Wereldgeschiedenis: Europa in mondiaal perspectief
HC8 – Alternatieve en aanvullende verklaringen: wetenschap en technologie
2 okt 2020
Cultuur, in de brede zin van het woord, speelt ook een rol in de verklaring die in dit
college voor het voetlicht wordt gehaald. In de eerste zes colleges van deze reeks
lag de nadruk op de gemeenschappelijke ontwikkeling van de verschillende
cultuurgebieden op het euro-Aziatische continent; in ieder geval tot begin 18e
eeuw. Dat de fundamentele doorbraak naar een moderne industriële samenleving
uiteindelijk in Europa en meer bijzonder in Engeland plaatsvond, is tot op zekere
hoogte als toeval gepresenteerd.
Er is een grote groep historici die zich met kracht tegen deze voorstelling van
zaken verzet en betoogt dat de nieuwe technologie, die Promethian
growth mogelijk maakte, typisch Europees was en verbonden met de specifieke
ontwikkeling die wetenschap en technologie in Europa doormaakten. Die
ontwikkeling zette volgens deze historici ook niet pas in de 18e eeuw in, maar veel
eerder. Volgens sommigen in de 16e/17e eeuw, volgens anderen al in de
klassieke oudheid. Vandaag zullen we het betoog van deze groep volgen en
inzicht krijgen in de ontwikkeling van wetenschap en technologie in Europa van de
Oudheid tot de komst van de stoommachine.
Margaret C. Jacob: ‘’There is such a thing as Western culture. Its components differ
from country to country at any given moment, yet by the mid-eighteenth century there
was one common element that would prove immensely germane to the
mechanization of the manufacturing and trasportation systems: the belief that
science and technology could control nature and that creativity in both was desirable,
a sign of Western industrial superiority’’. (1998)
Deel 1 Het Griekse en Chinese gedachtengoed
Cohen (2008) stelt dat alle oude beschavingen getracht hebben de
onvoorspelbaarheid en de macht van de natuur over de mens te bezweren, om
greep te krijgen op de natuur. Dit gebeurde met name via de godenwereld, goden die
verantwoordelijk waren voor natuurverschijnselen. Maar ook was er bij verschillende
beschavingen kennis van natuurverschijnselen: Babyloniërs, Maya’s, Polynesiërs
e.a. Deze verklaringsmodellen van de natuur bleven zich verder ontwikkelen in twee
beschavingen:
Grieken, vanaf ca. 6e/5e eeuw BCE;
Chinezen, vanaf ca. 5e eeuw BCE.
De Grieken hadden een top-down benadering, hierbij is het uitgangspunt een
intellectuele constructie van bovenaf; vooral in Athene. In Athene waren vijf
concurrerende scholen: Academie van Plato (ca. 427-347 BCE); Lyceum van
Aristoteles (384-322 BCE); de Stoa; de tuin van Epicurus (341-270 BCE); Sceptische
school van Pyrrho (ca. 360-270 BCE). Deze scholen begonnen met een eigen aantal
beginselen, voor ieder anders, waarvan de juistheid als onweerlegbaar werd gezien
en ze redeneerden vandaaruit verder. Iedere school had eigen beginselen en
redeneringen over natuurverschijnselen, en concurreerden sterk met elkaar. Athene
HC8 – Alternatieve en aanvullende verklaringen: wetenschap en technologie
2 okt 2020
Cultuur, in de brede zin van het woord, speelt ook een rol in de verklaring die in dit
college voor het voetlicht wordt gehaald. In de eerste zes colleges van deze reeks
lag de nadruk op de gemeenschappelijke ontwikkeling van de verschillende
cultuurgebieden op het euro-Aziatische continent; in ieder geval tot begin 18e
eeuw. Dat de fundamentele doorbraak naar een moderne industriële samenleving
uiteindelijk in Europa en meer bijzonder in Engeland plaatsvond, is tot op zekere
hoogte als toeval gepresenteerd.
Er is een grote groep historici die zich met kracht tegen deze voorstelling van
zaken verzet en betoogt dat de nieuwe technologie, die Promethian
growth mogelijk maakte, typisch Europees was en verbonden met de specifieke
ontwikkeling die wetenschap en technologie in Europa doormaakten. Die
ontwikkeling zette volgens deze historici ook niet pas in de 18e eeuw in, maar veel
eerder. Volgens sommigen in de 16e/17e eeuw, volgens anderen al in de
klassieke oudheid. Vandaag zullen we het betoog van deze groep volgen en
inzicht krijgen in de ontwikkeling van wetenschap en technologie in Europa van de
Oudheid tot de komst van de stoommachine.
Margaret C. Jacob: ‘’There is such a thing as Western culture. Its components differ
from country to country at any given moment, yet by the mid-eighteenth century there
was one common element that would prove immensely germane to the
mechanization of the manufacturing and trasportation systems: the belief that
science and technology could control nature and that creativity in both was desirable,
a sign of Western industrial superiority’’. (1998)
Deel 1 Het Griekse en Chinese gedachtengoed
Cohen (2008) stelt dat alle oude beschavingen getracht hebben de
onvoorspelbaarheid en de macht van de natuur over de mens te bezweren, om
greep te krijgen op de natuur. Dit gebeurde met name via de godenwereld, goden die
verantwoordelijk waren voor natuurverschijnselen. Maar ook was er bij verschillende
beschavingen kennis van natuurverschijnselen: Babyloniërs, Maya’s, Polynesiërs
e.a. Deze verklaringsmodellen van de natuur bleven zich verder ontwikkelen in twee
beschavingen:
Grieken, vanaf ca. 6e/5e eeuw BCE;
Chinezen, vanaf ca. 5e eeuw BCE.
De Grieken hadden een top-down benadering, hierbij is het uitgangspunt een
intellectuele constructie van bovenaf; vooral in Athene. In Athene waren vijf
concurrerende scholen: Academie van Plato (ca. 427-347 BCE); Lyceum van
Aristoteles (384-322 BCE); de Stoa; de tuin van Epicurus (341-270 BCE); Sceptische
school van Pyrrho (ca. 360-270 BCE). Deze scholen begonnen met een eigen aantal
beginselen, voor ieder anders, waarvan de juistheid als onweerlegbaar werd gezien
en ze redeneerden vandaaruit verder. Iedere school had eigen beginselen en
redeneringen over natuurverschijnselen, en concurreerden sterk met elkaar. Athene