• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 53 pages
Summary

Samenvatting - Histologie 17/20

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 53 pages

De uitgeschreven examenvragen van histologie. Ik heb door dit te leren en de practica opnieuw te bekijken een 17/20 gehaald.

Content preview

Epitheel:

1) Bespreek de opbouw van een epitheelcel. Bespreek de
verschillende celdomeinen en de betrokken specialisaties.
Keratine-eiwit:
Epitheelcellen produceren keratine-eiwitten. Verschillende type van keratine-eiwitten
zullen in verschillende epitheeltype voorkomen.

Keratine-eiwitten vormen intermediaire filamenten hierdoor bepalen ze het grootste
deel van de morfologie van het cytoskelet en kunnen ze verenigen tot tonofilament
bundels (= bundels van keratinefilamenten, stevigheid).

- Bij een pathologie waar een tumor aanwezig is kan je door middel van de
aanwezigheid van keratine zien of de tumor afkomstig is van epitheelcellen.

De functies van keratine-eiwitten zijn de keratinisering en verhoorning.

Celdomeinen en celdomeinspecialisaties
Elke cel heeft een polariteit waarbij verschillende domeinen functioneel verschillend
zijn.

a) Bij de apicale kant van een cel vinden we verschillende eiwitten terug die
belangrijk zijn voor de uitwisseling van molecule, water, … .
b) Aan de basale kant van een cel is de kant die gericht is naar een grenslaag die
tussen de epitheelcellen en het onderliggende bindweefsel een grens vormt.
c) Aan de laterale kant van een cel zien we dat epitheelcellen nauw met elkaar
verbinden zijn door verschillende celverbindingen = celjuncties.

Apicale kant:
- Microvilli
Het zijn korte uitsteeksels van de cel waardoor het celoppervlak vergroot. Ze komen
voor op plaatsen waar een groot celoppervlak belangrijk is zoals op plaatsen van
absorptie en reabsorptie zoals darmepitheel en niertubuli.

Elke microvillus heeft een binnenste gedeelte van actine-filamenten die reiken tot in
het cytoplasma van de cel om in het terminale web verankerd te worden. Dit web zit
verankerd in de zonula adhaerens. Hierdoor zullen de microvilli gestabiliseerd
worden en kunnen ageren als een geheel.

Aan het oppervlak zijn microvilli bedekt met een glycocalyx.

,Stereocilia zijn een bijzondere variant van microvilli. Deze zijn langer en vertakt met
verschillende functies maar ze zijn niet beweeglijk. Ze worden minder ondersteund
door actine waardoor ze dus minder stabiel zijn. Vb. transductie van geluid

- Cilia/trilharen
Cilia of trilharen zijn langgerekte uitstulpingen van het oppervlak van epitheelcellen,
ze helpen met de luminale inhoud op ene gecoördineerde manier over het oppervlak
te bewegen.

Vb. cilia van respiratoir epitheel – deze helpen om mucus waarin stofdeeltjes zitten in
de richting van de mondholte te bewegen.

In een dwarse doorsnede van een cilium is goed te zien dat microtubuli nauwkeurig
georganiseerd zijn. Deze organisatie (axonema) is samengesteld uit een centrale
unit van 2 volledige microtubuli waarrond 9 doubletten van microtubuli georganiseerd
zijn die elk een volledige en een onvolledige microtubulus bezitten.
 Dyeïne = om cilia te laten bewegen
 Nexine = bindt doubletten aan elkaar
= tripletstructuur

- Flagellen
Deze vind je enkel bij spermacellen. Ze zijn ontwerpen om de hele cel te laten
bewegen door een vloeistof. De axonema structuur is gelijk aan deze van cilia maar
het voortbewegingspatroon is verschillend.

Basale kant:
- Een lamina basalis (collageen, lamininen, glycoproteïnen en proteoglycanen)
= eiwitten gesecreteerd door de epitheelcellen
o Lamina densa
o Lamina lucida
- Lamina reticularis (dunne collageenvezels – type III = reticulaire vezels) =
collageen type III vezels worden geproduceerd door de bindweefselcellen

De lamina reticularis en lamina basalis worden aan elkaar gehecht door middel van
verankerende fibrillen type VII collageen.

Naast de hechtende functie van de lamina basalis zal deze ook een regulerende
functie hebben naar celdelingsactiviteit en celdifferentiatie door mogelijke binding van
groeifactoren.

De epitheelcellen zelf zijn vastgehecht aan de lamina basalis door
hemidesmosomen.

,Laterale kant
Occludensverbinding = afsluiting van intercellulaire ruimte
- Zonula occludens = tight junction
- Geen paracellulair transport mogelijk
- Hechten van twee membranen aan elkaar door middel van occludine,
claudine, ZO1, ZO2 en ZO3 – eiwitten
Adhaerensverbinding = aanhechting
- Zonula adhaerens = actine filamenten worden aangehecht voor de
bandvorming, kunnen ook buigingen induceren
- Macula adhaerens = desmosomen
o CAMs binden de intercellulaire ruimte aan elkaar
o Ter hoogte van het ctyoplasma van naastliggende cellen vind je
hechtingsplaten (plaques) die verbonden zijn met de keratinefilamenten
Nexusverbinding = communicatie


2) Bespreek meerlagig verhoornd plaveiselepitheel op LM
en EM niveau
Bij meerlagige epithelen zal de vorm van de laag die meest aan het oppervlak ligt de
naam bepalen, in dit geval zal de laag die in contact komt met het lumen bestaan uit
plaveisel cellen (de kernen zijn afgeplat met de langste as evenwijdig aan het
oppervlak).

1) Stratum basale
Laag van epitheelcellen dat rust op de lamina basalis + hier zitten ook stamcellen die
kunnen delen en de bovenste lagen cellen doen opschuiven naar boven –
vernieuwing van epitheel

2) Stratum spinosum
Keratinefilamenten bundelen tot tonofibrillen = uitsteeksels van cellen, andere cellen
hebben contact met deze uitsteeksels en vormen zo desmosomen. De cellen zijn in
deze laag zeer stevig met elkaar verbonden.

De intercellulaire ruimten die aanwezig zijn spelen een grote rol bij de diffusie.

LM: Met de lichtmicroscopische microscoop lijkt het alsof de cellen stekels hebben dit
komt doordat de cellen krimpen tijdens de preparatie.

3) Stratum granulosum
Hier zitten epitheelcellen die granulen bevatten met een lipidenrijke inhoud (=
membrane-coating granules = odland bodies dit zie je op EM). Wanneer deze
lipidenrijke inhoud via exocytose in de intercellulaire ruimten terecht komt zal er een

, waterafstotende laag gevormd worden waardoor voedingsstoffen de bovenliggende
cellagen niet meer kunnen bereiken en deze cellen zullen afsterven.
Een andere naam voor verhoornde cellen = corneocyten.

Keratohyaliene korrels = korrels bevatten filaggrine (eiwit) dat tussenkomt bij de
aggregatie van tonofilamenten en het houdt water vast (zorgt er dus voor dat keratine
beter aan elkaar gaat hechten).
4) Stratum lucidum
Zal je niet altijd zien, het is lichter van kleur doordat je een andere eiwitsamenstelling
zal hebben.

5) Stratum corneum
De dode cellen. In de keratinocyten zelf zullen er eiwitten aan het membraan hechten
waardoor water en voedingsstoffen niet meer door kunnen door een barrière die
werd gevormd = cornified envelope.

EM: er zijn geen andere celorganellen te zien buiten de desmosomen.

3) Bespreek de opbouw van een meerlagig onverhoornd
plaveiselepitheel en geef de verschillen met een verhoornd
meerlagig plaveiselepitheel.
Verhoornd Onverhoornd
Strata 1) stratum basale 1) stratum basale
2) stratum spinosum 2) stratum spinosum
3) stratum granulosum 3) stratum superficiale
4) stratum lucidum
5) stratum corneum
Stratum basale Een laag kubische cellen zijn vastgehecht via
hemidesmosomen aan de lamina basalis. In deze laag
zitten stamcellen die constant delen en de
oppervlakkige cellagen naar boven duwen waardoor
er een vernieuwing van epitheel plaatsvindt.

De cellen worden meer plaveiselvormig naarmate ze
het oppervlak naderen.
Stratum spinosum De verschillende cellagen van meerlagige epithelen
zitten stevig vast aan elkaar via desmosomen – de
samengebundelde keratinefilamenten (tonofibrillen)
maken contact met de desmosomen.

Door de aanwezigheid van keratinefilamenten worden
het keratinocyten genoemd.

Table of contents

  1. 01 Epitheel: 1
  2. 02 1) Bespreek de opbouw van een epitheelcel. Bespreek de verschillende celdomeinen en de betrokken specialisaties. 1
  3. 03 2) Bespreek meerlagig verhoornd plaveiselepitheel op LM en EM niveau 3
  4. 04 3) Bespreek de opbouw van een meerlagig onverhoornd plaveiselepitheel en geef de verschillen met een verhoornd meerlagig plaveiselepitheel. 4
  5. 05 4) Bespreek de indeling van de klierepithelen. 5
  6. 06 Bindweefsels: 5) Bespreek de opbouw van de grondsubstantie. 7
  7. 07 6) Bespreek de verschillende vezeltypen die voorkomen in bindweefsels. 7
  8. 08 7) Bespreek de vaste en vrije cellen die voorkomen in bindweefsel strictu sensu. 10
  9. 09 8) Bespreek vetweefsel. 11
  10. 10 9) Bespreek de kraakbeenmatrix en de kraakbeencellen. 12
  11. 11 10) Bespreek de verschillende kraakbeentypen. 13
  12. 12 11) Bespreek de botmatrix. 13
  13. 13 12) Bespreek de botcellen. 14
  14. 14 13) Bespreek de microscopische bouw van compact lamellair bot. 15
  15. 15 14) Bespreek de microscopische bouw van plexiform spongieus bot. 15
  16. 16 15) Bespreek het verschil tussen lamellair en plexiform bot. 16
  17. 17 16) Bespreek de diktegroei en lengtegroei van een lang pijpbeen. 16
  18. 18 17) Bespreek de enchondrale botvorming. 17
  19. 19 18) Bespreek de vorming van een lang pijpbeen. 18
  20. 20 Spier: 19) Bespreek de microscopische bouw van een skeletspier. 19
  21. 21 20) Substraat van de elektromechanische koppeling in een skeletspier. 21
  22. 22 21) Bespreek de ultrastructuur van een hartspiercel. 21
  23. 23 22) Bespreek de histologische verschillen/gelijkenissen tussen een hartspier en een skeletspier. 22
  24. 24 23) Bespreek de microscopische bouw van een spierspoel. 22
  25. 25 24) Bespreek de microscopische bouw (zowel LM als EM) van een gladde spiercel. 23
  26. 26 25) Bespreek de microscopische bouw en het contractiemechanisme in een gladde spiercel. 24
  27. 27 Zenuwweefsel: 26) Bespreek de microscopische bouw van een zenuwcel op lichtmicroscopisch en elektronenmicroscopisch niveau. 25
  28. 28 27) Bespreek dendrieten en axonen. 27
  29. 29 28) Bespreek signaaloverdracht, prikkeloverdracht en prikkelgeleiding. 29
  30. 30 29) Bespreek de steuncellen van het centraal zenuwstelsel. 30
  31. 31 30) Bespreek de steuncellen van het perifeer zenuwstelsel. 31
  32. 32 31) Bespreek de opbouw van het ruggenmerg. 32
  33. 33 32) Bespreek de opbouw van het cerebrum. 33
  34. 34 33) Bespreek de microscopische bouw van het cerebellum. 33
  35. 35 34) Bespreek de opbouw van een perifere zenuw. 35
  36. 36 35) Bespreek de opbouw van een ganglion. 36
  37. 37 36) Bespreek de bloed-hersenbarrière. 36
  38. 38 37) Bespreek de organisatie van het autonoom zenuwstelsel. 36
  39. 39 38) Bespreek de degeneratie en regeneratie van neuronen. 37
  40. 40 39) Bespreek de samenstelling van bloed, inclusief de verschillende celtypen. 38
  41. 41 41) Bespreek de granulocytopoëse. 41
  42. 42 42) Bespreek de thrombocytopoëse. 42
  43. 43 43) Bespreek de verschillende celtypen in de epidermis. 42
  44. 44 44) Bespreek het lichaampje van Meissner en het lichaampje van Vater Pacini. 43
  45. 45 45) Bespreek de microscopische bouw van de behaarde huid incl alle geassocieerde structuren van het haartje. 44
  46. 46 46) Bespreek de microscopische bouw van de nagel. 45
  47. 47 47) Bespreek de microscopische bouw van de retina. 46
  48. 48 48) Bespreek de microscopische bouw van het oog. 47
  49. 49 49) Bespreek de microscopische bouw van de cochlea 50
  50. 50 50) Bespreek de microscopische bouw van het orgaan van Corti. 51
  51. 51 51) Bespreek de microscopische bouw van het evenwichtsorgaan. 52

Document information

Study
Uploaded on
September 23, 2025
Number of pages
53
Written in
2024/2025
Type
Summary
$8.21

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
elladeweirdt
4.0
(1)
Sold
6
Followers
0
Items
5
Last sold
1 month ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions