RECHT
FLEUR FIERENS
1
,PWP1-HET BESTUUR: BASISBEGRIPPEN EN CENTRALE THEMA’S
BEGRIP EN EVOLUTIE VAN HET BESTUUR
“C’est une expérience éternelle que tout homme qui a du pouvoir est porté à en abuser
(…). Pour qu’on ne puisse pas abuser du pouvoir, if faut que, par la disposition des choses,
le pouvoir arrête le pouvoir.”
Montesquieu, De L’esprit des Lois (1748)
Trias politica en het principe van de machtenscheiding
Bestuur= organen en instellingen van de uitvoerende macht (vooral een taak van
tenuitvoerlegging)
MAAR:
- Ook lokale besturen vallen onder bestuursbegrip
Hoewel ze niet ressorteren onder de uitvoerende macht
- Bepaalde bestuurlijke handelingen hebben een materieel wetgevende inhoud
- Bestuurlijke rechtscolleges (gerekend tot de uitvoerende macht) oefenen een
rechtsprekende functie uit en zijn geen besturen
Bureaucratiemodel van Max Weber (1864-1920)
o Primaatschap van de politiek
En principe dat niet de ambtenaar maar wel de minister zich in het parlement
moet verantwoorden
politiek en ambtenarij hebben strikt onderscheiden takenpakketpolitiek politiek en ambtenarij hebben strikt onderscheiden takenpakketen politiek en ambtenarij hebben strikt onderscheiden takenpakketambtenarij politiek en ambtenarij hebben strikt onderscheiden takenpakkethebben politiek en ambtenarij hebben strikt onderscheiden takenpakketstrikt politiek en ambtenarij hebben strikt onderscheiden takenpakketonderscheiden politiek en ambtenarij hebben strikt onderscheiden takenpakkettakenpakket
o Administratie voert instructies uit als willoze machine
o Onderworpen aan formele regels en procedures
o Gekenmerkt door een depersonalisering van onderlinge verhoudingen
o En een strikte hiërarchie
Gewijzigde perceptie van bureaucratie: log, duur, niet flexibel, gebruiksonvriendelijk,…
die weinig ruimte laat voor individuele vrijheid!!!
“Government is not the solution of the problem; government is the problem”
Ronald Reagan, 20 januari 1981
Overheidsapparaat is steeds verder uitgebouwd, in meest uiteenlopende
aangelegenheden.
2
, Opkomst van nieuwe organisatievormen en werkmethodes:
o Modernisering naar het beeld van het private ondernemerschap:
met een rationelere besteding van middelen, een resultaatgerichte en meer
klantvriendelijkere aanpak.
o Beroep op gespecialiseerde diensten en instellingen die beschikken over een
zekere autonomie ten aanzien van centrale gezag: verzelfstandiging
(= verscheidene verschijningsvormen van deconcentratie en decentralisatie)
o Kerntakendebat en privatisering van overheidstaken
BESTUREN IN DE GELAAGDE RECHTSORDE: DECENTRALISATIE EN FEDERALISME
Recht kan niet tot 1 bestuurslaag worden herleid:
o Burger maakt deel uit van verschillende overheidsverbanden, van lokale tot
internationale niveau
o Verhoudingen tussen de verschillende bestuursniveaus met eigen
bevoegdheden en administratie
Technieken van verticale machtenscheiding
o Decentralisatie= centrale overheid kent bepaalde taken toe aan
ondergeschikte (lokale) besturen
o Federalisme= spreiding van bevoegdheden tussen verschillende autonome
rechtsordes
Gecentraliseerde eenheidsstaat
o Soevereiniteit onverdeeld bij centrale overheid
o Interne en externe deconcentratie: geen rechtspersoonlijkheid en
hiërarchisch toezicht
Meeste staten kennen ondergeschikte besturen die geen onderdeel vormen
van centrale overheid: decentralisatie
- Eigen rechtspersoonlijkheid
- Minder verregaande vorm van toezicht: bestuurlijk (i.p.v. hiërarchisch)
toezicht
- Niet volledig autonoom bij uitoefening van bevoegdheden!
Territoriale decentralisatie
o Algemeen omschreven bevoegdheden
o Publiekrechterlijke lichamen, gesteund op politieke vertegenwoordiging
3
, Functionele decentralisatie
o Specifiek omschreven bevoegdheden
o Organieke autonomie, niet gesteund op politieke vertegenwoordiging
Decentralisatie en federalisme zijn complementaire staatsvormen.
Dubbele betekenis van het begrip ‘centralisatie’ en ‘centrale overheid’
o Gezagsstructuur binnen een staat, met concentratie van de bevoegdheden bij
één of meer centrale organen
o Organisatiebeginsel binnen één bestuurslaag van de gedecentraliseerde staat
Evolutie naar meer verzelfstandiging op alle bestuursniveaus
VERHOUDING TUSSEN REGERING EN ADMINISTRATIE
In politieke wetenschap veelbeschreven spanningsveld:
1. Politisering van de ambtenarij: grote gespecialiseerde equipes drukken stempel
op het beleid
2. Politieke verantwoordelijkheid rust bij minister/regering
Motie van wantrouwen
Door middel waarvan bij gebrek aan politieke steun de ministers tot
ontslag gedwongen kunnen worden
Bv. Minister van justitie (De Clerck) en minister binnenlandse zaken
(Vande Lanotte) ontslagen
na ontsnapping Dutroux in 1998.
Ontslag van de minister
Bv. Minister landbouw en volksgezondheid (Pinxten & Colla)
Namen ontslag na dioxinecrisis in 1999
Technieken om controle op administratie te behouden:
1. Negentiende eeuwse ‘spoils system’ in de VS
Nieuwe verkozen president kan de top van de administratie en soms zelfs de
volledige administratie vervangen door personen op wie hij kan vertrouwen dat
ze zijn beleid getrouw en snel uitvoeren.
verwijst naar uitspraak: “to the victor belongs the spoils of the enemy”
2. Praktijk van partijpolitisering van de administratie
Om greep te krijgen op de ambtenarij.
o Vroeger:
functies van topambtenaren voorwerp van afspraken tussen politieke partijen
4