Heelkunde samenvatting
Hechtnaalden
- Doorsnede
- Buiging naald
- Verbinding draad
Doorsnede
- Ronde naald: onregelmatig gevormd gat
- Cutting naald: driehoekig aangeslepen. 1 hoek wijst
naar de wondkant toe. LET OP uitscheuren van wond
- Reverse cutting: 1 hoek wijst van de wond af.
Kleinere kans op uitscheuren.
- Spatula naald: voor oogheelkunde om in de cornea
te hechten
Buiging naald
De buiging wordt beschreven met achtsten van
een cirkel.
- Oppervlakkig: gebruik je 2/8 of 3/8
gebogen
- Diep: gebruik je 4/8 of 5/8 gebogen
- Rechte en schaatsnaalden: worden bijna
niet gebruikt in chirurgie
Verbinding naar de draad
- Atraumatische verbinding: draad zit al in de
naad -> hierdoor minder trauma bij hechten.
Het is een enkele draad
- Losse naald: hebben een verend oog,
meestal dubbel.
Keuze hechtmateriaal:
- De juiste treksterkte
- Voorkomen van (ongewenste)
weefselreactie
- Zo min mogelijk plaats voor vestigen van infectie
- De makkelijkste hanteringseigenschappen
De juiste treksterkte:
- Niet resorbeerbaar materiaal is sterk. Wordt gebruikt voor de huid, waar
een zeer lange treksterkte nodig is. NB: als het geïnfecteerd is moet het
verwijderd worden
- Verschil snelheid resorbeerbaarheid. Uitgedrukt in de tijd tot 50%
treksterkte.
Voorbeelden:
1. Vicryl rapide 5 dagen
2. Monocryl 1 week
3. Vicryl 2 weken
, 4. PDS 4 weken
Voorkomen van (ongewenste) weefselreactie:
- Weinig weefselreactie = inert
- Staal is inert
- Polypropylene minder weefselreactie dan polyamide
- Catgut: veel weefselreactie (ontsteking)
Zo min mogelijk plaats voor vestigen van infectie:
- Bij gevlochten materiaal kunnen de bacteriën in de draad zitten
- Antibiotica en afweer dringen op die plaats niet goed door
- Een infectie in een gevlochten draad eindigt pas als het hechtmateriaal
opgelost of verwijderd is
De makkelijkste hanteringseigenschappen
- Tellen pas mee in de keuze als de voorgaande punten verzekerd zijn
- Gevlochten draad hanteert makkelijker, minder springerig, makkelijker
knopen
- Monofilament is in dunne maten goed genoeg te hanteren. Boven de dikte
van USP 2 wordt monofilament bijna niet gebruikt (hanteerbaarheid is dan
slecht)
Chemische eigenschappen hechtmateriaal:
- Niet resorbeerbaar
- Resorbeerbaar
Structuur hechtmateriaal:
- Multifilament
- Monofilament
->hierboven voorbeelden te zien van natuurlijk en synthetische hechtmaterialen
De dikte van hechtmaterialen
- Metric maat: duidelijkste, de diameter van de draad in tiende millimeter
- UPS: meest gebruikt, hybride tussen dikte en treksterkte.
Eigenschappen multifilament/gevlochten:
- Makkelijk te hanteren/knopen
- Raakt de draad geïnfecteerd is dat blijvend
Eigenschappen monofilament:
- Moeilijker te hanteren en te knopen = springerig
- Er kunnen geen bacteriën in de draad zitten
, - Draad glijdt makkelijker door het weefsel bij subdermale naad
Wanneer gebruik je monofilament? Als de hechting tot in de buitenwereld loopt of
als de wond gecontamineerd is.
Wanneer gebruik je niet resorbeerbaar materiaal?
- Moet eindeloos sterk blijven
- Als je in diepere lagen niet resorbeerbaar kiest moet het zeer inert zijn
- Voor de huid
Wanneer gebruik je resorbeerbaar materiaal?
- Voor diepere lagen
- Als wond snel genoeg weer sterk is
- Voor huidhechting: als het dier niet te benaderen is voor het verwijderen
van de hechtingen
Onderbroken of doorlopende hechtingen:
- Doorlopend is sneller, minder hechtmateriaal in de wond
- Doorlopend verdeelt de druk beter
- Als doorlopend op 1 punt uit het weefsel scheurt is de hele hechting los
- Je kiest altijd voor doorlopend tenzij:
1. Bij traumatische wond kan deel wondrand afsterven
2. Als verwacht wordt dat enkele hechtingen verwijderd moeten worden om
wondvocht af te laten lopen
3. Soms om precieze appositie te krijgen
Methoden om de huid te hechten:
- Subdermaal (intracutaan)
- Onderbroken hechtingen
- Nietjes
- Feston
Buikanatomie
Keizersnede koe: staand aan de linkerzijde, aan de rechterzijde zitten de darmen.
Het kan wel aan de rechterzijde mocht de koe aan de linkerzijde al een aantal
keer een keizersnede hebben gehad.
Keizersnede hond: liggend en in de mediaan lijn.
Snede voor keizersnede: huid -> oppervlakkige fascie -> diepe fascie -> daarna
komen de buikspieren:
- M. obliquus abdominis externus
- M. obliquus abdominis internus
- M. transversus abdominis
- M. rectus abdominis
Hieronder ligt nog de fascia transversalis en het peritoneum.
LH en paard: diepe fascie = tunica flava, zijn elastische vezels en voor een groot
deel gefuseerd met m. obliquus abdominis externus.
Algemeen buikspieren:
Hechtnaalden
- Doorsnede
- Buiging naald
- Verbinding draad
Doorsnede
- Ronde naald: onregelmatig gevormd gat
- Cutting naald: driehoekig aangeslepen. 1 hoek wijst
naar de wondkant toe. LET OP uitscheuren van wond
- Reverse cutting: 1 hoek wijst van de wond af.
Kleinere kans op uitscheuren.
- Spatula naald: voor oogheelkunde om in de cornea
te hechten
Buiging naald
De buiging wordt beschreven met achtsten van
een cirkel.
- Oppervlakkig: gebruik je 2/8 of 3/8
gebogen
- Diep: gebruik je 4/8 of 5/8 gebogen
- Rechte en schaatsnaalden: worden bijna
niet gebruikt in chirurgie
Verbinding naar de draad
- Atraumatische verbinding: draad zit al in de
naad -> hierdoor minder trauma bij hechten.
Het is een enkele draad
- Losse naald: hebben een verend oog,
meestal dubbel.
Keuze hechtmateriaal:
- De juiste treksterkte
- Voorkomen van (ongewenste)
weefselreactie
- Zo min mogelijk plaats voor vestigen van infectie
- De makkelijkste hanteringseigenschappen
De juiste treksterkte:
- Niet resorbeerbaar materiaal is sterk. Wordt gebruikt voor de huid, waar
een zeer lange treksterkte nodig is. NB: als het geïnfecteerd is moet het
verwijderd worden
- Verschil snelheid resorbeerbaarheid. Uitgedrukt in de tijd tot 50%
treksterkte.
Voorbeelden:
1. Vicryl rapide 5 dagen
2. Monocryl 1 week
3. Vicryl 2 weken
, 4. PDS 4 weken
Voorkomen van (ongewenste) weefselreactie:
- Weinig weefselreactie = inert
- Staal is inert
- Polypropylene minder weefselreactie dan polyamide
- Catgut: veel weefselreactie (ontsteking)
Zo min mogelijk plaats voor vestigen van infectie:
- Bij gevlochten materiaal kunnen de bacteriën in de draad zitten
- Antibiotica en afweer dringen op die plaats niet goed door
- Een infectie in een gevlochten draad eindigt pas als het hechtmateriaal
opgelost of verwijderd is
De makkelijkste hanteringseigenschappen
- Tellen pas mee in de keuze als de voorgaande punten verzekerd zijn
- Gevlochten draad hanteert makkelijker, minder springerig, makkelijker
knopen
- Monofilament is in dunne maten goed genoeg te hanteren. Boven de dikte
van USP 2 wordt monofilament bijna niet gebruikt (hanteerbaarheid is dan
slecht)
Chemische eigenschappen hechtmateriaal:
- Niet resorbeerbaar
- Resorbeerbaar
Structuur hechtmateriaal:
- Multifilament
- Monofilament
->hierboven voorbeelden te zien van natuurlijk en synthetische hechtmaterialen
De dikte van hechtmaterialen
- Metric maat: duidelijkste, de diameter van de draad in tiende millimeter
- UPS: meest gebruikt, hybride tussen dikte en treksterkte.
Eigenschappen multifilament/gevlochten:
- Makkelijk te hanteren/knopen
- Raakt de draad geïnfecteerd is dat blijvend
Eigenschappen monofilament:
- Moeilijker te hanteren en te knopen = springerig
- Er kunnen geen bacteriën in de draad zitten
, - Draad glijdt makkelijker door het weefsel bij subdermale naad
Wanneer gebruik je monofilament? Als de hechting tot in de buitenwereld loopt of
als de wond gecontamineerd is.
Wanneer gebruik je niet resorbeerbaar materiaal?
- Moet eindeloos sterk blijven
- Als je in diepere lagen niet resorbeerbaar kiest moet het zeer inert zijn
- Voor de huid
Wanneer gebruik je resorbeerbaar materiaal?
- Voor diepere lagen
- Als wond snel genoeg weer sterk is
- Voor huidhechting: als het dier niet te benaderen is voor het verwijderen
van de hechtingen
Onderbroken of doorlopende hechtingen:
- Doorlopend is sneller, minder hechtmateriaal in de wond
- Doorlopend verdeelt de druk beter
- Als doorlopend op 1 punt uit het weefsel scheurt is de hele hechting los
- Je kiest altijd voor doorlopend tenzij:
1. Bij traumatische wond kan deel wondrand afsterven
2. Als verwacht wordt dat enkele hechtingen verwijderd moeten worden om
wondvocht af te laten lopen
3. Soms om precieze appositie te krijgen
Methoden om de huid te hechten:
- Subdermaal (intracutaan)
- Onderbroken hechtingen
- Nietjes
- Feston
Buikanatomie
Keizersnede koe: staand aan de linkerzijde, aan de rechterzijde zitten de darmen.
Het kan wel aan de rechterzijde mocht de koe aan de linkerzijde al een aantal
keer een keizersnede hebben gehad.
Keizersnede hond: liggend en in de mediaan lijn.
Snede voor keizersnede: huid -> oppervlakkige fascie -> diepe fascie -> daarna
komen de buikspieren:
- M. obliquus abdominis externus
- M. obliquus abdominis internus
- M. transversus abdominis
- M. rectus abdominis
Hieronder ligt nog de fascia transversalis en het peritoneum.
LH en paard: diepe fascie = tunica flava, zijn elastische vezels en voor een groot
deel gefuseerd met m. obliquus abdominis externus.
Algemeen buikspieren: