- Onderzoeksgebieden om criminaliteit te proberen verklaren
- Kenmerkend van deze biologische benadering = studie bij/van dader
- Gaat op zoek naar een verklaring voor crimineel gedrag
- De invloed van deze zaken op het al dan niet plegen van criminaliteit
1. Huidig bio-criminologisch onderzoek (Bedova en Portnov,
2022)
Voeding & hormonen
Genetica
Psychofysiologie (hartslag, huid, …)
Hersenbeschadiging
Hersenstructuren
2. Sterktes/zwaktes en toekomstig bio-sociologisch onderzoek
3. Sociobiologische verklaring van Buikhuisen
ONDERZOEK VOEDING
- Voeding heeft een impact op onze ontwikkeling, dus ook op die van
ons brein
- Heeft evenzeer invloed op onze gemoedstoestand
- Diverse studies: Verband tussen ongezonde voeding & antisociaal
gedrag
(EN concreet onvoldoende inname van omega 3-supplementen)
Antisociaal gedrag op latere leeftijd
Etiologie: onvoldoende inname van bepaalde onverzadigde vetzuren
leidt tot niet-optimale hersenontwikkeling
- Beleidsimplicaties:
Voedingsprogramma’s op school
Voeding (vitamine B, folium) bij zwangerschap (1e duizend dagen =
ontwikkeling)
Kinderopvang
Oude examenvraag: waarom investeren in kinderopvang van belang voor
criminaliteit
Er zijn heel vaak, veel beschadigingen in die 1e kinderjaren, dus via de
kinderopvang zijn er al heel veel ondersteuningsmogelijkheden om gezonder op
te groeien. Vooral kinderen in VOS situaties beetje meer weg kunnen houden
thuis op die manier/opvoeding verbeteren
ONDERZOEK HORMONEN: VOORAL TESTOSTERON
- (Universele) vaststelling dat (veel) meer mannen dan vrouwen
criminaliteit plegen
Leeftijd 14,16: criminaliteit gaat omhoog = testosteron aanwezig
Zorgt voor competitieve drang, assertiviteit, aanpassingen in gedrag
Soms gaat dat net te ver, over de lijn = criminaliteit
- Correlatie (= verhouding) op zich zwak wel sterkere correlatie
wanneer
Andere biomarkers worden meegenomen (in dit geval serotonine &
cortisol)
, Omgevingsfactoren worden meegeven (multiplicatief effect van
risicofactoren)
- Beleidsimplicaties
Beperkt gezien onduidelijke/beperkte consistentie, samen met
ethische grenzen
Eerder ‘algemene’ psychosociale interventie zoals meditatie,
cognitieve therapie
o Uitzondering: chemische castratie (bv. bij iemand die feiten
pleegde)
o = Testosteronwaarden naar 0 brengen
ONDERZOEK GENETICA
- Hier eigenlijk sprake van nature vs. nurture principe:
- In hoeverre is bepaald gedrag erfelijk, aangeboren, of is het sociaal,
aangeleerd, …
- Methodologie: Tweelingenonderzoek
Aandeel erfelijke factoren op criminaliteit bij eeneiige en twee-
eiige tweelingen
Eeneiige tweeling meer erfelijke aanleg gemeenschappelijk
Die zouden meer overeenkomst moeten vertonen
MAAR broers & zussen: onderhevig aan zelfde omgeving waarin ze
opgroeien
Dus aanvullen met: Adoptieonderzoeken
Adoptieonderzoek: eeneiige tweelingen wel!
- Kijken of zelfde gedrag gesteld wordt, als tweeling gescheiden werd
door adoptie
- Als het nature het bepalend element is:
Zou moeten zijn als tweeling 1 crimineel gedrag stelt, tweeling 2 dat
ook zou doen
Als dat zo is dan kunnen we spreken van nature en dus erfelijk
gedrag
- Als dan tweeling uit elkaar was gehaald (adoptie) – nurture principe
testen:
Groeien dus beide op in andere plekken, hebben niet dezelfde
omgeving
Als dan tweeling 1 crimineel gedrag stelt, en tweeling 2 niet
Dan spreken we van nurture
Onderzoek
- Een van de meest onderzochte genen is MAOA-gen (Mono-Amine
Oxidase A gen)
- Onderzoek toont verband: bij lage MAOA-waarden samen met
kinderverwaarlozing
Herinner het multiplicatief effect van risicofactoren
Moffet: als je aantal risicofactoren hebt die samenkomen, wordt dat
versterkt
Eigenlijk niet gewoon verdubbelen, maar bijna als een ‘maal’
(multipliceren)