Onderwijsgroep 7 Ontwikkelingspsychologie van pasgeborene
1. Volgens welke algemene regels verloopt de groei van de baby?
4 principes van groei:
- Cefalocaudale principe: de groei vormt een patroon dat begint met het hoofd en de
bovenste lichaamsdelen en zich vervolgens uitstrekt naar de rest van het lichaam.
(Visueel vermogen is eerder ontwikkeld dan vermogen om te lopen)
- Proximodistale principe: de ontwikkeling gaat vanaf het centrum van het lichaam
naar buiten toe (romp groeit eerder dan armen en benen), ook ontwikkeling van het
vermogen om deze verschillende lichaamsdelen te gebruiken volgt dit principe (eerst
armen kunnen gebruiken daarna pas handen)
- Principe van de hiërarchische integratie: eenvoudige vaardigheden ontwikkelen
zich doorgaans afzonderlijk en onafhankelijk van elkaar. Later worden deze
vaardigheden geïntegreerd in complexere vaardigheden (iets grijpen met de hand
(redelijk complex) is pas uitvoerbaar wanneer het kind heeft geleerd hoe het de
bewegingen van de individuele vingers moet beheersen en integreren.)
- Principe van de onafhankelijkheid van systemen: verschillende lichaamsdelen
kennen een verschillend groeitempo.
Een kind staat pas achter wanneer het op alle ontwikkelingsdomeinen achter staat
2. Hoe verloopt de fysieke ontwikkeling van de baby?
Fundamentele reflexen wanneer verdwijnen ze omschrijving
- Zoekreflex verdwijnen hoofd draaien wanneer iets de wang raakt
- Stapreflex verdwijnen beweging benen wanneer recht op de grond
gehouden
- Zwemreflex verdwijnen zwembewegingen wanneer gezicht in water
ligt
- Moro-reflex verdwijnen beschermen tegen vallen; armen spreiden +
vastklamp
- Babinski-reflex verdwijnen spreiding tenen bij aanraking buitenkant voet
- Schrikreflex blijft in andere vormen armen, vingers gespreid+rug overstrekt na
plots geluid
- Knipperreflex blijft blootstelling aan direct licht => snel
knipperen
- Zuigreflex blijft neiging om te zuigen aan dingen die de lippen
raken
- Kokhalsreflex blijft keel vrijmaken, voorkomen van stikken
Fysieke ontwikkeling is niet aangeleerd (om te overleven)
3. Hoe verloopt de motorische ontwikkeling van de baby (grof en fijn)?
Groffe motoriek
- Omrollen 3m
- Rechtop zitten 6m
- Kruipen 8 – 10 m
- Staan met steun
- Staan zonder steun
- Lopen met steun 9m
- Los lopen 12 m
Fijne motoriek (gaat over grijpen en hand-oogcoördinatie)
Ontwikkeling van bilateraal naar unilateraal grijpen
Motoriek van hand: platte grijpbeweging naar pincetgreep
- Beweging van ledematen op elkaar afstemmen 3m
- Grijpen van object 3.5 m
- Grijpen met duim en wijsvinger 8.5 m
- Potlood vasthouden 11 m
- Toren bouwen met twee blokken 14 m
- Plaatst stokjes in gaatje 16 m
- Imiteert lijnen op papier 24 m
- Kopieert cirkel 33 m
1. Volgens welke algemene regels verloopt de groei van de baby?
4 principes van groei:
- Cefalocaudale principe: de groei vormt een patroon dat begint met het hoofd en de
bovenste lichaamsdelen en zich vervolgens uitstrekt naar de rest van het lichaam.
(Visueel vermogen is eerder ontwikkeld dan vermogen om te lopen)
- Proximodistale principe: de ontwikkeling gaat vanaf het centrum van het lichaam
naar buiten toe (romp groeit eerder dan armen en benen), ook ontwikkeling van het
vermogen om deze verschillende lichaamsdelen te gebruiken volgt dit principe (eerst
armen kunnen gebruiken daarna pas handen)
- Principe van de hiërarchische integratie: eenvoudige vaardigheden ontwikkelen
zich doorgaans afzonderlijk en onafhankelijk van elkaar. Later worden deze
vaardigheden geïntegreerd in complexere vaardigheden (iets grijpen met de hand
(redelijk complex) is pas uitvoerbaar wanneer het kind heeft geleerd hoe het de
bewegingen van de individuele vingers moet beheersen en integreren.)
- Principe van de onafhankelijkheid van systemen: verschillende lichaamsdelen
kennen een verschillend groeitempo.
Een kind staat pas achter wanneer het op alle ontwikkelingsdomeinen achter staat
2. Hoe verloopt de fysieke ontwikkeling van de baby?
Fundamentele reflexen wanneer verdwijnen ze omschrijving
- Zoekreflex verdwijnen hoofd draaien wanneer iets de wang raakt
- Stapreflex verdwijnen beweging benen wanneer recht op de grond
gehouden
- Zwemreflex verdwijnen zwembewegingen wanneer gezicht in water
ligt
- Moro-reflex verdwijnen beschermen tegen vallen; armen spreiden +
vastklamp
- Babinski-reflex verdwijnen spreiding tenen bij aanraking buitenkant voet
- Schrikreflex blijft in andere vormen armen, vingers gespreid+rug overstrekt na
plots geluid
- Knipperreflex blijft blootstelling aan direct licht => snel
knipperen
- Zuigreflex blijft neiging om te zuigen aan dingen die de lippen
raken
- Kokhalsreflex blijft keel vrijmaken, voorkomen van stikken
Fysieke ontwikkeling is niet aangeleerd (om te overleven)
3. Hoe verloopt de motorische ontwikkeling van de baby (grof en fijn)?
Groffe motoriek
- Omrollen 3m
- Rechtop zitten 6m
- Kruipen 8 – 10 m
- Staan met steun
- Staan zonder steun
- Lopen met steun 9m
- Los lopen 12 m
Fijne motoriek (gaat over grijpen en hand-oogcoördinatie)
Ontwikkeling van bilateraal naar unilateraal grijpen
Motoriek van hand: platte grijpbeweging naar pincetgreep
- Beweging van ledematen op elkaar afstemmen 3m
- Grijpen van object 3.5 m
- Grijpen met duim en wijsvinger 8.5 m
- Potlood vasthouden 11 m
- Toren bouwen met twee blokken 14 m
- Plaatst stokjes in gaatje 16 m
- Imiteert lijnen op papier 24 m
- Kopieert cirkel 33 m