SAMENVATTING DEEL BURGERLIJK
PROCESRECHT
DEEL I. INLEIDING
HOOFDSTUK 1: AARD EN FUNCTIE
A. SITUERING
Doel/opdracht/voorwerp van het burgerlijk procesrecht (niet: gerechtelijk privaatrecht)
Het gaat over het handhaven van recht. We hebben objectieve regelen, wetgeving die ons rechten
toekent en bij de miskenning ervan moet er de mogelijkheid zijn om die daadwerkelijk te handhaven
o Het is een ultimum remedium, een laatste remedie
Valt onder het formeel recht (<-> materieel recht dat subjectieve rechten toekent aan individuen en
ondernemingen):
De manier waarop we, wanneer het recht niet nageleefd wordt, de correcte naleving kunnen
afdwingen. Daarvoor moeten vooraf geldende regels kenbaar worden gemaakt
Die bepalen langs welke kanalen we de handhaving gaan kunnen afdwingen
Nut?
Afdwingbaarheid van rechten: als je die mogelijkheid niet zou hebben, zouden we leven in een
anarchie. We moeten het bestaan van de rechtsstaat garanderen => geen rechtsstaat zonder
procesrecht
Waarborg van naleving van de wet
Rechtsstaat en procesrecht staan onder druk: er zijn vb. duizenden veroordelingen van de Belgische
staat om de internationale verplichtingen na te komen
B. BEGRIPSOMSCHRIJVING
Rechtsprekende handeling
De manier waarop dit gebeurt is volgens het voeren van een proces – rechtsprekende handeling: rechter
(organiek) beslecht aan de hand van rechtsregelen (materieel), met respect voor een aantal essentiële
procedurele waarborgen (formeel), op een bindende wijze (gvg) een conflict – “rechter spreekt recht”
Geen rechten scheppen, maar bevestigen
1
, De rechtsprekende handeling vormt een formele waarheid en moet zoveel mogelijk dienen om de
materiële (de werkelijke) waarheid tot stand te doen komen (moet er zoveel mogelijk bij aansluiten).
Maar het bewijsrecht kan ervoor zorgen dat we niet altijd de materiële waarheid kunnen achterhalen
Organiek: de rechter beslecht en hij hoeft niet per se tot de rechterlijke macht te behoren, kan ook
een private rechter zijn (vb. arbiter)
Materieel rechtsregelen: je hoeft niet per se de regelen van het Gerechtelijk Wetboek te volgen. Je
kunt perfect afspreken welke regelen je de rechter gaat laten volgen. Dit is de achillespees van de
alternatieve vormen van geschillenbeslechting => partijen zijn niet direct bereid met elkaar overeen te
komen over de afwijkende procedure- en bewijsregelen.
o Er zijn beperkingen aan want je moet een aantal procedurele waarborgen naleven
Procedurele waarborgen (minimale kwaliteitsvereisten): vb. rechten van verdediging
o Als die er niet zijn, dan ga je niet op de overheid een beroep kunnen doen om de uitspraak
ten uitvoer te brengen.
o Degene die veroordeeld werd, zal zich kunnen beroep op de schending om te vermijden dat
die uitspraak het zegel gaat krijgen van de overheidsrechter waardoor het uitvoerbaar zal
worden
Op een bindende wijze <-> gezag van gewijsde : de doelstelling van het recht spreken is een bindende
uitspraak tot stand brengen, bindend tussen de partijen. Hun situatie gaat gewijzigd wordend door
wat de rechter in zijn uitspraak zegt => rechtsvorming door de rechter
o Het gezag van gewijsde is een procesrechtelijk instrument om te vermijden dat iemand die
een procedure gevoerd heeft, opnieuw een rechter zou lastigvallen met hetzelfde geschil. Het
is de techniek die bestaat dat, wanneer de wederpartij weer wordt aangevallen door de
opponent, de tegenpartij kan beletten dat het proces weeral wordt gevoerd.
o Kwalificatie als een vereiste vindt prof eenszinds onjuist, vandaar vervangen door ‘bindende
wijze’
Vereist (rechts)geschil (fundamenteel, anders kan je de rechter niet aanspreken) maar conflicthantering
(~beslechting, ~oplossing) is geen exclusiviteit van de rechterlijke macht
‘Talio’-principe: oog om oog, tand om tand. Het misdaadmilieu blijft steken op dit principe. Later is het
procesrecht gekomen:
Procesvoering als ‘geciviliseerd geweld’: we zijn nog steeds in een conflictmodel, maar we houden ons
wel nog altijd aan een aantal spelregels en het procesrecht vormt die spelregels
‘Appropriate Dispute Resolution’: meer en meer de heersende leer. We zitten in een procedure, maar
er zijn wel een aantal loyauteitsplichten ten opzichte van elkaar. Bovendien nemen we ook afstand
van het binair model maar we gaan kijken in welke gevallen de procesvoering en dan de
rechtsprekende handeling de beste oplossing is
Recht op toegang tot de rechter (o.m. art. 6 EVRM): verbod op eigenrichting (het is niet toegelaten jezelf recht
te verschaffen) art. 5 Ger. W.
Fundamenteel voor een rechtsstaat
2
, Keerzijde van het verbod op eigenrichting: de rechter moet recht spreken, zelfs al zijn er geen
duidelijke regels. De rechter zal altijd tot een oplossing, beslechting moeten komen.
C. RECHTERLIJKE MACHT
̶ organieke betekenis (derde staatsmacht)
̶ functionele betekenis – recht spreken - niet exclusief
Het is niet noodzakelijk zo dat meer rechtsbescherming ook leidt tot betere rechtsbescherming.
DISCREPANTIE (TEGENSTRIJDIGHEID) IN DE RECHTSPRAAK GWH – CASS.
Het uiteenlopen van hun mening draait rond het artikel omtrent de rechtsplegingsvergoeding (art. 1022
Ger.W.)
= een begrip dat duidt op de kosten die een partij, die beroep doet op de rechter, zal moeten betalen aan haar
advocaat
Lange tijd was de idee dat de kosten die eraan verbonden waren, ten laste van jou waren (want wat
als iemand een heel dure advocaat neemt om zijn kansen op slagen te doen vermeerderen? Men wou
dus liever niet dat ze dit dan gingen verhalen op de verliezende partij)
In 2008 wordt een nieuwe regel ingevoerd: de kosten van de advocaat van de winnende partij zullen
voor een deel (forfaitair bepaald in de wet) kunnen verhaald worden op partij die verliest
o Waarom forfaitair? Om te vermijden dat er onrechtmatigheden zouden gebeuren
Er bestaat ook een systeem van juridische tweedelijnsbijstand: mensen die geen advocaat kunnen
betalen, verzekeren dat ze zich ook tot de rechter kunnen wenden
o Advocaten worden aangewezen om armlastige burgers bij te staan in een bepaalde
procedure en de kosten van die advocaat worden betaald door de overheid (pro deo
advocaten)
o Probleem? Het is denkbaar dat iemand die vermogend is en een advocaat inhuurt een proces
heeft tegen een armlastige persoon. Stel dat de rijke partij wint. Wat dan met de kosten van
zijn advocaat? De overheid zal die kosten niet betalen, die komen ten laste van de
verliezende partij
3
, o Regel: wanneer de partij die de tweedelijnsbijstand geniet, en het proces verliest, dan gaat
men de rechtsplegingsvergoeding vastleggen op een veel lager bedrag dan normaal, omdat
die persoon nu eenmaal onvermogend is
Die armlastige persoon gaat dus hoe dan ook een deeltje van de kosten van de
winnende advocaat moeten betalen, maar dat zal heel weinig zijn, TENZIJ in geval
van een kennelijk onredelijke situatie (zie hieronder de oude versie)
Art. 1022, vierde lid Ger.W.: “Indien de in het ongelijk gestelde partij van de tweedelijns juridische bijstand
geniet, wordt de rechtsplegingsvergoeding vastgelegd op het door de Koning vastgestelde minimum, tenzij in
geval van een kennelijk onredelijke situatie. De rechter motiveert in het bijzonder zijn beslissing op dat punt”.
Het vierde lid van art. 1022 kan, gelet op de in art. 23 Gw vervatte standstill-bepaling, alleen in die zin worden
geïnterpreteerd dat zij het de rechter mogelijk maakt het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding verschuldigd
door de rechtzoekende die juridische tweedelijnsbijstand geniet, vast te stellen onder het door de Koning
bepaalde minimum, en het zelfs op een symbolisch bedrag vast te stellen wanneer hij, met een in het bijzonder
op dat punt gemotiveerde beslissing, oordeelt dat het kennelijk onredelijk zou zijn die vergoeding op het door
de Koning bepaalde minimum vast te stellen (Grondwettelijk Hof nr. 182/2008, 18 december 2008, ro. B.7. en
B.14.2).
= de essentie van wat het GwH heeft willen zeggen. De verenigbaarheid van art. 1022 Ger.W. met het
gelijkheidsbeginsel en verbod op discriminatie
Je moet het zo interpreteren dat de mogelijkheid bestaat dat zelfs het minimum vastgesteld door de
Koning kan worden verlaagd => de rechter kan er ook onder gaan
o Stel minimum is vastgesteld op 50 euro. De mogelijkheid bestaat, dat wanneer dit nog
onredelijk zou zijn, om dit te verlagen tot een symbolisch bedrag van vb. 1 euro of minder
Art. 1022, vierde lid Ger.W.: “Indien de in het ongelijk gestelde partij van de tweedelijns juridische bijstand
geniet, wordt de rechtsplegingsvergoeding vastgelegd op het door de Koning vastgestelde minimum, tenzij in
geval van een kennelijk onredelijke situatie. Wat dit punt betreft, omkleedt de rechter zijn beslissing tot
verlaging met bijzondere redenen” (sinds 10 april 2019).
= de gewijzigde versie, toevoeging in 2010 n.a.v. arrest GwH
Dit is hoe het Hof van Cassatie ernaar kijkt:
̶ Cass. AR C.22.0316.F, 9 maart 2023: “Cette disposition autorise le juge à fixer l’indemnité de procédure
à un montant plus ou moins élevé que le minimum établi par le Roi”.
o De bepaling laat de rechter toe de rechtspleging te bepalen op het bedrag dat hoger of lager
is dan het bedrag die de Koning heeft vastgesteld
̶ Cass. AR P.21.0771.F, 22 december 2021: “Il suit des articles 6.1 de la Convention de sauvegarde des
droits de l’homme et des libertés fondamentales et de l’article 1er, alinéa 1er, du Protocole numéro 1,
que le droit à un procès équitable et le droit au respect des biens s’opposent à ce que la partie qui
triomphe en justice subisse une réduction substantielle de sa créance en raison de l’obligation de
supporter la totalité ou l’essentiel de ses frais de défense, lorsque cette situation découle de la
nécessité de se défendre contre une action exercée dans des conditions manifestement
déraisonnables. Sous peine de méconnaître ces dispositions conventionnelles, le législateur n’a pu, en
4
PROCESRECHT
DEEL I. INLEIDING
HOOFDSTUK 1: AARD EN FUNCTIE
A. SITUERING
Doel/opdracht/voorwerp van het burgerlijk procesrecht (niet: gerechtelijk privaatrecht)
Het gaat over het handhaven van recht. We hebben objectieve regelen, wetgeving die ons rechten
toekent en bij de miskenning ervan moet er de mogelijkheid zijn om die daadwerkelijk te handhaven
o Het is een ultimum remedium, een laatste remedie
Valt onder het formeel recht (<-> materieel recht dat subjectieve rechten toekent aan individuen en
ondernemingen):
De manier waarop we, wanneer het recht niet nageleefd wordt, de correcte naleving kunnen
afdwingen. Daarvoor moeten vooraf geldende regels kenbaar worden gemaakt
Die bepalen langs welke kanalen we de handhaving gaan kunnen afdwingen
Nut?
Afdwingbaarheid van rechten: als je die mogelijkheid niet zou hebben, zouden we leven in een
anarchie. We moeten het bestaan van de rechtsstaat garanderen => geen rechtsstaat zonder
procesrecht
Waarborg van naleving van de wet
Rechtsstaat en procesrecht staan onder druk: er zijn vb. duizenden veroordelingen van de Belgische
staat om de internationale verplichtingen na te komen
B. BEGRIPSOMSCHRIJVING
Rechtsprekende handeling
De manier waarop dit gebeurt is volgens het voeren van een proces – rechtsprekende handeling: rechter
(organiek) beslecht aan de hand van rechtsregelen (materieel), met respect voor een aantal essentiële
procedurele waarborgen (formeel), op een bindende wijze (gvg) een conflict – “rechter spreekt recht”
Geen rechten scheppen, maar bevestigen
1
, De rechtsprekende handeling vormt een formele waarheid en moet zoveel mogelijk dienen om de
materiële (de werkelijke) waarheid tot stand te doen komen (moet er zoveel mogelijk bij aansluiten).
Maar het bewijsrecht kan ervoor zorgen dat we niet altijd de materiële waarheid kunnen achterhalen
Organiek: de rechter beslecht en hij hoeft niet per se tot de rechterlijke macht te behoren, kan ook
een private rechter zijn (vb. arbiter)
Materieel rechtsregelen: je hoeft niet per se de regelen van het Gerechtelijk Wetboek te volgen. Je
kunt perfect afspreken welke regelen je de rechter gaat laten volgen. Dit is de achillespees van de
alternatieve vormen van geschillenbeslechting => partijen zijn niet direct bereid met elkaar overeen te
komen over de afwijkende procedure- en bewijsregelen.
o Er zijn beperkingen aan want je moet een aantal procedurele waarborgen naleven
Procedurele waarborgen (minimale kwaliteitsvereisten): vb. rechten van verdediging
o Als die er niet zijn, dan ga je niet op de overheid een beroep kunnen doen om de uitspraak
ten uitvoer te brengen.
o Degene die veroordeeld werd, zal zich kunnen beroep op de schending om te vermijden dat
die uitspraak het zegel gaat krijgen van de overheidsrechter waardoor het uitvoerbaar zal
worden
Op een bindende wijze <-> gezag van gewijsde : de doelstelling van het recht spreken is een bindende
uitspraak tot stand brengen, bindend tussen de partijen. Hun situatie gaat gewijzigd wordend door
wat de rechter in zijn uitspraak zegt => rechtsvorming door de rechter
o Het gezag van gewijsde is een procesrechtelijk instrument om te vermijden dat iemand die
een procedure gevoerd heeft, opnieuw een rechter zou lastigvallen met hetzelfde geschil. Het
is de techniek die bestaat dat, wanneer de wederpartij weer wordt aangevallen door de
opponent, de tegenpartij kan beletten dat het proces weeral wordt gevoerd.
o Kwalificatie als een vereiste vindt prof eenszinds onjuist, vandaar vervangen door ‘bindende
wijze’
Vereist (rechts)geschil (fundamenteel, anders kan je de rechter niet aanspreken) maar conflicthantering
(~beslechting, ~oplossing) is geen exclusiviteit van de rechterlijke macht
‘Talio’-principe: oog om oog, tand om tand. Het misdaadmilieu blijft steken op dit principe. Later is het
procesrecht gekomen:
Procesvoering als ‘geciviliseerd geweld’: we zijn nog steeds in een conflictmodel, maar we houden ons
wel nog altijd aan een aantal spelregels en het procesrecht vormt die spelregels
‘Appropriate Dispute Resolution’: meer en meer de heersende leer. We zitten in een procedure, maar
er zijn wel een aantal loyauteitsplichten ten opzichte van elkaar. Bovendien nemen we ook afstand
van het binair model maar we gaan kijken in welke gevallen de procesvoering en dan de
rechtsprekende handeling de beste oplossing is
Recht op toegang tot de rechter (o.m. art. 6 EVRM): verbod op eigenrichting (het is niet toegelaten jezelf recht
te verschaffen) art. 5 Ger. W.
Fundamenteel voor een rechtsstaat
2
, Keerzijde van het verbod op eigenrichting: de rechter moet recht spreken, zelfs al zijn er geen
duidelijke regels. De rechter zal altijd tot een oplossing, beslechting moeten komen.
C. RECHTERLIJKE MACHT
̶ organieke betekenis (derde staatsmacht)
̶ functionele betekenis – recht spreken - niet exclusief
Het is niet noodzakelijk zo dat meer rechtsbescherming ook leidt tot betere rechtsbescherming.
DISCREPANTIE (TEGENSTRIJDIGHEID) IN DE RECHTSPRAAK GWH – CASS.
Het uiteenlopen van hun mening draait rond het artikel omtrent de rechtsplegingsvergoeding (art. 1022
Ger.W.)
= een begrip dat duidt op de kosten die een partij, die beroep doet op de rechter, zal moeten betalen aan haar
advocaat
Lange tijd was de idee dat de kosten die eraan verbonden waren, ten laste van jou waren (want wat
als iemand een heel dure advocaat neemt om zijn kansen op slagen te doen vermeerderen? Men wou
dus liever niet dat ze dit dan gingen verhalen op de verliezende partij)
In 2008 wordt een nieuwe regel ingevoerd: de kosten van de advocaat van de winnende partij zullen
voor een deel (forfaitair bepaald in de wet) kunnen verhaald worden op partij die verliest
o Waarom forfaitair? Om te vermijden dat er onrechtmatigheden zouden gebeuren
Er bestaat ook een systeem van juridische tweedelijnsbijstand: mensen die geen advocaat kunnen
betalen, verzekeren dat ze zich ook tot de rechter kunnen wenden
o Advocaten worden aangewezen om armlastige burgers bij te staan in een bepaalde
procedure en de kosten van die advocaat worden betaald door de overheid (pro deo
advocaten)
o Probleem? Het is denkbaar dat iemand die vermogend is en een advocaat inhuurt een proces
heeft tegen een armlastige persoon. Stel dat de rijke partij wint. Wat dan met de kosten van
zijn advocaat? De overheid zal die kosten niet betalen, die komen ten laste van de
verliezende partij
3
, o Regel: wanneer de partij die de tweedelijnsbijstand geniet, en het proces verliest, dan gaat
men de rechtsplegingsvergoeding vastleggen op een veel lager bedrag dan normaal, omdat
die persoon nu eenmaal onvermogend is
Die armlastige persoon gaat dus hoe dan ook een deeltje van de kosten van de
winnende advocaat moeten betalen, maar dat zal heel weinig zijn, TENZIJ in geval
van een kennelijk onredelijke situatie (zie hieronder de oude versie)
Art. 1022, vierde lid Ger.W.: “Indien de in het ongelijk gestelde partij van de tweedelijns juridische bijstand
geniet, wordt de rechtsplegingsvergoeding vastgelegd op het door de Koning vastgestelde minimum, tenzij in
geval van een kennelijk onredelijke situatie. De rechter motiveert in het bijzonder zijn beslissing op dat punt”.
Het vierde lid van art. 1022 kan, gelet op de in art. 23 Gw vervatte standstill-bepaling, alleen in die zin worden
geïnterpreteerd dat zij het de rechter mogelijk maakt het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding verschuldigd
door de rechtzoekende die juridische tweedelijnsbijstand geniet, vast te stellen onder het door de Koning
bepaalde minimum, en het zelfs op een symbolisch bedrag vast te stellen wanneer hij, met een in het bijzonder
op dat punt gemotiveerde beslissing, oordeelt dat het kennelijk onredelijk zou zijn die vergoeding op het door
de Koning bepaalde minimum vast te stellen (Grondwettelijk Hof nr. 182/2008, 18 december 2008, ro. B.7. en
B.14.2).
= de essentie van wat het GwH heeft willen zeggen. De verenigbaarheid van art. 1022 Ger.W. met het
gelijkheidsbeginsel en verbod op discriminatie
Je moet het zo interpreteren dat de mogelijkheid bestaat dat zelfs het minimum vastgesteld door de
Koning kan worden verlaagd => de rechter kan er ook onder gaan
o Stel minimum is vastgesteld op 50 euro. De mogelijkheid bestaat, dat wanneer dit nog
onredelijk zou zijn, om dit te verlagen tot een symbolisch bedrag van vb. 1 euro of minder
Art. 1022, vierde lid Ger.W.: “Indien de in het ongelijk gestelde partij van de tweedelijns juridische bijstand
geniet, wordt de rechtsplegingsvergoeding vastgelegd op het door de Koning vastgestelde minimum, tenzij in
geval van een kennelijk onredelijke situatie. Wat dit punt betreft, omkleedt de rechter zijn beslissing tot
verlaging met bijzondere redenen” (sinds 10 april 2019).
= de gewijzigde versie, toevoeging in 2010 n.a.v. arrest GwH
Dit is hoe het Hof van Cassatie ernaar kijkt:
̶ Cass. AR C.22.0316.F, 9 maart 2023: “Cette disposition autorise le juge à fixer l’indemnité de procédure
à un montant plus ou moins élevé que le minimum établi par le Roi”.
o De bepaling laat de rechter toe de rechtspleging te bepalen op het bedrag dat hoger of lager
is dan het bedrag die de Koning heeft vastgesteld
̶ Cass. AR P.21.0771.F, 22 december 2021: “Il suit des articles 6.1 de la Convention de sauvegarde des
droits de l’homme et des libertés fondamentales et de l’article 1er, alinéa 1er, du Protocole numéro 1,
que le droit à un procès équitable et le droit au respect des biens s’opposent à ce que la partie qui
triomphe en justice subisse une réduction substantielle de sa créance en raison de l’obligation de
supporter la totalité ou l’essentiel de ses frais de défense, lorsque cette situation découle de la
nécessité de se défendre contre une action exercée dans des conditions manifestement
déraisonnables. Sous peine de méconnaître ces dispositions conventionnelles, le législateur n’a pu, en
4