Lara Rayen 1Ba GNK
Histologie
BEELDEN PRACTICA HISTOLOGIE
PRACTICUM 1
1. Cytologie en bedekkende éénlagige epithelen
- Sang (bloeduitstrijkje) - humaan – May-Grünwald-Giemsa
o RBC: geen kern, rood
= Erythrocyt
o WBC: kern + cytoplasma, paars
▪ Eosinofiel
▪ Neutrofiel
▪ Basofiel
o Thrombocyt = bloedplaatje
- Plaveiselcellen - humaan – Diff Quick
o Plaveicellen: sterk afgeplatte cellen
▪ Kern
▪ Cytoplasma
▪ Celmembraan
o Bacteriën
▪ Kleine fel blauwe, staafvormige structuren
o WBC
▪ Ronde cellen met gesegmenteerde cellen
o Debris = rommel
1
,Lara Rayen 1Ba GNK
Histologie
- Spermatozoa
o Spermacellen
▪ Hoofd
▪ Hals
▪ Staart
- Pancreas (alvleesklier) – trichroom (lichtgroen)
o Gemengde klier
▪ Klierdeeltjes (volledige bloem) → pancreasenzymen produceren
• Hormonen produceren: insuline, glucagon, lipase
• Afgevoerd via afvoergangen → duodenum
▪ Cellen liggen rond lumen → staan in verbinding met afvoergangen
▪ Pancreasenzymen
• Eiwitten → eiwitproductie
• Aanmaak eiwitten: ribosomen nodig aangehecht aan RER (basale
kant = weg van het lumen)
• Ribosomen → bestaan uit nucleïnezuren
o Functie: RER in zone van de cel met basische kleurstoffen
worden aangekleurd en dus donkerder is.
• Eiwitten worden via GA verpakt in ronde secretiegranula →
opstapelen aan apicale kant (=kant van lumen)
• Exocytose: inhoud van secretiegranulen vrij in lumen →
afgevoerd
▪ Secretiegranulen = zymogeenkorrels
• Bevatten pro-enzymen (=zymogeen) → pancreasweefsel
beschermd tegen autodigestie
2
, Lara Rayen 1Ba GNK
Histologie
- Jejunum (nuchtere darm) - rat – Azan
o Lumen: buisvormige holte waardoor voedselbolus passeert
o Darm → zo snel mogelijk voedingsstoffen openemen → oppervlaktevergroting
▪ = Vili (intestinales): vingervormige uitstulpingen
▪ Tussen de vili = krypten (van Lieberkühn) → celdelingen waarnemen
• Eukaryote cel: nucleus, cytoplasma en celmembraan
• Profase, metafase, anafase, telofase
o Tunica mucosa / slijmvlieslaag
▪ = Vili + crypten
▪ Binnenste laag (tegen lumen)
▪ Epitheellaag: eenlagig cilindrisch epitheel met slijmbekercellen
o Tunica submucosa
▪ = bindweefsellaag
o Tunica muscularis
▪ Circulair: binnenste
▪ Longitudinaal: buitenste
o Tunica serosa
▪ Buitenste laag
o Lamina epithelialis = bedekkend epitheel
▪ Verbonden met bindweefsel door BM (Basaal membraan)
o Lamina propria = bindweefsellaag
o Darmeptiheelcellen = enterocyten
o Slijmbekercellen
3
Histologie
BEELDEN PRACTICA HISTOLOGIE
PRACTICUM 1
1. Cytologie en bedekkende éénlagige epithelen
- Sang (bloeduitstrijkje) - humaan – May-Grünwald-Giemsa
o RBC: geen kern, rood
= Erythrocyt
o WBC: kern + cytoplasma, paars
▪ Eosinofiel
▪ Neutrofiel
▪ Basofiel
o Thrombocyt = bloedplaatje
- Plaveiselcellen - humaan – Diff Quick
o Plaveicellen: sterk afgeplatte cellen
▪ Kern
▪ Cytoplasma
▪ Celmembraan
o Bacteriën
▪ Kleine fel blauwe, staafvormige structuren
o WBC
▪ Ronde cellen met gesegmenteerde cellen
o Debris = rommel
1
,Lara Rayen 1Ba GNK
Histologie
- Spermatozoa
o Spermacellen
▪ Hoofd
▪ Hals
▪ Staart
- Pancreas (alvleesklier) – trichroom (lichtgroen)
o Gemengde klier
▪ Klierdeeltjes (volledige bloem) → pancreasenzymen produceren
• Hormonen produceren: insuline, glucagon, lipase
• Afgevoerd via afvoergangen → duodenum
▪ Cellen liggen rond lumen → staan in verbinding met afvoergangen
▪ Pancreasenzymen
• Eiwitten → eiwitproductie
• Aanmaak eiwitten: ribosomen nodig aangehecht aan RER (basale
kant = weg van het lumen)
• Ribosomen → bestaan uit nucleïnezuren
o Functie: RER in zone van de cel met basische kleurstoffen
worden aangekleurd en dus donkerder is.
• Eiwitten worden via GA verpakt in ronde secretiegranula →
opstapelen aan apicale kant (=kant van lumen)
• Exocytose: inhoud van secretiegranulen vrij in lumen →
afgevoerd
▪ Secretiegranulen = zymogeenkorrels
• Bevatten pro-enzymen (=zymogeen) → pancreasweefsel
beschermd tegen autodigestie
2
, Lara Rayen 1Ba GNK
Histologie
- Jejunum (nuchtere darm) - rat – Azan
o Lumen: buisvormige holte waardoor voedselbolus passeert
o Darm → zo snel mogelijk voedingsstoffen openemen → oppervlaktevergroting
▪ = Vili (intestinales): vingervormige uitstulpingen
▪ Tussen de vili = krypten (van Lieberkühn) → celdelingen waarnemen
• Eukaryote cel: nucleus, cytoplasma en celmembraan
• Profase, metafase, anafase, telofase
o Tunica mucosa / slijmvlieslaag
▪ = Vili + crypten
▪ Binnenste laag (tegen lumen)
▪ Epitheellaag: eenlagig cilindrisch epitheel met slijmbekercellen
o Tunica submucosa
▪ = bindweefsellaag
o Tunica muscularis
▪ Circulair: binnenste
▪ Longitudinaal: buitenste
o Tunica serosa
▪ Buitenste laag
o Lamina epithelialis = bedekkend epitheel
▪ Verbonden met bindweefsel door BM (Basaal membraan)
o Lamina propria = bindweefsellaag
o Darmeptiheelcellen = enterocyten
o Slijmbekercellen
3