Module 6: De arbeidsmarkt
6.2 Enkele begrippen
Schema: opsplitsing van de totale bevolking van een land en dit volgens
het criterium werkend/niet werkend
Totale bevolking
Bevolking in de
Jonger dan 15 jaar beroepsactieve Ouder dan 64 jaar
leeftijd
Wil of kan niet
Beroepsbevolking betaald werken (>
12 uur per week)
Werkzame deel
van de
beroepsbevolking
Niet-werkzame
deel van de
beroepsbevolking
Totale beroepsbevolking
= De mensen die een inkomen moeten verdienen voor de ganse bevolking
(aanbod van arbeid).
= Het deel van de bevolking dat voor eigen rekening en tegen geldelijke
beloning werkzaamheden verricht of zou kunnen verrichten.
Werkende beroepsbevolking en de werklozen.
Bevolking in de beroepsactieve leeftijd
= Alle personen op arbeidsleeftijd (15 tem 64 jaar)
De activiteitsgraad (zowel werkenden als werklozen):
= dit cijfer vertelt ons iets over de mate waarin de bevolking in de
beroepsactieve leeftijd deelneemt aan het actieve leven (dwz een job
heeft of een job zoekt).
↳ Formule: activiteitsgraad = totale beroepsbevolking / bevolking in
beroepsactieve leeftijd
De werkgelegenheidsgraad:
= geeft weer welk deel van het totale potentiële arbeidsaanbod effectief
aan het werk is, het is dus de verhouding tussen het aantal jobs en de
bevolking op arbeidsleeftijd.
↳ Formule: werkgelegenheidsgraad = de werkende beroepsbevolking /
bevolking in beroepsactieve leeftijd
De niet-werkende werkzoekenden (NWWZ):
Opsplitsen in 4 categorieën:
1) De werkzoekenden met werkloosheidsuitkeringsaanvraag (WZUA)
, 2) De werkzoekenden in wachttijd (schoolverlaters)
3) De vrij ingeschreven niet-werkende werkzoekenden
4) Andere verplicht ingeschreven niet-werkende werkzoekenden
o Werkzoekenden ten laste van het OCMW
o Werkzoekenden die geregistreerd zijn bij het Vlaams Agentschap
voor Personen met een handicap (VAPH)
o Werkzoekenden in deeltijds onderwijs
o Van het recht op uitkering uitgesloten werkzoekenden
De werkloosheidsgraad
= geeft de verhouding weer tussen het aantal werklozen en de totale
beroepsbevolking.
↳ Formule: werkloosheidsgraad = aantal werklozen (NWWZ) / totale
beroepsbevolking
6.3 De vraag naar arbeid
De vraag naar arbeid komt van de bedrijven want zij gebruiken arbeid als
productiefactor.
Er zijn 4 factoren die bepalen hoe groot de vraag naar arbeid is:
1) De loonkost
= de totale kostprijs van arbeid
Regel: Hoe hoger de loonkost, hoe lager de vraag naar arbeid en
omgekeerd
De loonkost van de WN wordt hoofdzakelijk bepaald door:
a) de hoogte van het brutoloon
b) de hoogte van de patronale socialezekerheidsbijdrage (RSZ WG)
+ vakantiegeld, de dertiende maand en de extralegale voordelen
(bedrijfswagen, maaltijdcheques…)
Loonwig
= brutoloon – nettoloon
ontstaat doordat van het brutoloon langs werknemerskant 2 zaken
worden afgehouden:
o RSZ-bijdrage WN (sociale lasten): bedragen 13,07% van het
brutoloon
o BV (bedrijfsvoorheffing): een voorafbetaling van de
personenbelasting op beroepsinkomsten
Naast deze directe kosten maken ook de kosten verbonden aan …
o De verplichte arbeidsongevallenverzekering
o De aansluiting bij een arbeidsgeneeskundige dienst
o De beheerskost bij aansluiting bij een sociaal secretariaat deel uit
van de loonkost.
Het totale bedrag is afhankelijk van de sector van tewerkstelling en het
statuut (arbeider of bediende).
6.2 Enkele begrippen
Schema: opsplitsing van de totale bevolking van een land en dit volgens
het criterium werkend/niet werkend
Totale bevolking
Bevolking in de
Jonger dan 15 jaar beroepsactieve Ouder dan 64 jaar
leeftijd
Wil of kan niet
Beroepsbevolking betaald werken (>
12 uur per week)
Werkzame deel
van de
beroepsbevolking
Niet-werkzame
deel van de
beroepsbevolking
Totale beroepsbevolking
= De mensen die een inkomen moeten verdienen voor de ganse bevolking
(aanbod van arbeid).
= Het deel van de bevolking dat voor eigen rekening en tegen geldelijke
beloning werkzaamheden verricht of zou kunnen verrichten.
Werkende beroepsbevolking en de werklozen.
Bevolking in de beroepsactieve leeftijd
= Alle personen op arbeidsleeftijd (15 tem 64 jaar)
De activiteitsgraad (zowel werkenden als werklozen):
= dit cijfer vertelt ons iets over de mate waarin de bevolking in de
beroepsactieve leeftijd deelneemt aan het actieve leven (dwz een job
heeft of een job zoekt).
↳ Formule: activiteitsgraad = totale beroepsbevolking / bevolking in
beroepsactieve leeftijd
De werkgelegenheidsgraad:
= geeft weer welk deel van het totale potentiële arbeidsaanbod effectief
aan het werk is, het is dus de verhouding tussen het aantal jobs en de
bevolking op arbeidsleeftijd.
↳ Formule: werkgelegenheidsgraad = de werkende beroepsbevolking /
bevolking in beroepsactieve leeftijd
De niet-werkende werkzoekenden (NWWZ):
Opsplitsen in 4 categorieën:
1) De werkzoekenden met werkloosheidsuitkeringsaanvraag (WZUA)
, 2) De werkzoekenden in wachttijd (schoolverlaters)
3) De vrij ingeschreven niet-werkende werkzoekenden
4) Andere verplicht ingeschreven niet-werkende werkzoekenden
o Werkzoekenden ten laste van het OCMW
o Werkzoekenden die geregistreerd zijn bij het Vlaams Agentschap
voor Personen met een handicap (VAPH)
o Werkzoekenden in deeltijds onderwijs
o Van het recht op uitkering uitgesloten werkzoekenden
De werkloosheidsgraad
= geeft de verhouding weer tussen het aantal werklozen en de totale
beroepsbevolking.
↳ Formule: werkloosheidsgraad = aantal werklozen (NWWZ) / totale
beroepsbevolking
6.3 De vraag naar arbeid
De vraag naar arbeid komt van de bedrijven want zij gebruiken arbeid als
productiefactor.
Er zijn 4 factoren die bepalen hoe groot de vraag naar arbeid is:
1) De loonkost
= de totale kostprijs van arbeid
Regel: Hoe hoger de loonkost, hoe lager de vraag naar arbeid en
omgekeerd
De loonkost van de WN wordt hoofdzakelijk bepaald door:
a) de hoogte van het brutoloon
b) de hoogte van de patronale socialezekerheidsbijdrage (RSZ WG)
+ vakantiegeld, de dertiende maand en de extralegale voordelen
(bedrijfswagen, maaltijdcheques…)
Loonwig
= brutoloon – nettoloon
ontstaat doordat van het brutoloon langs werknemerskant 2 zaken
worden afgehouden:
o RSZ-bijdrage WN (sociale lasten): bedragen 13,07% van het
brutoloon
o BV (bedrijfsvoorheffing): een voorafbetaling van de
personenbelasting op beroepsinkomsten
Naast deze directe kosten maken ook de kosten verbonden aan …
o De verplichte arbeidsongevallenverzekering
o De aansluiting bij een arbeidsgeneeskundige dienst
o De beheerskost bij aansluiting bij een sociaal secretariaat deel uit
van de loonkost.
Het totale bedrag is afhankelijk van de sector van tewerkstelling en het
statuut (arbeider of bediende).