Wereldgeschiedenis: Europa in mondiaal perspectief
HC3 – Het Euro-Aziatische continent: de wereld van de islam (tot ca. 1500)
15 sep 2020
Tijdens en na het leven van Mohammed ibn Abdullah (570-632 CE), een west-
Arabische koopman uit Mekka en profeet van de islam, breidden Arabische
moslims hun invloedssfeer enorm uit. Op den duur ontstond daardoor een zeer
uitgestrekte Dâr al-Islâm (= verblijfplaats van de islam). De bekendste reiziger in
deze enorme islamitische invloedssfeer was de Marokkaan Ibn Battuta (midden
14e eeuw). Hij reisde in dertig jaar meer dan 100.000 km door Noord- en West-
Afrika, het Midden-Oosten, centraal Azië, India, Zuidoost-Azië en China. En vrijwel
overal waar hij kwam, bevond hij zich binnen de Dâr al-Islâm en kon hij in de
lingua franca, het Arabisch, communiceren met kooplieden, geleerden, prinsen en
anderen.
Deze uitgestrekte cultureel-religieuze en linguïstische gemeenschap is van
onschatbare betekenis geweest bij de productie en overdracht van kennis binnen
het Euro-Aziatische continent. Tijdens het college zal onder meer aandacht
worden besteed aan de verbreiding van landbouwkundige kennis en gewassen,
wetenschappelijke kennis, technologie en handelspraktijken.
In dit college wordt gekeken naar de rol van de islamitische wereld in de bijdrage van
kennis en technologie over Euro-Aziatische continent.
Geschiedenis, de wetenschap over het verleden, is niet neutraal. De achtergrond van
de historicus en de actualiteit spelen hierbij een grote rol; er kunnen stereotype
opvattingen ontstaan. Zo ook over de islam: religieus fanatisme; geweld jegens en
ondergeschikte positie van de vrouw; maar ook een romantische verbeelding van de
islamitische wereld.
Deze negatieve beelden sluiten aan bij een lange traditie van vijandigheid en
nabijheid: nabijheid in geografische zin; nabijheid in religieuze zin. Vanaf ca. 1960
ontstond er onder wetenschappers een nieuwe invalshoeken, maar oude
denkbeelden bleven invloed hebben, na 9/11 zou dit weer toegenomen zijn in met
name de publieke opinie.
Deel 1 Opkomst en expansie van de islam
De opkomst van de islam begint rondom Mohammed ibn Abdullah (570 – 632 CE).
Hij was een West-Arabische koopman uit Mekka die tijdens een van zijn meditaties
een bericht kreeg van de engel Gabriel. Gabriel bracht hem een boodschap namens
god die hij zou moeten verspreiden onder de mensen. Na de dood van de profeet
Mohammed, en jaren daaropvolgend, zijn deze openbaringen vastgelegd in de
Koran. Dit zou een van de laatste documenten zijn geweest waarin god, door middel
van een profeet, zijn berichten aan de aarde zou hebben laten weten (Abraham,
Mozes, Jezus en Mohammed). In eerste instantie werd de openbaring door de elite
van Mekka afgewezen en vluchtte Mohammed naar Medina. Hij werd daar
geaccepteerd als profeet en in 622 ontstond de eerste moslimgemeenschap (Umma)
in Medina; het begin van de islam. De heilige plaatsen bevonden zich in Mekka
(Ka’bah) en Medina: de moskeeën. De Ka’bah was een plek waarin eerdere
Arabische goden werden vereerd.
HC3 – Het Euro-Aziatische continent: de wereld van de islam (tot ca. 1500)
15 sep 2020
Tijdens en na het leven van Mohammed ibn Abdullah (570-632 CE), een west-
Arabische koopman uit Mekka en profeet van de islam, breidden Arabische
moslims hun invloedssfeer enorm uit. Op den duur ontstond daardoor een zeer
uitgestrekte Dâr al-Islâm (= verblijfplaats van de islam). De bekendste reiziger in
deze enorme islamitische invloedssfeer was de Marokkaan Ibn Battuta (midden
14e eeuw). Hij reisde in dertig jaar meer dan 100.000 km door Noord- en West-
Afrika, het Midden-Oosten, centraal Azië, India, Zuidoost-Azië en China. En vrijwel
overal waar hij kwam, bevond hij zich binnen de Dâr al-Islâm en kon hij in de
lingua franca, het Arabisch, communiceren met kooplieden, geleerden, prinsen en
anderen.
Deze uitgestrekte cultureel-religieuze en linguïstische gemeenschap is van
onschatbare betekenis geweest bij de productie en overdracht van kennis binnen
het Euro-Aziatische continent. Tijdens het college zal onder meer aandacht
worden besteed aan de verbreiding van landbouwkundige kennis en gewassen,
wetenschappelijke kennis, technologie en handelspraktijken.
In dit college wordt gekeken naar de rol van de islamitische wereld in de bijdrage van
kennis en technologie over Euro-Aziatische continent.
Geschiedenis, de wetenschap over het verleden, is niet neutraal. De achtergrond van
de historicus en de actualiteit spelen hierbij een grote rol; er kunnen stereotype
opvattingen ontstaan. Zo ook over de islam: religieus fanatisme; geweld jegens en
ondergeschikte positie van de vrouw; maar ook een romantische verbeelding van de
islamitische wereld.
Deze negatieve beelden sluiten aan bij een lange traditie van vijandigheid en
nabijheid: nabijheid in geografische zin; nabijheid in religieuze zin. Vanaf ca. 1960
ontstond er onder wetenschappers een nieuwe invalshoeken, maar oude
denkbeelden bleven invloed hebben, na 9/11 zou dit weer toegenomen zijn in met
name de publieke opinie.
Deel 1 Opkomst en expansie van de islam
De opkomst van de islam begint rondom Mohammed ibn Abdullah (570 – 632 CE).
Hij was een West-Arabische koopman uit Mekka die tijdens een van zijn meditaties
een bericht kreeg van de engel Gabriel. Gabriel bracht hem een boodschap namens
god die hij zou moeten verspreiden onder de mensen. Na de dood van de profeet
Mohammed, en jaren daaropvolgend, zijn deze openbaringen vastgelegd in de
Koran. Dit zou een van de laatste documenten zijn geweest waarin god, door middel
van een profeet, zijn berichten aan de aarde zou hebben laten weten (Abraham,
Mozes, Jezus en Mohammed). In eerste instantie werd de openbaring door de elite
van Mekka afgewezen en vluchtte Mohammed naar Medina. Hij werd daar
geaccepteerd als profeet en in 622 ontstond de eerste moslimgemeenschap (Umma)
in Medina; het begin van de islam. De heilige plaatsen bevonden zich in Mekka
(Ka’bah) en Medina: de moskeeën. De Ka’bah was een plek waarin eerdere
Arabische goden werden vereerd.