Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 68 pages
Summary

BuiteNLand samenvatting VWO 6

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 68 pages

Samenvatting alle examenstof 6vwo

Content preview

Aardrijkskunde Samenvatting Hoofdstuk 1-7
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: Landschapszones 2

Hoofdstuk 2: Stedelijke gebieden in de VS 7

Hoofdstuk 3: Middellandse zeegebied 10

Hoofdstuk 4: Wereld 13

Hoofdstuk 5: Aarde 16

Hoofdstuk 6: Gebieden Zuid-Amerika 30

Hoofdstuk 7: Leefomgeving 31

Samenvatting examenstof 35

Begrippenlijst 46




1

,Hoofdstuk 1: Landschapszones
Landschappen vormen dynamische systemen. Water-, energie- en voedselstromen tussen
de verschillende ​geofactoren​ houden zo’n systeem in stand. Wanneer een of meer
geofactoren veranderen, werkt dat door in de andere geofactoren. De bodem speelt een
belangrijke rol in de voedselkringloop. De aanwezigheid en de dikte van de humuslaag, als
opslagplaats van voedingsstoffen, is afhankelijk van de wisselwerking tussen de
geofactoren. Hierdoor zijn er grote verschillen tussen humuslagen in de bodems onder
tropische regenwouden, zomergroene loofwouden en naaldwouden.

Elke ​landschapszone​ op aarde wordt gekenmerkt door een bepaalde wisselwerking tussen
de geofactoren. Dat het klimaat een zeer dominante geofactor is, komt tot uiting in de ligging
van de landschapszones. Temperatuur en neerslag sturen allerlei processen aan die van
invloed zijn op de overige geofactoren. Dit is goed te zien aan de begroeiing. Als de ​nuttige
neerslag klein is of het groeiseizoen te kort, verdwijnen bomen. Dit heeft grote gevolgen voor
de bodem omdat de aanvoer van organisch materiaal verandert, evenals de snelheid van de
mineralisatie ​(Bij uitgespoelde grond), de ​uitspoeling​ (bj hog nuttige neerslag, houdt een
voedselkringloop in stand) en de ​capillaire​ ​werking​.

De mens heeft van oudsher zijn stempel op landschapszones gedrukt door middel van
landbouw. Hiermee wordt de voedselkringloop doorbroken en een grote variatie in
begroeiing ingeruild voor ​monocultuur​. Verschillen in ​chemische​ ​en​ ​fysische​ ​vruchtbaarheid
zorgen er samen met de klimaatverschillen voor dat mogelijkheden voor de landbouw
wisselen per landschapszone.
Elk van de zes landschapszones kent zijn eigen beperkingen wat betreft de
gebruiksmogelijkheden voor de mens. Van oudsher is de​ gematigde zone ​het meest
geschikt voor landbouw. De andere landschapszones kennen de volgende problemen:
- polaire​ ​zone​: permafrost, te kort groeiseizoen;
- boreale​ ​zone​: laag humusgehalte bodem, kort groeiseizoen;
- subtropische​ ​zone​: droge en hete zomer, hoge ​variabiliteit​ in neerslag en hoge
neerslagintensiteit;
- (semi-)aride​ ​zone​: te droog en zoute bodems;
- tropische​ ​zone​: het ontbreken van humus in de bodem.

Technieken zoals irrigatie kunnen helpen de beperkingen voor de landbouw in
landschapszones op te heffen. Maar toepassing van deze technieken kan ook leiden tot
diverse vormen van ​landdegradatie​ zoals​ ​uitputting​, ​bodemerosie​ en ​verzilting​.
Verwoestijning​ is een voorbeeld van landdegradatie waarbij de bodem wordt aangetast door
een complexe wisselwerking tussen menselijke oorzaken (​ontbossing​, ​overbeweiding​) en
natuurlijke klimaat fluctuaties. Verwoestijning zoals in de Sahel vindt plaats in
landschapszones die grenzen aan de woestijnen. ​Duurzaam​ ​landgebruik​ moet ervoor
zorgen dat verwoestijning en andere vormen van landdegradatie stoppen.
Menselijke ingrepen veroorzaken vaak een kettingreactie van onbedoelde gevolgen die op
verschillende schaalniveaus kunnen doorwerken en vaak pas op de lange termijn zichtbaar
worden. Als dit leidt tot grote schade of veel slachtoffers, is er sprake van een ​milieuramp​.
Bij milieurampen beïnvloedt de mens natuurlijke processen waarvan de werking niet altijd
volledig duidelijk is, zoals bij het probleem van ​klimaatverandering​. Met goed ​hazard
management​ is de mens in staat de gevolgen van zowel ​natuurrampen​ als milieurampen te
beperken.




2

,Landschap als dynamisch systeem

Bodem: De bovenste laag van de grond. Gevormd door organismen en water.

Bodemprocessen afhankelijk van:
- Temperatuur
- Neerslag
- Vegetatie(type)

Mineralisatie: Proces waarbij plantenresten volledig worden afgebroken en omgezet in
voedingsstoffen.

Humificatie: Proces waarbij plantenresten gedeeltelijk worden afgebroken en omgezet in
voedingsstoffen.


Dynamisch systeem bodem-klimaat-vegetatie:
- Fotosynthese → vastleggen energie in glucose
- Afsterving → organisch afval
- Omzetting → organisch afval rot weg. In Tropen volledige mineralisatie, in de rest
humificatie (beide processen leveren voedingsstoffen aan de bodem)
- Verwering → door chemische verwering komen uit vulkanische bodems en bodems
van schalie, leisteen en schist voedingsstoffen vrij
- Uitspoeling → Voedingsstoffen lossen op in (grond)water en zakken die de
ondergrond in




● Tropische zone: Hoge temperatuur en veel neerslag → Snelle mineralisatie en
uitspoeling ⇒ rode bodem (onvruchtbaar) mede veroorzaakt door snelle chemische
verwering (oxidatie)
● Hoge breedte: Lage temperatuur en normale hoeveelheid neerslag → weinig
organisch materiaal en uitspoeling ⇒ Grijze bodem (niet erg vruchtbaar)
● Gematigde breedte: Temperatuur en neerslag gematigd → veel organisch materiaal,
weinig uitspoeling ⇒ Vruchtbare bodem


3

, Geofactoren:

De onderdelen van een landschap die op elkaar inwerken en samen de processen aan en
het uiterlijk van het aardoppervlak bepalen.
- Bodem
- Mens
- Flora
- Fauna
- Water
- Lucht
- Klimaat
- Ondergrond (gesteente en reliëf)

Klimaten veroorzaken landschapszones, bepaald door:
- Temperatuur; te koud → geen begroeiing
- Neerslag: te droog → geen begroeiing

Bomen alleen in Tropische, Gematigde en Boreale zone.

Van evenaar → Poolgebied:
1. Tropische zone​: warm, veel neerslag → voedingsstoffen spoelen uit de bodem, veel
chemische verwering → Rode bodem
2. Aride zone​: nuttige of effectieve neerslag is negatief → geen / weinig vegetatie
Door capillaire werking ontstaat er een kalk-, gips- of zout-bodem




3. Subtropische zone​: Bij weinig neerslag (steppe) spoelen er weinig voedingsstoffen
weg en ontstaat een dikke laag humus.
4. Gematigde zone​: Temperatuur en neerslag ideaal voor de vorming van een
humuslaag. Loofwoud
5. Boreale zone​: Door de koude winter groeit hier naaldwoud, temperatuur te laag voor
een snelle vertering van plantenresten. Verdamping laag, dus uitspoeling
voedingsstoffen.
6. Polaire zone​: Te koud voor bomen. Op de toendra groeit mos / gras. Door de zeer
lage snelheid van verteren ontstaat er veen.

Loofwoud en naaldwoud ook uitspoeling, niet bij permafrost en negatieve nuttige neerslag



4

Connected book
 image
Unknown
Publisher: Unknown ISBN: 9789001878344 Edition: Unknown

Document information

Level
School year
6
Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
January 12, 2021
Number of pages
68
Written in
2020/2021
Type
Summary
$10.75

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
1
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions