Vinden van een COD (Complément d'objet direct)
Een COD is het directe object van het werkwoord, en beantwoordt de vraag "Wat?" of "Wie?"
na het werkwoord. Het is meestal een zelfstandig naamwoord of een voornaamwoord dat
direct door het werkwoord wordt beïnvloed zonder voorzetsel.
Voorbeeld:
Zin: Jessica donne la ceinture à papa.
Vraag: Wat geeft Jessica? (la ceinture - de riem)
COD: la ceinture
Vinden van een COI (Complément d'objet indirect)
Een COI is het indirecte object van het werkwoord en beantwoordt de vraag "Aan wie?" of
"Voor wie?" na het werkwoord. Het is meestal een zelfstandig naamwoord of een
voornaamwoord dat door het werkwoord wordt beïnvloed via een voorzetsel (meestal "à" of
"pour").
Voorbeeld:
Zin: Jessica donne un cadeau à papa.
Vraag: Aan wie geeft Jessica een cadeau? (à papa - aan papa)
COI: à papa
Verschil tussen COD en COI
COD (Direct Object):
o Directe ontvanger van de actie.
o Beantwoordt "Wat?" of "Wie?"
o Geen voorzetsel nodig.
COI (Indirect Object):
o Indirecte ontvanger van de actie.
o Beantwoordt "Aan wie?" of "Voor wie?"
o Wordt geïntroduceerd door een voorzetsel (meestal "à" of "pour").
Schema met voorbeelden
Functie Vraag Voorbeeld Zin Vervanging
Jessica donne la ceinture à
COD Wat? / Wie? la ceinture Jessica la donne à papa.
papa.
Aan wie? / Voor Jessica donne un cadeau à Jessica lui donne un
COI à papa
wie? papa. cadeau.
Overzicht van de persoonlijke voornaamwoorden
Vervanging van een COD:
me (m’) – mij
, te (t’) – jou
le / la (l’) – hem/haar
nous – ons
vous – jullie/u
les – hen
Vervanging van een COI:
me (m’) – aan mij
te (t’) – aan jou
lui – aan hem/haar
nous – aan ons
vous – aan jullie/u
leur – aan hen
Plaatsing van het persoonlijk voornaamwoord
Voor het vervoegde werkwoord: "Le prof les rend." (De leraar geeft ze terug.)
Voor de infinitief: "Le prof va les rendre." (De leraar gaat ze teruggeven.)
Achter de affirmatieve gebiedende wijs: "Rendez-les!" (Geef ze terug!)
Voor de negatieve gebiedende wijs: "Ne les rendez pas!" (Geef ze niet terug!)
Bijzondere gevallen met infinitief en vervoegd werkwoord
Als het vervoegde werkwoord een van de volgende is (voir, entendre, écouter, regarder, faire,
laisser, envoyer, sentir - VEERFLES of VREES ELF), komt het voornaamwoord vóór het
vervoegde werkwoord:
"Les enfants, je ne les vois pas jouer." (De kinderen, ik zie ze niet spelen.)
"Marie, je ne l’entends pas chanter." (Marie, ik hoor haar niet zingen.)
"En" en "Y" vervanging
"En" vervangt:
"de" (du, de la, de l’, des) + een zaak:
o Origineel: Tu manges de la purée?
o Vervangen: Tu en manges? (Eet je puree? Ja, ik eet er van.)
"un / une" + een zaak (herhaal un / une):
o Origineel: Vous buvez une limonade?
o Vervangen: Vous en buvez une? (Drink je een limonade? Ja, ik drink er een.)
Hoeveelheidswoord + een zaak (herhaal het hoeveelheidswoord):
o Origineel: Vous désirez un kilo de pommes?
o Vervangen: Vous en désirez un kilo? (Wilt u een kilo appels? Ja, ik wil er een
kilo van.)
"Y" vervangt:
"à" + een zaak:
Een COD is het directe object van het werkwoord, en beantwoordt de vraag "Wat?" of "Wie?"
na het werkwoord. Het is meestal een zelfstandig naamwoord of een voornaamwoord dat
direct door het werkwoord wordt beïnvloed zonder voorzetsel.
Voorbeeld:
Zin: Jessica donne la ceinture à papa.
Vraag: Wat geeft Jessica? (la ceinture - de riem)
COD: la ceinture
Vinden van een COI (Complément d'objet indirect)
Een COI is het indirecte object van het werkwoord en beantwoordt de vraag "Aan wie?" of
"Voor wie?" na het werkwoord. Het is meestal een zelfstandig naamwoord of een
voornaamwoord dat door het werkwoord wordt beïnvloed via een voorzetsel (meestal "à" of
"pour").
Voorbeeld:
Zin: Jessica donne un cadeau à papa.
Vraag: Aan wie geeft Jessica een cadeau? (à papa - aan papa)
COI: à papa
Verschil tussen COD en COI
COD (Direct Object):
o Directe ontvanger van de actie.
o Beantwoordt "Wat?" of "Wie?"
o Geen voorzetsel nodig.
COI (Indirect Object):
o Indirecte ontvanger van de actie.
o Beantwoordt "Aan wie?" of "Voor wie?"
o Wordt geïntroduceerd door een voorzetsel (meestal "à" of "pour").
Schema met voorbeelden
Functie Vraag Voorbeeld Zin Vervanging
Jessica donne la ceinture à
COD Wat? / Wie? la ceinture Jessica la donne à papa.
papa.
Aan wie? / Voor Jessica donne un cadeau à Jessica lui donne un
COI à papa
wie? papa. cadeau.
Overzicht van de persoonlijke voornaamwoorden
Vervanging van een COD:
me (m’) – mij
, te (t’) – jou
le / la (l’) – hem/haar
nous – ons
vous – jullie/u
les – hen
Vervanging van een COI:
me (m’) – aan mij
te (t’) – aan jou
lui – aan hem/haar
nous – aan ons
vous – aan jullie/u
leur – aan hen
Plaatsing van het persoonlijk voornaamwoord
Voor het vervoegde werkwoord: "Le prof les rend." (De leraar geeft ze terug.)
Voor de infinitief: "Le prof va les rendre." (De leraar gaat ze teruggeven.)
Achter de affirmatieve gebiedende wijs: "Rendez-les!" (Geef ze terug!)
Voor de negatieve gebiedende wijs: "Ne les rendez pas!" (Geef ze niet terug!)
Bijzondere gevallen met infinitief en vervoegd werkwoord
Als het vervoegde werkwoord een van de volgende is (voir, entendre, écouter, regarder, faire,
laisser, envoyer, sentir - VEERFLES of VREES ELF), komt het voornaamwoord vóór het
vervoegde werkwoord:
"Les enfants, je ne les vois pas jouer." (De kinderen, ik zie ze niet spelen.)
"Marie, je ne l’entends pas chanter." (Marie, ik hoor haar niet zingen.)
"En" en "Y" vervanging
"En" vervangt:
"de" (du, de la, de l’, des) + een zaak:
o Origineel: Tu manges de la purée?
o Vervangen: Tu en manges? (Eet je puree? Ja, ik eet er van.)
"un / une" + een zaak (herhaal un / une):
o Origineel: Vous buvez une limonade?
o Vervangen: Vous en buvez une? (Drink je een limonade? Ja, ik drink er een.)
Hoeveelheidswoord + een zaak (herhaal het hoeveelheidswoord):
o Origineel: Vous désirez un kilo de pommes?
o Vervangen: Vous en désirez un kilo? (Wilt u een kilo appels? Ja, ik wil er een
kilo van.)
"Y" vervangt:
"à" + een zaak: