OBSERVATIEMETHODEN
1. Observeren
1.1. Inleiding en definitie
Observeren:
= bewust en doelgericht waarnemen
- Bewust:
o bewust gebruik maken v. zintuigen
o bewust v. beperkingen zintuigen
o bewust v.d. invloed v. je eigen persoon
- doelgericht:
o observatie dient voor duidelijk omschreven doel
waarbij is afgesproken hoe dat doel te bereiken
observatiesystemen zijn hiervoor hulpmiddel
1.2. Terminologie rond observaties
Om spraakverwarring te vermijden, geef je best aan over welke observatie je praat
Verschillende termen te maken met observatie:
1.2.1. Gedragsobservatie
In boek beperken ze zich tot observatie v. gedrag v. mensen
nt het observeren v. planten, paargedrag, …
Menselijk gedrag is complex
veel gedragingen tegelijk moet observeren
1.2.2. Observator en observant
Observator: iemand die observeert (vb. leerkracht, hulpverlener)
Observant: diegene die geobserveerd wordt (vb. leerling, cliënt)
1.2.3. Niet-systematische observatie
Dagelijkse observaties: (in boek)
- Alle gedragingen en gebeurtenissen die we tijdens werk zien
- Zijn niet-systematisch
- Wordt nt afgesproken waarop letten, gn observatieformulieren gemaakt/gebruikt
- Gn observatiedoelen of – vragen geformuleerd
- Vb. opmerking v. woonbegeleider in behandeltehuis voor kinderen dat er steeds vaker
kinderen van tafel weglopen bij h. avondeten
- Beleving observator staat centraal
, o observatie is redelijk subjectief
of waarneming waar is, weet je nt
- je bespreekt observaties met collega’s
o na overleg kan besloten worden om systematische observatie te doen
1.2.4. Systematische observatie
bewust en doelgericht waarnemen
- waarbij duidelijk gemaakt wie geobserveerd gaat worden
waarom, wanneer en hoe, hoe lang, op welke gedragingen gelet moet worden
- er is observatiedoel, observatievragen geformuleerd
- is bepaald welke manier geobserveerd wordt
- is bepaald welke observatieformulieren gebruikt worden (bestaand/zelf gemaakt)
deze gegevens worden in bepaald systeem gezet
- waarbij geturfd en gemeten wordt
vb. turven v. aantal keren jongen met ADHD problematiek v. tafel loopt bij avondeten
1.2.5. Participerende observatie
meeste observaties zijn participerend
- observator neemt deel aan situatie dij hij observeert
deelnemen kan in verschillende vormen
- observeert persoon terwijl nt zelfde activiteit doet, bevindt zich wel in zelfde situatie
vb. leerkracht in klas observeert kind maar doet nt zelfde activiteit als kind, zit wel in een
klaslokaal (situatie)
- observeert persoon en doet mee aan activiteit
o observator kan invloed uitoefenen op gedragingen v. persoon die hij observeert
vb. pedagogisch medewerker observeert spelgedrag v. kinderen terwijl hij zelf meespeelt
met spel
observatorrol/onderzoeksrol kan verhuld en nt-verhuld zijn
- verhulde onderzoeksrol: cliënt weet nt dat de observator gericht a.h. observeren is
vb. hulpverlener die gezin begeleidt en ’s avonds mee komt eten
heeft gemeld dat hij komt kijken hoe h. er aan toe gaat tijdens eten
- nt-verhulde onderzoeksrol: cliënt weet dat observator gericht a.h. observeren is
1.2.6. Niet-participerende observatie
observator neemt zelf nt deel aan situatie die hij observeert
vb. als observator observeert via filmopname, v. afstand situatie observeert waarbij observanten
nt weten dat hij observeert
observatorrol is meestal verhuld
, 1.2.7. Zelfobservatie
persoon v. observator en observant vallen samen
moet in staat zijn om jezelf van bepaalde afstand te bekijken
= helikopterview
als observator eigen handelen en eigen gedrag vaak onder loep nemen
gebruikt om leerling/cliënt te vragen naar bepaalde gedragingen, gedachten, gevoelens v.
zichzelf
beperking:
- moet afgaan op oordeel v. leerling/cliënt zelf en op het vermogen v. zelfreflectie
is minder betrouwbaar
- hoe iemand zichzelf/zijn handelingen ziet, komt nt altijd overeen met hoe anderen hem en
zijn handelingen zien
- zelfobservaties v.e. hulpverlener zullen ook nt overeen komen met de observaties die zijn
collega’s hebben
1.3. Doelstelling v.d. observatie
observatie zonder concrete doelstelling
- iedereen let op iets anders
doelgerichte moet dus omschreven worden
daarbij stel je je verschillende vragen:
1.3.1. Wat is het doel v.d. observatie
doel moet op voorhand voor iedere observator duidelijk zijn
- duidelijk = eenduidig, voor 1 uitleg vatbaar
- hiervoor verschil in doelstelling v.d. observatie en doelstelling in de observatie
uiteindelijke doel VAN de observatie:
- wat wil ik te weten komen en wat wil ik dan met die gegevens
vb. nagaan of dosering v.d.. medicatie v. Raya bijgesteld moet worden
vb. nagaan of er sprake is v. sociale uitsluiting i.h. 6 e leerjaar
doel IN de observatie:
- vaak omschreven als observatievraag/ onderzoeksvraag
- waar wil ik specifiek door te observeren zicht op krijgen
doelstelling VAN observatie is nog gn vraag
vragen pas geformuleerd bij doel IN observatie
1. Observeren
1.1. Inleiding en definitie
Observeren:
= bewust en doelgericht waarnemen
- Bewust:
o bewust gebruik maken v. zintuigen
o bewust v. beperkingen zintuigen
o bewust v.d. invloed v. je eigen persoon
- doelgericht:
o observatie dient voor duidelijk omschreven doel
waarbij is afgesproken hoe dat doel te bereiken
observatiesystemen zijn hiervoor hulpmiddel
1.2. Terminologie rond observaties
Om spraakverwarring te vermijden, geef je best aan over welke observatie je praat
Verschillende termen te maken met observatie:
1.2.1. Gedragsobservatie
In boek beperken ze zich tot observatie v. gedrag v. mensen
nt het observeren v. planten, paargedrag, …
Menselijk gedrag is complex
veel gedragingen tegelijk moet observeren
1.2.2. Observator en observant
Observator: iemand die observeert (vb. leerkracht, hulpverlener)
Observant: diegene die geobserveerd wordt (vb. leerling, cliënt)
1.2.3. Niet-systematische observatie
Dagelijkse observaties: (in boek)
- Alle gedragingen en gebeurtenissen die we tijdens werk zien
- Zijn niet-systematisch
- Wordt nt afgesproken waarop letten, gn observatieformulieren gemaakt/gebruikt
- Gn observatiedoelen of – vragen geformuleerd
- Vb. opmerking v. woonbegeleider in behandeltehuis voor kinderen dat er steeds vaker
kinderen van tafel weglopen bij h. avondeten
- Beleving observator staat centraal
, o observatie is redelijk subjectief
of waarneming waar is, weet je nt
- je bespreekt observaties met collega’s
o na overleg kan besloten worden om systematische observatie te doen
1.2.4. Systematische observatie
bewust en doelgericht waarnemen
- waarbij duidelijk gemaakt wie geobserveerd gaat worden
waarom, wanneer en hoe, hoe lang, op welke gedragingen gelet moet worden
- er is observatiedoel, observatievragen geformuleerd
- is bepaald welke manier geobserveerd wordt
- is bepaald welke observatieformulieren gebruikt worden (bestaand/zelf gemaakt)
deze gegevens worden in bepaald systeem gezet
- waarbij geturfd en gemeten wordt
vb. turven v. aantal keren jongen met ADHD problematiek v. tafel loopt bij avondeten
1.2.5. Participerende observatie
meeste observaties zijn participerend
- observator neemt deel aan situatie dij hij observeert
deelnemen kan in verschillende vormen
- observeert persoon terwijl nt zelfde activiteit doet, bevindt zich wel in zelfde situatie
vb. leerkracht in klas observeert kind maar doet nt zelfde activiteit als kind, zit wel in een
klaslokaal (situatie)
- observeert persoon en doet mee aan activiteit
o observator kan invloed uitoefenen op gedragingen v. persoon die hij observeert
vb. pedagogisch medewerker observeert spelgedrag v. kinderen terwijl hij zelf meespeelt
met spel
observatorrol/onderzoeksrol kan verhuld en nt-verhuld zijn
- verhulde onderzoeksrol: cliënt weet nt dat de observator gericht a.h. observeren is
vb. hulpverlener die gezin begeleidt en ’s avonds mee komt eten
heeft gemeld dat hij komt kijken hoe h. er aan toe gaat tijdens eten
- nt-verhulde onderzoeksrol: cliënt weet dat observator gericht a.h. observeren is
1.2.6. Niet-participerende observatie
observator neemt zelf nt deel aan situatie die hij observeert
vb. als observator observeert via filmopname, v. afstand situatie observeert waarbij observanten
nt weten dat hij observeert
observatorrol is meestal verhuld
, 1.2.7. Zelfobservatie
persoon v. observator en observant vallen samen
moet in staat zijn om jezelf van bepaalde afstand te bekijken
= helikopterview
als observator eigen handelen en eigen gedrag vaak onder loep nemen
gebruikt om leerling/cliënt te vragen naar bepaalde gedragingen, gedachten, gevoelens v.
zichzelf
beperking:
- moet afgaan op oordeel v. leerling/cliënt zelf en op het vermogen v. zelfreflectie
is minder betrouwbaar
- hoe iemand zichzelf/zijn handelingen ziet, komt nt altijd overeen met hoe anderen hem en
zijn handelingen zien
- zelfobservaties v.e. hulpverlener zullen ook nt overeen komen met de observaties die zijn
collega’s hebben
1.3. Doelstelling v.d. observatie
observatie zonder concrete doelstelling
- iedereen let op iets anders
doelgerichte moet dus omschreven worden
daarbij stel je je verschillende vragen:
1.3.1. Wat is het doel v.d. observatie
doel moet op voorhand voor iedere observator duidelijk zijn
- duidelijk = eenduidig, voor 1 uitleg vatbaar
- hiervoor verschil in doelstelling v.d. observatie en doelstelling in de observatie
uiteindelijke doel VAN de observatie:
- wat wil ik te weten komen en wat wil ik dan met die gegevens
vb. nagaan of dosering v.d.. medicatie v. Raya bijgesteld moet worden
vb. nagaan of er sprake is v. sociale uitsluiting i.h. 6 e leerjaar
doel IN de observatie:
- vaak omschreven als observatievraag/ onderzoeksvraag
- waar wil ik specifiek door te observeren zicht op krijgen
doelstelling VAN observatie is nog gn vraag
vragen pas geformuleerd bij doel IN observatie