Geschiedenis van het publiekrecht
Het moderne staatsbegrip
Inleiding
Hoe regelen we de manier waarop we onszelf besturen?
- Woordje ‘regelen’ à regel à veronderstelt norm = recht
- Publiekrecht ligt op het snijvlak van recht, politiek en filosofie
Overal ter wereld is er iets gemeenschappelijk in de manier waarop staten worden
bestuurd
- de manier waarmee de overheid legitimiteit krijgt om de mensen te besturen
o dit is voor elke staat anders en evolueert ook op een andere manier geen
uniform model qua ideologie en juridisch systeem
- voor sommige denkers: natuurstaat = chaos
o om daaruit te geraken en veiligheid te waarborgen van mensen, moeten
we macht centraliseren in handen van één persoon/instelling
- vandaag: in de meeste staten is er een representatief regime waarbij bevolking
zich kan laten vertegenwoordigen
Essentiële problematiek in het publiekrecht: hoe onszelf besturen zodat we vrij
blijven?
- zorgt voor spanningsveld:
o hoe de democratie in constitutionele zin denken?
o hoe rechten bewaren en ervoor zorgen dat een democratische
meerderheid de rechten en belangen van de minderheden niet miskent?
- Dit spanningsveld vormt de intellectuele achtergrond van de ontwikkeling van de
liberale staat
,De idee van ‘de staat’
Begrip‘staat’ = status of toestand
Uitgangspunt:
- situatie van chaos en geweld à iets/iemand nodig om rust te creëren en te
verhinderen dat een groep mensen die samenleven
o macht om bevelen op te leggen concentreren in handen van een persoon
of instelling
o deze persoon/instelling maakt de wet, die op iedereen van toepassing is
o deze persoon/instelling heeft een geweldmonopolie (de enige die geweld
mag gebruiken om iemand te dwingen)
ð dit heeft een theorie nodig à conceptie van ‘de staat’ (wie/wat kan als staat
beschouwd worden en waarom; wanneer is de uitoefening van geweld
gerechtvaardigd?)
Definiëring van de staat = afhankelijk van welk standpunt men inneemt:
- Moderne / Hedendaagse geschiedenis
o vanaf de Atlantische revoluties in de V.S. (1776) / Frankrijk (1789)
- Vroegmoderne / Nieuwe geschiedenis
o vanaf de val van Constantinopel (1453) of landing Columbus in Amerika
(1492)
- Middeleeuwen
Moderne / hedendaagse geschiedenis
Staat begrepen als de liberale staat:
- Verkozen bestuurders
o Rechtstreeks of onrechtstreeks
- Mactenscheiding
o Wetgenvende, uitvoerende en rechterlijke macht
- Overheid gebonden aan het recht
o Overheid laakt de normen (via wetgever of grondwetgever), maar is er zelf
ook aan onderworpen
- Waarborgen voor de bescherming van onvervreemdbare grondrechten van
burgers
o Via (grond)wetsbepalingen (bv: eewigheidsclausule: censuur ‘voor altijd’
afgeschaft; verbod om democratische regeringsvorm te wijzigen,..)
, o Via instelling: constitutioneel (bv. Machtenscheiding) of buiten-
constitutioneel (bv. De pers als ‘waakhond’)
Vroegmoderne / nieuwe geschiedenis
Voor sommige kan recente geschiedenis enkel uitgelegd worden als je verder
teruggaat:
- Liberale staten = opvolgers van de vroegmoderne staat
Tijdens vroegmoderne / nieuwe geschiedenis ontwikkelt zich het idee van
soevereiniteit van de wetgever:
- Middeleeuwen: vorst consolideert macht in centrale staat
- 16e – 17e eeuw: religieuze spanningen:
o Vnl. katholieke kerk vs. Protestanten (die zich afscheuren)
à band tussen religie en publiekrecht doorknippen
à macht berust niet meer exclusief bij de vorst: ook bij de
vertegenwoordigers van het volk
In de 17e eeuw komt het idee op van de “état souvrain”
- Een staat die geen andere macht boven zich heeft
- Men spreekt soms ook over ‘de republiek’
o Tot de FR en Amerikaanse Revolutie: res publica, het algemeen belang, de
politieke zaak, de staat
o Vandaag andere betekenis: staat zonder koning met een president als
staatshoofd
- Woord ‘natie’ zal vanaf 17e eeuw ook met ‘de staat’ vereenzelvigd worden – krijgt
pas juridische betekenis met FR
Middeleeuwen
Volgen mediëvisten: moderne staat = opvolger van middeleeuwse
standenvertegenwoordiging en het leenrecht
- Idee dat middeleeuwse samenleving opgebouwd is uit standen die elk op hun
eigen manier bijdragen aan de maatschappij:
o Zij die strijden (eerste stand en adel)
o Zij die bidden (clerus)
o Zij die werken (derde stand)
à vertegenwoordigers van die groepen vormen ‘de natie’
, à vorst regeert bij gratie Gods, volgens contract met drie standen = uitdrukking van
‘gods gewilde orde’
à tyrannie = verbeken contract => recht op weerstand
- Deze contractuele opvatting = gestoeld op het leenrect
o idee van relatie tussen leenheer en leenman (structureert vanaf 10e tot
18e eeuw de Westerse samenleving)
§ vorst stelt leen (grond, kasteel, huis) ter beschikking aan vazal
zodat die in zijn levensonderhoud kan voorzien
§ in ruil staat vazal de vorst bij (in de vorm van raad en hulp)
o oorspronkelijk een persoonlijke relatie (privaatrecht), economisch en
militair ingegeven, maar wordt publiekrechtelijk gegeven
§ stuurt machtsrelaties aan
§ leidt tot de versnippering van territorium (vazal kan stukken grond
in leen geven aan achterleenmannen)
de notie ‘soeverniteit’
het begrip ‘soeverniteit’
vandaag veronderstelt de idee van ‘de staat’ 3 dingen:
- grondgebied
- bevoking
- overheidsinstellingen die gezag uitoefenen en erkend worden door hun bevolking
en andere staten
deze 3 punten komen neer op het hebben van:
- externe soeverniteit (infra)
- interne soeverniteit (infra)
externe soeverniteit
- erkenning door andere staten
- niet onderworpen aan andere staat
- =kwestie van internationaal recht
Interne soeverniteit
= begrepen als ‘ de hoogste macht om een territorium of gemeenschap te
beheersen om de continuïteit/cohesie van de samenleving te garanderen’
Het moderne staatsbegrip
Inleiding
Hoe regelen we de manier waarop we onszelf besturen?
- Woordje ‘regelen’ à regel à veronderstelt norm = recht
- Publiekrecht ligt op het snijvlak van recht, politiek en filosofie
Overal ter wereld is er iets gemeenschappelijk in de manier waarop staten worden
bestuurd
- de manier waarmee de overheid legitimiteit krijgt om de mensen te besturen
o dit is voor elke staat anders en evolueert ook op een andere manier geen
uniform model qua ideologie en juridisch systeem
- voor sommige denkers: natuurstaat = chaos
o om daaruit te geraken en veiligheid te waarborgen van mensen, moeten
we macht centraliseren in handen van één persoon/instelling
- vandaag: in de meeste staten is er een representatief regime waarbij bevolking
zich kan laten vertegenwoordigen
Essentiële problematiek in het publiekrecht: hoe onszelf besturen zodat we vrij
blijven?
- zorgt voor spanningsveld:
o hoe de democratie in constitutionele zin denken?
o hoe rechten bewaren en ervoor zorgen dat een democratische
meerderheid de rechten en belangen van de minderheden niet miskent?
- Dit spanningsveld vormt de intellectuele achtergrond van de ontwikkeling van de
liberale staat
,De idee van ‘de staat’
Begrip‘staat’ = status of toestand
Uitgangspunt:
- situatie van chaos en geweld à iets/iemand nodig om rust te creëren en te
verhinderen dat een groep mensen die samenleven
o macht om bevelen op te leggen concentreren in handen van een persoon
of instelling
o deze persoon/instelling maakt de wet, die op iedereen van toepassing is
o deze persoon/instelling heeft een geweldmonopolie (de enige die geweld
mag gebruiken om iemand te dwingen)
ð dit heeft een theorie nodig à conceptie van ‘de staat’ (wie/wat kan als staat
beschouwd worden en waarom; wanneer is de uitoefening van geweld
gerechtvaardigd?)
Definiëring van de staat = afhankelijk van welk standpunt men inneemt:
- Moderne / Hedendaagse geschiedenis
o vanaf de Atlantische revoluties in de V.S. (1776) / Frankrijk (1789)
- Vroegmoderne / Nieuwe geschiedenis
o vanaf de val van Constantinopel (1453) of landing Columbus in Amerika
(1492)
- Middeleeuwen
Moderne / hedendaagse geschiedenis
Staat begrepen als de liberale staat:
- Verkozen bestuurders
o Rechtstreeks of onrechtstreeks
- Mactenscheiding
o Wetgenvende, uitvoerende en rechterlijke macht
- Overheid gebonden aan het recht
o Overheid laakt de normen (via wetgever of grondwetgever), maar is er zelf
ook aan onderworpen
- Waarborgen voor de bescherming van onvervreemdbare grondrechten van
burgers
o Via (grond)wetsbepalingen (bv: eewigheidsclausule: censuur ‘voor altijd’
afgeschaft; verbod om democratische regeringsvorm te wijzigen,..)
, o Via instelling: constitutioneel (bv. Machtenscheiding) of buiten-
constitutioneel (bv. De pers als ‘waakhond’)
Vroegmoderne / nieuwe geschiedenis
Voor sommige kan recente geschiedenis enkel uitgelegd worden als je verder
teruggaat:
- Liberale staten = opvolgers van de vroegmoderne staat
Tijdens vroegmoderne / nieuwe geschiedenis ontwikkelt zich het idee van
soevereiniteit van de wetgever:
- Middeleeuwen: vorst consolideert macht in centrale staat
- 16e – 17e eeuw: religieuze spanningen:
o Vnl. katholieke kerk vs. Protestanten (die zich afscheuren)
à band tussen religie en publiekrecht doorknippen
à macht berust niet meer exclusief bij de vorst: ook bij de
vertegenwoordigers van het volk
In de 17e eeuw komt het idee op van de “état souvrain”
- Een staat die geen andere macht boven zich heeft
- Men spreekt soms ook over ‘de republiek’
o Tot de FR en Amerikaanse Revolutie: res publica, het algemeen belang, de
politieke zaak, de staat
o Vandaag andere betekenis: staat zonder koning met een president als
staatshoofd
- Woord ‘natie’ zal vanaf 17e eeuw ook met ‘de staat’ vereenzelvigd worden – krijgt
pas juridische betekenis met FR
Middeleeuwen
Volgen mediëvisten: moderne staat = opvolger van middeleeuwse
standenvertegenwoordiging en het leenrecht
- Idee dat middeleeuwse samenleving opgebouwd is uit standen die elk op hun
eigen manier bijdragen aan de maatschappij:
o Zij die strijden (eerste stand en adel)
o Zij die bidden (clerus)
o Zij die werken (derde stand)
à vertegenwoordigers van die groepen vormen ‘de natie’
, à vorst regeert bij gratie Gods, volgens contract met drie standen = uitdrukking van
‘gods gewilde orde’
à tyrannie = verbeken contract => recht op weerstand
- Deze contractuele opvatting = gestoeld op het leenrect
o idee van relatie tussen leenheer en leenman (structureert vanaf 10e tot
18e eeuw de Westerse samenleving)
§ vorst stelt leen (grond, kasteel, huis) ter beschikking aan vazal
zodat die in zijn levensonderhoud kan voorzien
§ in ruil staat vazal de vorst bij (in de vorm van raad en hulp)
o oorspronkelijk een persoonlijke relatie (privaatrecht), economisch en
militair ingegeven, maar wordt publiekrechtelijk gegeven
§ stuurt machtsrelaties aan
§ leidt tot de versnippering van territorium (vazal kan stukken grond
in leen geven aan achterleenmannen)
de notie ‘soeverniteit’
het begrip ‘soeverniteit’
vandaag veronderstelt de idee van ‘de staat’ 3 dingen:
- grondgebied
- bevoking
- overheidsinstellingen die gezag uitoefenen en erkend worden door hun bevolking
en andere staten
deze 3 punten komen neer op het hebben van:
- externe soeverniteit (infra)
- interne soeverniteit (infra)
externe soeverniteit
- erkenning door andere staten
- niet onderworpen aan andere staat
- =kwestie van internationaal recht
Interne soeverniteit
= begrepen als ‘ de hoogste macht om een territorium of gemeenschap te
beheersen om de continuïteit/cohesie van de samenleving te garanderen’