• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 23 pages
Summary

Hogeschooltaal 4F samenvatting

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 23 pages

Deze complete samenvatting bevat alle belangrijke onderdelen van Hogeschooltaal op 4F-niveau (Nederlandse taal). Perfect voor studenten aan het mbo of hbo die hun taalvaardigheid willen verbeteren of zich voorbereiden op het taaltoets-examen. Wat je kunt verwachten: Duidelijke uitleg van alle taalregels (spelling, grammatica, werkwoordsvormen, leestekens) Overzicht van stijl- en formulatiefouten Uitleg over woordenschat, tekstbegrip en tekststructuur Voorbeelden en tips voor correct zakelijk schrijven Gericht op de eindtermen van niveau 4F Helpt je bij het oefenen voor de Hogeschooltaaltoets Nederlands Deze samenvatting is ideaal voor studenten die overzicht willen en snel willen leren. Alle belangrijke theorie in één document!

Content preview

Werkwoordspelling
‘Je’ achter de persoonsvorm
Als je onderwerp is en achter de persoonsvorm staat, dan komt er bij de
persoonsvorm geen -t achter de ik-vorm. Je moet in dat geval ook vervangen
kunnen worden door jij.

Als je geen onderwerp is, maar een meewerkend voorwerp, lijdend voorwerp, of
wederkerend voornaamwoord of bezittelijk voornaamwoord, kan je achter de
persoonsvorm alleen vervangen worden door jou, jouw of jezelf. Er komt bij de
persoonsvorm dan een -t achter de ik-vorm (als de tweede of derde persoon
enkelvoud het onderwerp is).

Gebiedende wijs
De gebiedende wijs wordt gevormd door de ik-vorm van het werkwoord.
Als de gebiedende wijs voorkomt met u als onderwerp, krijgt die wel een -t achter
de ik-vorm.

Verleden tijd Zwak
Twijfel je of het -te of -de moet zijn, dan kun je het ezelsbruggetje van ‘t ex-
kofschip gebruiken:

als de letter vóór -en in het hele werkwoord een t, x, k, f, s, ch, of p is (dus in de
lettercombinatie ’t ex-kofschip zit): schrijf de ik-vorm + -te.
als de letter vóór -en in het hele werkwoord niet een t, x, k, f, s, ch, of p is (dus
niet in de lettercombinatie ’t ex-kofschip zit): schrijf de ik-vorm + -de.

Voltooid deelwoord
Veel voltooide deelwoorden eindigen op een -t of een -d. Als je van het
werkwoord (voltooid deelwoord) de verleden tijd maakt, kun je horen of je een -t
of -d moet schrijven.

Daarnaast kun je het ezelsbruggetje van ’t ex-kofschip gebruiken om te weten of
het voltooid deelwoord eindigt op -d of -t. Als de laatste letter voor -en in het hele
werkwoord één van de medeklinkers van 't ex-kofschip is, dan krijgt het voltooid
deelwoord een -t.

Voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord
Voltooide deelwoorden worden vaak bijvoeglijk gebruikt; ze worden dan
bijvoeglijke naamwoorden genoemd en staan vóór zelfstandige naamwoorden.

Als we het voltooid deelwoord gebruiken als bijvoeglijk naamwoord, moeten we
het soms verbuigen. Schrijf het zo kort mogelijk.

Let op: als een voltooid deelwoord eindigt op -en, dan schrijf je ook -en als je dit
voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord gebruikt.

Onvoltooid deelwoord
Het onvoltooid deelwoord (of: tegenwoordig deelwoord) bestaat uit het hele
werkwoord (of: infinitief) + -d of -de.
De studenten kwamen lachend de collegezaal binnen.

,Engelse leenwerkwoorden
Ik zapte
Ik zap Jij zapte gezapt
Jij zapt Wij zapten


Ik savede
Ik save
Jij savede gesaved
Jij savet
Wij saveden


Ik racete
Ik race
Jij racete geracet
Jij racet
Wij raceten


Ik downloadde
Ik download
Jij downloadde gedownload
Jij downloadt
Wij downloadden



saven: ik save – jij savet, ik savede, ik heb gesaved
timen: ik time – jij timet, ik timede, ik heb getimed
deleten: ik delete – jij deletet, ik deletete, ik heb gedeletet

grillen: ik gril – jij grilt, ik grilde, ik heb gegrild

paintballen: ik paintball – jij paintballt, ik paintballde, ik heb gepaintballd
appen: ik app – jij appt, ik appte, ik heb geappt

facebookt, e-mailde, gefinisht

, Spelling algemeen
Samenstellig met tussenletter -n-
Hoofdregel
In een samenstelling wordt een tussenklank /e/ met -en- geschreven als het
linkerdeel van de samenstelling een zelfstandig naamwoord is dat een meervoud
heeft op -en, maar geen meervoud op -s.

Ezelsbruggetje
We voegen hier nog een ezelsbruggetje toe, waarmee je bijna alle woorden goed
kunt schrijven: het eerste deel van een samenstelling krijgt een vorm die het ook
krijgt als los woord.

Let op!
In onderstaande gevallen gaat het ezelsbruggetje niet op. Hier geldt de
hoofdregel. Er zijn twee categorieën woorden die toch een -n- krijgen, hoewel het
eerste deel met een -e wel bestaat.

1. Zelfstandige naamwoorden die een persoon aanduiden en afgeleid zijn van
een bijvoeglijk naamwoord.
2. Woorden die eindigen op -e en die geen meervoud op -s hebben.
Uitzonderingsregel 1
We schrijven geen tussen-n in de woorden koninginnenacht en Koninginnedag
(tot 2014 werd in Nederland geen Koningsdag maar Koninginnedag gevierd) en in
samenstellingen met als eerste element zon, maan, hel, Lieve-Vrouw.

Uitzonderingsregel 2
We schrijven geen tussen-n in samenstellingen die als geheel een bijvoeglijk
naamwoord zijn en waarvan het eerste deel een zelfstandig naamwoord is dat
alleen een versterkende betekenis heeft. (reuzeleuk, boordevol, apetrots)

Uitzonderingsregel 3
We schrijven geen tussen-n in versteende samenstellingen. Dat zijn woorden die
niet meer herkend worden als samenstelling. (bakkebaard, takkewijf, elleboog,
nachtegaal, schattebout,
Ledemaat)

Afleiding met tussenletter -n-
Regel
Voor het achtervoegsel -lijk of -loos schrijven we een -e, behalve als het
grondwoord eindigt op een -n. Dus: woordeloos, belangeloos, waardeloos naast
meedogenloos, levenloos en hersenloos.

Als het eerste deel altijd eindigt op een -n, dan blijft die -n behouden in de
afleiding. (openlijk, gelegenheid, eigendom, wezenloos, gewetenloos,
zeggenschap)

Regel
Alleen voor een achtervoegsel -achtig, -dom, -heid of -schap kan een tussen-n
komen. We volgen hier de regels van de samenstellingen met tussen-n. Dat wil
zeggen: we schrijven -en- als het grondwoord een meervoud heeft op -en, maar
geen meervoud op -es. (lenteachtig, ambtenarenschap, godendom, bodeschap)

Table of contents

  1. 01 Werkwoordspelling 1
    1. ‘Je’ achter de persoonsvorm 1
    2. Gebiedende wijs 1
    3. Verleden tijd Zwak 1
    4. Voltooid deelwoord 1
    5. Voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord 1
    6. Onvoltooid deelwoord 1
    7. Engelse leenwerkwoorden 2
  2. 02 Spelling algemeen 3
    1. Samenstellig met tussenletter -n- 3
    2. Afleiding met tussenletter -n- 3
    3. Samenstelling met tussenletter -n- of -s- 4
    4. Samenstelling 4
    5. Samenstelling met verwisselbare elementen 4
    6. Samenstelling met bijzondere voor- of nabepaling 4
    7. Samenstelling met een bijzondere vorm 5
    8. Samenstelling met een of meer Engelse woorden 5
    9. Samenstelling met een woordgroep 6
    10. Telwoorden en breuken 6
    11. Hoofdletter begin van de zin 7
    12. Persoonsnamen 7
    13. Aardrijkskundige namen 8
    14. Tijdsindeling 8
    15. Titels van teksten 9
    16. Volkeren, etnische en religieuze groepen 9
    17. Organisaties en merken 10
    18. Algemene klinkerbotsing 10
    19. Afkortingen 11
    20. Meervoud 11
    21. Bezitsvorm 12
    22. Verkleinwoorden 12
    23. Trema 12
    24. Accenttekens 13
    25. Apostrof 13
  3. 03 Zinsstructuur 14
    1. Punt 14
    2. Vraagteken en uitroepteken 14
    3. Komma 14
    4. Dubbele punt 15
    5. Puntkomma 15
    6. Aanhalingstekens 15
    7. Hoofd- en bijzinnen 15
    8. Enkelvoudige en samengestelde zinnen 16
    9. Eenzinsdeelproef en vervagingsproef 16
    10. Persoonsvorm 16
    11. Onderwerp 16
    12. Werkwoordelijk gezegde 16
    13. Naamwoordelijke gezegde 17
    14. Lijdend voorwerp 17
    15. Meewerkend voorwerp 17
    16. Bijwoordelijke bepaling 17
    17. Bijvoeglijke bijzin 17
    18. Beknopte bijzin 17
    19. Lidwoord 17
    20. Voorzetsels 17
    21. Werkwoord 18
    22. Zelfstandig naamwoord 18
    23. Bijvoeglijk naamwoord 18
    24. Bijwoord 18
    25. Voegwoord 18
    26. Persoonlijk voornaamwoord 18
    27. Wederkerend voornaamwoord 19
    28. Bezittelijk voornaamwoord 19
    29. Aanwijzend voornaamwoord 19
    30. Betrekkelijk voornaamwoord 19
    31. Foutieve verwijzing (verwijzingsfout) 19
    32. Enkelvoud of meervoud 19
    33. Samentrekking 19
  4. 04 Algemeen taalgebruik 20
    1. Dan ik of dan mij 20
    2. Hun of zij 20
    3. Dat, wat of die 20
    4. Jou of jouw 21
    5. Als of dan 21
    6. Grootte of grote 21
    7. Beide of beiden 21
    8. Te danken aan of te wijten aan 21
    9. Hen of hun 22
    10. Mits of tenzij 22
    11. Zowel .. als .. komt of komen 22
    12. Omdat of doordat 22
    13. Contaminatie 22
    14. Overbodige herhaling 22
    15. Voorzetseluitdrukking 23

Document information

Study
Uploaded on
June 9, 2025
Number of pages
23
Written in
2024/2025
Type
Summary
$7.41

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
9
Followers
0
Items
19
Last sold
2 weeks ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions