Bronvermelding:
Titel: Instellingssupervisie: Leren over werk in de context van leiden –
begeleiden – (samen)werken
1e druk
Auteur: Frans Siegers
Uitgever: Bohn Stafleu Van Loghum
ISBN: 9789031318230
Aantal pagina’s boek: 237
Aantal hoofdstukken boek: 11
De inhoud van dit uittreksel is met de grootste zorg samengesteld. Incidentele onjuistheden kunnen niettemin voorkomen. Je
dient niet aan te nemen dat de informatie die Students Only B.V. biedt foutloos is, hoewel Students Only B.V. dat wel
nastreeft. Dit uittreksel is voor persoonlijk gebruik en is bedoeld als wegwijzer bij het originele boek. Wij raden altijd aan
het bijbehorende studieboek erbij te kopen en dit uittreksel als naslagwerk erbij te houden. In dit uittreksel worden diverse
verwijzingen gemaakt naar het studieboek op basis waarvan dit uittreksel is gemaakt.
Dit uittreksel is een uitgave van Students Only B.V. Copyright © 2005 StudentsOnly B.V. Alle rechten voorbehouden.
De uitgever van het studieboek is op generlei wijze betrokken bij het vervaardigen van dit uittreksel. Voor vragen
kan je je wenden per e-mail aan .
,Inhoudsopgave
Deel 1 Supervisie, een perspectief
Hoofdstuk 1 Supervisie: een specifieke leersituatie pag.3
Hoofdstuk 2 Organisatorische vormgeving van supervisie pag.4
Hoofdstuk 3 Het specifieke van instellingssupervisie pag.6
Deel 2 Wisselwerking supervisie-praktijkorganisatie
Hoofdstuk 4 Supervisieleren in opdracht van de praktijkorganisatie pag.8
Hoofdstuk 5 Supervisie en het werk in de praktijkorganisatie pag.10
Hoofdstuk 6 Instellingssupervisie in de context van leiden, begeleiden
en samenwerken pag.12
Hoofdstuk 7 De positie van de supervisor in de praktijkorganisatie pag.14
Deel 3 Specifieke deskundigheden van de instellingssupervisor
Hoofdstuk 8 Dubbele contractering: contract met de opdrachtgever pag.16
Hoofdstuk 9 Dubbele contractering: contract met de supervisant pag.18
Hoofdstuk 10 Specifieke aspecten van het supervisieleerproces pag.19
Hoofdstuk 11 Afronden van instellingssupervisie: van binnen naar buiten pag.20
Bron: Instellingssupervisie – Frans Siegers 2
www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels!
, Deel 1 Supervisie, een perspectief
Hoofdstuk 1 Supervisie: een specifieke leersituatie
In het dagelijks taalgebruik wordt supervisie meestal gebruikt om een situatie aan te geven
waarin iemand toezicht houdt op een ander of waar iemand een ander helpt, begeleidt,
bijstuurt, etc. In dit boek verstaan we onder supervisie echter een didactische methode. Die
methode vindt plaats in een specifieke situatie, d.w.z. een situatie die van anderen af te
grenzen is. Het is geen dagelijkse omgang, het is geen maatschappelijk werk, geen
psychotherapie. Dat die situatie specifiek is merk je bijvoorbeeld aan de manier waarop
supervisant en supervisor – en supervisanten onderling – met elkaar omgaan en hoe ze met
elkaar praten. Een supervisor draagt de verantwoordelijkheid voor het scheppen van een voor
supervisie specifieke situatie.
1.1. Specifieke situatiedefinitie
In communicatie tussen mensen is er sprake van een inhoudelijk en een relationeel aspect;
men communiceert over ‘de inhoud’ en over ‘de vorm’, dat wil zeggen hoe men met elkaar
wil omgaan, hoe men zich tot elkaar verhoudt, de afspraken die men maakt, etc. Men wisselt
situatiedefinities uit.
Het relationele aspect – of ook wel betrekkingsaspect genoemd – werkt op die manier
regulerend voor de onderlinge verhoudingen en derhalve voor de gang van zaken in de groep.
Dat noemen we in feite de situatiedefinitie: welke verwachtingen hebben beide partijen?
De supervisor moet streven naar de totstandkoming van die situatie waarbij hij theorie
(methodische uitgangspunten, kennis, expertise) koppelt aan praktijk (concrete
supervisiesituatie). De supervisor kan niet zomaar iedereen zijn, maar het moet iemand zijn
met de juiste scholing.
1.2. Supervisie kort aangeduid
Supervisie heeft doelstellingen; beter leren functioneren op de werkvloer van het
dienstverlenend werk en het leren leren waarbij de supervisant zichzelf leert aansturen:
zelfsturing. Men streeft naar professionalisering van de supervisant; men werkt ook toe naar
een integratieve manier van werken: dingen staan niet los van elkaar maar hangen samen.
De structuur van de leersituatie in supervisie is er een waarin leren en werken telkens
afgewisseld worden. Er is ook een bepaalde werkwijze; er zijn afspraken en methodische
uitgangspunten. Men moet elkaar eens per 2 weken zien bijvoorbeeld.
De manier van leren: reflectie staat centraal. Hiertoe is feedback noodzakelijk; bij reflectie
geeft iemand commentaar op zichzelf en het eigen handelen, bij feedback doet de ander dat.
1.3. Supervisie: een specifiek perspectief op organisaties
De leeropvattingen die ten grondslag liggen aan supervisie zijn: reflectie is belangrijk, er is
interactie met collega’s nodig, men streeft naar integratie van leren en werken, er is sprake
van ervaringsleren en de manier van denken van supervisie is ook na supervisie, in de
dagelijkse praktijk, bruikbaar.
Zoals gezegd is er in de leersituatie bij supervisie sprake van ‘pendel tussen werk en leren’;
iemands werksituatie is de leerstof voor supervisie. Een voorwaarde is wel dat om werk van
professioneel niveau gaat, waar voor geleerd moet worden (hoger onderwijs). Hierbij geldt
ook dat de supervisant vrij autonoom werkt (of gaat werken); hierbij is begeleiding
noodzakelijk. Een productiebaan kan je iemand in een week leren: daar gaat het dus niet over.
In het werk integreert de supervisant zijn eigen denken, doen, voelen met zijn persoonlijkheid,
gaat hij/zij methodisch te werk en kan gewerkt worden op basis van reflectie.
Supervisie is ook te beschouwen als begeleid leren en werkbegeleiding.
Bron: Instellingssupervisie – Frans Siegers 3
www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels!