Zit aan: persoonlijkheidsontwikkeling p 59, p179 boek, dia 40
Ontwikkelingspsychologie
H1: Inleiding
ontwikkelingspsychologie
Oriëntatie o/d ontw psych
Definitie
Ontwikkelingspsychologie = wetenschappelijke studie naar groei, verandering en stabiliteit van
conceptie tot aan de dood, is gebaseerd op onderzoek, hypotheses, wetenschappelijke bewijzen
Wat is ontwikkeling?
Ontwikkelen= het veranderen van een aanwezige structuur (ont-wikkelen, ontvouwen, ontplooien)
Menselijke ontwikkeling: is universeel, culturele, raciale of etnische verschillen, unieke aspecten van
het individu
Groei en verandering tot het einde van hun leven ‘levenslooppsychologie’
Kenmerken van ontwikkeling
- Gedurende de hele levenscyclus
- Gedragsverandering (winst-verlies)
- Levenslang proces
o Verloop in tijd
o Houdt een voortgang, eens je iets verworven hebt, blijft dit
o Ontwikkeling is een levenslang
proces
Actuele vraagstukken
Continu /Discontinu
Continue leerproces: het leren verloopt
geleidelijk aan
(bv. Groei v/d taalontwikkeling)
Discontinue leerproces: het leren verloopt in stapjes
(bv. Leren stappen)
Kritische/kritieke periode VS gevoelige periode
Kritische/ kritieke periode: onomkeerbaar als het in deze bepaalde periode wel/niet is
aangeleerd/gebeurd (vb. infectieziekten, geen veilige hechting, eendjes bij eerste zicht v/e
figuur)
Gevoelige periode: in deze periode zijn ze gevoelig voor het aanleren MAAR het is nog
veranderbaar of kan nog later aangeleerd worden (vb. taal leren)
Nature- nurture debat
Nature: genetisch bepaald, aangeboren (bv. Ziektes, moedervlekken, lichaamsbouw, lengte,
haarkleur etc.)
Nurture: de omgevingfactoren (bv. taal, gedrag, houding, persoonlijkheid, educatie etc.)
,Zit aan: persoonlijkheidsontwikkeling p 59, p179 boek, dia 40
Ontwikkelingspsychologie
Levensloopperspectief: uitgangspunten
Levenslang
Multi-dimensioneel (verschillende domeinen) en multi-directioneel (toename en afname van
bv kennis en fitheid)
Plastisch, kneedbaar, beïnvloedbaar, stimuleren
Beïnvloed door meerdere inter-agerende factoren (factoren die invloed hebben op elkaar)
Cohorteffecten (groep mensen met gem. leeftijd, regio, ervaringen etc. bv. millenials,
chinezen)
Normatieve effecten is voor grote groep mensen geldig
o Zijn historisch, leeftijdsgebonden of socio-cultureel
o (vb. president Amerika, aanslagen, WOII, tieners, klimaatopwarming, geen
moedertaalsprekers)
Niet normatieve- effecten een speciale gebeurtenis, het uitzonderlijke
o Hebben meer impact dan normatieve effecten
o (vb. Dutroux, had effect op opvoeding door angst te creëren)
TOEPASSING: GAAT HET OM EEN NORMATIEVE OF NIET-NORMATIEVE GEBEURTENIS?
- DE ONTDEKKING VAN DE RELATIE TUSSEN HET AIDSVIRUS EN HET SEKSUEEL GEDRAG VAN MENSEN
O NORMATIEF, HISTORISCH
- DE ZWANGERSCHAP VAN EEN MINDERJARIGE DOCHTER
O NIET-NORMATIEF, INDIVIDUELE GEBEURTENIS
- DE VELE KINDEREN MET ASTMA DOOR DE OPWARMING VAN DE AARDE
O NORMATIEF, SOCIO-CULTUREEL
- HET FATALISME OVER DE TOEKOMST VAN DE KERK BIJ ADOLESCENTEN
O NORMATIEF, COHORTEFFECTEN, HET GAAT HIER OVER EEN GENERATIE
De reikwijdte van het vakgebied
Ontwikkelingsfasen:
o Prenataal, geboorte/pasgeborene, baby, peuter, kleuter, lagere schooltijd etc.
Ontwikkelingsdomeinen:
o Lichamelijke -, motorische -, sociaal-emotionele -, cognitieve ontwikkeling etc.
LET OP!
De samenhang van ontwikkelingsgebieden binnen één ontwikkelingsfase
(bv. eerst over bep cogn. Mogelijkheden beschikken zoals eerst leren spreken voor te leren
schrijven)
De samenhang over de ≠ ontwikkelingsfasen binnen één ontwikkelingsdomein
(bv. leert eerst brabbelen, dan woordjes en dan zinnen uit te spreken)
,Zit aan: persoonlijkheidsontwikkeling p 59, p179 boek, dia 40
Ontwikkelingspsychologie
Theoretische perspectieven
H2: De prenatale ontwikkeling
, Zit aan: persoonlijkheidsontwikkeling p 59, p179 boek, dia 40
Ontwikkelingspsychologie
Prenatale groei en verandering
Stadia prenatale ontwikkeling
De germinale periode (0-2 weken)
o De zygote
De embryonale periode (2-8 weken)
o Het embryo
De foetale periode (8-40 weken)
o De foetus
De germinale periode
= Zygote
0-2 weken
Innesteling in de baarmoeder (zwangerschapshormoon)
Methodische celdeling (principe van differentiatie)
De embryonale periode
Embryo
2-8 weken
3 cellagen endoderm (inwendige organen) , mesoderm (skelet, spierstelsel, hart, bloed,
bloedsomloop en geslachtsorganen), ectoderm (huid, haar tanden, zintuigen, hersenen en
ruggenmerg)
3 belangrijke systemen, de 3 V’s vruchtzak (veiligheid), placenta(voeding), navelstreng
(verbinding)
Alle in- en uitwendige structuren in aanzet
Einde derde week: kloppend hart
Organogenese: orgaansystemen beginnen zich te ontwikkelen
De foetale periode
Foetus
8-40 weken
Groei en verdere ontwikkeling
Geslachtsontwikkeling
Waarneming van beweging
o Laatste 3 maanden
Hersenontwikkeling
Intensieve groei
Antistoffen v/d moeder
o Zintuigelijke waarneming van de baby?
Reactie op prikkels (licht, geluid etc.)
Vb. (zwangerschaps)haptonomie =contact maken met de baby en leren
aanvoelen
Levensvatbaarheid is er vanaf 26 à 27 weken
Ontwikkelingspsychologie
H1: Inleiding
ontwikkelingspsychologie
Oriëntatie o/d ontw psych
Definitie
Ontwikkelingspsychologie = wetenschappelijke studie naar groei, verandering en stabiliteit van
conceptie tot aan de dood, is gebaseerd op onderzoek, hypotheses, wetenschappelijke bewijzen
Wat is ontwikkeling?
Ontwikkelen= het veranderen van een aanwezige structuur (ont-wikkelen, ontvouwen, ontplooien)
Menselijke ontwikkeling: is universeel, culturele, raciale of etnische verschillen, unieke aspecten van
het individu
Groei en verandering tot het einde van hun leven ‘levenslooppsychologie’
Kenmerken van ontwikkeling
- Gedurende de hele levenscyclus
- Gedragsverandering (winst-verlies)
- Levenslang proces
o Verloop in tijd
o Houdt een voortgang, eens je iets verworven hebt, blijft dit
o Ontwikkeling is een levenslang
proces
Actuele vraagstukken
Continu /Discontinu
Continue leerproces: het leren verloopt
geleidelijk aan
(bv. Groei v/d taalontwikkeling)
Discontinue leerproces: het leren verloopt in stapjes
(bv. Leren stappen)
Kritische/kritieke periode VS gevoelige periode
Kritische/ kritieke periode: onomkeerbaar als het in deze bepaalde periode wel/niet is
aangeleerd/gebeurd (vb. infectieziekten, geen veilige hechting, eendjes bij eerste zicht v/e
figuur)
Gevoelige periode: in deze periode zijn ze gevoelig voor het aanleren MAAR het is nog
veranderbaar of kan nog later aangeleerd worden (vb. taal leren)
Nature- nurture debat
Nature: genetisch bepaald, aangeboren (bv. Ziektes, moedervlekken, lichaamsbouw, lengte,
haarkleur etc.)
Nurture: de omgevingfactoren (bv. taal, gedrag, houding, persoonlijkheid, educatie etc.)
,Zit aan: persoonlijkheidsontwikkeling p 59, p179 boek, dia 40
Ontwikkelingspsychologie
Levensloopperspectief: uitgangspunten
Levenslang
Multi-dimensioneel (verschillende domeinen) en multi-directioneel (toename en afname van
bv kennis en fitheid)
Plastisch, kneedbaar, beïnvloedbaar, stimuleren
Beïnvloed door meerdere inter-agerende factoren (factoren die invloed hebben op elkaar)
Cohorteffecten (groep mensen met gem. leeftijd, regio, ervaringen etc. bv. millenials,
chinezen)
Normatieve effecten is voor grote groep mensen geldig
o Zijn historisch, leeftijdsgebonden of socio-cultureel
o (vb. president Amerika, aanslagen, WOII, tieners, klimaatopwarming, geen
moedertaalsprekers)
Niet normatieve- effecten een speciale gebeurtenis, het uitzonderlijke
o Hebben meer impact dan normatieve effecten
o (vb. Dutroux, had effect op opvoeding door angst te creëren)
TOEPASSING: GAAT HET OM EEN NORMATIEVE OF NIET-NORMATIEVE GEBEURTENIS?
- DE ONTDEKKING VAN DE RELATIE TUSSEN HET AIDSVIRUS EN HET SEKSUEEL GEDRAG VAN MENSEN
O NORMATIEF, HISTORISCH
- DE ZWANGERSCHAP VAN EEN MINDERJARIGE DOCHTER
O NIET-NORMATIEF, INDIVIDUELE GEBEURTENIS
- DE VELE KINDEREN MET ASTMA DOOR DE OPWARMING VAN DE AARDE
O NORMATIEF, SOCIO-CULTUREEL
- HET FATALISME OVER DE TOEKOMST VAN DE KERK BIJ ADOLESCENTEN
O NORMATIEF, COHORTEFFECTEN, HET GAAT HIER OVER EEN GENERATIE
De reikwijdte van het vakgebied
Ontwikkelingsfasen:
o Prenataal, geboorte/pasgeborene, baby, peuter, kleuter, lagere schooltijd etc.
Ontwikkelingsdomeinen:
o Lichamelijke -, motorische -, sociaal-emotionele -, cognitieve ontwikkeling etc.
LET OP!
De samenhang van ontwikkelingsgebieden binnen één ontwikkelingsfase
(bv. eerst over bep cogn. Mogelijkheden beschikken zoals eerst leren spreken voor te leren
schrijven)
De samenhang over de ≠ ontwikkelingsfasen binnen één ontwikkelingsdomein
(bv. leert eerst brabbelen, dan woordjes en dan zinnen uit te spreken)
,Zit aan: persoonlijkheidsontwikkeling p 59, p179 boek, dia 40
Ontwikkelingspsychologie
Theoretische perspectieven
H2: De prenatale ontwikkeling
, Zit aan: persoonlijkheidsontwikkeling p 59, p179 boek, dia 40
Ontwikkelingspsychologie
Prenatale groei en verandering
Stadia prenatale ontwikkeling
De germinale periode (0-2 weken)
o De zygote
De embryonale periode (2-8 weken)
o Het embryo
De foetale periode (8-40 weken)
o De foetus
De germinale periode
= Zygote
0-2 weken
Innesteling in de baarmoeder (zwangerschapshormoon)
Methodische celdeling (principe van differentiatie)
De embryonale periode
Embryo
2-8 weken
3 cellagen endoderm (inwendige organen) , mesoderm (skelet, spierstelsel, hart, bloed,
bloedsomloop en geslachtsorganen), ectoderm (huid, haar tanden, zintuigen, hersenen en
ruggenmerg)
3 belangrijke systemen, de 3 V’s vruchtzak (veiligheid), placenta(voeding), navelstreng
(verbinding)
Alle in- en uitwendige structuren in aanzet
Einde derde week: kloppend hart
Organogenese: orgaansystemen beginnen zich te ontwikkelen
De foetale periode
Foetus
8-40 weken
Groei en verdere ontwikkeling
Geslachtsontwikkeling
Waarneming van beweging
o Laatste 3 maanden
Hersenontwikkeling
Intensieve groei
Antistoffen v/d moeder
o Zintuigelijke waarneming van de baby?
Reactie op prikkels (licht, geluid etc.)
Vb. (zwangerschaps)haptonomie =contact maken met de baby en leren
aanvoelen
Levensvatbaarheid is er vanaf 26 à 27 weken