Wereldgeschiedenis: Europa in mondiaal perspectief
HC11 – De rijkdom en armoede van Afrika
13 okt 2020
Tegenwoordig scoort Afrika in vergelijking met de rest van de wereld bijzonder
slecht wanneer het gaat om welvaart, veiligheid, gezondheidszorg en politieke
stabiliteit. Opvallend is bovendien dat Afrika er in 1950 en 1970 zelfs beter
voorstond dan Azië (exclusief Japan).
Hoe komt dat? Hoe kan het dat veel landen in Azië zich aan de armoede hebben
weten te ontworstelen en veel landen in Afrika niet? Een college over Afrika biedt
de mogelijkheid de verklaringen die in de voorgaande colleges genoemd zijn
voor The Great Divergence te confronteren met de situatie op een continent dat
weliswaar rijk is aan grondstoffen, maar de afgelopen decennia toch achterop is
geraakt. Tijdens het college zal onder meer blijken dat die achterstand mede
geworteld is in een ver verleden.
Het continent Afrika speelde ten tijden van het Romeinse Rijk een belangrijke functie
in de graanvoorziening. Zij noemden deze Noord-Afrikaanse koloniën Afri, naar de
Berber stammen die daar woonachtig waren (Tunesië). Toen in de vijftiende eeuw
Portugese handelaren langs de kust voeren noemden zij het continent Afrika. Een
gebruik dat een blijvend bestaan heeft gehouden.
Deel 1 Problemen in Afrika
Van de 25 armste landen ter wereld; zijn er 21 gelokaliseerd in Afrika (IMF, 2020).
Van de 25 minst stabiele landen ter wereld; zijn er 18 gelokaliseerd in Afrika (Fragile
State Index, 2017/2020). Bovendien in het BBP vanaf 1950 tot 2010 een stuk lager
dan bijvoorbeeld Oost-Azië en Zuid- en Zuidoost-Azië, die rond 1950 een lager BBP
hadden.
Deel 2 Afrika: diversiteit, rijkdom en slaafgemaakten
Afrika kent een grote diversiteit in verschillende vlakken:
Een Noord-Zuid oriëntatie: woestijnen, savannen, tropisch regenwoud,
gematigde klimaatzones.
Etnische diversiteit: Bantu-sprekende meerderheid: Pygmeeën en Khoisan;
Arabische bevolking en Europeanen.
Grote variatie aan talen: kwart van alle talen in de wereld wordt alleen in Afrika
gesproken (1500).
Afrika is en was ook een continent vol rijkdom:
Goud: in West-Afrika de pelgrimstocht naar Mekka van Mansa Musa (koning
van Mali in 1324).
Ivoor: China en India waren vanouds de belangrijkste markten; in de 19 e eeuw
in Europa voor het gebruik van pianotoetsen, biljartballen en bestek; eind 19 e
eeuw werden er 60.000 olifanten per jaar gedood.
Natuurrubber.
Diamant, olie en metalen (koper, bauxiet).
Tenslotte is Afrika ook het continent van slaafgemaakten:
Dit was een inheems fenomeen dat vanaf de 9 e eeuw gebruikt werd door de
Arabieren voor de langeafstandshandel. Vanaf de 16 e eeuw door de Europeanen
, voor de trans-Atlantische handel. Tot het einde van de 19 e eeuw zijn in totaal ca. 24
miljoen Afrikanen weggevoerd.
Deel 3 Case study: Democratische Republiek Congo
De Democratische Republiek Congo, ook wel Congo-Kinshasa, en tussen 1971-1997
Zaïre.
In de 19e eeuw was de belangrijkste binnenlandse ivoor- en slavenhandelaar Hamed
bin Muhammed el Murjebi (1837-1905), Tippu Tip. Zijn verkoop deed hij voornamelijk
op Zanzibar door middel van karavanen uit centraal Afrika. Hij beheerste een groot
deel van Centraal-Afrika waaruit duizenden tot slaaf gemaakten afgevoerd worden
en enorme aantallen slagtanden verkocht worden.
De door Engeland aangestuurde zendeling (en dus tegen slavenhandel) David
Livingstone (1813-1873) dient te zoeken naar de bronnen van de Nijl. Al zijn
bevindingen wilde hij publiceren in zijn strijd tegen de slavenhandel. Hij werd
beroemd door de krantenverslagen van Henry Morton Stanley (18410-1904) en sterft
in Afrika zonder enkele bronnen van de Nijl gevonden te hebben. Door zijn verslagen
in zijn dagboeken ontstaat er een toestroom van de publieke opinie over
slavenhandel; de Britse regering verbiedt slavenhandel (1873); deze stopt in de
praktijk niet direct waardoor de prijs van slaafgemaakten stijgt. Het is Stanley die
vaststelt dat Lake Victoria één van de bronnen is van de Nijl. Door financiële steun
van de Daily Telegraph en New York Times zet Stanley een tocht op van Oost- naar
West-Afrika (1874), gebieden waar ook slaven- en ivoorhandel niet kwamen. In 1877
bereikt Stanley de monding van de Congo-rivier, samen met 115 overlevenden (van
de 356, door ziekten en geweld). Teruggekeerd in Londen krijgt hij in 1878 geen
steun voor een exploitatie van Congo.
Deze tochten werden met grote belangstelling gevolgd door de Belgische monarch
Leopold II (1835-1909). Hij wenste een ook een koloniaal rijk zoals andere Europese
monarchen, dit kwam voort uit persoonlijke hebzucht en de welvaart van België te
vergroten. Congo was in dit geval nog ‘vrij’. In 1878 wordt Stanley uitgenodigd door
Leopold II voor een gesprek en sluit een contract voor het opzetten van
handelsposten en wegen in het stroomgebied van de Congo-rivier. Stanley schetst
vervolgens een tekening van het gebied (1884), onder de Association Internationale
du Congo (exploitatie maatschappij). Dit leidt tot onrust in de internationale
gemeenschap: de Conferentie van Berlijn vindt plaats onder leiding van Bismarck.
Hier wordt de onderlinge rivaliteit van de Europese mogendheden besproken en
Leopolds aanspraken worden erkend en bovendien de doortrekking naar de
Westkust. Leopold II zijn nieuwe gebied noemde hij état Indépendent du Congo
(Congo-Vrijstaat, 1885). Het was een persoonlijk koloniaal rijk met 70x de
oppervlakte van België. Bovendien werd er besloten dat hij een einde diende te
maken aan de Afro-Arabische slavenhandel.
In de Congo-Vrijstaat (1885-1908) werd, om onrust te voorkomen, Tippu Tip
aangeduid als gouverneur van Oost-Congo. Echter vielen de opbrengsten tegen
(olifanten overbejaagd) en bovendien waren Leopolds financiën niet in orde. Deze
werd gered door een nieuwe vorm van inkomsten: natuurrubber. De uitvinding van
de rubberband (Dunlop, 1888) zorgde voor een explosief stijgende opbrengsten uit
Congo. Dit leidde tot een vergroting van het persoonlijk vermogen en een verfraaiing
van België.
HC11 – De rijkdom en armoede van Afrika
13 okt 2020
Tegenwoordig scoort Afrika in vergelijking met de rest van de wereld bijzonder
slecht wanneer het gaat om welvaart, veiligheid, gezondheidszorg en politieke
stabiliteit. Opvallend is bovendien dat Afrika er in 1950 en 1970 zelfs beter
voorstond dan Azië (exclusief Japan).
Hoe komt dat? Hoe kan het dat veel landen in Azië zich aan de armoede hebben
weten te ontworstelen en veel landen in Afrika niet? Een college over Afrika biedt
de mogelijkheid de verklaringen die in de voorgaande colleges genoemd zijn
voor The Great Divergence te confronteren met de situatie op een continent dat
weliswaar rijk is aan grondstoffen, maar de afgelopen decennia toch achterop is
geraakt. Tijdens het college zal onder meer blijken dat die achterstand mede
geworteld is in een ver verleden.
Het continent Afrika speelde ten tijden van het Romeinse Rijk een belangrijke functie
in de graanvoorziening. Zij noemden deze Noord-Afrikaanse koloniën Afri, naar de
Berber stammen die daar woonachtig waren (Tunesië). Toen in de vijftiende eeuw
Portugese handelaren langs de kust voeren noemden zij het continent Afrika. Een
gebruik dat een blijvend bestaan heeft gehouden.
Deel 1 Problemen in Afrika
Van de 25 armste landen ter wereld; zijn er 21 gelokaliseerd in Afrika (IMF, 2020).
Van de 25 minst stabiele landen ter wereld; zijn er 18 gelokaliseerd in Afrika (Fragile
State Index, 2017/2020). Bovendien in het BBP vanaf 1950 tot 2010 een stuk lager
dan bijvoorbeeld Oost-Azië en Zuid- en Zuidoost-Azië, die rond 1950 een lager BBP
hadden.
Deel 2 Afrika: diversiteit, rijkdom en slaafgemaakten
Afrika kent een grote diversiteit in verschillende vlakken:
Een Noord-Zuid oriëntatie: woestijnen, savannen, tropisch regenwoud,
gematigde klimaatzones.
Etnische diversiteit: Bantu-sprekende meerderheid: Pygmeeën en Khoisan;
Arabische bevolking en Europeanen.
Grote variatie aan talen: kwart van alle talen in de wereld wordt alleen in Afrika
gesproken (1500).
Afrika is en was ook een continent vol rijkdom:
Goud: in West-Afrika de pelgrimstocht naar Mekka van Mansa Musa (koning
van Mali in 1324).
Ivoor: China en India waren vanouds de belangrijkste markten; in de 19 e eeuw
in Europa voor het gebruik van pianotoetsen, biljartballen en bestek; eind 19 e
eeuw werden er 60.000 olifanten per jaar gedood.
Natuurrubber.
Diamant, olie en metalen (koper, bauxiet).
Tenslotte is Afrika ook het continent van slaafgemaakten:
Dit was een inheems fenomeen dat vanaf de 9 e eeuw gebruikt werd door de
Arabieren voor de langeafstandshandel. Vanaf de 16 e eeuw door de Europeanen
, voor de trans-Atlantische handel. Tot het einde van de 19 e eeuw zijn in totaal ca. 24
miljoen Afrikanen weggevoerd.
Deel 3 Case study: Democratische Republiek Congo
De Democratische Republiek Congo, ook wel Congo-Kinshasa, en tussen 1971-1997
Zaïre.
In de 19e eeuw was de belangrijkste binnenlandse ivoor- en slavenhandelaar Hamed
bin Muhammed el Murjebi (1837-1905), Tippu Tip. Zijn verkoop deed hij voornamelijk
op Zanzibar door middel van karavanen uit centraal Afrika. Hij beheerste een groot
deel van Centraal-Afrika waaruit duizenden tot slaaf gemaakten afgevoerd worden
en enorme aantallen slagtanden verkocht worden.
De door Engeland aangestuurde zendeling (en dus tegen slavenhandel) David
Livingstone (1813-1873) dient te zoeken naar de bronnen van de Nijl. Al zijn
bevindingen wilde hij publiceren in zijn strijd tegen de slavenhandel. Hij werd
beroemd door de krantenverslagen van Henry Morton Stanley (18410-1904) en sterft
in Afrika zonder enkele bronnen van de Nijl gevonden te hebben. Door zijn verslagen
in zijn dagboeken ontstaat er een toestroom van de publieke opinie over
slavenhandel; de Britse regering verbiedt slavenhandel (1873); deze stopt in de
praktijk niet direct waardoor de prijs van slaafgemaakten stijgt. Het is Stanley die
vaststelt dat Lake Victoria één van de bronnen is van de Nijl. Door financiële steun
van de Daily Telegraph en New York Times zet Stanley een tocht op van Oost- naar
West-Afrika (1874), gebieden waar ook slaven- en ivoorhandel niet kwamen. In 1877
bereikt Stanley de monding van de Congo-rivier, samen met 115 overlevenden (van
de 356, door ziekten en geweld). Teruggekeerd in Londen krijgt hij in 1878 geen
steun voor een exploitatie van Congo.
Deze tochten werden met grote belangstelling gevolgd door de Belgische monarch
Leopold II (1835-1909). Hij wenste een ook een koloniaal rijk zoals andere Europese
monarchen, dit kwam voort uit persoonlijke hebzucht en de welvaart van België te
vergroten. Congo was in dit geval nog ‘vrij’. In 1878 wordt Stanley uitgenodigd door
Leopold II voor een gesprek en sluit een contract voor het opzetten van
handelsposten en wegen in het stroomgebied van de Congo-rivier. Stanley schetst
vervolgens een tekening van het gebied (1884), onder de Association Internationale
du Congo (exploitatie maatschappij). Dit leidt tot onrust in de internationale
gemeenschap: de Conferentie van Berlijn vindt plaats onder leiding van Bismarck.
Hier wordt de onderlinge rivaliteit van de Europese mogendheden besproken en
Leopolds aanspraken worden erkend en bovendien de doortrekking naar de
Westkust. Leopold II zijn nieuwe gebied noemde hij état Indépendent du Congo
(Congo-Vrijstaat, 1885). Het was een persoonlijk koloniaal rijk met 70x de
oppervlakte van België. Bovendien werd er besloten dat hij een einde diende te
maken aan de Afro-Arabische slavenhandel.
In de Congo-Vrijstaat (1885-1908) werd, om onrust te voorkomen, Tippu Tip
aangeduid als gouverneur van Oost-Congo. Echter vielen de opbrengsten tegen
(olifanten overbejaagd) en bovendien waren Leopolds financiën niet in orde. Deze
werd gered door een nieuwe vorm van inkomsten: natuurrubber. De uitvinding van
de rubberband (Dunlop, 1888) zorgde voor een explosief stijgende opbrengsten uit
Congo. Dit leidde tot een vergroting van het persoonlijk vermogen en een verfraaiing
van België.