De groei van de ‘Endlösung’
Al bij de start van het Naziregime werden joden geweerd uit de Duitse
maatschappij (sociaal treffen, economisch treffen, afnemen van burgerrechten)
en geleidelijk aan groeide het idee van een systematische uitroeiing van de
joden.
Deze op systematische en industriële wijze gepleegde volkenmoord (of genocide)
op de joden en de zigeuners door nazi-Duitsland wordt judeocide genoemd.
Een overzicht van de toenemende Jodenvervolging die tot de Endlösung
(oplossing), hier van het ‘jodenprobleem’ leidde.
1933 joden werden ontslaan uit openbare functies
1935 joden verliezen hun burgerrechten (geen stemrecht, geen
uitoefening van openbare functies, … Neurenberger wetten)
1938 ‘Kristallnacht’ of beter Reichsporomnacht: de eerste openlijke
gewelddadigheden tegen Joden (plunderen van winkels, mishandelen,
brandstichten in synagogen)
1939 Hitler kondigt in de rijksdag aan dat als er een oorlog zou uitbreken, de
uitroeiing van het joodse ras de belangrijkste doelstelling van Duitsland zou zijn.
1941 in Duitsland werden het dragen van de gele Davidsster verplicht,
nadien ook in de veroverde gebieden.
1941 De eerste rijdende gaswagens te Chelmno (Polen): de uitlaatgassen
werden naar de laadruimte geleid, waardoor joden die erin opgesloten zaten
stikten.
1942 de eerste gaskamers werden in de uitroeiingskampen in gebruik
genomen.
De straf – en werkkampen (= concentratiekampen)
Deze kampen werden onmiddellijk na het aan de macht komen van Hitler
opgericht, met als doel vijandige personen her op te voeden, te vernederen,
en aan het werk zetten.
De gevangenen leefden en werkten in zeer slechte omstandigheden, waardoor er
velen stierven. Folteringen en terechtstelling waren de dagelijkse realiteit in de
kampen.
Mensen die niet meer geschikt leken voor de zware fysieke arbeid werden door
honger, foltering of terechtstelling uitgeschakeld.
Al bij de start van het Naziregime werden joden geweerd uit de Duitse
maatschappij (sociaal treffen, economisch treffen, afnemen van burgerrechten)
en geleidelijk aan groeide het idee van een systematische uitroeiing van de
joden.
Deze op systematische en industriële wijze gepleegde volkenmoord (of genocide)
op de joden en de zigeuners door nazi-Duitsland wordt judeocide genoemd.
Een overzicht van de toenemende Jodenvervolging die tot de Endlösung
(oplossing), hier van het ‘jodenprobleem’ leidde.
1933 joden werden ontslaan uit openbare functies
1935 joden verliezen hun burgerrechten (geen stemrecht, geen
uitoefening van openbare functies, … Neurenberger wetten)
1938 ‘Kristallnacht’ of beter Reichsporomnacht: de eerste openlijke
gewelddadigheden tegen Joden (plunderen van winkels, mishandelen,
brandstichten in synagogen)
1939 Hitler kondigt in de rijksdag aan dat als er een oorlog zou uitbreken, de
uitroeiing van het joodse ras de belangrijkste doelstelling van Duitsland zou zijn.
1941 in Duitsland werden het dragen van de gele Davidsster verplicht,
nadien ook in de veroverde gebieden.
1941 De eerste rijdende gaswagens te Chelmno (Polen): de uitlaatgassen
werden naar de laadruimte geleid, waardoor joden die erin opgesloten zaten
stikten.
1942 de eerste gaskamers werden in de uitroeiingskampen in gebruik
genomen.
De straf – en werkkampen (= concentratiekampen)
Deze kampen werden onmiddellijk na het aan de macht komen van Hitler
opgericht, met als doel vijandige personen her op te voeden, te vernederen,
en aan het werk zetten.
De gevangenen leefden en werkten in zeer slechte omstandigheden, waardoor er
velen stierven. Folteringen en terechtstelling waren de dagelijkse realiteit in de
kampen.
Mensen die niet meer geschikt leken voor de zware fysieke arbeid werden door
honger, foltering of terechtstelling uitgeschakeld.