Hoofdstuk 5: Religieuze reformatie en consolidatie 1450-1600
• Korte geschiedenis van het katholicisme
➔ Primitief christendom
➔ Concilie van Nicea (AD325) en afscheuring van het ‘Arianisme’
➔ Concilie van Chalchedon (AD451) en afscheuring oriëntaals-orthodoxe kerken
➔ Oost-West Schisma (1054)
➔ Lessen:
- Katholicisme is ‘Latijnse’ versie van Christendom
- Grote politieke inzet
- Lange traditie van interpreteren van (en conflicten over) bijbel
• Het Latijnse Christendom
➔ Zeven sacramenten:
- Doopsel (geboorte in de geloofsgemeenschap),
- vormsel (bevestiging van het geloof bij meerderjarigheid),
- huwelijk (heilige verbintenis tussen man en vrouw),
- laatste oliesel (gezegende zalving bij ziekte of sterven,
- biecht (vergeving van zonden)
- eucharistie (ontvangen van het Lichaam van Christus)
➔ Belang van communie (in kloosters, abdijen en parochies) en samenkomen voor
het altaar
- Het samenleven in een groep, gemeenschap
- Naar de kerk gaan is als groep, gemeenschap naar het altaar gaan
- Als gemeenschap naar God stappen en in Gods aanwezigheid het geloof
belijden
- Sociaal gebeuren
➔ Belang van priesters en preisterwijding
- Priesterwijding gaf toegang tot de heilige taken zoals misviering en sacramenten
toedienen
- Priesters waren centrale figuren: geestelijk leider, onderwijzer en soms ook
rechter of adviseur
➔ Belang:
- Kerk in het centrum van de gemeenschap en het dagelijks leven (ook via
zondagsrust, kalender, vastenperiode, feestdagen, etc.)
➢ Kerkelijke kalender bepaalde het ritme van het jaar: zondagsrust vasten,
feesten
- Collectieve beleving van devotie en belang van ‘goede werken’
➢ Samen bidden, pelgrimages maken, aalmoezen geven
➢ Geloven dat goede werken bijdragen aan verlossing en genade
- Focus op ‘hiernamaals’ en ‘eeuwig leven’
➢ Leven op aarde werd gezien als voorbereiding op het eeuwige leven
➢ Angst voor hel en hoop op hemel stimuleerde religieuze toewijding
• Problemen en ergernissen
➔ Simonie (verkopen van kerkelijke ambten)
- Verkoop van kerkelijke ambten aan de hoogste bieder, ongeacht roeping of
geschiktheid
, - Leidde tot corruptie, nepotisme en een focus op macht in plaats van
spiritualiteit
➔ Cumulatie van ambten en absenteïsme
- Eén geestelijke had meerdere ambten (bv. Bisschop in meerdere steden
tegelijk), vaak alleen om inkomsten te verhogen
- Hierdoor was hij afwezig in zijn eigen bisdom of parochie → verwaarlozing
lokale gemeenschap
➔ Wereldse levensstijl geestelijken en negeren van celibaat
- Veel geestelijken leefden in weelde en negeerde het celibaat
- Veroorzaakte verontwaardiging onder gewone gelovigen, die eenvoud en
discipline verwachtten
➔ Slecht opgeleide geestelijkheid en oppervlakkige geloofsbeleving
- Vooral op het platteland waren priesters vaak laaggeschoold, spraken soms
zelfs geen latijn
- De preken waren oppervlakkig of onbegrijpelijk, wat leidde tot een zwakke
geloofsbeleving bij het volk
➔ ‘Optelvroomheid’, handel in aflaten en geloof in bepaalde liturgische praktijken
(heiligenverering)
- Gelovigen dachten dat ze hun zielenheil konden ‘optellen’ door rituelen,
heiligenbeelden, relieken, aflaten
- Optelvroomheid (ook wel mechanische vroomheid genoemd) verwijst naar een
manier van geloofsbeleving waarbij men dacht dat hoe meer religieuze
handelingen je verrichtte, hoe meer verdienste je opbouwde voor het
hiernamaals. Het ging dus om kwantiteit boven kwaliteit.
➢ Aflaten waren kwijtscheldingen van tijdelijke straf in het vagevuur, die je
kon verkrijgen door goede werken, gebeden of door bijvoorbeeld een
pelgrimstocht te maken. Ze werden ook verkocht: "Hoe meer ik doe, hoe
meer aflaten ik verzamel → hoe korter mijn tijd in het vagevuur → hoe
sneller ik naar de hemel ga."
- Praktijken als heiligenverering en reliekenverering namen extreme vormen aan
→ geloof werd soms bijgeloof
➢ Magische werking toekennen aan relieken
➢ Specialisatie van heiligen, heiligen kregen specifieke taken zoals Sint-
Antonius voor verloren voorwerpen
➔ Discussies over dogma’s (bv. Transsubstantiatie als kern van eucharistie)
- De transsubstantiatie (verandering van brood en wijn in lichaam en bloed van
Christus tijdens de eucharistie)
- Kritiek van intellectuelen en theologen die meer innerlijke beleving en rationele
benadering van het geloof wilden
• Traditie van protest en verzet (voor de reformatie)
➔ Zoektocht naar meer spirituele invulling van geloof (geïnspireerd door Jezus), cf.
o.a. de Moderne Devotie (Geert Grote)
- Zoektocht naar een zuiverder, persoonlijker geloof, geïnspireerd op het leven en
de eenvoud van Jezus Christus
- Moderne devotie (14de eeuw)
➢ Beweging ontstaan in de Nederlanden (Deventer)
➢ Gesticht door Geert Grote
• Korte geschiedenis van het katholicisme
➔ Primitief christendom
➔ Concilie van Nicea (AD325) en afscheuring van het ‘Arianisme’
➔ Concilie van Chalchedon (AD451) en afscheuring oriëntaals-orthodoxe kerken
➔ Oost-West Schisma (1054)
➔ Lessen:
- Katholicisme is ‘Latijnse’ versie van Christendom
- Grote politieke inzet
- Lange traditie van interpreteren van (en conflicten over) bijbel
• Het Latijnse Christendom
➔ Zeven sacramenten:
- Doopsel (geboorte in de geloofsgemeenschap),
- vormsel (bevestiging van het geloof bij meerderjarigheid),
- huwelijk (heilige verbintenis tussen man en vrouw),
- laatste oliesel (gezegende zalving bij ziekte of sterven,
- biecht (vergeving van zonden)
- eucharistie (ontvangen van het Lichaam van Christus)
➔ Belang van communie (in kloosters, abdijen en parochies) en samenkomen voor
het altaar
- Het samenleven in een groep, gemeenschap
- Naar de kerk gaan is als groep, gemeenschap naar het altaar gaan
- Als gemeenschap naar God stappen en in Gods aanwezigheid het geloof
belijden
- Sociaal gebeuren
➔ Belang van priesters en preisterwijding
- Priesterwijding gaf toegang tot de heilige taken zoals misviering en sacramenten
toedienen
- Priesters waren centrale figuren: geestelijk leider, onderwijzer en soms ook
rechter of adviseur
➔ Belang:
- Kerk in het centrum van de gemeenschap en het dagelijks leven (ook via
zondagsrust, kalender, vastenperiode, feestdagen, etc.)
➢ Kerkelijke kalender bepaalde het ritme van het jaar: zondagsrust vasten,
feesten
- Collectieve beleving van devotie en belang van ‘goede werken’
➢ Samen bidden, pelgrimages maken, aalmoezen geven
➢ Geloven dat goede werken bijdragen aan verlossing en genade
- Focus op ‘hiernamaals’ en ‘eeuwig leven’
➢ Leven op aarde werd gezien als voorbereiding op het eeuwige leven
➢ Angst voor hel en hoop op hemel stimuleerde religieuze toewijding
• Problemen en ergernissen
➔ Simonie (verkopen van kerkelijke ambten)
- Verkoop van kerkelijke ambten aan de hoogste bieder, ongeacht roeping of
geschiktheid
, - Leidde tot corruptie, nepotisme en een focus op macht in plaats van
spiritualiteit
➔ Cumulatie van ambten en absenteïsme
- Eén geestelijke had meerdere ambten (bv. Bisschop in meerdere steden
tegelijk), vaak alleen om inkomsten te verhogen
- Hierdoor was hij afwezig in zijn eigen bisdom of parochie → verwaarlozing
lokale gemeenschap
➔ Wereldse levensstijl geestelijken en negeren van celibaat
- Veel geestelijken leefden in weelde en negeerde het celibaat
- Veroorzaakte verontwaardiging onder gewone gelovigen, die eenvoud en
discipline verwachtten
➔ Slecht opgeleide geestelijkheid en oppervlakkige geloofsbeleving
- Vooral op het platteland waren priesters vaak laaggeschoold, spraken soms
zelfs geen latijn
- De preken waren oppervlakkig of onbegrijpelijk, wat leidde tot een zwakke
geloofsbeleving bij het volk
➔ ‘Optelvroomheid’, handel in aflaten en geloof in bepaalde liturgische praktijken
(heiligenverering)
- Gelovigen dachten dat ze hun zielenheil konden ‘optellen’ door rituelen,
heiligenbeelden, relieken, aflaten
- Optelvroomheid (ook wel mechanische vroomheid genoemd) verwijst naar een
manier van geloofsbeleving waarbij men dacht dat hoe meer religieuze
handelingen je verrichtte, hoe meer verdienste je opbouwde voor het
hiernamaals. Het ging dus om kwantiteit boven kwaliteit.
➢ Aflaten waren kwijtscheldingen van tijdelijke straf in het vagevuur, die je
kon verkrijgen door goede werken, gebeden of door bijvoorbeeld een
pelgrimstocht te maken. Ze werden ook verkocht: "Hoe meer ik doe, hoe
meer aflaten ik verzamel → hoe korter mijn tijd in het vagevuur → hoe
sneller ik naar de hemel ga."
- Praktijken als heiligenverering en reliekenverering namen extreme vormen aan
→ geloof werd soms bijgeloof
➢ Magische werking toekennen aan relieken
➢ Specialisatie van heiligen, heiligen kregen specifieke taken zoals Sint-
Antonius voor verloren voorwerpen
➔ Discussies over dogma’s (bv. Transsubstantiatie als kern van eucharistie)
- De transsubstantiatie (verandering van brood en wijn in lichaam en bloed van
Christus tijdens de eucharistie)
- Kritiek van intellectuelen en theologen die meer innerlijke beleving en rationele
benadering van het geloof wilden
• Traditie van protest en verzet (voor de reformatie)
➔ Zoektocht naar meer spirituele invulling van geloof (geïnspireerd door Jezus), cf.
o.a. de Moderne Devotie (Geert Grote)
- Zoektocht naar een zuiverder, persoonlijker geloof, geïnspireerd op het leven en
de eenvoud van Jezus Christus
- Moderne devotie (14de eeuw)
➢ Beweging ontstaan in de Nederlanden (Deventer)
➢ Gesticht door Geert Grote