Les 2: Individuals in society, 1450-1600
• Demografische basis: (Hoe is een samenleving georganiseerd?)
= Verwijst naar de samenstelling van de bevolking in een bepaald gebied, vaak met
betrekking tot factoren zoals leeftijd, geslacht, etniciteit, inkomen, opleiding en
andere sociaaleconomische kenmerken
➔ Bepaalt bv. Hoe jong de gezinnen zijn, de verhoudingen tussen jongeren en
ouderen
➔ Hoge fertiliteit (ca. 30-45/1000 inwoners)
- Nieuwe tijd: 30-45 kinderen per jaar, per 1000 inwoners
- Vandaag: 10-15 kinderen per jaar per 1000 inwoners
➔ Hoge mortaliteit (ca. 25-40/1000 inwoners)
- Oorzaken?
→Infectieziekten en epidemieën (80-90% sterft hieraan)
- Lage levensverwachting, vooral door hoge kindersterfte
➔ ‘Urban graveyard effect’
= Jaarlijks (gemiddeld per 1000 inwoners) sterven er meer inwoners dan dat er
geboren worden.
- Zonder migratie naar de stad krimpt een stad
- Vandaag: er sterven meer mensen dan dat er geboren worden, o.a. door het
uitstellen van kinderen krijgen, zonder migratie neemt demografie van de
samenleving af.
- Term die gebruikt wordt om de negatieve gevolgen van verstedelijking door de
bevolkingsgroei en het welzijn van de stedelijke bevolking te omschrijven.
- Verwijst naar de hoge sterftecijfers en verminderde bevolkingsgroei in stedelijke
gebieden, vaak als gevolg van:
1. Slechte leefomstandigheden
2. Overbevolking
3. Ongezonde omgevingen
4. Beperkte toegang tot voedsel en water
- Kenmerken:
1. Overbevolking: In snel groeiende steden waren de bevolkingsdichtheden
vaak extreem hoog overvolle woningen en onhygiënische omstandigheden
2. Slechte hygiëne en sanitatie: Steden hadden vaak geen goed sanitair
systeem, wat leidde tot vervuiling van het drinkwater en de verspreiding van
ziektes
3. Ziekte- uitbraken: Steden waren vaak broedplaatsen voor besmettelijke
ziekten vanwege de hoge bevolkingsdichtheid, slechte hygiëne en gebrek aan
gezondheidszorg
4. Hoge kindersterfte: In steden hoger, dan op het platteland voornamelijk door
ziektes, slechte voeding en beperkte toegang tot de medische zorg
5. Migratie naar de stad: Veel mensen trokken naar de stad op zoek naar werk
➔ Europees huwelijkspatroon
- Hoge huwelijksleeftijd (ca. 26 jaar vs. 24 jaar)
→Economische zelfstandigheid: in veel West-Europese samenlevingen moesten
jonge mensen eerst economisch onafhankelijk zijn voordat ze konden trouwen
- Hoog percentage aan celibatairen
→Trouwden nooit en leefden voornamelijk in kloosters al was het aantal
celibatairen té hoog in West-Europa
- Neolocaliteit (relatief grote onafhankelijkheid voor jonggehuwden)
, →Jonge koppels in West Europa moesten vaak een eigen huishouden opzetten.
Dit vereiste financiële middelen, wat een rede was om het huwelijk uit te stellen
• Demografische evolutie
➔ Langzaam herstel na pestgolven
- Vanaf 1500 herstelde de Europese bevolking zich na de zware verliezen door de
zwarte dood (14de eeuw)
- Relatief trage bevolkingsgroei als gevolg van een hoog sterftecijfer en wisselende
landbouwopbrengsten
➔ Langzame en regionale verstedelijking
- Langzaam: De natuurlijke aanwas was beperkt door hoge sterfte
stadsbevolkingen bleven afhankelijk van migranten uit het platteland om op
peil te blijven
- Regionaal: In West-Europa groeiden de steden sneller door handel, ambachten
en koloniale expansie dan in Centraal- en Oost- Europa waar de economie
agrarischer bleef en lijfeigenschap migratie beperkte
• Demografische transitie vanaf 18de eeuw
➔ Daling mortaliteit:
- Oorzaken?
1. Minder epidemieën: de pest verdween grotendeels na 1750 en
pokkenvaccinatie (1796) verlaagde kindersterfte
2. Betere voedselvoorziening: nieuwe landbouwtechnieken (wisselteelt,
aardappelteelt) en betere distributie van voedsel
3. Gezondheidsverbeteringen: Hoewel medische kennis nog beperkt was,
verbeterden hygiëne en leefomstandigheden langzaam
4. Minder hongersnoden: verbetering handel en transport, waardoor
voedseltekorten minder dodelijk waren
➔ Daling fertiliteit met vertraging:
- Oorzaken?
→Per 1000 inwoners worden er gemiddeld minder kinderen geboren omdat de
levensverwachting stijgt en kindersterfte daalt. Gebeurt met vertraging omdat
men niet onmiddellijk reageert op die lagere sterfte en men dit niet direct
doorheeft.
Totale bevolkingstrend: BEVOLKINGSGROEI
➔ Vanaf 19de eeuw sterke stijging van de bevolking
➔ Oorzaak: mortaliteit daalt voor fertiliteit
VERSTEDELIJKING in Europa:
➔ Door de bevolkingsgroei migreerden steeds meer mensen van het platteland naar
steden op zoek naar werk, huisvesting en voedsel
➔ Op het platteland was het moeilijk aan eigen levensonderhoud te doen (gebrek aan
mest, goede grond, té veel mensen en te druk: mensen trekken weg)
- Te grote gezinnen voor een klein landbouwbedrijf
- Jonge sterke mannen trekken naar de stad als arbeider
- Jonge vrouwen van 18-24 gingen vaak als dienstmeid werken in de stad
➔ Snelle groei van steden leidde tot slechte hygiëne, overbevolking en armoede
(urban graveyard effect)
• Demografische basis: (Hoe is een samenleving georganiseerd?)
= Verwijst naar de samenstelling van de bevolking in een bepaald gebied, vaak met
betrekking tot factoren zoals leeftijd, geslacht, etniciteit, inkomen, opleiding en
andere sociaaleconomische kenmerken
➔ Bepaalt bv. Hoe jong de gezinnen zijn, de verhoudingen tussen jongeren en
ouderen
➔ Hoge fertiliteit (ca. 30-45/1000 inwoners)
- Nieuwe tijd: 30-45 kinderen per jaar, per 1000 inwoners
- Vandaag: 10-15 kinderen per jaar per 1000 inwoners
➔ Hoge mortaliteit (ca. 25-40/1000 inwoners)
- Oorzaken?
→Infectieziekten en epidemieën (80-90% sterft hieraan)
- Lage levensverwachting, vooral door hoge kindersterfte
➔ ‘Urban graveyard effect’
= Jaarlijks (gemiddeld per 1000 inwoners) sterven er meer inwoners dan dat er
geboren worden.
- Zonder migratie naar de stad krimpt een stad
- Vandaag: er sterven meer mensen dan dat er geboren worden, o.a. door het
uitstellen van kinderen krijgen, zonder migratie neemt demografie van de
samenleving af.
- Term die gebruikt wordt om de negatieve gevolgen van verstedelijking door de
bevolkingsgroei en het welzijn van de stedelijke bevolking te omschrijven.
- Verwijst naar de hoge sterftecijfers en verminderde bevolkingsgroei in stedelijke
gebieden, vaak als gevolg van:
1. Slechte leefomstandigheden
2. Overbevolking
3. Ongezonde omgevingen
4. Beperkte toegang tot voedsel en water
- Kenmerken:
1. Overbevolking: In snel groeiende steden waren de bevolkingsdichtheden
vaak extreem hoog overvolle woningen en onhygiënische omstandigheden
2. Slechte hygiëne en sanitatie: Steden hadden vaak geen goed sanitair
systeem, wat leidde tot vervuiling van het drinkwater en de verspreiding van
ziektes
3. Ziekte- uitbraken: Steden waren vaak broedplaatsen voor besmettelijke
ziekten vanwege de hoge bevolkingsdichtheid, slechte hygiëne en gebrek aan
gezondheidszorg
4. Hoge kindersterfte: In steden hoger, dan op het platteland voornamelijk door
ziektes, slechte voeding en beperkte toegang tot de medische zorg
5. Migratie naar de stad: Veel mensen trokken naar de stad op zoek naar werk
➔ Europees huwelijkspatroon
- Hoge huwelijksleeftijd (ca. 26 jaar vs. 24 jaar)
→Economische zelfstandigheid: in veel West-Europese samenlevingen moesten
jonge mensen eerst economisch onafhankelijk zijn voordat ze konden trouwen
- Hoog percentage aan celibatairen
→Trouwden nooit en leefden voornamelijk in kloosters al was het aantal
celibatairen té hoog in West-Europa
- Neolocaliteit (relatief grote onafhankelijkheid voor jonggehuwden)
, →Jonge koppels in West Europa moesten vaak een eigen huishouden opzetten.
Dit vereiste financiële middelen, wat een rede was om het huwelijk uit te stellen
• Demografische evolutie
➔ Langzaam herstel na pestgolven
- Vanaf 1500 herstelde de Europese bevolking zich na de zware verliezen door de
zwarte dood (14de eeuw)
- Relatief trage bevolkingsgroei als gevolg van een hoog sterftecijfer en wisselende
landbouwopbrengsten
➔ Langzame en regionale verstedelijking
- Langzaam: De natuurlijke aanwas was beperkt door hoge sterfte
stadsbevolkingen bleven afhankelijk van migranten uit het platteland om op
peil te blijven
- Regionaal: In West-Europa groeiden de steden sneller door handel, ambachten
en koloniale expansie dan in Centraal- en Oost- Europa waar de economie
agrarischer bleef en lijfeigenschap migratie beperkte
• Demografische transitie vanaf 18de eeuw
➔ Daling mortaliteit:
- Oorzaken?
1. Minder epidemieën: de pest verdween grotendeels na 1750 en
pokkenvaccinatie (1796) verlaagde kindersterfte
2. Betere voedselvoorziening: nieuwe landbouwtechnieken (wisselteelt,
aardappelteelt) en betere distributie van voedsel
3. Gezondheidsverbeteringen: Hoewel medische kennis nog beperkt was,
verbeterden hygiëne en leefomstandigheden langzaam
4. Minder hongersnoden: verbetering handel en transport, waardoor
voedseltekorten minder dodelijk waren
➔ Daling fertiliteit met vertraging:
- Oorzaken?
→Per 1000 inwoners worden er gemiddeld minder kinderen geboren omdat de
levensverwachting stijgt en kindersterfte daalt. Gebeurt met vertraging omdat
men niet onmiddellijk reageert op die lagere sterfte en men dit niet direct
doorheeft.
Totale bevolkingstrend: BEVOLKINGSGROEI
➔ Vanaf 19de eeuw sterke stijging van de bevolking
➔ Oorzaak: mortaliteit daalt voor fertiliteit
VERSTEDELIJKING in Europa:
➔ Door de bevolkingsgroei migreerden steeds meer mensen van het platteland naar
steden op zoek naar werk, huisvesting en voedsel
➔ Op het platteland was het moeilijk aan eigen levensonderhoud te doen (gebrek aan
mest, goede grond, té veel mensen en te druk: mensen trekken weg)
- Te grote gezinnen voor een klein landbouwbedrijf
- Jonge sterke mannen trekken naar de stad als arbeider
- Jonge vrouwen van 18-24 gingen vaak als dienstmeid werken in de stad
➔ Snelle groei van steden leidde tot slechte hygiëne, overbevolking en armoede
(urban graveyard effect)