waarneming
Les 4
*Waarneming heeft een moeilijke wetenschappelijke verklaring
- Goede start voor onderzoeken van gedrag
- Alles dat we doen is gebaseerd op waarnemingen
o Stoppen voor rood licht
- Waarneming is het begin van het stimuli respons model (eerste stimuli via
waarneming)
- Je gedrag wordt afgesteld op je omgeving om een doel te bereiken
- Kennis van waarneming komt voort uit sensoriële psychofysica + veel
interdisciplinair onderzoek
- Waarneming is prototypisch onderwerp -> alle aspecten en theorieën
komen erin voor
Waarneming is ons venster op de wereld
- Infovoren = wij zijn visuele dieren -> 1/3 van onze hersenen verwerkt
visuele prikkels
o Dus erg belangrijk
o Als er iets misgaat in onze hersenen merk je dat vaak het eerste aan
je visuele waarneming
- Nodig om een zicht te krijgen op de werkelijkheid
- Om ons aan te passen aan omstandigheden
Venster op de geest (filosofisch)
- Een manier om zicht te krijgen op de werking van de menselijke geest
o Het geest lichaam probleem
o Je ziet iets en dat zijn bewuste ervaringen (subjectief)
o Het bewustzijn is een van de enige mysteries voor de wetenschap
o De stap van fysische prikkels naar chemische reacties naar
elektrische signalen naar onze persoonlijke beleving
Centrale vraag
Waarom zien dingen eruit zoals ze eruitzien?
- Vraag die Kofka stelde in zijn boek principals of getalts psychology
, - Omdat dingen zijn wat ze zijn -> je zoekt de verklaring in de fysische
buitenwereld
- Wij zijn wie we zijn -> het subjectieve verhaal
- Verschillende stromingen vormen discussie om deze 2 opties
- Wetenschapper willen beide antwoorden combineren
Enkele noties van oog en visueel brein
Oog is geen perfect instrument -> als je er een zou bouwen zou je het niet doen zoals
ons oog is
Het is dus geen intelligent design
- Evolutie
o Niet best mogelijke door evolutie (biologisch) verder ontwikkeld
- Waarneming is een subjectieve constructie
o We maken zelf een voorstellig van de wereld -> komt niet overeen
met de werkelijkheid (illusies)
Oog is geen camera
- De lichtgevoelige cellen liggen achteraan in het netvlies
o Veel info wordt onderweg verloren of vervormd
o We hebben maar een heel klein deel dat details kan registreren ->
de rest is wazig -> scherpte neemt af in periferie
o Fovea is de plek waar veel kegeltjes zitten -> goed scherp beeld
Moeilijker aan te maken, daarom gecentreerd
o De staafjes zijn minder goed voor details
Blijven beter werken bij minder licht
Geschikt om snel veranderende prikkels waar te nemen
o Blinde vlek = plaats waar de optische zenuw naar de hersenen
vertrekt -> geen receptoren
Onze hersenen vullen de lege plek automatisch in met wat
het denkt dat er moet zijn
o Beelden komen ondersteboven binnen
o We moeten voortdurend oogsprongen maken -> anders enkel 1
scherp punt, rest wazig (netvliesbeeld) en blinde vlek
Saccades 2 tot 4 per seconden
Wat we “zien” is een reconstructie van de werkelijkheid
Oogbewegingen
- Om blinde vlek te vermijden en input zo duidelijk mogelijk te kunnen
verwerken
- Saccades
o Tijdens de oogsprong treedt er smearing op = uitgeveegd beeld bij
draaien van oogbol
Om geen last te hebben negeren wij wat er binnenkomt =
saccadische suppressie
, oWe zijn “blind” tijdens de oogsprong doordat we telkens bij een
oogsprong de info onderbreken
We zien dus telkens korte fixaties
Wij vullen de onderbrekingen in = filling in
Grote kloof tussen de enorm slechte input die binnen komt en het scherpe
beeld met veel details dat wij waarnemen (output)
Bouwstenen
P S Y CH O F Y S I CA
Psychofysisch
Psychofysica houdt zich bezig met de meting van elementaire gewaarwordingen
Er is een groot onderscheid tussen elementaire gewaarwording -> hoe ze
geregistreerd worden door het zintuig (sensaties) en de uiteindelijke waarneming ->
onze interpretatie (perceptie)
- Geld voor alle zintuigen
Meting van elementaire gewaarwording
Belangrijk boek: elemente der psychophysik !! geschreven door Fechner 1860
- R = stimulus
- S = gewaarwording
Outer psychophysics = de relatie tussen de intensiteit van een fysische
prikkel en de sensatie die wij ervaren
Inner psychophisics = de relatie tussen de intensiteit op de neuronen
(=neurale excitatie) en onze sensatie
Drempels en drempelmetingen (moeilijk stuk en goed kennen voor
examen)
Algemeen is een drempel een grenswaarde tussen stimuli die een soort respons
uitlokken en stimuli die een ander soort respons uitlokken
Absolute drempel (RL): Grenswaarden die de overgang markeert tussen
aanwezigheid en afwezigheid van een respons
Differentiële drempel (DL): kleinste toegevoegde stimulusintensiteit die toelaat
om een verschil waar te nemen
Onderdrempel: de minimale signaalsterkte die nodig is om een waarneming te
hebben
Bovendempel: de stimulus is zo groot dat je de prikkel niet meer kan waarnemen
, Om deze drempels te meten gebruikt men meestal een detectietaak (ja of nee
antwoorden)
- Drempel -> overgang tussen verschillende stimuli
- Absolute drempel -> prikkels die onder de drempel vallen en drempels die
niet iets intensiever zijn -> wel waarneming
o Markeert overgang
- Differentiële drempel
o Klein verschil in intensiteit en kijken of die tot dezelfde of
verschillende waarneming leidt
- Onderdrempel = minimale intensiteit die er moet zijn om waargenomen te
worden
- Bovendrempel= zo hoog -> verschillen niet meer waargenomen, je voelt
enkel nog pijn
o Hand verbranden
- Juist merkbare verschil (JDN)
Meet manieren
- Prikkel toedienen en kijken of die waarneembaar is =detectietaak
- Is eer een verschil ja of nee = discriminatietaak
- Stap functie -> plotse overgang (in theorie)
o Van het moment dat de drempel wordt overschreden zie je het
sowieso
- In praktijk -> geleidelijke overgang
o Drempel voor iedereen licht verschillend
ABSOLUTE DREMPEL
- Waarneembare bereik juist -> merkbare verschil
o Verschil intensiteit om prikkel vast te stellen
o Discriminatietaak is zeggen welke de grootste en de kleinste is
- Als prikkelwaarde veel kleiner is dan standaard -> 0 kans om vergelijking
groter te vinden
o Veel groter -> 100 kans om groter te vinden
o Tussenin -> 50 kans = interval van onzekerheid (UI)
DIFFERENTIELE DREMPEL
Wet van weber
- Je kan dl of JDN meten op verschillende plaatsen van de fysische schaal =
het continuüm van prikkelintensiteiten
- Dl heeft geen vaste waarde maar is in verhouding van de intensiteit van de
standaardprikkel
o Als je 10 gram hebt + 1 gram -> je voelt het
o Als je 1kg hebt + 1 gram -> je merkt het niet