• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 5 out of 47 pages
Summary

Samenvatting Psychopathologie Kennistoets M6: 2.2.2. Diagnostiek In Perspectief (Cijfer 8.9!!!)

Document preview thumbnail
Preview 5 out of 47 pages

wat is het? De samenvatting van het vak psychopathologie . Dit vak wordt getoetst in toets 2.2.2. handelingsgerichte diagnostiek op Moodle ook wel 2.2.2. diagnostiek in perspectief genoemd. De samenvatting bestaat uit alle lessen van het vak psychopathologie: bijeenkomst 1: vervolg introductie psychopathologie en bespreking behandel- en beoordelingsmethoden bijeenkomst 2: angst- en obsessieve compulsieve stoornissen bijeenkomst 3: ontwikkelingsstoornissen ADHD en ODD bijeenkomst 4: autismespectrumstoornissen bijeenkomst 5: persoonlijkheidsstoornissen en impulsbeheersingsstoornissen bijeenkomst 6: schizfreniespectrumstoornissen bijeenkomst 7: eetstoornissen SAMENVATTING VAN HET BOEK PSYCHIATRIE EEN INLEIDING (9e editie), (auteurs: Nevid, Rathus, Greene) EN POWERPOINTS!! H1, H2, H3, H5, H13.6, H13.2, H12, H11, H9.1 TM H9.7 De kennistoets is een toets van Social Work, jaar 2, module 6. welk cijfer heb ik gekregen hiervoor? Eindcijfer: 8.9 (BELANGRIJK: voor mijn eerste jaar social work, heb ik mijn propedeuse gehaald met een cum laude predicaat. Dit houdt in dat ik gemiddeld het hele jaar boven een 8.0 heb gescoord, voor het tweede jaar heb ik ook opnieuw weer het hele jaar gemiddeld boven een 8.0 gescoord !!! )

Content preview

Bijeenkomst 1: vervolg introductie psychopathologie en bespreking behandel- en
beoordelingsmethoden

Leren: Psychiatrie een inleiding, H1, H2, H3. (Het accent ligt op H 2.6 t/m 2.9 en H 3.4)

De PowerPoint

Het boek wat gebruikt wordt is de 9de editie van psychiatrie, een inleiding. Het vak omvat
een uitgebreide bespreking van psychiatrische stoornissen o.a. op grond van dsm-5 met
daarin aandacht voor verklaringen en behandeling vanuit vier perspectieven:
- Biologisch
- Psychologisch
- Sociaal-cultureel
- Biopsychosociaal

Wat gaan we deze periode behandelen?

Algemeen

1. Inleiding

 Onderscheiden van ‘’normaal’’ en ‘’afwijkend’’ gedrag. (Visies op afwijkend gedrag en
behandelmethoden.

 Onderscheiden en toepassen biologisch, psychologisch, sociaal-cultureel en
biopsychosociaal perspectief.

 Kijken naar behandelmodellen.

Specifiek

Symptomen, oorzaken en behandelmethoden herkennen en benoemen bij:

2. Angst- en obsessief compulsieve stoornissen.
3. Ontwikkelingsstoornissen (ADHD en ASS)
4. Gedragsproblemen
5. Persoonlijkheids- en impulsbeheersingsstoornissen
6. Schizofreniespectrum stoornissen
7. Eetstoornissen

Visies op afwijkend gedrag en behandelmethoden
(Terugblik op M5, zie H 2 t/m 2.5)

Hoe wordt een stoornis verklaard: wat is de oorzaak? Welke factoren spelen een rol? VUB

,  Voorbeschikkende factoren: kwetsbaarheid van de cliënt om een stoornis te
ontwikkelen (erfelijkheid). Kan verder te maken hebben met lichamelijke aard,
psychische structuur, sociale context.
 Uitlokkende factoren: welke omstandigheden hebben de stoornis uitgelokt?
 Bestendigende factoren: wat houdt de stoornis in stand?

We gaan uit van vier centrale perspectieven om afwijkend gedrag te verklaren, en die dienen
als uitgangspunten voor behandeling…

 Het biologische perspectief
 Het psychologische perspectief
 Het sociaal-culturele perspectief
 Het biopsychosociale perspectief

Biologisch perspectief

Biologische verklaringen en voorbeelden van behandeling:

 Hersenen en gedrag, erfelijkheid, neurotransmitters.
 Voorbeelden behandeling: medicatie, EMDR, neurofeedback, elektroshock.

Psychologisch perspectief

Psychologische verklaring en voorbeelden van behandeling:

 Leertheorie/ behaviorisme: aangeleerd gedrag -> gedragstherapie
 Cognitieve theorie (irrationeel denken) -> cognitieve therapie
 Psychodynamica -> psychotherapie
 Humanisme (blokkades bij zelfontplooiing) -> cliëntgerichte therapie

Sociaal-cultureel perspectief

Rekening houden met de rol die maatschappelijke ‘’ziektes’’ als armoede, racisme en gebrek
aan kansen een rol spelen bij het ontstaan van afwijkende gedragspatronen.

Biopsychosociaal perspectief

Uitgangspunt is het samenspel van biologische, psychologische en sociaal culturele aspecten
bij het ontstaan van een stoornis.

 Diathese stressmodel: iemand heeft een aanleg (diathese) voor een bepaalde stoornis
(=biologisch). Ontwikkelen van die aanleg tot een stoornis hangt af van de interactie
(psychologie) tussen aanleg en stressvolle ervaringen in relatie tot de omgeving (cultuur).
Hoe sterker de diathese (aanleg), hoe minder stress er nodig is om de stoornis te
ontketenen.

Voorbeelden van behandeling:

, Aanleg in relatie tot de directe (gezins)omgeving  systeemtherapie, groepstherapie
 Milieutheorie  maatschappelijke posities versus psychische stoornis. Onderzoek: komt
elke stoornis in iedere cultuur voor? En hebben ze dezelfde symptomen?

‘’Behandelaars’’

Niet per se therapeuten. Deze beroepsgroepen hebben te maken- en werken, vaak in
multidisciplinair verband, met mensen met psychische problematiek/ stoornissen:

Psychologen, orthopedagogen, psychiaters, gedragstherapeuten, psychotherapeuten,
maatschappelijk werkers, creatief therapeuten, sociaalpsychiatrisch verpleegkundigen,
toegepast psychologen.

Behandelmethoden

Psychotherapie = gestructureerde vorm van psychologische behandeling op basis van een
psychologisch denkmodel (bijv. psychodynamische of gedragstherapie). De behandeling
bestaat uit een of meer gesprekken of behandelsessies tussen de patiënt en de therapeut.
Psychotherapie heeft de volgende kenmerken:

1. Systematische interactie: systematisch betekent dat de therapeut zijn interacties met
de patiënt vormgeeft op een manier die overeenstemt met zijn theoretische visie.
2. Psychologische principes: de behandeling is gebaseerd op psychologische principes,
onderzoeksresultaten en theorieën.
3. Gedrag, gedachten en gevoelens: psychotherapie kan gericht zijn op het
gedragsmatige, het cognitieve of het emotionele niveau.
4. Afwijkend gedrag, problemen oplossen en persoonlijke groei: drie groepen die baat
hebben bij psychotherapie.

Niet-specifieke behandelfactoren= factoren die niet specifiek zijn voor een bepaalde vorm
van psychotherapie, zoals de aandacht, empathie en de steun van de therapeut, maar die
wel positieve verwachtingen oproepen over mogelijke veranderingen.

Psychoanalyse en psychodynamische therapie

Psychodynamische methode. Grondlegger Freud. Intensieve, meestal langdurige
behandeling. Centraal staan:

- Inzicht krijgen in en oplossingen vinden voor onverwerkte, onbewuste, verdrongen
conflicten uit de jeugd.
- Psychoanalyse wil ons bewust maken van de vraag waarom we de dingen doen die
we doen.

,De belangrijkste methoden en technieken die worden gebruikt om deze doelen te bereiken
zijn:

1. Vrije associatie: (methode waarbij gedachten onder woorden worden gebracht zodra
ze in de patiënt opkomen, zonder bewuste pogingen om ze te bewerken en
censureren.)
2. Droomanalyse: (volgens Freud zijn dromen de weg naar het onbewuste.
Droominterpretatie was een van zijn belangrijkste technieken om onbewust
materiaal aan de oppervlakte te brengen.)
3. Analyse van de overdrachtsrelatie (cliënt projecteert gevoelens t.o.v. voor hem
belangrijke mensen op de therapeut)

Tegenoverdracht = (therapeut is zich bewust dat zij eigen gevoelens over de cliënt mede
gevormd zijn door de eigen opvoeding en cultuur waarin de therapeut is gevormd)

Humanistische therapie

De belangrijkste vorm van humanistische is de persoonsgerichte therapie (ookwel
cliëntgerichte therapie van Carl Rogers) genoemd. Persoonsgerichte therapie= het
opbouwen van een warme, accepterende therapeutische relatie die de cliënt de ruimte
geeft om zichzelf te exploreren en te accepteren. Persoonsgerichte therapie is non-directief.
Non-directief= de cliënt, en niet de therapeut, heeft de leiding. De techniek die gebruikt
wordt is reflectie.

Sleutelbegrippen in de therapie en relatie met de patiënt zijn: onvoorwaardelijke positieve
waardering, empathie, oprechtheid, congruentie.

- Ieder mens wil zich ontwikkelen = groeigerichtheid van de mens
- Ieder mens wil al zijn talenten benutten= zelfactualisatie
- Belemmering in deze behoefte leidt tot verlies van zichzelf
- Zij volgen de mening van anderen en komen in moeilijkheden
- De cliënt weet uiteindelijk wat goed voor hem is, als je maar open luistert.

De therapeut is Counselend: actief luisteren verbaal en non-verbaal en accepteert de cliënt
als ervaringsdeskundige.

Gedragstherapie

Gedragstherapie= therapeutische toepassing van op leren gebaseerde technieken.

Je hebt bijv. de volgende technieken:

- Systematische desensitisatie: programma om fobieën mee te behandelen. De patiënt
wordt blootgesteld aan steeds angstwekkendere stimuli terwijl hij ervoor zorgt dat hij
ontspannen blijft.
- Geleidelijke blootstelling
- Modeling: nieuw gewenst gedrag aanleren

, - Token economy: bekrachtiging programma

Klassieke conditionering (S-O-R, Pavlov) & operante conditionering (straffen/belonen, token-
economy, Skinner)

Cognitieve (gedrags) therapie

Cognitieve therapie = een therapievorm waarbij de therapeut, de patiënt helpt bij het
identificeren en corrigeren van inefficiënte cognities (gedachten, opvattingen, attitudes).

 RET (rationeel emotieve therapie): omzetten irreële gedachten en opvattingen in
reële gedachten en opvattingen
 5 G-model (situatie, gedachten, gevoel, gedrag, gevolg)
 Rationele therapie
 EMDR

Eclectische therapie= psychotherapeutische benadering die gebruik maakt van principes of
technieken van verschillende systemen of theorieën.

Groepstherapie, relatietherapie, gezins(systeem)therapie

- Relatietherapie
- Strategische stroming (Watzlawick)
- Structurele gezinstherapie
- Intergenerationele therapie

Biologisch georiënteerde therapieën

Medicatie (psychofarmaca):

Belangrijkste psychotrope medicijnen:

 Antidepressiva
 Antipsychotica
 Angstremmers
 Antimanische medicijnen
 Stimulerende medicijnen

Andere biologische interventies:

 Lichttherapie
 Elektroshock
 ECT = electroconvulsietherapie
 DBS (deep brain stimulation)

Connected book
 image
Jeffrey S. Nevid, Spencer A. Rathus Psychiatrie, een inleiding
Publisher: juli 2017 ISBN: 9789043033541 Edition: 9

Document information

Study
Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
H1, h2, h3, h5, h13.6, h13.2, h12, h11, h9.1 tm h9.7
Uploaded on
August 24, 2020
File latest updated on
August 24, 2020
Number of pages
47
Written in
2019/2020
Type
Summary
$15.57
Purchased by 20 students

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Ninanve
4.0
(205)
Sold
1254
Followers
511
Items
64
Last sold
1 month ago

Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions