• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 76 pages
Summary

Basisbegrippen van recht - Deel 2 Hoofdstuk 3 Samenvatting

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 76 pages

Dit is een volledige samenvatting (boek ppt notities) van het derde hoofdstuk van deel twee van het vak Basisbegrippen van het recht. Dit vak wordt gedoceerd in het eerste bachelorjaar rechten aan de UGent.

Content preview

Basisbegrippen van het recht

Hoofdstuk 3: Rechtshandelingen
Afdeling 1: Inleiding

Door het stellen van rechtshandelingen geeft een rechtssubject invulling
aan zijn rechtsleven.

In functie van het verband tussen het stellen van een handeling en het
bekomen van rechtsgevolgen door het stellen van een handeling kan je
rechtshandelingen indelen in 3 categorieën:
- Materiële rechtshandelingen
- Rechtshandelingen
- Proceshandelingen

1. Materiële rechtshandelingen (= des actes matériels):

Deze materiële handelingen brengen los van de wil van het rechtssubject
ingevolge van de toepassing van bepaalde rechtsregels rechtsgevolgen
met zich mee.

Deze materiële handelingen zijn de meest menselijke handelingen uit het
dagelijks leven.
- Voorbeeld:
o Werken, slapen, eten, autorijden…
- Deze handelingen worden niet gesteld met de bedoeling
rechtsgevolgen met zich mee te brengen.

De materiële handelingen kan je ook indelen in twee categorieën:
- Niet-geoorloofde handelingen of onrechtmatige daden
- Geoorloofde handelingen of quasi-contracten

A. Niet-geoorloofde handelingen of onrechtmatige daden (= les délits et
les quasi-délits)




1

,Basisbegrippen van het recht

B. Geoorloofde handelingen of quasi-contracten (= les quasi-contrats)

Dit zijn vrijwillige geoorloofde daden die gesteld worden door een
rechtssubject.
- Dit niet met het oog op het veroorzaken van rechtsgevolgen, maar
die wel rechtsgevolgen doen ontstaan.

Voorbeelden:
- Zaakwaarneming (= la gestion d’affaires):
o Mijn buurman is op reis en ik stel vast dat een stuk van zijn
dak is weggewaaid.
o Jij belt een dakwerker op om het dak te laten herstellen.
 Dit is een materiële handeling.
o Art. 1372 e.v. BW.
- Onverschuldigde betalen:
o Je schrijft geld naar een verkeerde bankrekening.
- Vermogensvermeerdering zonder oorzaak:
o De persoon/rechtssubject van het verkeerde
bankrekeningnummer heeft nu een vermogensvermeerdering
zonder oorzaak (= zonder iets gedaan te hebben om dit te
verkrijgen).

2. Rechtshandelingen (= l’acte juridique):

= Menselijke wilsverklaring waaraan het recht rechtsgevolgen verbindt en
die afgelegd worden om deze rechtsgevolgen mee te brengen.

- Deze rechtsregelen vinden dus niet automatisch van toepassing,
maar slechts als het rechtssubject dat zelf wilt.
- Het rechts laat toe om de rechtsonderhorige de vrijheid om de
toepassing van bepaalde rechtsregels en de hierin voorziene
rechtgevolgen zelf uit te lokken.

- De rechtshandelingen laten toe rechten en plichten te doen
ontstaan, wijzigen of verandering aan te brengen aan de staat en
bekwaamheid.

- Het recht beschermd ook een rechtssubject en ook de
maatschappij tegen het stellen van rechtshandelingen die niet aan
de geldigheidsvereisten voldoen.


3. Proceshandelingen:

= Handelingen die betrekking hebben op het optreden in rechte als eiser
of verweerder worden proceshandelingen genoemd.
- Hierop gaan we verder in Deel IV.

2

,Basisbegrippen van het recht


Plan van het hoofdstuk:

Niet in alle omstandigheden zal een rechtshandeling geldige
rechtgevolgen met zich meebrengen.

- Aangezien er belangrijke gevolgen kunnen worden gekoppeld aan
een rechtshandeling, is deze onderworpen aan een aantal
wettelijke geldigheidsvereisten.
o Hierbij moet men het onderscheid bespreken tussen dwingend
en aanvullend recht.
o Ook een controle op de geldigheid van de rechtshandeling is
belangrijk.
 Afdeling 2

- Als de geldigheidsvereisten niet worden voldaan, dan is de
rechtshandeling nietig of vatbaar voor nietigverklaring.
o Ook al heeft gedurende een bepaalde tijd de schijn bestaan
dat er een geldige rechtshandeling gesteld was.
 Afdeling 3

- Rechtshandelingen brengen rechten en plichten met zich mee
voor degenen die de rechtshandeling heeft gesteld. Maar deze
rechtshandelingen zijn tegenwerpelijk aan eenieder.
 Afdeling 4


- Vertegenwoordiging is een techniek waarbij een bepaalde
persoon rechtshandelingen stelt zonder dat zij hemzelf binden.
o De gevolgen ervan worden toegerekend aan de
vertegenwoordigde.
 Afdeling 5


- De vorm van de rechtshandeling is heel erg belangrijk in zake van
de wijze waarop rechtshandelingen tot stand komen.
 Afdeling 6


- De rechtshandelingen zelf worden in soorten of groepen
ingedeeld.
o Deze indelingen zijn belangrijk omdat rechtshandelingen die
tot een bepaalde categorie behoren ook bepaalde gelijkaardige
rechtsgevolgen hebben.
 Afdeling 7



3

, Basisbegrippen van het recht


Afdeling 2: Geldigheid van rechtshandelingen

Dit is de basis van het verbintenissenrecht!

Een onderdeel van het privaatrecht is gewijd aan de voorwaarden die
moeten vervuld zijn zodat rechtshandelingen geldig zouden zijn en de
beoogde gevolgen zouden sorteren.
- Talrijke rechtshandelingen zijn aan bijzondere vereisten
onderworpen voor geldigheid (= la validité).

In het algemeen kan men zeggen waar er geen specifieke wet is men
moet kijken naar de regeling inzake de geldigheid van contracten. (=
Art. 1108 e.v. BW.)
- Dit brengt met zich mee dat de bekwaamheid, toestemming,
voorwerp, oorzaak geldigheidsvereisten zijn voor alle
rechtshandelingen.

De geldigheidsvoorwaarden voor een overeenkomst:
- Toestemming (= le consentement)
o Beantwoorden aan de werkelijke wil.
- Bekwaamheid (= la capacité)
o Handelingsbekwaamheid
- (Bepaald) voorwerp (= l’objet)
o De inhoud van de rechtshandeling.
- (Geoorloofde) oorzaak (= la cause)
o Individuele rechtvaardiging voor degene die ze stelt.

Ook moet de rechtshandeling conform zijn met de dwingende regels.
- Anders is ze vatbaar voor nietigheid.

Ze mag ook niet in strijd zijn met de regels van de openbare orde.
- Anders is ze absoluut nietig.

De benaderingswijze werkt wel beter op rechtshandeling op het
vermogensrecht dan uit het personen- en familierecht.
- Dit is om dat de noties voorwerp en oorzaak moeilijker
toepasbaar zijn.

Ook zijn de begrippen “toestemming”, “voorwerp” en “oorzaak” abstracte
begrippen.
- Hieruit kunnen rechtsregelen met uiteenlopende functies worden
gegroepeerd.
- Men legt vooral de nadruk op de functies van de
geldigheidsvoorwaarden van de rechtshandelingen.



4

Document information

Study
Uploaded on
September 22, 2020
Number of pages
76
Written in
2019/2020
Type
Summary
$5.76

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
studentrechten2
4.0
(8)
Sold
11
Followers
9
Items
22
Last sold
4 year ago


Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions