat ze dat online gaan
zetten. Bedreigen is beangstigend voor het slachtoffer.
Negatieve berichten
Het plaatsen van negatieve berichten op internet is ook een vorm van
cyberpesten. Dit lijkt op gewoon pesten. Daders kiezen een slachtoffer uit
en zetten dan kwetsende berichten op internet. Het slachtoffer kan zich
niet verdedigen. De daders zijn vaak anoniem.
Sexting
Sexting is via internet versturen en ontvangen van seksueel getinte
foto’s, filmpjes en berichten. Sexting is een samenvoeging van de woorden
sex (seks) en texting (sms). Het maken van de foto’s en filmpjes gebeurt
vaak vrijwillig. Jongeren vinden het spannend om te doen. Het hoort bij
experimenteren. Als de beelden of de berichten niet verder worden
verspreid, is er meestal niet veel aan de hand. Maar vaak worden deze
berichten toch met anderen gedeeld en op het internet verspreid. De
gevolgen daarvan zijn groot. Een ander probleem is grooming.
Volwassenen leggen via internet contact met jongeren voor seks. De