CARDIOLOGIE – PROF SMETS
DIAGNOSTISCHE TECHNIEKEN
AUSCULTATIE
Hartruis: beschrijven van 3 criteria
1. Timing: systolisch – diastolisch – continu
➔ Systolisch: tussen 1e (lub) en 2e harttoon (dub), meeste bij hond en kat
➔ Diastolisch: tussen 2e (dub) en volgende 1e harttoon (lub), zelden bij hond
en kat
➔ Continu: zowel tijdens systole als diastole, ononderbroken ‘’machinery
murmur’’, typisch bij PDA
2. Luidheid/intensiteit: schaal → 1/6-6/6
➔ Graad 1: geringe intensiteit, pas te horen na enkele seconden auscultatie,
in stille omgeving
➔ Graad 2: zeer zachte hartruis, direct te horen bij begin auscultatie
➔ Graad 3: matig luide hartruis
➔ Graad 4: luide hartruis zonder fremitus
➔ Graad 5: luide hartruis met fremitus, niet te horen van buiten
➔ Graad 6: zeer luide hartruis met fremitus, wel te horen van buiten
➔ Fysiologische hartruisen vaak 1-2/6, soms 3/6, vooral bij pup en kitten
3. Lokalisatie: welke van de 4 klepgebieden?
➔ Punctum maximum = klepgebied met
hoogste intensiteit
➔ Altijd ALLE klepgebieden ausculteren +
beiderzijds
➔ Hond: 4 klepgebieden
➢ Links hartbasis: pulmonalisklep →
3e ICR, aortaklep → 4e ICR
➢ Links hartapex: mitralisklep → 5e ICR (richting sternum)
➢ Rechts: tricuspidalisklep → 4e ICR
➔ Kat: 3 klepgebieden
➢ Aorta- en pulmonalisklep: links 2e/3e ICR (links hartbasis)
➢ Mitralisklep: links 5e/6e ICR (links hartapex)
➢ Tricuspidalisklep: 4e/5e ICR rechts
➢ Kat heeft kleinere thorax → klepgebieden moeilijker te onderscheiden
➢ Soms midventraal thv sternum: ‘sternale’ hartruis
➢ Spinnen is storend: ruiken aan watje met alchol/kraan open/lichte
druk op trachea net onder de larynx
,RX THORAX
- Indicaties:
➔ Diagnose linker congestief hartfalen: cardiogeen longoedeem/pleurale effusie (kat)
➔ Diagnose pericardiale effusie → sterke globoïde gegeneraliseerde cardiomegalie
➔ Opvolging progressie cardiomegalie
➔ Diagnose respiratoire aandoeningen
➔ Oorzaak hoesten opsporen (respiratoir vs cardiogeen)
- Vaak onvoldoende voor definitieve diagnose van een hartaandoening: oorzaak opsporen via
echocardiografie
- RX thorax enkel indien patiënt voldoende stabiel is → dyspnee/tachypnee onder controle
- Steeds 2 opnames: laterolateraal en dorsoventraal (hartsilhouet best te beoordelen) of
ventrodorsaal
- Normale grootte hart:
➔ Laterolateraal:
➢ Hond: 2.5-3.5 ICR, basis tot apex 70% van de borstkas
➢ Kat: 2-2.5 ICR
➢ Hond: VHS (Vertebral Heart Score) = 8.5-10.5
➢ Kat: VHS = 7.2-7.8
➔ Breedte dorsoventrale/ventrodorsale opname:
➢ Hond: 2/3 borstkas op breedste plaats
VHS meten:
- Meet vanaf de carina (splitsing 2
hoofdbronchen) naar hartapex = 1e lijn
- Meet loodrecht op lijn 1, thv onderzijde van
vena cava, de breedte van het hart = 2e lijn
- 2 lijnen afmeten op de wervelkolom, beginnen
met tellen vanaf 4e wervel, vervolgens het aantal
wervellichamen tellen
,Diagnose linker congestief hartfalen
1. Cardiomegalie linker hart: trachea naar dorsaal
verplaatst en ligt tegen de wervelkolom + linker
atrium gedilateerd (thv birfurcatie van de trachea →
cowboy sign)
➔ Vergroting van het linkerventrikel
➔ Vergroting van het linkeratrium
2. Congestie van de longvenen (meestal)
3. Interstitieel tot alveolair longpatroon bij longoedeem
4. Bij de kat (NIET bij de hond): vaak pleurale effusie
Hoe groter het linkeratrium, hoe verder de hoofdbronchen uit elkaar
worden geduwd.
Laterale opname: cardiomegalie en linkeratrium dilatatie
Dorsoventrale opname: dilatatie linker aurikel (tussen 2-3 uur) en
linker atrium (tussen hoofdbronchen), apex naar rechts verplaatst
door linker ventrikel dilatatie
Grootte van de longvenen laterolateraal: opsporen venestuwing.
- Hond: craniale vene en atrerie even groot, ongeveer ¾ van
het bovenste derde deel van de 4e rib (>1.2x = gestuwd),
vene > arterie = gestuwd
- Kat: arterie = 0.5-1x bovenste derde van de 4e rib, vene = ca.
0.2 cm op dezelfde plaats
- Triade: arterie – bronchus – vene
Grootte van de longvenen dorsoventraal:
- Hond en kat: craniale vene en arterie even groot, ca. even
breed als 9e rib
Luchtbronchogrammen: alveolair patroon, alles is wit behalve
bronchen zelf, tekenen zich af als zwarte takjes tegenover een witte
achtergrond.
Pericardiale effusie: gegeneraliseerde cardiomegalie, globoïde vorm
van het hart = ‘voetbalhart’. Percardiale effusie is vochtopstapeling
in het hartzakje, verdeelt zich rondom rond het hart
Let op: soms hoesten door tracheacollaps
BLOEDONDERZOEK
- Honden van middelbare-oude leeftijd: algemene gezondheidsscreening
➔ Hematologie
➔ Biochemie
➔ UrineOZ
- Nierwaarden: ureum/creatinine/SDMA
➔ Oudere dieren: chronische nierziekte?
➔ Basiswaarde voor therapie met diuretica/ACE-i: kunnen effect hebben op nierfunctie
- Elektrolyten: beïnvloed door diuretica
, - Meest gebruikte diuretica zijn furosemide → natriuretisch en kaliuretisch → K+ in bloed daalt dus
hypoK vermijden! Spironolactone is kaliumsparend diureticum, kan kali-uretische werking van de
lis diuretica tegengaan.
- Streven naar laagste dosis!
- Cardiale biomerkers:
➔ NT-proBNP: natri-uretisch peptide: ‘uitrekken’ van de atria
➔ Cardiaal troponine I (cTnI): beschadiging cardiomyocyten
➢ Stijgen bij verschillende hartaandoeningen (MVD, DCM, HCM, …) indien te hoog →
echocardiografie
➢ Is HULP bij diagnose, nooit alleenstaande test, vals verhoogde concentraties komen
voor
- In-huis snaptest voor NTproBNP bij de kat:
➔ Bij de kat met dyspnee: respiratoir of cardiale oorzaak
➔ NTproBNP duidelijk verhoogd → CHF meer waarschijnlijk
➔ NTproBNP normaal → CHF onwaarschijnlijk (negatief voorspellende waarde is goed
maar als test positief is, is er nog een grijze zone)
➔ Vaak gestegen bij asymptomatische katten met HCM screening
➔ Is HULP, nooit alleenstaande test
➔ Licht bolletje betekent negatief, alleen donker 2 e bolletje is positief.
ECG
- Indicaties:
➔ Bij afwijkingen op KOZ: bradycardie (<60-80x/min), tachycardie (>150x/min),
onregelmatig ritme (pauzes/extrasystolen) en/of polsdeficit (meer hartslagen dan
polsslagen)
➔ Monitoring tijdens anesthesie/chirurgie
➔ Monitoring kritieke patiënten in intensieve zorgen
➔ Evaluatie cardiologische patiënten:
➢ Diagnose aritmie/tachycardie/bradycardie: therapeutische en prognostische
gevolgen
➢ Opsporen specifieke aritmieën vb. atriumfibrillatie of ventriculaire ritmestoornissen
bij gepredisponeerde rassen
➢ Diagnostische tool bij evaluatie van zwakte, letargie, inspanningsintolerantie,
syncope
- Indicaties 24uur Holter ECG:
➔ Oorzaak opsporen van syncopes/aanvallen
➔ Inspanningsintolerantie
➔ Screening van rassen voor DCM en verhoogd ritme op aritmieën (vb Boxer, Dobermann)
➔ Bepalen van de ernst van de aritmieën
➔ Bepalen of de behandeling met anti-aritmica is aangewezen
➔ Evalueren van de behandeling met anti-aritmica
- Stuur patiënten met abnormale hartauscultatie door naar specialist/DA met meer ervaring
ECHOCARDIOMEGALIE
- Indicaties:
➔ Vermoeden van hartprobleem als oorzaak voor bepaalde klinische symptomen (hoesten,
syncope, ascites, etc) in combi met typische bevindingen op LOZ.
➔ Afwijkende auscultatie: hartruis, galopgeluid, gedempte harttonen
➔ Hartruis bij een jong dier: congenitaal of fysiologisch
➔ Cardiomegalie op RX bij dieren die anesthesie nodig hebben
➔ Vermoeden van pulmonaire hypertensie