Human Resource Management
1. Sociaal overleg
Bekijk inhoudstafel – apart document
1. Wat is sociaal overleg?
5 elementen die belangrijk zijn in de definitie :
1. Methode
a. Het is een manier van werken / hoe je met elkaar omgaat
≠ doel
Je MOET dus geen sociaal akkoord maken, het moet gewoon een goed akkoord zijn
2. Partners onder elkaar OF met de regering
a. Bipartite : vakbonden & werkgevers
b. Tripartite : vakbonden, werkgevers & regering
3. Sociaal-economische problemen
a. Het heeft geen zin om sociale voordelen toe te kennen als de economie niet volgt (en
omgekeerd)
i. Dociale voordelen zullen niet gefinancierd kunnen worden indien de economie
niet meedraait
ii. Je kan geen economische zaken aanhalen bij een ontevreden maatschappij
4. Consensus
a. Als vakbonden iets onderhandelen, dan is dit een consensus
i. Geven & nemen
ii. Iedereen in de tafel kan zich vinden
= Bipartite
5. Gedragen
a. Het kan ook zijn dat partners niet tot een algehele consensus kunnen komen, maar dat
er voldoende draagvlakken zijn opdat de regering een beslissing kan nemen
b. Bv. In het ontwerp van akkoord = loonnorm 1.1%, maar één socialistische vakbond kon
dit niet goedkeuren en de andere wel. De regering : « Er is een groot draagvlak, want
8 vd 10 gaat akkoord voldoende grote draagvlak om toch de beslissing te nemen »
1/21
,Human Resources – P.T. Deel 1 2019-2020
1.1 Historiek
Historische fundamenten
‘Dertig gloriejaren’
(1944-1970)
− Geïnstitutionaliseerde samenwerking en sterke economische groei
− Constructieve fase : institutionalisering, ontplooiing sociaal overleg, centrale akkoorden (IPA’s)
Allure van een reus op lemen voeten: een ontwikkeling gebaseerd op hypothese van
aanhoudende economische groei
In december 1944: basisafspraken gemaakt over hoe na WOII de heropbouw er zou uitzien. Consensus
tss de politiek en de sociale partners (vakbonden & werkgevers)
Wat is er toen afgesproken?
Basislijn
o Dat de loonvorming en de sociale zekerheid meer de corebusiness zou zijn vd sociale
partners
Loonvorming gaat gebeuren op nationaal vlak, maar zijn afspraken tussen de
vakbonden en werkgevers
Sociale zekerheid: hetzelfde. Een deel van het loon zal afgedragen worden aan
de sociale zekerheid dat in handen komt vd werkgevers en werknemers
o Dat het economische en fiscaal beleid meer zou toekomen tot de regering
↓
Heeft 20j geduurd: tss 1944 – 1968
In deze 20j heeft men basiswetten gemaakt die de basis vormden van het sociaal overleg & er
mee voor hebben gezorgd dat BE na WOII is kunnen heropbouwen.
o ° Statuut voor paritair comités = secotr-comité (bv. loonafspraken maken voor de
sector van de banken/ petroleum /…)
o 1948: °bedrijfsraden
WG’s aanvaardden het bestaan van vakbonden en de vakbonden aanvaarden
dat de werkgevers de eindbeslissing nemen
= structuur die het toeliet dat de vakbonden kunnen samenspreken met de
belanghebbende mensen binnen het bedrijf (belangrijke AH’s etc)
o 1968: sluiten van collectieve AOK = CAO
= OK tussen 2 partijen die een kracht heeft van wet
Wij kunnen via de wet van 1968 een CAO maken op nationaal niveau
Dit betekent dat wij een afspraak maken, die kracht heeft over heel het
land
In zekere zin is er dus een parlement van sociale partners in die nationale
arbeidsraad: waarin wij een akkoord maken tussen de vakbonden en dit
akkoord is bindend voor het hele land
Sociale partners kunnen wetten maken buiten het politieke om
2/21
, Human Resources – P.T. Deel 1 2019-2020
Sleutelmomenten van het sociaal overleg in België, 1944-1970
Vanaf 1973 (crisis), ‘de omwentelingsjaren’
− 1973 = oliecrisis
o Europa = heel afhankelijk van olie en de prijzen hier stegen enorm
Normale inflatie = 2%, na 1973 = 14%
Probleem: voor deze periode: in BE kwam men op het idee om de lonen te koppelen
aan de inflatie (als de inflatie steeg tot 2%, de lonen ook)
inflatie 14%: bedrijven gingen failliet: de indexering (die men invoerde voor de
koopkracht) zorgde ervoor dat de bedrijven een enorm loon moesten betalen aan
werknemers, maar hun goederen niet konden kwijtgeraken.
o Oplossing
Sociaal overleg heeft voor 15 jaar niet gewerkt!
Het is de regering die van top down alles ging beslissen omdat het plan van toen
niet werkte (bv. de inflatie koppelen aan de indexering)
↓
− 1976: Interventionisme van de regering
− 1986: (Gedeeltelijk) herwonnen autonomie
o ° van de groep van 10: men wilde af van het conflictmodel
“Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we het land opbouwen, zonder dat we elkaar
constant in de voeten schieten?”
o Hier is ook het idee ontstaan dat het niet moet gaan over sociaal overleg, maar over
sociaaleconomisch overleg
We moeten van onderuit weer opbouwen, zo zorgen we voor een sterke economie
& wanneer er een sterke economie is, kunnen we ook een sterke sociale ZH
creëren
− De jaren ´90: Loonmatiging en concurrentiekracht
21ste eeuw: Nieuwe maatschappelijke uitdagingen
Sleutelmomenten van het sociaal overleg in België, 1970-heden
Mijlpalen sociaal overleg
− Wet 1996: loonvormingswet
o De loonnorm = zoveel & binnen deze loonnorm kan men afspraken maken
− 2004-05: Generatiepact
o Einde loopbaan-verhaal: mensen langer aan de slag houden, maar er tegelijk ook voor
zorgen dat dit werk haalbaar blijft
3/21