I. Internationaal Recht
II. Inleiding tot het Internationaal Recht
III. Definitie
- Internationaal privaatrecht: intrastatelijk recht/regels binnen staten, toepasbaar op nationaal niveau
o Intrastatelijk recht: recht dat de betrekkingen binnen staten regelt (nationaal recht)
o Onderscheid:
Soms aanknopingspunten tussen verschillende staten: nationaal recht, mr. overeenkomend
Bv: éenzelfde regeling voor accident in Frankrijk tussen Belg en Duitser
Soms geen aanknopingspunten tussen versch. staten: nat. recht, mr. niet overeenkomend
Bv: man uit Yemen mag in België maar 1 vrouw hebben terwijl in Yemen 4
- Internationaal publiekrecht:
o Synoniemen: volkenrecht/Völkerrecht, droit des gens, public international law, …
o Evolutie:
Vroeger: geheel van rechtsnormen dat de betrekking regelt tussen Staten (enkel staten)
Interstatelijk recht: recht dat betrekkingen tussen staten regelt (internationaal recht)
Nu: geheel v regels die de internationale betrekkingen beheersen (niet enkel tussen staten)
Nuance: meer en meer doorwerking van interstatelijk recht in het intrastatelijk recht
o Subdomeinen:
Diplomatiek recht: vert. die de belangen van hun staat. i.e. andere staat vert.
Bv: onderhandelingen tussen België en Congo om samen te werken
Consulair recht: vert. die de belangen v.d. burgers van hun staat i.e. andere staat vert.
Bv: Belg zit vast i.d. gevangenis in Rusland
Internationaal milieurecht: gezamenlijke maatregelen van staten op milieuproblemen
Bv: opwarming van de aarde
Internationaal humanitair recht: gemeenschappelijke rechten van de mens
Bv: regels die iedereen moet gehoorzamen in oorlogstijd
Internationaal strafrecht: vervolgen van misdaden tegen de mensheid
Bv: genocide
Internationaal economisch recht: samenwerking op economisch vlak
Bv: World Trade Organization
Recht van organisaties: NAVO, VN, …
Zeerecht: regeling v.d. territoriale wateren
, III.2 Ontwikkeling
- De Staat:
o Definitie: gestructureerde eenheid die soeverein gezag uitoefent over personen en hen
vertegenwoordigt op haar grondgebied
o Voorwaarde ontstaan internationaal recht: staten (geen staten = geen internationaal recht)
Nuance: niet recht v alle staten is uitgegroeid tot internationaal recht, want Europese staten
hebben hun ooit gekoloniseerd en er het Europees systeem geïmplementeerd
Resultaat: internationaal recht als resultaat v.h. Europees recht (kijken naar staatsvorming in
EU om IR te begrijpen)
- Evolutie:
o 17de eeuw: neergang v.d. middeleeuwse “Respublica Christiana”
Wat: Gemeenschap van christelijke volkeren/staten verenigd onder de HR Keizer en de Paus
Problemen:
1618-1648: Dertigjarige Oorlog tussen katholieken en protestanten
Reformatie: invraagstelling v.h. gezag v.d. Paus door het protestantisme
Opkomst van lokale heersers
o 1648: Westfaalse verdragen (verdragen van Münster en Osnabrück)
Einde Dertigjarige Oorlog: exclusieve territoriale bevoegdheid over religie
Gecentraliseerde overheid met uitbreiding v.d. bevoegdheden v.d. territoriale machthebber
Concert of Nations: eerste soevereine/gelijke staten (Kerk/Paus niet meer het hoogste gezag)
Wat: afspraken om naast elkaar te functioneren als soevereine entiteiten (klein atl.)
Gevolgen:
o IR = eurocentrisch: behartiging v.d. Europese belangen
o IR = Europees recht: opgelegd in andere landen (gebruikt om hun te
onderwerpen)
Terra Nullius: niet Europees = geen overheid en behoort niemand
toe
Recht om gebieden zich toe te eigenen (recht op kolonisatie)
o 1776: onafhankelijkheid v.d. VS als reactie o.d. belastingverhoging v.h. VK door oorlogen
Wat: Amerikanen niet vert. in parlement (“no taxation, without representation”)
Gevolg: internationale gemeenschap groeit, maar
Probleem: verzettende Amerikanen zijn nog altijd Europese settlers (nog altijd Eu belangen)
o Begin 19de eeuw: onafhankelijkheid Latijns-Amerika van Spanje/Portugal met VS als voorbeeld
Wie: Chili, Argentinië, Colombia, …
Gevolg: internationale gemeenschap groeit nog meer, maar
Probleem: verzettende Latijns-Amerikanen nog altijd Eu settlers (nog altijd Eu belangen)
o Eind 19de eeuw/Begin 20ste eeuw: onafhankelijkheid van nieuwe staten met niet-Europese tradities
Wie:
Aziatische staten: Japan
Russische revolutie: communisten met andere visie op IR
o Proberen socialistisch/communistische ideologie ermee te vermengen
Verschil met ervoor: invloed v nieuwe niet-Europese ideeën in beperkte mate (communisme)
o Na WOI en WOII: dekoloniseringsperiode
Wat: nieuwe staten met niet-Europese belangen die in de meerderheid zijn (ong. 200 staten)
, Doel: nieuwe meerderheid probeert IR wijzigen om hun belangen te behartigen
Resultaat: in zeer beperkte domeinen in geslaagd
Niet de mog. gehad om het IR v.d. minderheid op democratische wijze te wijzigen
III.3 Functies
- Fase 1 - 1648: internationaal recht als recht van vreedzame co-existentie tussen soevereine/autonome staten
o Kenmerk: passief, interstatelijk recht
o Doel: regulering van naast elkaar te bestaan, als soevereine entiteiten
o Functies:
1ste functie: regulering van interacties tussen volkenrechtelijke rechtssubjecten
Bv: regulering van niet-gewelddadige vs. gewelddadige dwangacties, …
Bv: regulering van diplomatieke en consulaire betrekkingen, staatsaansprakelijkheid
2de functie: bevoegdheidsafbakening o.v.v. tijd, ruimte, personen en onderwerpen
Bv: regulering van grenzen, wat is van mij en wat is van een ander, …
- Fase 2 – 18de/19de eeuw: internationaal recht als recht van coöperatie tussen internationale rechtssubjecten
o Kenmerk: actief, intrastatelijk recht
o Doel: samenwerking tussen staten door nieuwe gemeenschappelijke uitdagingen door de Industriële
Revolutie niet op nationaal niveau oplosbaar zijn
o Functie: internationaal recht als instrument om samen te kunnen werken om problemen op te lossen
Oorzaak: Industriële Revolutie in 2 golven met ontwikkeling van nieuwe technieken,
grondstoffen, transport, bewapening
Gevolg: toename greep v.d. mens o.d. omgeving
Problemen: regulering/afspraken nodig rond (stoppen niet a.d. grenzen)
Toegang tot grondstoffen: steenkool, aardolie, ijzererts (bevinden zich niet in Eu)
o Probleem: veel ziektes in Afrika, waar Europeanen niet tegen bestand waren
o Oplossing: ontwikkeling geneeskunde, waardoor dit wel mogelijk wordt
Transport: goedkoper/sneller -> douaneregeling tussen landen
Afzetmarkten: snellere, goedkopere productie -> nood aan afzetmarkten
Milieuverontreiniging: massaproductie -> vervuiling die niet stopt a.d. grenzen
Wapenindustrie: ontwikkeling van nieuwe wapens -> regels nodig rond gebruik ervan
Oplossing: diplomatieke conferenties
1863: Conferentie van Genève
o Probleem: Dunant onderweg en ziet slagveld met veel doden/gewonden
o Oplossing: oprichting Rode Kruis vr. personenbescherming bij bewapende
conflicten
1884: Conferentie van Berlijn
o Probleem: ruzie m.b.t. toegang tot grondstoffen
o Oplossing: verdeling van Afrika over de Europese grootmachten
1889: Vredesconferentie van Den Haag (regeling bewapende geschillen tss. staten)
o Probleem: conflict VS en Spanje
o Oplossing: regeling m.b.t. alt. geschillenbeslechting en bewapende geschillen
, - Verschillen tussen fase 1 en 2: evolutie fase 1 -> fase 2 ≠ einde van fase 1, maar fase 2 bouwt erop verder
o Passief -> actief recht
Fase 1: Passief recht (recht enkel als passieve regeling v.d. verhoudingen tussen staten)
Fase 2: Actief recht (recht als actief samenwerkingsmiddel/inspanningsleveringsmiddel om
problemen op te lossen/bepaalde doelstellingen te bereiken)
o Interstatelijk -> Intrastatelijk recht:
Weinig -> veel doorwerking i.d. nationale rechtsorde:
Fase 1: Interstatelijk recht (recht tss. staten, passief -> niet nodig omgezet worden)
Fase 2: Intrastatelijk recht (niet enkel recht tss. staten, actief -> nodig omgezet
worden)
o Bv: opwarming v.d. aarde
Wat: probleem enkel doeltreffend oplosbaar d.m.v. samenwerking
Hoe: int. afspraken door laten werken via nat. wetgeving
Weinig -> veel invloed op individuele rechtssubjecten binnen staten:
Fase 1: Interstatelijk recht (vnl. recht tussen staten en geen doorwerking nationaal)
Fase 2: Intrastatelijk recht (recht dringt door nationaal, dus invloed op individuen)
o Bv: nationale wetgeving m.b.t. milieuvervuiling (effect op gedrag v.d.
individuen)
o Soort actoren:
Fase 1: interstatelijk recht, dus vnl. staten
Fase 2: intrastatelijk recht, dus ontstaan van organisaties met gemeenschappelijke belangen
om gemeenschappelijke uitdagingen aan te pakken
Supranationale organisaties: EU
o Wat: samenkomst staten die bevoegdheden delegeren, alsook stukje van
hun soevereiniteit
o Gevolg: bindende aanbevelingen i.d. vorm van verordeningen
Intergouvernementele organisaties:
o Inhoud:
Wat: samenkomst staten die bevoegdheden delegeren, maar niet
soevereiniteit
Gevolgen:
Niet-bindende aanbevelingen, die omgezet moeten worden
in verdragen om bindend te zijn
Staat moet ermee instemmen vooraleer dit kan gebeuren
o Soorten:
Algemene organisaties: delegatie ruime bevoegdheden door staten
Bv: VN, NAVO, Benelux, …
Technische organisaties: delegatie concrete bevoegdheden dr. staten
Bv: OPEC, Unicef, …
Non gouvernementele organisaties: Rode Kruis, Oxfam, …
II. Inleiding tot het Internationaal Recht
III. Definitie
- Internationaal privaatrecht: intrastatelijk recht/regels binnen staten, toepasbaar op nationaal niveau
o Intrastatelijk recht: recht dat de betrekkingen binnen staten regelt (nationaal recht)
o Onderscheid:
Soms aanknopingspunten tussen verschillende staten: nationaal recht, mr. overeenkomend
Bv: éenzelfde regeling voor accident in Frankrijk tussen Belg en Duitser
Soms geen aanknopingspunten tussen versch. staten: nat. recht, mr. niet overeenkomend
Bv: man uit Yemen mag in België maar 1 vrouw hebben terwijl in Yemen 4
- Internationaal publiekrecht:
o Synoniemen: volkenrecht/Völkerrecht, droit des gens, public international law, …
o Evolutie:
Vroeger: geheel van rechtsnormen dat de betrekking regelt tussen Staten (enkel staten)
Interstatelijk recht: recht dat betrekkingen tussen staten regelt (internationaal recht)
Nu: geheel v regels die de internationale betrekkingen beheersen (niet enkel tussen staten)
Nuance: meer en meer doorwerking van interstatelijk recht in het intrastatelijk recht
o Subdomeinen:
Diplomatiek recht: vert. die de belangen van hun staat. i.e. andere staat vert.
Bv: onderhandelingen tussen België en Congo om samen te werken
Consulair recht: vert. die de belangen v.d. burgers van hun staat i.e. andere staat vert.
Bv: Belg zit vast i.d. gevangenis in Rusland
Internationaal milieurecht: gezamenlijke maatregelen van staten op milieuproblemen
Bv: opwarming van de aarde
Internationaal humanitair recht: gemeenschappelijke rechten van de mens
Bv: regels die iedereen moet gehoorzamen in oorlogstijd
Internationaal strafrecht: vervolgen van misdaden tegen de mensheid
Bv: genocide
Internationaal economisch recht: samenwerking op economisch vlak
Bv: World Trade Organization
Recht van organisaties: NAVO, VN, …
Zeerecht: regeling v.d. territoriale wateren
, III.2 Ontwikkeling
- De Staat:
o Definitie: gestructureerde eenheid die soeverein gezag uitoefent over personen en hen
vertegenwoordigt op haar grondgebied
o Voorwaarde ontstaan internationaal recht: staten (geen staten = geen internationaal recht)
Nuance: niet recht v alle staten is uitgegroeid tot internationaal recht, want Europese staten
hebben hun ooit gekoloniseerd en er het Europees systeem geïmplementeerd
Resultaat: internationaal recht als resultaat v.h. Europees recht (kijken naar staatsvorming in
EU om IR te begrijpen)
- Evolutie:
o 17de eeuw: neergang v.d. middeleeuwse “Respublica Christiana”
Wat: Gemeenschap van christelijke volkeren/staten verenigd onder de HR Keizer en de Paus
Problemen:
1618-1648: Dertigjarige Oorlog tussen katholieken en protestanten
Reformatie: invraagstelling v.h. gezag v.d. Paus door het protestantisme
Opkomst van lokale heersers
o 1648: Westfaalse verdragen (verdragen van Münster en Osnabrück)
Einde Dertigjarige Oorlog: exclusieve territoriale bevoegdheid over religie
Gecentraliseerde overheid met uitbreiding v.d. bevoegdheden v.d. territoriale machthebber
Concert of Nations: eerste soevereine/gelijke staten (Kerk/Paus niet meer het hoogste gezag)
Wat: afspraken om naast elkaar te functioneren als soevereine entiteiten (klein atl.)
Gevolgen:
o IR = eurocentrisch: behartiging v.d. Europese belangen
o IR = Europees recht: opgelegd in andere landen (gebruikt om hun te
onderwerpen)
Terra Nullius: niet Europees = geen overheid en behoort niemand
toe
Recht om gebieden zich toe te eigenen (recht op kolonisatie)
o 1776: onafhankelijkheid v.d. VS als reactie o.d. belastingverhoging v.h. VK door oorlogen
Wat: Amerikanen niet vert. in parlement (“no taxation, without representation”)
Gevolg: internationale gemeenschap groeit, maar
Probleem: verzettende Amerikanen zijn nog altijd Europese settlers (nog altijd Eu belangen)
o Begin 19de eeuw: onafhankelijkheid Latijns-Amerika van Spanje/Portugal met VS als voorbeeld
Wie: Chili, Argentinië, Colombia, …
Gevolg: internationale gemeenschap groeit nog meer, maar
Probleem: verzettende Latijns-Amerikanen nog altijd Eu settlers (nog altijd Eu belangen)
o Eind 19de eeuw/Begin 20ste eeuw: onafhankelijkheid van nieuwe staten met niet-Europese tradities
Wie:
Aziatische staten: Japan
Russische revolutie: communisten met andere visie op IR
o Proberen socialistisch/communistische ideologie ermee te vermengen
Verschil met ervoor: invloed v nieuwe niet-Europese ideeën in beperkte mate (communisme)
o Na WOI en WOII: dekoloniseringsperiode
Wat: nieuwe staten met niet-Europese belangen die in de meerderheid zijn (ong. 200 staten)
, Doel: nieuwe meerderheid probeert IR wijzigen om hun belangen te behartigen
Resultaat: in zeer beperkte domeinen in geslaagd
Niet de mog. gehad om het IR v.d. minderheid op democratische wijze te wijzigen
III.3 Functies
- Fase 1 - 1648: internationaal recht als recht van vreedzame co-existentie tussen soevereine/autonome staten
o Kenmerk: passief, interstatelijk recht
o Doel: regulering van naast elkaar te bestaan, als soevereine entiteiten
o Functies:
1ste functie: regulering van interacties tussen volkenrechtelijke rechtssubjecten
Bv: regulering van niet-gewelddadige vs. gewelddadige dwangacties, …
Bv: regulering van diplomatieke en consulaire betrekkingen, staatsaansprakelijkheid
2de functie: bevoegdheidsafbakening o.v.v. tijd, ruimte, personen en onderwerpen
Bv: regulering van grenzen, wat is van mij en wat is van een ander, …
- Fase 2 – 18de/19de eeuw: internationaal recht als recht van coöperatie tussen internationale rechtssubjecten
o Kenmerk: actief, intrastatelijk recht
o Doel: samenwerking tussen staten door nieuwe gemeenschappelijke uitdagingen door de Industriële
Revolutie niet op nationaal niveau oplosbaar zijn
o Functie: internationaal recht als instrument om samen te kunnen werken om problemen op te lossen
Oorzaak: Industriële Revolutie in 2 golven met ontwikkeling van nieuwe technieken,
grondstoffen, transport, bewapening
Gevolg: toename greep v.d. mens o.d. omgeving
Problemen: regulering/afspraken nodig rond (stoppen niet a.d. grenzen)
Toegang tot grondstoffen: steenkool, aardolie, ijzererts (bevinden zich niet in Eu)
o Probleem: veel ziektes in Afrika, waar Europeanen niet tegen bestand waren
o Oplossing: ontwikkeling geneeskunde, waardoor dit wel mogelijk wordt
Transport: goedkoper/sneller -> douaneregeling tussen landen
Afzetmarkten: snellere, goedkopere productie -> nood aan afzetmarkten
Milieuverontreiniging: massaproductie -> vervuiling die niet stopt a.d. grenzen
Wapenindustrie: ontwikkeling van nieuwe wapens -> regels nodig rond gebruik ervan
Oplossing: diplomatieke conferenties
1863: Conferentie van Genève
o Probleem: Dunant onderweg en ziet slagveld met veel doden/gewonden
o Oplossing: oprichting Rode Kruis vr. personenbescherming bij bewapende
conflicten
1884: Conferentie van Berlijn
o Probleem: ruzie m.b.t. toegang tot grondstoffen
o Oplossing: verdeling van Afrika over de Europese grootmachten
1889: Vredesconferentie van Den Haag (regeling bewapende geschillen tss. staten)
o Probleem: conflict VS en Spanje
o Oplossing: regeling m.b.t. alt. geschillenbeslechting en bewapende geschillen
, - Verschillen tussen fase 1 en 2: evolutie fase 1 -> fase 2 ≠ einde van fase 1, maar fase 2 bouwt erop verder
o Passief -> actief recht
Fase 1: Passief recht (recht enkel als passieve regeling v.d. verhoudingen tussen staten)
Fase 2: Actief recht (recht als actief samenwerkingsmiddel/inspanningsleveringsmiddel om
problemen op te lossen/bepaalde doelstellingen te bereiken)
o Interstatelijk -> Intrastatelijk recht:
Weinig -> veel doorwerking i.d. nationale rechtsorde:
Fase 1: Interstatelijk recht (recht tss. staten, passief -> niet nodig omgezet worden)
Fase 2: Intrastatelijk recht (niet enkel recht tss. staten, actief -> nodig omgezet
worden)
o Bv: opwarming v.d. aarde
Wat: probleem enkel doeltreffend oplosbaar d.m.v. samenwerking
Hoe: int. afspraken door laten werken via nat. wetgeving
Weinig -> veel invloed op individuele rechtssubjecten binnen staten:
Fase 1: Interstatelijk recht (vnl. recht tussen staten en geen doorwerking nationaal)
Fase 2: Intrastatelijk recht (recht dringt door nationaal, dus invloed op individuen)
o Bv: nationale wetgeving m.b.t. milieuvervuiling (effect op gedrag v.d.
individuen)
o Soort actoren:
Fase 1: interstatelijk recht, dus vnl. staten
Fase 2: intrastatelijk recht, dus ontstaan van organisaties met gemeenschappelijke belangen
om gemeenschappelijke uitdagingen aan te pakken
Supranationale organisaties: EU
o Wat: samenkomst staten die bevoegdheden delegeren, alsook stukje van
hun soevereiniteit
o Gevolg: bindende aanbevelingen i.d. vorm van verordeningen
Intergouvernementele organisaties:
o Inhoud:
Wat: samenkomst staten die bevoegdheden delegeren, maar niet
soevereiniteit
Gevolgen:
Niet-bindende aanbevelingen, die omgezet moeten worden
in verdragen om bindend te zijn
Staat moet ermee instemmen vooraleer dit kan gebeuren
o Soorten:
Algemene organisaties: delegatie ruime bevoegdheden door staten
Bv: VN, NAVO, Benelux, …
Technische organisaties: delegatie concrete bevoegdheden dr. staten
Bv: OPEC, Unicef, …
Non gouvernementele organisaties: Rode Kruis, Oxfam, …