Onderwijsgroep 6 Long en ademhaling
1. De werking van de ademhaling bij een gewone en geforceerde ademhaling
- Bij begin van een ademhaling is druk binnen en buiten longen gelijk
- Druk in longen neemt af, longen zetten uit om extra ruimte op te vullen doordat
diafragma samentrekt en borstholte door beweging van ademhalingsspieren wordt
vergroot
- Doordat druk in longen lager is dan druk buiten longen stroomt lucht de luchtwegen in
- Bij uitademen wordt longvolume kleiner doordat borstkas zich omlaag verplaatst en
diafragma omhoog komt
- Druk in long is nu hoger dan druk buiten longen waardoor lucht zich uit de longen
verplaatst
Rustige ademhaling:
=> spiercontracties nodig tijdens inademen, uitademen is passief
=> bij inademing samentrekking van primaire ademhalingsspieren (diafragma /
buikademhaling (75%) en uitwendige tussenribspieren / borstademhaling (25%))
=> bij zwangere vrouwen: meer borstademhaling
Geforceerde ademhaling:
=> inademing en uitademing verlopen actief en hulpademhalingsspieren zijn betrokken
=> tijdens uitademing zijn tussenribspieren en buikspieren actief
, Onderwijsgroep 6 Long en ademhaling
2. Het concept van de pH in het kader van de homeostase
Concentratie waterstofionen in het bloed of andere lichaamsvloeistoffen is belangrijk,
omdat waterstofionen buitengewoon reactief zijn. Als waterstofionen in overmaat
aanwezig zijn, zullen ze chemische bindingen verbreken waardoor de vorm van complexe
moleculen wordt gewijzigd en de functies van de cellen en weefsels worden verstoord. De
concentratie van de waterstofionen moet daarom nauwkeurig worden gereguleerd.
pH van zuiver water is 7 (neutraal), dus bevat evenveel waterstofionen als hydroxide-
ionen.
pH <7 = zuur (meer waterstofionen dan hydroxide-ionen) / pH >7 = basisch (meer OH -
dan H+)
pH van bloed schommelt tussen 7,35 en 7,45, wanneer pH afwijkt is dit gevaarlijk voor
celmembraan, eiwitstructuur en activiteit van enzymen. (< 7 : coma, > 7,8:
onbeheersbare, langdurige spiercontracties)
Lichaam bevat zowel organische als anorganische zuren en basen.
Zuren (= protondonoren) zijn stoffen die in oplossing uiteenvalt met afgifte van
waterstofionen ( = protonen)
Basen zijn stoffen die waterstofionen uit een oplossing opnemen
Wanneer zuurgraad van bloed stijgt (pH daalt) => acidose => hypoventilatie
Wanneer zuurgraad van bloed daalt (pH stijgt) => alkalose => hyperventilatie
3. Welke 3 pH buffersystemen zijn er en hoe werken ze in op de pH?
Buffers zijn verbindingen die de pH-waarde stabiliseren, door waterstofionen af te slaan of
op te nemen.
Buffers zijn zwakke zuren die H+ kunnen afstaan en zwakke basen die H + kunnen
opnemen.
Eiwitbuffersysteem
o Dragen bij aan regulering van de pH in de extracellulaire en intracellulaire
vloeistof.
o Zijgroepen van eiwitten en vrije aminozuren reageren op veranderingen van de pH
door H+ op te nemen of af te staan
o Als pH stijgt, gedraagt carbonzuurgroep van het aminozuur zich als een zwak zuur,
hij dissocieert en geeft een waterstofion af.
o Als pH daalt, kan aminogroep (-NH2) zich als een zwakke base gedragen en een
extra waterstofion opnemen, waardoor een amino-ion wordt gevormd (-NH 3+)
o Helpen voorkomen dat de pH te veel daalt wanneer zure stofwisselingsproducten
zoals melkzuur bij de celstofwisseling vrijkomen.
Bicarbonaatbuffersysteem
o Belangrijk in de extracellulaire vloeistof (bloed), reguleert snel pH door
ademhaling aan te passen
o Neutraliseert zuren door H+ te binden en CO2 uit te ademen
1. De werking van de ademhaling bij een gewone en geforceerde ademhaling
- Bij begin van een ademhaling is druk binnen en buiten longen gelijk
- Druk in longen neemt af, longen zetten uit om extra ruimte op te vullen doordat
diafragma samentrekt en borstholte door beweging van ademhalingsspieren wordt
vergroot
- Doordat druk in longen lager is dan druk buiten longen stroomt lucht de luchtwegen in
- Bij uitademen wordt longvolume kleiner doordat borstkas zich omlaag verplaatst en
diafragma omhoog komt
- Druk in long is nu hoger dan druk buiten longen waardoor lucht zich uit de longen
verplaatst
Rustige ademhaling:
=> spiercontracties nodig tijdens inademen, uitademen is passief
=> bij inademing samentrekking van primaire ademhalingsspieren (diafragma /
buikademhaling (75%) en uitwendige tussenribspieren / borstademhaling (25%))
=> bij zwangere vrouwen: meer borstademhaling
Geforceerde ademhaling:
=> inademing en uitademing verlopen actief en hulpademhalingsspieren zijn betrokken
=> tijdens uitademing zijn tussenribspieren en buikspieren actief
, Onderwijsgroep 6 Long en ademhaling
2. Het concept van de pH in het kader van de homeostase
Concentratie waterstofionen in het bloed of andere lichaamsvloeistoffen is belangrijk,
omdat waterstofionen buitengewoon reactief zijn. Als waterstofionen in overmaat
aanwezig zijn, zullen ze chemische bindingen verbreken waardoor de vorm van complexe
moleculen wordt gewijzigd en de functies van de cellen en weefsels worden verstoord. De
concentratie van de waterstofionen moet daarom nauwkeurig worden gereguleerd.
pH van zuiver water is 7 (neutraal), dus bevat evenveel waterstofionen als hydroxide-
ionen.
pH <7 = zuur (meer waterstofionen dan hydroxide-ionen) / pH >7 = basisch (meer OH -
dan H+)
pH van bloed schommelt tussen 7,35 en 7,45, wanneer pH afwijkt is dit gevaarlijk voor
celmembraan, eiwitstructuur en activiteit van enzymen. (< 7 : coma, > 7,8:
onbeheersbare, langdurige spiercontracties)
Lichaam bevat zowel organische als anorganische zuren en basen.
Zuren (= protondonoren) zijn stoffen die in oplossing uiteenvalt met afgifte van
waterstofionen ( = protonen)
Basen zijn stoffen die waterstofionen uit een oplossing opnemen
Wanneer zuurgraad van bloed stijgt (pH daalt) => acidose => hypoventilatie
Wanneer zuurgraad van bloed daalt (pH stijgt) => alkalose => hyperventilatie
3. Welke 3 pH buffersystemen zijn er en hoe werken ze in op de pH?
Buffers zijn verbindingen die de pH-waarde stabiliseren, door waterstofionen af te slaan of
op te nemen.
Buffers zijn zwakke zuren die H+ kunnen afstaan en zwakke basen die H + kunnen
opnemen.
Eiwitbuffersysteem
o Dragen bij aan regulering van de pH in de extracellulaire en intracellulaire
vloeistof.
o Zijgroepen van eiwitten en vrije aminozuren reageren op veranderingen van de pH
door H+ op te nemen of af te staan
o Als pH stijgt, gedraagt carbonzuurgroep van het aminozuur zich als een zwak zuur,
hij dissocieert en geeft een waterstofion af.
o Als pH daalt, kan aminogroep (-NH2) zich als een zwakke base gedragen en een
extra waterstofion opnemen, waardoor een amino-ion wordt gevormd (-NH 3+)
o Helpen voorkomen dat de pH te veel daalt wanneer zure stofwisselingsproducten
zoals melkzuur bij de celstofwisseling vrijkomen.
Bicarbonaatbuffersysteem
o Belangrijk in de extracellulaire vloeistof (bloed), reguleert snel pH door
ademhaling aan te passen
o Neutraliseert zuren door H+ te binden en CO2 uit te ademen