Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 65 pages
Summary

Samenvatting Arbeids- en organisatiepsychologie - Prof. Hofmans (geslaagd 1ste zit!)

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 65 pages

Dit is een volledige samenvatting van het vak arbeids-en organisatiepsychologie gegeven door prof Joerie Hofmans. Met deze samenvatting haalde ik een 15/20.

Content preview

Arbeids- en organisatie psychologie 23 – 24


Praktische zaken

 C3.43, &

 Studiemateriaal: cursus, slides & lessen, geen namen kennen van uitvinders – wel de theorie

 Examen: 75% MC-examen met hoog cesuur (29/45), 25% groepstaak (met 5% aanwezigheid)

 Leerresultaten:

 Je kent de basisbegrippen en theorieën uit het vakgebied en kan aangeven waarom
deze relevant zijn bij het analyseren van gedrag in een arbeids- en
organisatiecontext;

 Je kan de relevante basisbegrippen en theorieën in hun historische context plaatsen

 Je kan die basisconcepten en theorieën kritisch evalueren alsook het onderzoek
waaruit ze voortkomen;

 Je kan op basis van de basisbegrippen en theorieën uitleg geven over het samenspel
van enerzijds de differentiële sterkten en zwakten van werknemers en anderzijds
enkele formele en informele organisatiekenmerken;

 Je kan praktische toepassingen van de basisconcepten en theorieën herkennen en
duiden.

Hoofdstuk 1: inleiding en situering
Voorbeeld: Netflix laat hun medewerkers zo veel mogelijk verlof nemen als ze willen. Effect: ze
gingen juist minder vakantie nemen omdat er een soort competitie ontstond. Mensen worden
gemotiveerd door loon, vakantie enzovoort. Hetzelfde met het vb. in China: een bedrijf deelde
bonussen uit aan het eind van het jaar. Het moest motiverend werken als je ziet dat anderen meer
krijgen. Basisidee = loon is wat motiveert. Er zijn ook andere zaken dat meespelen en wij focussen
juist op wat die andere zaken zijn.

Afbakening




Focus op de werknemer/mens en hoe het gedrag en emoties van een persoon werken op de
prestaties/effect hebben. Het gaat over de interactie tussen de 2, de initiatieven van die 2 en hoe die
gaan samenwerken/integreren.

,Situering van de A&O- psychologie

mens




producent consument



mens- mens-
arbeid mens



arbeids- organisatie-
ergonomie
psychologie psychologie

Splitsing van menselijk gedrag op 2 complementaire activiteiten: producent (= de mens die werkt,
produceert) en consument (= de mens die het geproduceerde consumeert). Mens-mens: typisch
sociale psychologen, hoe mensen in groepen met elkaar omgaan. Mens-arbeid: wat wij bekijken en
daarbinnen heb je 3 domeinen. Ergonomie: persoon is het vaststaande gegeven en de omgeving
gaan we proberen te veranderen adhv die ene persoon zodat die beter bij de persoon past, het
afstemmen van omgeving op de mens. Typische vb. Verlichting in kantoor, kantoorinrichting, het
uitgangspunt is de persoon en we gaan de jobs aanpassen zodat die beter bij die persoon past.
Arbeidspsychologie: het omgekeerde, de job is het vaststaand gegeven en je probeert de persoon
aan te passen, vb. training, selectie en opleiding. Je job vereist bepaalde vaardigheden, die persoon
heeft het niet dus we gaan die opleiden. Op selectie/verwerving. In de praktijk is er toch wel een
zekere wisselwerking tussen ergonomie en arbeidspsychologie. Organisatiepsychologie: oftewel
‘organizational behaviour’, het bestuderen van mensen in die context van organisaties. Die brengt de
context mee. Bv. Leiderschap. De grenzen zijn veel vager dan hier wordt aangegeven.

A&O- psychologie is dus geen statisch gegeven.

Historische en maatschappelijke evoluties
Filosofie:

 Plato: beschrijft ideale Staat als plaats waar individuen die taken toegewezen krijgen
waarvoor best geschikt. stelt: geen twee personen exact gelijk geboren; mensen verschillen
qua natuurlijke begaafdheden. Stelt militaire geschiktheidstests op om soldaten van ideale
Staat te selecteren. 3 rollen Plato = 1ste is de gewone mensen, 2e zijn de wachters van de
staat – een soort politie die orde bewaren, 3e zijn de politieker en dus de mensen die het
voor het zeggen hadden. Mensen hebben andere vaardigheden die meer aanleunen bij 1 van
die 3 rollen. Dit is het begin van idee van werving en selectie

,  Huarte: zelfde idee -> verschillende jobs vereisen verschillen vaardigheden (individuelen
verschillen), de staat moet een goede testing doen zodat we die 2 aan elkaar kunnen
matchen en we kunnen zien wie dat welk domein kan bestuderen. Je kan mensen aan de
hand van die diagnostiek verplichten om dat te doen omdat daar hun sterkte zit. Ze verliezen
geen tijd om te denken wat ze willen doen en het is ook voordelig voor de staat



Natuurwetenschappelijke methode:

Experimentele aanpak: observatie  hypothese  toetsing  verwerping/aanvaarding hypothese.
Vb. Milgram experiment (https://www.youtube.com/watch?v=xOYLCy5PVgM)

 Psycholoog na 2e WO-hypothese: meegaan in zo een verhaal kan met heel veel mensen
gebeuren, mensen hebben het moeilijk met gezag te weerstaan. Als er een autoriteit is die
zegt wat je moet doen is het logisch dat mensen erin meegaan en het te weerstaan en hij
maakte een experiment dus een toetsing

 Hij liet mensen naar een labo komen, de leerder en instructeur. De leerder was een acteur en
instructeur was proefpersoon. Met koppeling woorden. Als die het fout zei kreeg hij een
elektrische schok toegediend door de proefpersoon, die schokken werden steeds hoger bij
elke fout. 65% ging door tot 450 volt (= fataal). Nadien nog wat kritiek en daarna nog met
variaties. Wanneer mensen een bevel krijgen om iets te doen, gehoorzamen zij het meestal

Humanisme: veel aandacht aan de mens in het hier en nu. Men verdiepte zich in bijzondere groepen

Eerste academische ontwikkelingen: 1876 door Wilhem Wundt door middel van experimentele
methode en introspectie. Hij bestudeerde menselijke fenomenen met reactie op bepaalde stimuli.

Arbeidspsychologie – consumentenpsychologie:

 1901: Walter Dill Scott: Toespraak over psychologie en reclame en voor eerst commerciële
activiteit linken aan psychologische inzichten maar geen echt experiment

 1912: Hugo Münsterberg: Psychology and industrial efficiency, toepassen van empirisch –
natuurwetenschappelijke methode op selectie (gedrag van men in organisaties)

Methodologische invloeden
Differentiële psychologie:

– Galton, Pearson:

• Sterke interesse in individuele verschillen: Leren hoe goed hun zicht was, hoe
sterk hun hand was, hoe groot etc. Dus elke ding dat je kon meten van een
persoon ging ze meten. Hoe meer je die verschillen kan beschrijven hoe
meer je van mensen te weten komt

• Experimentele methoden (G) en statistische methoden (P)

• Ontwikkelen van statistische technieken (gemiddelde, standaardafwijking,
correlatie), onderzoek systematiek

• Basis voor selectiepsychologie, Darwinistische visie

, – McKeen Cattell, Binet & Simon, Terman, Yerkes

• Individuele verschillen in cognitieve vaardigheden

• Intelligentietests

– Guilford, Cattell:

• Individuele verschillen in persoonlijkheid, mentale test, experimenteel

Evolutie van maatschappelijke beeld over de mens in een arbeidssituatie
 < 20 eeuw: werknemer volgt slaafs instructies en heeft geen eigen mening.
 De rationeel-economische mens:
o Werknemer heeft vooral rationeel - economische motieven
o Taylor, scientific management:
 Taylor die werkt in een staalfabriek met opdracht om een aantal zaken te
veranderen in een productieproces. Hij heeft 1 werknemer geselecteerd en
een case study van gemaakt; pact sluiten dus eigenlijk zeggen wat hij moet
doen en in ruil daarvoor beloven dat hij meer gaat verdienen dus exact doen
wat hij hem beval met stukloon. Zijn job: ijzererts in een schep weg te
brengen maar Taylor probeerde elk van die kleine stukjes te optimaliseren
en op die manier die beter te maken, dus hij moest dat zo vasthouden of elk
klein detail werd geregeld. Wanneer je men kan overtuigen van economische
motieven en dat ze er beter van worden dan gaan ze harder werken. Het
vervolg: het bedrijf had 400% meer geproduceerd. Dit is op de dag van
vandaag scientific management. Dus het werk bestuderen op basis van die
wetenschappelijke principes. En elke stukje van het werken trainen. Top
down communicatie tussen werknemer- en gever. Vb. in de logistiek of
lopende bandsystemen. Alles in kleine stukjes onderverdelen, het
optimaliseren en dan samenvoegen.
 Kritiek: nadruk op efficiënte en productie en geen aandacht voor attituden
en gevoelens, puur arbeidspsychologisch perspectief
o Gilbreth, time and motion studies
 Jobs bestuderen en elk van de primaire bewegingen die mensen uitvoeren
proberen te optimaliseren zodat ze het zo snel mogelijk kunnen uitvoeren.
Ze gingen kijken waar er tijdstiltes waren, meer wetenschappelijk
bestuderen van jobs, in kleine stukjes snijden en proberen te optimaliseren
om dan te zeggen dat ze het op die manier moeten uitvoeren. Micro
aanpassingen om het werk sneller te laten gaan vb. time and motion:
garages die per kwartier rekenen. Verwant aan de ergonomie.
 De sociale mens:
o Werknemers hebben ook sociale behoeften, gaat in op de interrelaties
o Mayo, Hawthorne effect
 Op basis van experimenten in Hawthorne fabrieken waar ze telefoons
maakten om de productiviteit te verbeteren. Als ze verlichting hoger
maakten gaan mensen beter presteren. Maar als ze dat nu verhoogde of
verlaagde was de prestatie nog steeds hoog.
 Mayo: groep geïsoleerd en heeft daar manipulatie bij uitgevoerd onder
andere de lichten, wanneer we pauzes kregen met inspraak daarin. Wat hij
ook deed de prestatie ging omhoog. Mensen hebben nood aan sociaal
contact en om aandacht daaraan te schenken gingen mensen beter
presteren. Mensen hebben een sociale behoefte. Hawthorne effect: mensen
hun gedrag verandert wanneer ze bekeken of bestudeerd worden. Het is een

Table of contents

  1. 01 Praktische zaken 1
  2. 02 Hoofdstuk 1: inleiding en situering 1
    1. Afbakening 1
    2. Situering van de A&O- psychologie 2
    3. Historische en maatschappelijke evoluties 2
    4. Methodologische invloeden 3
    5. Evolutie van maatschappelijke beeld over de mens in een arbeidssituatie 4
    6. Betekenis van werk vandaag 6
    7. Werken: welke prestatie leveren? 6
  3. 03 Hoofdstuk 2: enkele basisdeterminanten van (individueel) gedrag 8
    1. Waarden 8
    2. Attituden 9
    3. Perceptie 12
    4. Leerprocessen 12
  4. 04 Hoofdstuk 2: basisdeterminanten van gedrag (in groepen) 13
    1. Determinanten van gedrag in groepen: definitie van groep 13
    2. Determinanten van gedrag in groepen, basiselementen: rollen 14
    3. Determinanten van gedrag in groepen, basiselementen: normen 14
    4. Determinanten van gedrag in groepen, basiselementen: groepscohesie 15
    5. Determinanten van gedrag in groepen, basiselementen: groepsgrootte 16
    6. Determinanten van gedrag in groepen, basiselementen: groepssamenstelling 17
    7. Determinanten van gedrag in groepen, basiselementen: status(verschillen) 17
    8. Determinanten van gedrag in groepen: groepsbesluitvorming 18
  5. 05 Hoofdstuk 3: diversiteit op het werk 21
    1. Diversiteit op het werk: lagen van diversiteit 21
    2. Diversiteit op het werk: discriminatietheorieën 21
    3. Diversiteit op het werk: discriminatie, de lagen doorgelicht 23
    4. Diversiteit op het werk: omgaan met diversiteit 25
  6. 06 Hoofdstuk 4: arbeidsmotivatie en -satisfactie 27
    1. Arbeidsmotivatie 27
    2. Arbeidssatisfactie 38
  7. 07 Hoofdstuk 5: autonome werksystemen en job design 44
  8. 08 Hoofdstuk 6: leiderschap 51
  9. 09 Hoofdstuk 7: werving en selectie 58
    1. Werving 58
    2. Selectie 61

Document information

Study
Uploaded on
June 10, 2025
File latest updated on
August 2, 2025
Number of pages
65
Written in
2023/2024
Type
Summary
$6.88

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
urlocalbej
4.7
(3)
Sold
53
Followers
0
Items
4
Last sold
2 weeks ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions