• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 55 pages
Summary

Samenvatting Historische Criminologie

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 55 pages

Een volledige samenvatting van het vak Historische Criminologie in 1BA Criminologie aan de VUB, waarmee een 18/20 werd behaald.

Content preview

samenvatting Historische
Criminologie – juni ‘23
COLLEGE 1: WAAROM EN HOE HET VERLEDEN
BESTUDEREN?

Wat is geschiedenis?
– De geestelijke vorm, waarin een cultuur zich rekenschap geeft van haar
verleden (Johan Huizinga, Nederlands cultuurhistoricus – 1872-1945)
– History, like love, is so apt to surround her heroes with an atmosphere of
imaginary brightness (James Fenimore Cooper – The Last of the Mohicans –
1789-1851)
– The past has gone, and history is what historians make of it when they go
to work (Keith Jenkins, post-modernist, in Re-thinking History)

Er is niet 1 geschiedenis, wel geschiedenissen; het is een verhaal, een
perspectief (niet ‘of/of’, wel ‘en’)
Post-modernisten menen dat we het allemaal wat moeten relativeren; het
verleden is gebeurd, het is weg, er is niemand die de absolute waarheid heeft –
sterk idee van ‘geschiedenis is een verhaal’
Dus: geen antwoord op vraag “wat is bezig zijn met geschiedenis”  ook historici
zelf niet over eens – goede zaak: punt van discussie, geen vaste waarheid, en
daarom blijft het onderwerp van kritisch onderzoek/denken  belangrijk dat er
geen consensus over geschiedenis is; er moet debat blijven


Verleden is niet Geschiedschrijving
 de term ‘geschiedenis’ verwijst naar beide
 fundamenteel onderscheid tussen verleden en wat historici daarover
schrijven
o geschiedschrijving: constructie van taal en tekst (= de productie van
historici)  verschillende versies; verschillende klemtonen
afhankelijk van bv. culturele interesses/perspectieven etc. 
hierdoor verschillende verhalen
o 1 historisch werk = 1 ‘lezing’ van (delen van) verleden
o belangrijkste: verleden is voorbij, niemand kan het terughalen; wat
historici aan geschiedenis doen is hun versie van het verhaal
neerschrijven
o daarom: geschiedschrijving = soort constructie
 bepaalde groepen en gebeurtenissen uit verleden afwezig of ‘verborgen’ in
geschiedschrijving…
o vrouwen, minderheden, lagere sociale klassen
o doordat er verschillende versies zijn over het verleden, gaat er een
soort dominante versie boven uit rijzen – de meest dominante
visies/groepen in de SL gaan de meeste impact hebben op ‘wat de
geschiedenis is’




1

,Rol van het verleden
History in the wider sense is all that has happened, not merely all the
phenomena of human life, but those of the natural world as well. It is everything
that undergoes change; and as modern science has shown that there is nothing
absolutely static, therefore, the whole universe, and every part of it, has its
history – Encyclopædia Britannica, 1911

 ons persoonlijk verleden vormt ons, maakt wat wij zijn – belangrijk kritisch
te zijn over allerlei claims die mensen over geschiedenis maken;
geschiedenis wordt heel vaak gebruikt en misbruikt (bv. in conflicten, bv.
propaganda van de nazi’s)
 ons bewustzijn: vanuit ons verleden gericht op toekomst = menselijk
bewustzijn altijd ‘tijdelijk’ – het menselijk bewustzijn draait altijd om tijd,
ook op die manier draai je het verleden altijd mee
 naast ieder individu houdt ook iedere gemeenschap zich met haar
collectieve verleden bezig  geschiedenis is dus overal; zowel op het
individuele niveau (je persoonlijke verleden), alsook op het
gemeenschappelijke/breder niveau


Geschiedschrijving zonder nut
Verschillende versies? Maar waarom zou je dan aan historisch onderzoek doen?
 2 uiteenlopende visies onder historici

 sommige historici: nuttig zijn hoeft niet
o verleden bestuderen omwille van zichzelf: weergeven “wie es
eigentlich gewesen” (Ranke, vader geschiedwetenschap) (geschiedenis
bestuderen omwlle van de geschiedenis, om er kennis van te nemen, bedoeld om
de mens in al haar facetten zo goeed mogelijk te begrijpen, verder moet het niet
nuttig zijn)
o verhalen maken die mensen amuseren en inspireren
o aangename bezigheid en status voor historici
 voorbeeld: Daniel Smail, Harvard: “History is not a political science
designed to explain the present. It is an anthropological science designed
to help us understand humanity”
 post-moderne historici: ‘anything goes’
o geschiedenis schrijven = verhalen schrijven  alle verhalen kunnen
(‘het zijn toch maar verhalen, niemand kan claimen dat zijn verhaal
het ware is’)

Niet ‘anything goes’!
Belangrijk probleem met post-modernisten: ze gaan er te ver in

 geschiedschrijving niet onschuldig, niet alle verhalen gelijke stem en
impact  naïeve visie; er zijn veel meer machtige verhalen die meer
invloed gaan hebben; minder machtige verhalen hebben veel meer moeite
gehoord te worden
o niet alle verhalen kunnen; er zijn bv. ook verhalen die erg kwetsend
zijn, problematisch te verschillende elementen van de geschiedenis
blijven negeren
 gebruik/misbruik verleden: macht, controle, beïnvloeding



2

,  veel volkeren proberen zich ‘de’ geschiedenis toe te eigenen uit
ideologische motieven:
o “Owning history has become something of a battleground, especially
for those with ideological agendas that arguably include most people
who set out to record history (…) Jews and Arabs tell very different
stories about the creation of the State of Israel and about the
subsequent history of the Palestinian people”

Geschiedschrijving wel nut 1
Deze stroming: ‘neen, historisch onderzoek heeft ook een doel om er iets mee te
kunnen; er moet een soort van wetenschappelijke en maatschappelijke relevantie
zijn; kan verschillende vormen aannemen’ – idee dat we er lessen uit kunnen
trekken; maar ook hier uiteenlopende ideeën over; welke lessen moeten we dan
net trekken?
Beschrijven
 voorkomen dat we vergeten, bv. de Holocaust
 lessen trekken = voorbeeldfunctie van de geschiedenis
o welke lessen precies, hangt af van historicus en tijdsvak
o of leren we daar weinig uit? “The one thing we have learned from
history is that we don’t learn from history’ (Winston Churchill)
 minstens complexiteit blootleggen = mythen doorprikken, nuanceren
(zorgen dat er geen te eenzijdige/ongenuanceerde versie is over het verleden)

Geschiedschrijving wel nut 2
andere stroming: ‘dit is waarom we staan waar we nu staan’
Verklaren: via verleden beter begrijpen/te verklaren
 onwtikkelingen ontdekken en verklaren
 verandering: verschuivingen, omwentelingen, groei
 continuïteit: terugkerende patronen, verbanden of ‘rode draad’
 inzicht krijgen in samenhang & proces = besef complexiteit
 kritisch: wat zit er achter actuele fenomenen, hoe gegroeid? Aantal
patronen/factoren die al lang een rol spelen en ook mogelijk vandaag –
leidt uiteindelijk tot kritische relfectie over hoe heden is gegroeid vanuit
verleden
 common sense en stereotiepen vermijden
 mogelijke scenario’s voor de toekomst kunen uittekenen – ofwel verklaren
of het een eigenheid is van het verleden, of het iets is dat doortrekt vanuit
het verleden
o hoe verleden het heden bepaalt = indicatie wat in toekomst zal
doorwerken
o wat niet bepaald is door verleden = open voor keuze


Beperkingen geschiedschrijving
1. historici zelf niet vrij van common sense en stereotiepen – hebben ook hun
eigen denkkader/voorkeuren die hun eigen geschiedenis/perspectief
hebben dat mee doorwerkt op hun onderzoek
2. geen pasklare antwoorden op vraag aan sociale wetenschappers: “what
works?” – we kunnen niet meteen bruikbare antwoorden geven op bv.
vragen van beleidsmakers
3. geen toekomstvoorspellingen, wel schetsen (on)mogelijke scenario’s
4. opgelet voor determinisme: er zijn steeds alternatieve wegen - niet alles is
al bepaald door de geschiedenis

3

, Historici, hun ‘feiten’ en interpretatie
De moeilijke relatie tussen feit en interpretatie = kernprobleem in de
geschiedschrijving
 bij elke stap in de keten: interpretatieproblemen

Histrorici hebben niet altijd empirisch materiaal voor hun OZ; ze moeten het doen
met sporen vanuit het verledeb, het verleden is ook niet altijd goed bijgehouden (bv.
kunnen niet gedetineerden uit 18E E interviewen) – zo’n spoor = een bron
Historici werken vooral met allerlei soorten teksten; dagboeken, brieven, oude
contracten van verkoopsovereenkomsten…

1. We kunnen niet altijd aan de
feiten: altijd de stap van feit
naar bron; niet alle
gebeurtenissen/feiten in het
verleden worden omgezet
naar bronnen  hier eerste
probleem: hier al selectie
van de feiten, ook hierdoor al
soort interpretatie van het
verleden (bv. 2 mensen die
op hetzelfde moment ooggetuige waren, hebben een ander verhaal)
2. De historicus moet nu aan de slag met dat bronnenmateriaal: dit
bronnenmateriaal is vaak erg problematisch; het ontcijferen is moeilijk
(vaak oude taal, beschadigd, niet volledig…)  heel fragmentarisch
materiaal dat allerlei problemen heeft – vraag hoe de historicus dat
materiaal gaat interpreteren
3. Historicus heeft materiaal verwerkt en gaat daar nu verhaal over schrijven
 opnieuw constructie

Belangrijk om continu na te denken over hoe betrouwbaar bronnen zijn; fake
news is van alle tijden en in ale soorten
– waarnemen en registreren = interpreteren (iedereen heeft altijd zijn eigen
kijk/denken vanuit bepaald referentiekader! – waarnemen nooit
objectief, waarnemen altijd interpreteren!)
– historici geen eigen waarneming: werken met sporen
– alle mogelijke sporen/gebeurtenissen kunnen bronnen zijn
– bronnen zijn ook interpretaties of uitspraken over feiten
– bronnen kunen verschillend gelezen/geïnterpreteerd worden
– ordenen informatie uit bronnen in verhaal: weer interpretatie
– bronnen kunnen misleidend zijn of vals (hierdoor historische kritiek erg
belangrijk!)


Falsa en bronnenmanipulatie
 ‘fake news’ is van alle tijden en in alle soorten
 van kwaad opzet tot slordigheid (de reden hiervoor)
 vervalsignen op het spoor komen is moeilijk (mensen liegen erg veel over
het verleden, hiervoor vaak gefabriceerde bronnen/bewijzen)
 ongelooflijke kennis nodig om vals en echt te onderscheiden: via het
materiaal, taalgebruik, tehcnische kenmerken, inhoudelijke
inconsequenties…


4

Table of contents

  1. 01 Wat is geschiedenis? 1
  2. 02 Verleden is niet Geschiedschrijving 1
  3. 03 Rol van het verleden 2
  4. 04 Geschiedschrijving zonder nut 2
    1. Niet ‘anything goes’! 2
    2. Geschiedschrijving wel nut 1 3
    3. Geschiedschrijving wel nut 2 3
  5. 05 Beperkingen geschiedschrijving 3
  6. 06 Historici, hun ‘feiten’ en interpretatie 4
  7. 07 Falsa en bronnenmanipulatie 4
  8. 08 Geschiedschrijving: allemaal interpretatie? 5
  9. 09 Criminologie en geschiedenis 6
    1. Obstakels: chronocentrisme criminologie? 6
  10. 10 Historisch-criminologisch onderzoek 7
  11. 11 Kwantitatieve benaderingen 8
    1. Lange termijn evoluties criminaliteit 8
    2. Vernieuwing debat: civilisatieproces 9
  12. 12 Kwalitatieve benaderingen 9
    1. Extra thema’s criminalisering 9
    2. Nieuwe blik/onderwerpen 10
    3. De specifieke bijdrage van (samenwerking met) criminologen 10
  13. 13 Bosworth: voorbeeld historisch-criminologisch opzet 11
  14. 14 Bosworth: methodologische kwesties 11
  15. 15 Toepassing: herstelrecht in historisch perspectief (1) 11
  16. 16 Toepassing: herstelrecht (2) 12
  17. 17 Toepassing: herstelrecht (3) 13
  18. 18 Extra relevantie historisch onderzoek informele conflictoplossing (1) 13
  19. 19 Extra relevantie historisch onderzoek informele conflictoplossing (2) 14
  20. 20 Extra relevantie historisch onderzoek informele conflictoplossing (3) 14
  21. 21 Extra relevantie historisch onderzoek informele conflictoplossing (4) 14
  22. 22 Origine basistructuur moderne strafrechtsbedeling (Fijnaut) 16
  23. 23 Opkomst publieke strafrechtsbedeling (1) 16
  24. 24 Opkomst publieke strafrechtsbedeling (2) 16
  25. 25 Van accusatoir naar inquisitoir strafproces 17
    1. Doorbraak inquisitoir stelsel in loop 16e E 17
  26. 26 Vroegmoderne misdaad: definities en strafbaar gedrag 18
  27. 27 Misdaad in de steden 18
  28. 28 Landlopers en bedelaars 19
  29. 29 Banditisme 19
  30. 30 Geweld 20
  31. 31 Het vroegmoderne arsenaal van straffen 20
    1. Vroegmoderne straf: pijn en publiek 20
  32. 32 Gebrekkige misdaadbestrijding 20
  33. 33 Nieuwe ideeën: Coornherts ‘Boeventucht’ 21
  34. 34 Voorloper gevangeniswezen 16-18e E 21
  35. 35 Vroeg politieapparaat 16-18e E 22
  36. 36 Koloniale verbanning 23
  37. 37 Besluit vroegmoderne origines moderne strafrecht 23
  38. 38 De Verlichting (eind 18e E): nieuwe visies over straffen misdaad & veranderende straffen 24
    1. Verlichtingsdenken: naar moderniteit 24
    2. Nieuw denken over misdadiger & aanpak 24
    3. Nieuwe gevoeligheden, andere straffen 25
    4. Kritiek op doodstraf en minder toepassing 25
    5. Vrijheidsstraf & gevangenis centraal eind 18e E 25
  39. 39 De Franse Revolutie (1789): een scharnier/-kantelmoment 26
    1. De Franse Revolutie en naslaap, 1789-1794 26
    2. Napoleon aan de macht (1799-1815) 26
    3. Impact Franse Tijd & Napoleon 27
    4. Franse politiemodel: verdere modernisering en veel invloed elders in Europa 27
  40. 40 Nieuw denken over misdaad en misdadiger 29
    1. Criminaliteit en de ‘sociale kwestie’ 29
    2. Van de ‘gevaarlijke klassen’… 29
    3. … naar de ‘criminele klasse’… 29
    4. … en de ‘zieke’ crimineel 30
    5. Uitzonderingen op dominante beeld (over criminaliteit) 30
  41. 41 Realiteiten van misdaad in de 19e eeuw 30
    1. Misdaad op het platteland 30
    2. Misdaad in de stad: angsten vs. realiteit 30
  42. 42 Uitbouw modern politie- en gevangeniswezen 31
    1. Uitbouw moderne politie: Europa 31
    2. Uitbouw moderne politie: NL / BE 31
    3. Betekenis doorbraak ‘new police’ 32
    4. Naar ‘moderne’ gevangenis: Panopticon als symbool 32
    5. In praktijk andere gevangenisarchitectuur en -regimes meer impact 32
    6. Scheiding soorten gedetineerden 32
    7. Internationaal netwerk straf- en gevangenishervormers 33
  43. 43 Criminaliteit & wetenschap 34
  44. 44 Ruimte voor nieuwe deskundigen 34
  45. 45 Criminologische politiewetenschap 35
  46. 46 Nieuwe technieken opsporing 35
  47. 47 Biologische benadering: frenologie 35
  48. 48 Psychiatrische benadering: manieënleer 36
  49. 49 Sociologische benadering: Quetelet 36
    1. Quetelet: factoren neiging tot misdaad 37
  50. 50 Evolutionair denken: Morel & Darwin 37
  51. 51 Revolutionair denken: Marx & Engels 37
  52. 52 Van de eeuwwisseling naar WOI 39
  53. 53 Context: pessimsime & ‘sociaal verweer’ 39
  54. 54 Nieuwe ‘progressieve’ strafhervormingen 40
  55. 55 Criminaliteit in WOI (1) 40
  56. 56 Criminaliteit in WOI (2) 40
  57. 57 Naoorlogse erfenis van oorlogsgeweld? 40
  58. 58 Vredestijd: terug naar het ‘oude’ 41
  59. 59 WOI breuk met verleden? 41
  60. 60 Tussen de wereldoorlogen (interbellum) 42
    1. Interbellum: democratische vs. autoritaire regimes & strafrechtsbedeling 42
    2. Politie in autoritaire regimes voor en tijdens WOII (1) 42
    3. Straf en opsluiting: Nazi-Duitsland 42
    4. Straf en opsluiting: democratische, ‘vrije’ regimes 43
  61. 61 Evoluties sinds 1945 43
    1. Context: “laat-moderne samenleving” 43
    2. De ontdekking van veiligheid (B. De Graaf) (1) 44
    3. Securitisering (M. Schuilenburg) 44
    4. Dodelijk geweld: van daling naar U-turn? (M. Eisner) (2) 45
    5. Veranderend beeld daders & slachtoffers (P. Spierenburg) 45
  62. 62 Krachtlijnen: ontwikkelingen Europa, 1750-1940 47
    1. Nationale trajecten & gedeelde patronen 47
    2. Denken over misdaad/iger: veranderingen 47
    3. Denken over misdaad/iger: continuïteit 47
    4. Strafdoelen & straffen: verandering 48
    5. Strafdoelen & straffen: continuïteit 48
    6. Uitbreiding controle & toezicht… 48
    7. … maar ook grenzen aan controle & toezicht 48
  63. 63 Slotbeschouwingen twee eeuwen criminologie & strafrechtsbedeling – conclusie Fijnaut 49
    1. Intrinsieke verbondenheid criminologie, SRB & misdaadbestrijding 49
    2. Beslissende factoren ontwikkeling criminologie 49
  64. 64 ‘De’ jeugd als probleem & dader 51
  65. 65 Cijfers jeugdcriminaliteit vandaag 51
  66. 66 Aanpak? Geen consensus 51
  67. 67 Historisch onderzoek jeugdcriminaliteit 52
  68. 68 Resultaat vergelijking 3 eeuwen en West-Europa met UK (1) 52
  69. 69 Resultaat vergelijking 3 eeuwen en West-Europa met uK (2) (invulling) 52
  70. 70 Criminele jongeren, een eeuwenoud zeer 53
  71. 71 De ‘ontdekking’ van jeugdcriminaliteit 53
  72. 72 Jeugdgeweld 53
  73. 73 Jeugdbenden 54
  74. 74 Jongeren en diefstal (1) 54
  75. 75 Jongeren en diefstal (2) 55

Document information

Study
Uploaded on
May 18, 2025
Number of pages
55
Written in
2024/2025
Type
Summary
$8.87

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
silkelievens2005
4.2
(11)
Sold
97
Followers
2
Items
20
Last sold
5 days ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions