• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 34 pages
Summary

samenvatting syllabus communicatiewetenschappen 17/20 behaald

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 34 pages

Samenvatting van de syllabus van communicatiewetenschappen, alles samengevat behalve h6 en h7. Vak gegeven door Chelly Maes.

Content preview

Samenvatting communicatiewetenschappen Universiteit Antwerpen

H2 basisconcepten en modellen
p11- p41


1. inleiding


2. Wat is communicatie
- communicatie = 1. overdracht of uitwisseling van informatie → de zender die de boodschap
stuurt
2. Verbinding of verkeer → gemeenschappelijk maken van ideeën
- geen enkele definitie van communicatie, is echt de vaste definitie van communicatie
- zie p12 verschillende definities door communicatiewetenschappers gemaakt
- 2 belangrijke visies: processchool en de betekeniscreatie-school
 Processchool: communicatie als transmissie van boodschappen, hoe zenders en
ontvangers encoderen en decoderen
 betekeniscreatie-school: productie en uitwisseling van betekenissen, hoe
boodschappen interageren met mensen om betekenissen te creëren


3. breek- of discussiepunten in de definities van communicatie
1. intentionaliteit als breekpunt
 intentie is de basis van communicatie, de zender stuurt de boodschap
intentioneel en de ontvanger ontvangt het intentioneel
 zie kader p14
 Er is alleen communicatie als het met intentie gedaan wordt volgens theologie
→ process school
- moeilijk om te beslissen of iets echt intentioneel was of niet

2. Geslaagdheid als criterium?
- Communicatie vindt pas plaats als het geslaagd is?
- moet aan bepaalde normen voldoen om geslaagde communicatie te zijn

3. Eenrichting- of tweerichtingsverkeer
- richting van communicatieproces
- moet b iets terug zeggen tegen a om communicatie te zijn of is dat het al?

4. Observatieniveau
- we beperken ons meestal tot menselijke communicatie
- intrapersoonlijke communicatie, interpersoonlijke communicatie,
groepscommunicatie, organisatie communicatie, massacommunicatie


4. elementen in het communicatieproces

1. Zender/ bron
 Men gebruikt meestal zender
 Bij bron spreken we meestal over een persoon die iets verstuur
 Bij zender spreken we over een technisch apparaat dat ons hierbij helpt bv smsen
→ Dit onderscheid wordt alleen gemaakt in technische gevallen

,2. Ontvanger/bestemmeling
 meestal spreken we over enkel de ontvanger
 de ontvanger ontvangt de boodschap en decodeert deze bv gsm
 de bestemmeling is de persoon waarvoor de boodschap is

3. Boodschap
 datgene dat de zender overdraagt aan de ontvanger
 de boodschap bevat iets dat betekenis KAN hebben, het gaat om interpretatie
 we zetten iets om in een code om het te begrijpen, er zijn 3 manieren
 Symbolen
 iconen
 indices
 we coderen tweemaal
 van gedachte naar teken
 van teken naar signaal

4. signaal
 technisch-natuurkundig concept
 primaire signalen = face to face communicatie bv trilling van het geluid
 secundaire signalen = indirecte communicatie
 mechanische wijze : pen, penseel…
 elektronische wijze : gsm, pc…

5. kanaal
 de weg waarmee de signalen worden gestuurd
 hoe geraakt de boodschap van de zender naar de ontvanger

6. Medium
 het object dat de boodschap draagt, het middel waarmee de boodschap wordt
afgeleverd
 moeilijk te bepalen wat het medium is bij face to face communicatie ( de stem of
niets?)
 media ingedeeld in graden van interactie dat ze toelaten
1. Controle over informatiebron
2. controle over tijd en onderwerpkeuze
 Hier komen 4 communicatiepatronen uit
1. Allocutie : one-way communicatie
2. conversatie : individuen wisselen communicatie uit
3. registratie : 1 persoon krijgt info van een ander of over bv examen
4. consultatie : een databank die info heeft
 door nieuwe technologie kunnen we deze allemaal combineren
 2 indelingen binnen sociale media voor communicatie
1. Zelfpresentatie of zelfonthulling : laag vs hoog
2. social presence of media richness: laag, middelmatig of hoog

7. Ruis
 stimulus die ontvangst boodschap belemmert
 fysieke ruis
 psychologische ruis
 fysiologische ruis
 semantische ruis
 meest voorkomend is fysieke ruis, een storing bij de transmissie van het signaal
 oplossing?
 signaal versterken

,  signaal beter richten op publiek
 meerdere signalen gebruiken voor dezelfde boodschap
 bij psychologische ruis gaat het om interne gedachten die in de weg staan
 bij fysiologische ruis gaat het om de fysieke toestand van de ontvanger
 semantische ruis is wanneer de betrokkene verschillende codes gebruiken bv
verschillende talen

8. feedback
 de reactie van de ontvanger op de boodschap van de zender

5. communicatiemodellen
1. inleiding
 “vereenvoudigde voorstellingen die de voornaamste elementen van het
communicatieproces en hun onderlinge relaties tonen.”
 hebben een organiserende functie
 hebben een verklarende functie
 hebben een voorspellende functie
→ helpen dus ook bij het maken van hypothesen
 2 soorten modellen
1. structurele modellen: ontleding van geheel centraal, relaties, meeste modellen
zijn structurele modellen
2. functionele modellen: relaties
 geen vast correct communicatie model hangt af van situatie

2. De communicatieformule van Lasswell (1948)
 “ a convenient way to describe an act of communication is to answer the following
questions: who? says what? in which channel? to whom? with what effect?”
→ de formule van Laswell
 kritiek
 communicator heeft altijd bedoeling ontvanger te beïnvloeden, persuasief
proces
 altijd effecten
 geen oog voor feedback

3. Het mathematische model van Shannon & Weaver
 vooral geldig binnen tele-communicatie
 wordt vertoond als lineair eenrichtingsproces

4. verdere uitwerking van het S&W-model door DeFleur
 discussie overeenkomst betekenis van de verzender en de ontvangen boodschap
 pas communicatie als er overeenkomst is tussen de 2 betekenissen
 extra toevoeging zodat bron feedback terug kan krijgen
5. Het circulair model van Osgood en Schramm
 circulair model
 geen onderscheid bron en zender of ontvanger en bestemmeling
 aandacht naar belangrijkste actoren in het communicatieproces
 goed voor interpersoonlijke communicatie, niet voor massacommunicatie

6. de spiraal van Dance
 helical model
 communicatie beweegt voorwaarts en komt niet altijd op dezelfde plak weer terug
 dynamisch model
 goed voor interpersoonlijke communicatie
 self-disclosure

, 7. Gerbners algemeen model van communicatie
 zowel grafisch als verbale vorm
 opgebouwd uit verschillende bouwstenen
 zie boek p30 met uitleg
 interpersoonlijk en massa
 rol van perceptie belangrijk

8. Het ABX-model van Newcomb
 attitudeverandering, publieke opinievorming en propaganda
 communicatie is om evenwicht te herstellen
 Communicatie is een tool voor 2 individuen om gelijkaardige attitudes tegenover
elkaar en tegenover de omgeving te behouden.
 herstellen van een verstoorde band in relaties
 treed vooral op in 3 omstandigheden
1. als er een sterke aantrekkingskracht is
2. wanneer het belangrijk is voor minstens 1 betrokken persoon
3. wanneer het relevant is voor beide

9. Westley en Macleans aanpassing van Newcombs ABX-model
 probeerde beeld te schetsen op massacommunicatie via ABX model
 2 grote verschillen massacommunicatie en interpersoonlijk
1. feedbackmogelijkheden beperkter bij massacommunicatie
2. meer A’s en X’s waaraan B wordt blootgesteld en moet filteren
 eerste aanpassing
 nog steeds interpersoonlijke communicatie
→ a selecteert dingen om aan B over te brengen
 ook X kan directe ervaring met A hebben en feedback geven



 in tweede aanpassing element C toegevoegd
→ gatekeeper voor de boodschappen die doorgaan
 A= bron in samenleving, B= lid samenleving, C= interpreteren noden B en deze info
sturen
10. het massacommunicatie model van Maletzke
 traditionele elementen zitten er terug in
 hier zijn factoren aan gekoppeld
 model niet strikt lineair
 uitleg zie p34

11. een ritueel model van communicatie
 representatie van gedeelde opvattingen en overtuigingen over de tijd heen
 iedereen is gelijkwaardig, participant
 bv. dagbladen worden gezien als deelnemen aan het massagebeuren en een
bepaald beeld van de wereld bevestigen, geen nieuwe info
 zie p36 kader met verschillen

12. het aandachtsmodel van McQuail
 sommige massamedia dient alleen aandacht te trekken en hoge kijkcijfers te krijgen
→ past goed binnen economische logica
 wij leven in een aandachtseconomie

13. Het ‘masspersonal’ communicatiemodel van O’sullivan & Car (2018)
 meest recent

Document information

Study
Uploaded on
September 22, 2025
Number of pages
34
Written in
2024/2025
Type
Summary
$11.54

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
1
Followers
0
Items
3
Last sold
1 year ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions