Inhoudsopgave
HEFFINGSBEGINSELEN EN -OMVANG ........................................................................................................... 2
SOORTEN HEFFINGSBEGINSELEN................................................................................................................................... 2
Bronlandbeginsel............................................................................................................................................. 2
Woonplaatsbeginsel........................................................................................................................................ 2
Nationaliteitsbeginsel ..................................................................................................................................... 2
GLOBALISERING EN DIGITALISERING .............................................................................................................................. 3
Europese digitale dienstenbelasting (DST)...................................................................................................... 3
HEFFINGSOMVANG ................................................................................................................................................... 4
SAMENLOOP HEFFINGSBEGINSELEN .............................................................................................................................. 5
HEFFING DOOR NEDERLAND VAN DE NIET-INWONER .................................................................................. 6
BUITENLANDSE BELASTINGPLICHT ................................................................................................................................. 6
Natuurlijke personen ....................................................................................................................................... 6
Lichamen ......................................................................................................................................................... 6
BELASTINGVERDRAGEN .............................................................................................................................. 7
PERSONELE REIKWIJDTE .............................................................................................................................................. 7
, Heffingsbeginselen en -omvang
Het internationale belastingrecht ziet traditioneel op het voorkomen van dubbele belastingheffing.
Tegenwoordig probeert het internationale belastingrecht ook iets te doen aan (agressieve)
belastingontwijking. Het voorkomen van dubbele niet-heffing wordt ook getracht te bereiken.
Soorten heffingsbeginselen
Bronlandbeginsel
Het bronlandbeginsel ziet op het heffen van belasting daar waar de bron is gelegen en het inkomen
dat daaruit voortkomt.
Woonplaatsbeginsel
Het woonplaatsbeginsel ziet op het heffen van belasting daar waar het lichaam is gevestigd of de
natuurlijke persoon woonachtig is. Daar waar iemand woonachtig is, wordt beoordeeld naar de feiten
en omstandigheden art. 4 lid 1 AWR. Dit is een open norm en ter beoordeling van de belastingdienst
en de rechter.
Nationaliteitsbeginsel
Het nationaliteitsbeginsel ziet op het heffen van belasting in het land van nationaliteit. Als je de
Amerikaanse nationaliteit hebt, mag je altijd in de Verenigde Staten aangifte doen voor je
wereldinkomen, waar je ook ter wereld woonachtig bent. Het nationaliteitsbeginsel ziet niet alleen op
natuurlijke personen. Ook alle entiteiten die zijn opgericht naar Amerikaans recht, zijn onderworpen
aan de Amerikaanse heffing voor hun wereldwinst. Het is hierbij niet van belang waar de feitelijke
leiding plaatsvindt. Nederland heeft ook zo’n bepaling voor lichamen art. 2 lid 4 Wet VPB. Deze
fictie is alleen voor de Wet vennootschapsbelasting van toepassing. Voor natuurlijke personen staat
de fictie in art. 2.2 lid 2 Wet IB: degene die in dienst is van de Rijksoverheid en die werkzaam wordt op
een ambassade of consulaat in het buitenland, blijft binnenlands belastingplichtig. Dit sluit aan bij wat
landen internationaal hebben afgesproken. Ook zijn er ficties in de dividendbelasting en de Wet
bronbelasting 2021.
Voorbeeld:
Stel een DGA is woonachtig in België en heeft alle aandelen in een in Nederland gevestigde
vennootschap. Omdat de DGA in België woonachtig is, wordt vanuit daar de feitelijke leiding
uitgeoefend. Hij laat door zijn BV dividend uitkeren. Geniet de DGA Nederlands inkomen? Voor deze
vraag ga je naar art. 7.5 Wet IB is de vennootschap een in Nederland gevestigd lichaam? De Hoge
Raad heeft geoordeeld of de fictie uit de vennootschapsbelasting doorwerkt in de inkomstenbelasting.
De Hoge Raad vindt van niet. De ficties zijn in beginsel beperkt tot de wet waarin die ficties zijn
opgenomen. De vestiging moet dus worden uitgelegd aan de hand van art. 4 AWR. De wetgever heeft
daarom ook ficties opgenomen in art. 7.5 Wet IB. In art. 7.5 lid 6 Wet IB is bepaald dat als de feitelijke
leiding zich niet in Nederland bevindt, de vennootschap toch geacht wordt in Nederland te zijn
gevestigd, indien de vennootschap in het verleden ten minste vijf jaar in Nederland gevestigd is
geweest en daarvoor nog een aanmerkelijk belang openstaat.
2
HEFFINGSBEGINSELEN EN -OMVANG ........................................................................................................... 2
SOORTEN HEFFINGSBEGINSELEN................................................................................................................................... 2
Bronlandbeginsel............................................................................................................................................. 2
Woonplaatsbeginsel........................................................................................................................................ 2
Nationaliteitsbeginsel ..................................................................................................................................... 2
GLOBALISERING EN DIGITALISERING .............................................................................................................................. 3
Europese digitale dienstenbelasting (DST)...................................................................................................... 3
HEFFINGSOMVANG ................................................................................................................................................... 4
SAMENLOOP HEFFINGSBEGINSELEN .............................................................................................................................. 5
HEFFING DOOR NEDERLAND VAN DE NIET-INWONER .................................................................................. 6
BUITENLANDSE BELASTINGPLICHT ................................................................................................................................. 6
Natuurlijke personen ....................................................................................................................................... 6
Lichamen ......................................................................................................................................................... 6
BELASTINGVERDRAGEN .............................................................................................................................. 7
PERSONELE REIKWIJDTE .............................................................................................................................................. 7
, Heffingsbeginselen en -omvang
Het internationale belastingrecht ziet traditioneel op het voorkomen van dubbele belastingheffing.
Tegenwoordig probeert het internationale belastingrecht ook iets te doen aan (agressieve)
belastingontwijking. Het voorkomen van dubbele niet-heffing wordt ook getracht te bereiken.
Soorten heffingsbeginselen
Bronlandbeginsel
Het bronlandbeginsel ziet op het heffen van belasting daar waar de bron is gelegen en het inkomen
dat daaruit voortkomt.
Woonplaatsbeginsel
Het woonplaatsbeginsel ziet op het heffen van belasting daar waar het lichaam is gevestigd of de
natuurlijke persoon woonachtig is. Daar waar iemand woonachtig is, wordt beoordeeld naar de feiten
en omstandigheden art. 4 lid 1 AWR. Dit is een open norm en ter beoordeling van de belastingdienst
en de rechter.
Nationaliteitsbeginsel
Het nationaliteitsbeginsel ziet op het heffen van belasting in het land van nationaliteit. Als je de
Amerikaanse nationaliteit hebt, mag je altijd in de Verenigde Staten aangifte doen voor je
wereldinkomen, waar je ook ter wereld woonachtig bent. Het nationaliteitsbeginsel ziet niet alleen op
natuurlijke personen. Ook alle entiteiten die zijn opgericht naar Amerikaans recht, zijn onderworpen
aan de Amerikaanse heffing voor hun wereldwinst. Het is hierbij niet van belang waar de feitelijke
leiding plaatsvindt. Nederland heeft ook zo’n bepaling voor lichamen art. 2 lid 4 Wet VPB. Deze
fictie is alleen voor de Wet vennootschapsbelasting van toepassing. Voor natuurlijke personen staat
de fictie in art. 2.2 lid 2 Wet IB: degene die in dienst is van de Rijksoverheid en die werkzaam wordt op
een ambassade of consulaat in het buitenland, blijft binnenlands belastingplichtig. Dit sluit aan bij wat
landen internationaal hebben afgesproken. Ook zijn er ficties in de dividendbelasting en de Wet
bronbelasting 2021.
Voorbeeld:
Stel een DGA is woonachtig in België en heeft alle aandelen in een in Nederland gevestigde
vennootschap. Omdat de DGA in België woonachtig is, wordt vanuit daar de feitelijke leiding
uitgeoefend. Hij laat door zijn BV dividend uitkeren. Geniet de DGA Nederlands inkomen? Voor deze
vraag ga je naar art. 7.5 Wet IB is de vennootschap een in Nederland gevestigd lichaam? De Hoge
Raad heeft geoordeeld of de fictie uit de vennootschapsbelasting doorwerkt in de inkomstenbelasting.
De Hoge Raad vindt van niet. De ficties zijn in beginsel beperkt tot de wet waarin die ficties zijn
opgenomen. De vestiging moet dus worden uitgelegd aan de hand van art. 4 AWR. De wetgever heeft
daarom ook ficties opgenomen in art. 7.5 Wet IB. In art. 7.5 lid 6 Wet IB is bepaald dat als de feitelijke
leiding zich niet in Nederland bevindt, de vennootschap toch geacht wordt in Nederland te zijn
gevestigd, indien de vennootschap in het verleden ten minste vijf jaar in Nederland gevestigd is
geweest en daarvoor nog een aanmerkelijk belang openstaat.
2